Esma Kaplan – Ouderverstoting in Nederland (Masterthesis, Universiteit van Utrecht, 2008)

juli 31, 2008 at 3:06 am 35 reacties

Ouderverstoting in Nederland – Parental Alienation Syndrome (PAS) en loyaliteitsproblemen bij recente scheidingsgezinnen.

Universiteit van Utrecht, Faculteit Sociale Wetenschappen, Masterthesis Pedagogische Wetenschappen, Kaplan, E., 31 juli 2008

English: Esma Kaplan – Research study – Parental Alienation in the Netherlands

Francais: Esma Kaplan – Recherche – Alienation Parentale aux Pays-Bas

Deutsch: Esma Kaplan – Research – Elterliche Entfremdung in die Niederlanden

Espagnol: Esma Kaplan – Research – Alienación des padres en los Países Bajos

Enkele hoofdconclusies:
• 72% van de Nederlandse gescheiden vaders beschouwt het oudervervreemdingssyndroom (PAS of Parental Alienation Syndrome) als een probleem.
• 64% van de Nederlandse gescheiden moeders beschouwt het oudervervreemdingssyndroom (PAS of Parental Alienation Syndrome) als een probleem.
• Volgens vaders vormt het oudervervreemdingssyndroom (PAS) een ernstig probleem in 21% van de gevallen
• Maar volgens moeders vormt het oudervervreemdingssyndroom (PAS) slechts een ernstig probleem in 10% van de gevallen
• Al met al beschouwen vaders ernstige vormen van PAS als een twee keer zo groot probleem dan moeders.
• Het in dit onderzoek gevonden hoge percentage van de ernstige vorm van ouderverstoting is tegenstrijdig met de eerdere bevindingen van het onderzoek van Ed Spruijt en zijn collega’s (2005), waaruit naar voren kwam dat PAS wel voorkomt in Nederland, maar dat de ernstige vorm niet of nauwelijks zou voorkomen.

Samenvatting:

In deze studie wordt gepretendeerd meer inzicht te krijgen over ouderverstoting. Er is onderzocht in hoeverre ouderverstoting voorkomt in Nederland, wat de kenmerken van ouderverstoting zijn en de gevolgen voor het functioneren van de jongere. Voor deze studie is een survey-onderzoek uitgevoerd, waarbij de data van eerdere onderzoeken is gebruikt.

De scheidingsgezinnen in deze onderzoeken zijn geworven in het kader van het onderzoek “Gezinnen en scheiding” uitgevoerd door Dr. I. van der Valk en in het kader van het onderzoek “Jongeren en gezinnen” onder leiding van Dr. A.P. Spruijt. Het onderzoek is gedaan bij n = 400 jongeren en n = 159 ouders.

Uit de resultaten blijkt dat ouderverstoting voorkomt in Nederland. De ernstige vorm van PAS komt volgens vaders twee keer zo vaak voor dan volgens moeders. Zowel conflicten voor en na de scheiding als de mate van betrokkenheid van ouders zijn belangrijke kenmerken van ouderverstoting. Zo leidt conflicten tussen ouders tot loyaliteitsproblemen bij het kind, waarbij meisjes meer last hebben van conflicten voor de scheiding in tegenstelling tot jongens. De mate van betrokkenheid hangt samen met hoezeer ouders zich verstoot voelen door hun kind. Wanneer de mate van betrokkenheid moeder hoog is leidt dit tot minder loyaliteitsproblemen bij de jongere. Over de gevolgen van ouderverstoting voor het functioneren van de jongere blijkt dat loyaliteitsproblemen bij jongens tot een laag algemeen welbevinden en tot angst leidt. Ook bij meisjes leidt loyaliteitproblemen tot een laag algemeen welbevinden en angst. Bovendien hebben meisjes met loyaliteitsproblemen een lage zelfwaardering en is er meer kans op depressie wanneer zij loyaliteitsproblemen ervaren.

Citaat uit de “Resultaten” op blz. 28 van de masterthesis van E Kaplan:

“De resultaten laten zien dat PAS voorkomt in Nederland. Slechts 36% van de moeders en 28% van de vaders vinden dat er geen sprake is van PAS. De milde vorm van PAS komt het vaakst voor bij zowel vaders (45%) als bij moeders (49%). De matige vorm komt volgens vaders in 6 % van de gevallen voor en volgens moeders in 5 % van de gevallen. In 21 % van de gevallen komt volgens vaders de ernstige vorm van PAS voor en volgens moeders in 10% van de gevallen.”

Citaat uit de “Conclusies” op blz. 31 van de masterthesis van E Kaplan:

“Uit de resultaten blijkt namelijk dat de mate van ouderverstoting volgens vaders in 45 % van de gevallen mild, 6 % matig en in 21% van de gevallen ernstig te noemen is. Daarentegen geven 28 % van de vaders aan dat er geen sprake is van ouderverstoting. Volgens moeders betreft het in 49% van de gevallen een milde vorm, 5 % matig en 10% een ernstige vorm. 36 % van de moeders vindt dat er geen sprake is van PAS.

Deze resultaten lijken tegenstrijdig met de bevindingen van het onderzoek van Ed Spruijt en zijn collega’s (2005). Uit het onderzoek van Ed Spruijt en collega’s (2005) kwam immers naar voren dat PAS wel voorkomt in Nederland, maar dat de ernstige vorm niet of nauwelijks voorkomt. Het hoge percentage van de ernstige vorm van ouderverstoting in dit onderzoek kan mogelijk verklaard worden doordat het in dit onderzoek alleen recente scheidingsgezinnen betreft.”

Sleutelwoorden: loyaliteitsproblemen, ouderverstoting, oudervervreemding, ouderlijke conflicten, (echt)scheiding, Sociale Wetenschappen, Orthopedagogiek

Bijdragers: Valk, I. van der, Spruijt, E.

OUDERVERSTOTING

IN NEDERLAND

Parental Alienation Syndrome (PAS) en loyaliteitsproblemen bij recente scheidingsgezinnen

E. Kaplan

Masterthesis Pedagogische Wetenschappen

Faculteit Sociale Wetenschappen

Esma Kaplan, Universiteit Utrecht, Juli 2008

Download PDF-versie: Masterthesis Kaplan, E-0206725.pdf

Ouderverstoting in Nederland

Parental Alienation Syndrome (PAS) en loyaliteitsproblemen bij recente scheidingsgezinnen.

Masterthesis Pedagogische Wetenschappen

Werkveld: Jeugdzorg

Auteur: E. Kaplan 0206725

Begeleider: Dr. I. van der Valk

Tweede Lezer: Dr. E. Spruijt

Universiteit Utrecht, Juli 2008


Voorwoord

Voor u ligt de Masterthesis die in de eindfase van de studie Orthopedagogiek geschreven wordt. Binnen het thema ‘echtscheidingsgezinnen’ heb ik gekozen om onderzoek te doen naar een veel voorkomend maar weinig bekend onderwerp, namelijk het Parental Alienation Syndrome (PAS) en loyaliteitsproblemen bij jongeren. Dit onderwerp sprak mij aan, omdat omtrent dit probleem nog onwetendheid bestaat op zowel wetenschappelijk als maatschappelijk domein. Zodoende zou mijn onderzoek een zekere bijdrage leveren aan de wetenschap, hetgeen mij gedrevener en nieuwsgierig maakte.

Voor de uitvoering van dit onderzoek ben ik in de eerste plaats veel dank verschuldigd aan Dr. Inge van der Valk voor haar inzet en deskundige adviezen bij de totstandkoming van deze masterthesis. Zij heeft mij zeer goed op weg geholpen in zowel de oriënterende als de uitvoerende fase. Te allen tijde kon ik met vragen en onduidelijkheden bij haar terecht. Ook in moeilijke tijden heeft ze mij met veel geduld en betrokkenheid begeleid. Tevens gaat mijn dank uit naar Ed Spruijt voor het gebruik van zijn data. Verder wil ik iedereen bedanken die op welke wijze dan ook bij de totstandkoming van deze thesis heeft geholpen

Esma Kaplan.

Utrecht, Juli 2008


INHOUDSOPGAVE

Voorwoord

Samenvatting 5

Inleiding 6

1. Literatuurverkenning 7

1.1 Inleiding 7

1.1.1 Echtscheidingscijfers en contact na scheiding 7

1.1.2 Parental Alienation Syndrome (PAS) 8

1.1.3 Symptomen 9

1.1.4 Niveaus 10

1.1.5 Kritiek op PAS 11

1.1.6 Onderzoeksresultaten omtrent de strategieën en de niveaus van PAS 12

1.1.7 Loyaliteit 13

1.1.8 De gevolgen van ouderverstoting voor het functioneren van de jongere 14

1.1.9 De gevolgen van loyaliteitsproblemen voor het functioneren van de jongere 15

1.2 Deze studie 16

1.2.1 Probleemstelling 16

1.2.2 Vraagstelling 16

1.2.3 Hypothesen 17

2. Methoden 19

2.1 Inleiding 19

2.2 Procedure 19

2.3 Steekproef 19

2.4 Meetinstrumenten 20

3. Resultaten 22

3.1 Deelnemers 22

3.2 Ouderverstoting in Nederland 24

3.3 Kenmerken van ouderverstoting 27

3.4 Gevolgen van ouderverstoting 29

4. Conclusie en discussie 31

Literatuur 35


Samenvatting

In deze studie wordt getracht meer inzicht te krijgen in PAS en loyaliteitsproblemen. Er is onderzocht in hoeverre ouderverstoting voorkomt in Nederland, wat de kenmerken van ouderverstoting zijn en de gevolgen ervan voor het functioneren van de jongere. Voor deze studie is een survey-onderzoek uitgevoerd, waarbij de data van eerdere onderzoeken is gebruikt. De scheidingsgezinnen in deze onderzoeken zijn geworven in het kader van het onderzoek “Gezinnen en scheiding” uitgevoerd door Dr. I. van der Valk en in het kader van het onderzoek “Jongeren en gezinnen” onder leiding van Dr. A.P. Spruijt. Het huidig onderzoek is gedaan bij n = 400 jongeren en n = 156 ouders.

Uit de resultaten blijkt dat ouderverstoting inderdaad voorkomt in Nederland. De ernstige vorm van ouderverstoting komt volgens vaders twee keer zo vaak voor dan volgens moeders. Zowel conflicten voor en na de scheiding als de mate van betrokkenheid van ouders zijn belangrijke kenmerken van ouderverstoting. Zo leidt conflicten tussen ouders tot loyaliteitsproblemen bij het kind, waarbij meisjes meer last hebben van conflicten voor de scheiding in tegenstelling tot jongens. De mate van betrokkenheid hangt samen met hoezeer ouders zich verstoten voelen door hun kind. Wanneer de mate van betrokkenheid moeder hoog is leidt dit tot minder loyaliteitsproblemen bij de jongere. Over de gevolgen van ouderverstoting voor het functioneren van de jongere blijkt dat loyaliteitsproblemen bij jongens tot een laag algemeen welbevinden en tot angst leiden. Ook bij meisjes leiden loyaliteitproblemen tot een laag algemeen welbevinden en angst. Bovendien hebben meisjes met loyaliteitsproblemen een lage zelfwaardering en is er meer kans op depressie wanneer zij loyaliteitsproblemen ervaren.


Inleiding

In dit rapport gaat het over een ernstig probleem waarmee scheidingsgezinnen te maken kunnen krijgen, namelijk het Parental Alienation Syndrome (PAS). Over het PAS is in Nederland nog erg weinig bekend. De onderzoeken die er zijn hebben zich overigens alleen gericht op ouders. Dit onderzoek zal naast PAS dat alleen gemeten is bij ouders ook loyaliteitsproblemen bij jongeren meten welke een mogelijke indicator van PAS is.

Dit onderzoek is daarom in eerste instantie gericht om beter zicht te krijgen over het PAS en loyaliteitsproblemen bij jongeren. De centrale vraagstelling hierbij is ‘In hoeverre komt ouderverstoting voor in Nederland en wat zijn daarvan de kenmerken en de gevolgen ervan voor het functioneren van de jongere?’

De wetenschappelijke relevantie van dit onderzoek ligt in het feit, dat de resultaten van het onderzoek van belang kunnen zijn bij het ontwikkelen van fundamentele theorieën omtrent dit probleem. Meer kennis over het verschijnsel kan de omstandigheden voor kinderen in de toekomst verbeteren. Er wordt namelijk meer kennis verworven over de beleving van ouderverstoting door zowel ouders als jongeren.

Uiteraard is dit onderzoek ook gefundeerd op reeds bestaande literatuur. In hoofdstuk 1 wordt verslag gedaan over de onderzoeksvragen en begrippen aan de hand van relevante en recente publicaties. In dit hoofdstuk volgt ook de formulering van de vraagstelling, de onderzoeksvragen en de hypotheses. De opzet en uitvoering van het onderzoek worden beschreven in hoofdstuk 2. De wijze van dataverzameling, steekproeftrekking en de beschrijving van de meetinstrumenten komen hier onder andere aan bod. In hoofdstuk 3 zullen de gevonden resultaten worden toegelicht. Tot slot wordt in het laatste hoofdstuk de vergekregen resultaten vergeleken, verklaard en geëvalueerd met de literatuur die in hoofdstuk 1 is beschreven.


1. Literatuurverkenning

1.1 Inleiding

Ieder jaar krijgt een groot aantal minderjarige kinderen te maken met scheiding van de ouders.

Ongeveer 20% van deze kinderen heeft na de ouderlijke echtscheiding geen contact meer met de uitwonende ouder (Spruijt et al. 2005). Het komt tegenwoordig regelmatig voor dat het kind, zonder een aanwijsbare reden, het contact met de ouder die elders woont, verbreekt. Dat kinderen zonder een aanwijsbare reden het contact met een ouder verbreken wordt ook wel het ouderverstotingssyndroom genoemd. Hoewel het probleem zich regelmatig voordoet is er weinig bekend over dit fenomeen. Dit hoofdstuk kan gezien worden als aanvullende informatie omtrent het fenomeen ouderverstoting. In paragraaf 2 van dit hoofdstuk komt de informatie aan de orde waar het in het onderzoek om gaat.

1.1.1 Echtscheidingscijfers en contact na scheiding

In Nederland vinden er circa 35.000 scheidingen per jaar plaats. Na een stijging van het aantal scheidingen in de jaren zeventig en tachtig, is het echtscheidingscijfer in Nederland de laatste decennia hoog en redelijk stabiel. Bij ongeveer de helft van deze scheidingen zijn minderjarige kinderen en adolescenten betrokken (Spruijt, 2007).

Scheiding kan voor alle leden van het gezin voor ernstige gevolgen zorgen. De belangrijkste negatieve uitkomsten voor kinderen nadat de scheiding heeft plaatsgevonden zijn onder andere de externaliserende problemen, internaliserende problemen, lagere schoolprestaties, problemen in vriendschapsrelaties en zwakkere band met ouders (Spruijt, 2007). De lange termijn gevolgen zijn volgens Amato (2006): een lager opleidingsniveau, minder inkomen, groter risico op depressie, zwakkere relatie met ouders en een groter eigen scheidingsrisico (Spruijt, 2007). De periode voor, tijdens en direct na de scheiding is voor alle kinderen moeilijk. Terwijl er voor de scheiding de vrijheid was om met elkaar in contact te komen wanneer zij dat wensten, dienen zij zich na de scheiding aan regels te houden die door anderen zijn vastgesteld. Derhalve is de belangrijkste verandering, dat het kind vaak bij een ouder verblijft en dat de uitwonende ouder een ‘bezoeker’ wordt die het kind alleen op bepaalde tijden kan zien (Vassiliou en Cartwright, 2001).

Sinds de wetswijziging in 1998 bestaat echter de mogelijk op gezamenlijk ouderschap. Gelukkig zien steeds meer ouders de noodzaak om goede afspraken te maken en wordt coouderschap steeds populairder in Nederland (Spruijt, 2007). Wellicht is de wet op gezamenlijk ouderlijk gezag een belangrijke factor voor de toename van de contact tussen kind en ouders.

Wanneer immers uitkomsten van recente studies vergeleken worden met die van enkele jaren geleden, is het percentage ‘helemaal geen contact’ met de uitwonende ouder tussen 2001 en 2005 langzaam afgenomen van ongeveer 25% naar ongeveer 17% (Spruijt, 2007). Ondanks deze goede ontwikkelingen in de praktijk en in de wetgeving zullen er toch conflictueuze scheidingen blijven bestaan. Ouders raken na een scheiding dan vaak in een machtstrijd verwikkeld hetgeen kan leiden tot loyaliteitsproblemen bij het kind en verstoting van een van de ouders door het kind. De Amerikaanse psychiater Gardner heeft dit verschijnsel benoemd als de Parental Alienation Syndrome (PAS). In Nederland heet dit het ouderverstotingssyndroom of kortweg PAS.

1.1.2 Parental Alienation Syndrome (PAS)

Het verschijnsel van een pathologische binding tussen ouder en kind met uitsluiting van de andere ouder was al eerder geconstateerd. Het was Gardner die een meer uitgebreide en gedetailleerde beschrijving van dit fenomeen ontwikkelde. PAS is volgens de definitie van Gardner (1998) een stoornis die primair optreedt in het kader van een juridische strijd om het ouderlijk gezag. Voornaamste uiting ervan is een ongerechtvaardigd denigrerende houding van het kind tegenover de uitwonende ouder. Deze komt voort uit een combinatie van indoctrinatie door de thuiswonende ouder – welke in het vervolg de programmerende ouder genoemd zal worden – en een eigen bijdrage van het kind aan de lasterpraat over de andere ouder – welke in het vervolg de uitwonende of het slachtoffer ouder genoemd zal worden. Overigens wordt er niet van PAS gesproken wanneer er sprake is van mishandeling of verwaarlozing door een ouder aangezien de vijandigheid van het kind gerechtvaardigd wordt (Spruijt, 2007; Gardner 1998).

1.1.3 Symptomen

Het ouderverstotingssyndroom bestaat volgens Gardner uit acht symptomen (Gardner, 1998).

1. De lastercampagne tegen de uitwonende ouder.

Het kind laat voortdurend zijn/haar haat zien ten opzichte van de uitwonende ouder. De programmerende ouder vertelt het kind negatieve verhalen over de uitwonende ouder en geeft negatieve benamingen. Wanneer de programmerende ouder dit doet zonder medewerking van het kind is er geen sprake van PAS. Er is immers sprake van PAS wanneer het kind ook een bijdrage heeft aan de lastercampagne (O’Leary & Moerk, 1999; Gardner 2002; Baker, 2006).

2. Absurde, irreële rechtvaardigingen van de lastercampagne.

Hoewel het vaak gaat om ouders met goede ouderschapskwaliteiten en waarbij voor de scheiding sprake was van een liefdevolle relatie met het kind, probeert het kind zijn/haar gedrag te rechtvaardigen door bijvoorbeeld te zeggen: “hij maakt geluiden tijdens het eten” (Rand, 1997; O’Leary & Moerk, 1999; Gardner 2002; Baker, 2006).

3. Gebrek aan ambivalentie.

De slachtofferouder heeft volgens het kind alleen maar negatieve kenmerken terwijl aan de programmerende ouder alleen maar positieve kenmerken wordt toegeschreven. Het kind kan zelfs beweren dat het alle plezierige momenten met de slachtofferouder is vergeten (Rand, 1997; O’Leary & Moerk, 1999, Baker, 2006).

4. De schijnbare onafhankelijkheid.

Het kind beweert dat de ideeën van hem of haarzelf zijn (Rand, 1997; O’Leary & Moerk, 1999; Gardner, 2002). Vaak gebruiken deze kinderen woorden en zinnen van de programmerende ouder (Cartwright, 1993).

5. Reflexmatige steun aan de thuiswonende ouder.

Dit kan zo ver gaan dat een kind overtuigende bewijzen van een ander afwijst (Rand, 1997; Gardner, 2002; Baker, 2006). Het kind gelooft dat de verzorgende ouder een ideaal persoon is die geen kwaad kan doen of denkt dat de programmerende ouder de zwakste van de twee ouders is die verdediging nodig heeft (Cartwright, 1993).

6. Het kind heeft gebrek aan schuld, sympathie en empathie voor de slachtofferouder.

Het kind verdedigt zijn/haar gedrag door te stellen dat het een slechte ouder is en niet verdient hem/haar te zien. De slachtoffer ouder heeft de keuze om een dergelijke behandeling te tolereren of juist te vermijden met als gevolg het contact met het kind verliezen. Vaak kiezen ouders voor de laatste optie (O’Leary & Moerk, 1999; Gardner, 2002).

7. Letterlijk citeren van onbegrepen woorden.

Het kind gebruikt zinnen en ideeën die zij aanleren van de programerende ouder. Dit kan afgeleid worden uit de woorden of zinnen die niet bij de leeftijd passen of gebeurtenissen die ze niet kunnen herinneren.

8. Uitbreiding van de vijandschap tot de familie van de uitwonende ouder.

Het kind verbreekt het contact met voorheen dierbare familieleden.

1.1.4 Niveaus

Naast de acht symptomen onderscheidt Gardner drie niveaus van PAS; namelijk mild, gematigd en ernstig (Gardner, 2002). Bij kinderen met PAS komen de meeste van de hierboven genoemde symptomen voor. Wanneer alle of bijna alle symptomen voorkomen is er sprake van gematigd of ernstige vorm van PAS. Vooral de ernstige type van PAS heeft volgens Gardner een negatieve invloed op de psychologische ontwikkeling van het kind. Hierbij is de programmerende ouder volkomen fanatiek en soms zelfs paranoïde. Het kind is zodanig vijandelijk jegens de uitwonende ouder dat zelfs in de meeste gevallen een bezoek van de uitwonende ouder onmogelijk wordt. Het kind kan zelfs fysiek geweld laten zien jegens gehate ouder (Rand, 1997; O’Leary & Moerk, 1999). In sommige gevallen kan de vijandigheid van het kind oplopen tot paranoïde vormen. Het kind denkt dat hij/zij achtervolgd wordt en is bang om vermoord te worden door de uitwonende ouder (Gardner, 2002).

De matige vorm wordt gekenmerkt door razernij. De ouder is boos door de verlating van zijn/haar partner. Hierbij is de binding met het kind gezond en voor de scheiding was de ouder een goede opvoeder, wat niet het geval is bij de ernstige vorm. Het kind is vaak disruptief en onrespectvol jegens de slachtofferouder (Rand, 1997; O’Leary & Moer, 1999).

In de lichte gevallen wil de geprogrammeerde ouder alleen zijn/haar positie veilig stellen. Herstel is hierbij makkelijker te verwezenlijken. De verstoting is relatief oppervlakkig, de kinderen zijn over het algemeen coöperatief tijdens bezoeken, maar zijn vaak kritisch en onvriendelijk jegens de slachtofferouder ( O’Leary & Moerk, 1999; Gardner, 2002).

1.1.5 Kritiek op PAS

Ondanks dat PAS veel gebruikt wordt in de literatuur is niet iedereen het eens met het werk van Gardner. Dat het kind een van de ouders afwijst zonder een aanwijsbare reden, wordt door iedereen als een probleem gezien, alleen bestaat er onenigheid over de beschrijving en benoeming ervan (Warshak, 2001). Zo voldoet volgens O’Leary en Moerk (1999) PAS niet aan de algemeen geaccepteerde definitie van een syndroom. De symptomen zijn namelijk niet specifiek genoeg en onderscheiden zich bijvoorbeeld onvoldoende van een normale verstoting die zich voordoet tijdens de meeste echtscheidingsgevallen. De meeste kinderen hebben namelijk preferenties en het is moeilijk te achterhalen of er sprake is van enige verstoting van een van de ouders (O’Leary & Moerk, 1999). Een ander kritiekpunt is dat PAS niet een stoornis is van het kind, maar het resultaat van een probleem of een stoornis van de programmerende ouder (O’Leary & Moerk, 1999). Bovendien noemt Gardner geen criterium van het aantal symptomen dat er moet voorkomen om de diagnose PAS te stellen, in tegenstelling tot de DSM-IV, waarin heel specifiek wordt aangegeven hoeveel van de symptomen het individu moet hebben om een bepaalde diagnose te krijgen (O’Leary & Moerk, 1999).

Volgens Kelly en Johnston is het model van Gardner te simplistisch omdat het andere factoren die van belang kunnen zijn worden genegeerd (Spruijt, 2007; Warshak, 2001). Verder is de aandacht te exclusief gericht op de programmerende ouder als de aanstichter van het kwaad (Spruijt, 2007; Warshak, 2001). Bovendien vinden zij dat de formulering van Gardner tot verwarring leidt en misbruikt wordt in de rechtbanken (Warshak, 2001). Om deze redenen hebben ze getracht PAS te herformuleren en spreken ze liever over oudervervreemding dan over ouderverstoting. Zij geven de volgende definitie: “Een vervreemd kind geeft vrijelijk en voortdurend uitdrukking aan onredelijke negatieve gevoelens en opvattingen (zoals boosheid, haat, verwerping en/of angst) over een ouder die disproportioneel zijn ten aanzien van de feitelijke ervaringen van het kind met die ouder ” (Spruijt, 2007).

In de definitie van Johnston en Kelly wordt de invloed van de programmerende ouder niet opgenomen. Het oudervervreemding model stelt dat alleen manipulaties van een ouder onvoldoende zijn om de vervreemding te verklaren, omdat sommige kinderen wel weerstand kunnen bieden tegen pogingen die hun liefde voor een ouder trachten te ondermijnen (Warshak, 2001). Zodoende spelen ook andere factoren een rol bij het ontstaan van oudervervreemding. Het oudervervreemding model maakt onderscheid in achtergrond factoren en interveniërende factoren. Achtergrond factoren kunnen het kind direct of indirect beïnvloeden zoals het meemaken van ouderlijke conflicten, de omstandigheden gedurende de scheiding en de cognitieve capaciteit en temperament van het kind. Interveniërende variabelen beïnvloeden de respons van het kind op de achtergrond factoren. Voorbeelden van interveniërende variabelen zijn de gedragingen van beide ouders, sibling relaties en de kwetsbaarheid van het kind (Warshak, 2001).

In de literatuur wordt dus bevestigd dat het fenomeen bestaat. Door sommige wetenschappers wordt het PAS genoemd en door anderen oudervervreemding of simpelweg het programmeerde kind (Baker en Darnall, 2007). Volgens Warshak (2001) vertonen de twee formuleringen meer overeenkomsten dan verschillen. Bovendien zijn beide modellen gebaseerd op klinische ervaringen. Beiden vinden in de literatuur steun voor enkele aspecten van hun formuleringen, terwijl beiden geen empirisch onderzoeken hebben die de validiteit van hun concept aantonen (Warshak, 2001). Een voordeel van het oudervervreemdings model is dat het zich ook richt op processen, factoren en gedragingen in het hele gezinssysteem. Voordeel van PAS is dat het concept algemeen bekend is geworden en veel heeft bijgedragen aan de literatuur omtrent dit fenomeen (Warshak, 2001). Het veelvuldig voorkomen van het concept PAS in de literatuur en de vele overeenkomsten van andere beschrijvingen met PAS, ondersteunt in feite de validiteit van PAS (Baker en Darnall, 2007; Warshak, 2001).

1.1.6 Onderzoeksresultaten omtrent de strategieën en het niveau van PAS

Ondanks de algemene consensus over het bestaan van het probleem, is er nog geen betrouwbare en valide meetinstrument van PAS (Baker en Darnall, 2007). Baker en Darnall (2007) trachten een gedetailleerde beschrijving te geven van de strategieën die de programmerende ouder gebruikt om het kind te vervreemden van de andere ouder. Uit dit onderzoek blijkt dat tussen de 80 en 98% van de ouders, waarbij sprake is van ouderverstoting, vinden dat de acht symptomen van PAS altijd of vaak aanwezig zijn bij hun kind. Er was echter sprake van diversiteit in de frequentie van deze symptomen wat ook zelfs bij de meest ernstige vorm van PAS gebleken is (Baker en Darnall, 2007).

Uit een eerder onderzoek van Baker en Darnall (2006), waarin 97 participanten deelnamen, komt naar voren dat niet alle kinderen in dezelfde mate beïnvloed worden door de programmerende ouder. Er is een samenhang gevonden tussen het niveau van PAS en de sekse en leeftijd van kinderen. Zo wordt de mate van PAS bij meisjes en oudere kinderen vaker beoordeeld als ernstig vergeleken met jongens en jongere kinderen (Baker en Darnall, 2006).

Uit een ander onderzoek van Braver, Coatsworth en Peralta (2006) komt naar voren dat er een duidelijke overeenstemming bestaat tussen kinderen en ouders over de vraag of er sprake is geweest van oudervervreemding (Spruijt, 2007). Ook blijkt dat de kinderen rapporteerden dat vaders en moeders zich ongeveer evenveel schuldig maakten aan vervreemdend gedrag (Spruijt, 2007).

In Nederland is een bevolkingsonderzoek gedaan naar de mate van voorkomen van PAS volgens echtscheidingsbemiddelaars en volgens gescheiden uitwonende ouders (Spruijt, 2007).

Volgens de resultaten van dit onderzoek komt PAS in Nederland in 33% van de gevallen in milde vorm voor en 9% van de gevallen in matige vorm. De ernstige vorm van PAS komt volgens dit onderzoek niet of nauwelijks voor. Het is namelijk bij een bevolkingsonderzoek zeer lastig om scheidingsgezinnen of kinderen te vinden die in de categorie ernstig vallen omdat er geen sprake is van een gerichte steekproef.

1.1.7 Loyaliteit

Volgens Gardner raken ouders na een scheiding vaak in een machtstrijd verwikkeld hetgeen kan leiden tot loyaliteitsproblemen bij het kind (Rand, 1997; Gardner, 2002a). Het kind zit in eerste instantie klem tussen beide ouders. Zodoende kan Loyaliteitsproblemen beschouwd worden als een indicator van PAS bij kinderen.

De begrippen loyaliteit en loyaliteitsconflict zijn afkomstig van de psychiater Ivan Boszormeny Nagy. Volgens zijn theorie bestaat er een band tussen kind en ouders. Doordat het kind zijn bestaan te danken heeft aan beide ouders kan het kind niet anders dan loyaal zijn aan hen beiden. Loyaliteit is een bindend fenomeen, waarbij dus de primaire loyaliteit bij de geboorte al ontstaat (Eerenbeemt en Oele, 1987). Dit wordt de verticale loyaliteit genoemd en kan niet worden verbroken. Wel kan ze worden ontkend. Daarnaast maakt Nagy onderscheidt in horizontale loyaliteit. Dit ontstaat als ouders het kind verzorgen en opvoeden. De primaire loyaliteit wordt dus in de loop van de jaren uitgebouwd en verdiept, waardoor in feite een verworven loyaliteit ontstaat. Horizontale loyaliteit kan in tegenstelling tot de verticale loyaliteit wel verbroken worden (Eerenbeemt en Oele, 1987).

Indien een kind het gevoel heeft te moeten kiezen tussen ouders, ontstaat er een innerlijk conflict bij het kind. Er ontstaat namelijk een kruising tussen verticale loyaliteit en horizontale loyaliteit. Terwijl het kind zijn loyaliteit uit naar een van de ouder, doet hij/zij tegelijkertijd de andere ouder tekort en andersom. Dit kan leiden tot ernstige problemen bij het kind met als gevolg dat het kind zich onttrekt aan loyaliteitsconflicten, door de kant te kiezen van de verzorgende ouder (Gardner, 2002a).

1.1.8 De gevolgen van PAS voor het functioneren van de jongere

Er is nog verbazend weinig bekend over de kinderen die een van hun ouders verstoten (Baker, 2005). In de studie van Johnston, Walters en Olesen (2005) die een onderzoek hebben gedaan naar de psychologische functioneren van vervreemde kinderen komen interessante bevindingen naar voren. Zo hebben kinderen die hun moeder of vader afwijzen, volgens ouders significant meer gedragsproblemen (Johnston et al. 2005). Ze zijn meer geneigd tot depressieve gevoelens, teruggetrokken gedrag, somatische klachten en zijn meer agressief volgens ouders. Een opvallende bevinding was dat ouders die verstoten zijn minder problemen constateren vergeleken met de niet verstootte ouder (Johnston et al. 2005).

Verder blijkt uit het onderzoek dat kinderen die vervreemd zijn van hun vader vaker onnauwkeurig zijn en onlogisch redeneren. Overigens hebben deze kinderen gebrekkige oplossingsvaardigheden vergeleken met niet vervreemde kinderen, waardoor ze bij het oplossen van problemen hulp gaan zoeken bij anderen (Johnston et al. 2005). Omdat een van de ouders emotioneel niet beschikbaar is, leidt dit bij deze kinderen wellicht tot meer stress. Er zijn ook aanwijzingen dat kinderen die vervreemd zijn van hun vader hun emoties vaak onderdrukken of ondervinden vaak intense gevoelens (Johnston et al. 2005). Op het gebied van zelfbeeld hebben kinderen die vervreemd zijn van hun moeder een zeer sterk gevoel van eigenwaarde en zijn meer geneigd tot narcisme in tegenstelling tot kinderen die vervreemd zijn van hun vader (Johsnton et al. 2005).

Uit een onderzoek van Baker (2005) waarin 38 volwassenen werden geïnterviewd die als kind een ouder hebben verstoten, komen zeven hoofddomeinen van functioneren naar voren welke beïnvloed zijn door het beleven van ouderverstoting. De meeste participanten lijden aan lage zelfwaardering, gebrek aan (zelf)vertrouwen, depressie, drugs en/of alcohol misbruik, verstoting door eigen kinderen en echtscheiding. Volgens dit onderzoek is een lage zelfwaardering mogelijk het gevolg van de internalisatie van de haat jegens de slachtoffer ouder. Het kind voelt dat de ‘slechte’ ouder een deel van hem/haar is waardoor het denkt dat zij/hij ook ‘slecht’ moet zijn. De afwijzing van de slachtoffer ouder door de programmerende ouder wordt door het kind ervaren als afwijzing van het deel van het kind dat op het slachtoffer ouder lijkt, zoals fysiek en karakter. Dit fenomeen is vooral terug te zien bij kinderen die de ouder verstoten van dezelfde sexe. Bovendien vertelt de programmerende ouder het kind vaak dat de andere ouder het kind niet wil en niet van ze houdt, waardoor het kind zelf-haat ontwikkelt (Baker, 2005). Ondanks de verstoting kan het kind verlies ervaren, waardoor gevoelens van depressie kunnen optreden. Om van hun gevoelens van pijn en verlies te ontsnappen, is de kans groot dat deze kinderen later in hun leven ernstige problemen met drugs en/of alcohol krijgen (Baker, 2005).

Zelfvertrouwen en vertrouwen in anderen is tevens een belangrijk thema dat naar voren komt in het onderzoek van Baker (2005). Zo hebben vrouwen problemen met het vertrouwen van een man, omdat zij al een slechte ervaring hebben gehad met de eerste man (vader) in hun leven.

Verder is de kans groot dat kinderen die hun ouders hebben verstoten later door hun eigen kinderen verstoot worden. Er wordt beweerd dat de programmerende ouders zelf een conflictueuze en/of een slechte relatie hadden met hun eigen ouders (Baker, 2005). Uit dit onderzoek blijkt verder dat bij degenen die in hun jeugd een ouder hebben verstoot, de echtscheidingscijfers boven het gemiddelde liggen. Andere effecten van ouderverstoting die door een aantal participanten werden genoemd zijn; problemen met identiteit, geen kinderen willen uit angst voor afwijzing, weinig succeservaringen, boosheid over de verloren tijd met de verstoten ouder (Baker, 2005).

1.1.9 De gevolgen van loyaliteitsproblemen voor het functioneren van de jongere

Onderzoek naar loyaliteitsproblemen bij kinderen heeft aangetoond dat de gevolgen van echtscheiding vooral ernstig zijn wanneer er sprake is van loyaliteitsproblemen (Buchanan, Maccoby en Dornbusch, 1991). Aan het onderzoek van Bucanan et al. (1991) hebben 552 kinderen tussen de leeftijd 10 en 18 jaar deelgenomen. Zij zijn 4 ½ jaar na de echtscheiding van hun ouders telefonisch geïnterviewd. Uit de resultaten blijkt dat wanneer er sprake is van een goede band tussen ouders en kind er minder sprake is van loyaliteitsproblemen. Als verklaring hiervoor wordt genoemd dat bij een goede band tussen ouder en kind dikwijls sprake is van betrokken ouders. Wanneer ouders betrokken zijn is er vaak minder sprake van loyaliteitsproblemen (Burchanan et al, 1991).

Er is een sterke samenhang gevonden tussen de mate van loyaliteitsproblemen bij het kind en de mate van ruzie tussen ouders (Buchanan et al, 1991; Spruijt, 2007). Tevens rapporteerden oudere kinderen vaker loyaliteitsproblemen dan jongere kinderen. Mogelijk omdat oudere kinderen beter beseffen wat er gaande is en vaak worden gebruikt door ouders. Het kind moet bijvoorbeeld boodschappen van de ene ouder naar de andere ouder overbrengen en andersom.

Dit leidt ertoe dat het kind het gevoel krijgt klem te zitten tussen beide ouders (Buchanan et al., 1991). Verder blijkt uit het onderzoek dat meisjes meer loyaliteitsproblemen ervaren dan jongens. Ook is gebleken dat hoe meer er sprake is van loyaliteitsconflicten, des te meer kinderen last hebben van geïnternaliseerde problemen. Zo zijn jongeren die loyaliteitsproblemen ervaren vaker depressief en angstig (Buchanan et al, 1991).

Zoals uit voorgaande blijkt, zijn er in Nederland nog erg weinig onderzoeken verricht over ouderverstoting. Het is interessant om te kijken of de resultaten die uit onderzoeken in de VS naar voren komen ook voor de Nederlandse situatie gelden. In de volgende paragraaf zal aan de orde komen waar het in dit onderzoek om gaat.


1.2 Deze studie

1.2.1 Probleemstelling

Met dit onderzoek wordt nagegaan in hoeverre ouderverstoting voorkomt in Nederland en wat de kenmerken en de eventuele gevolgen van ouderverstoting is. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan loyaliteitsproblemen bij jongeren. De aanwezigheid van loyaliteitsproblemen is namelijk een indicator van PAS bij jongeren. In tegenstelling tot voorgaande onderzoeken wordt dus in dit onderzoek het probleem ouderverstoting vanuit zowel ouders als jongeren bekeken.

Het onderzoek zal een kennisbijdrage leveren aan het oplossen van praktische problemen en een aanleiding zijn voor nader onderzoek omtrent dit fenomeen. Er is in Nederland namelijk nog erg weinig bekend over dit fenomeen, terwijl het aantal kinderen dat na de ouderlijke scheiding geen contact meer heeft met een van de ouders vrij hoog is. Ouderverstoting heeft negatieve gevolgen voor zowel het kind als de ouders. De gevolgen mogen niet onderschat worden en er dient meer onderzoek naar gedaan te worden. Wanneer meer bekend is over dit verschijnsel, kan de problematiek op een goede manier aangepakt worden. De verkregen kennis kan oplossingen bieden, die van belang zijn bij het voorkomen van eventuele probleemsituaties met betrekking tot kinderen en jongeren.

1.2.2 Vraagstelling

Op basis van de probleemstelling wordt de volgende vraagstelling opgesteld: “In hoeverre komt ouderverstoting voor in Nederland en wat zijn daarvan de kenmerken en gevolgen voor het functioneren van de jongere?

Er zijn drie onderzoeksvragen opgesteld, welke weer onderverdeeld zijn in deelvragen:

1. Hoe vaak komt ouderverstoting voor in Nederlandse scheidingsgezinnen?

2. Wat zijn de kenmerken van ouderverstoting?

2.1. Wat is de samenhang tussen de mate van ouderlijke conflicten voor en na de scheiding en ouderverstoting?

2.2. Wat is de samenhang tussen de mate van betrokkenheid van ouders en ouderverstoting?

2.3. Wat is de samenhang tussen de mate van ouderlijke conflicten voor en na de scheiding en loyaliteitsproblemen bij het kind?

2.4. Wat is de samenhang tussen de mate van betrokkenheid van ouders en loyaliteitsproblemen bij het kind?

3. Wat zijn de gevolgen van ouderverstoting voor het functioneren van de jongere?

3.1. Wat is de samenhang tussen ouderverstoting/loyaliteitsproblemen en algemeen welbevinden?

3.2. Wat is de samenhang tussen ouderverstoting/loyaliteitsproblemen en zelfwaardering?

3.3. Wat is de samenhang tussen ouderverstoting/loyaliteitsproblemen en depressie?

3.4. Wat is de samenhang tussen ouderverstoting/loyaliteitsproblemen en angst?

3.5. Wat is de samenhang tussen ouderverstoting/loyaliteitsproblemen en agressie?

In de onderzoeksvragen wordt uitgegaan van een causaal verband, welke in figuur 1 wordt weergegeven.

1.2.3 Hypothesen

Ed Spruijt (2005) bevestigt met zijn onderzoek dat ouderverstoting wel voorkomt in Nederland. De milde vorm blijkt het meest te voorkomen gevolgd door matige vorm van ouderverstoting. De ernstige vorm van ouderverstoting komt niet of nauwelijks voor volgens de bevindingen van zijn onderzoek. Uit de literatuur is verder bekend dat ouderverstoting een gevolg is van de machtstrijd tussen ouders na een echtscheiding (Gardner, 1998). De conflicten tussen ouders leiden tot loyaliteitsproblemen bij het kind die partij moet kiezen voor een van de ouders.

Hierbij is de rol van de uitwonende ouder ook van belang. Een passieve uitwonende ouder heeft een grotere kans op verstoting (Gardner, 2002). De vraag bestaat nog wel steeds hoe het komt dat niet alle kinderen hun ouders verstoten ondanks hun programmerende ouder.

Mogelijk spelen ook andere factoren een rol, zoals de mate van ouderlijke conflicten voor en na de scheiding en de betrokkenheid van ouders. De verwachting is dat hoe minder conflicten tussen ouders hoe kleiner of minder ernstiger de ouderverstoting en loyaliteitsproblemen bij het kind zullen zijn. Tevens zal de kans op ouderverstoting en loyaliteitsproblemen kleiner zijn wanneer er sprake is van betrokken ouders.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat ouderverstoting ernstige gevolgen heeft. In dit onderzoek zal enkel gekeken worden naar de aspecten, algemeen welbevinden, zelfwaardering, depressie, angst en agressie. De verwachting is dat jongeren op deze aspecten meer problemen zullen ervaren in tegenstelling tot jongeren waarbij geen sprake is van ouderverstoting.

Naar aanleiding van de onderzoeksvragen en de literatuurstudie zijn de volgende hypothesen opgesteld:

1. Ouderverstoting komt voor in Nederlandse echtscheidingsgezinnen.

2. Er is een positieve samenhang tussen de mate van ouderlijke conflicten met zowel ouderverstoting als loyaliteitsproblemen bij het kind.

3. Er is een negatieve samenhang tussen de mate van betrokkenheid ouders met zowel ouderverstoting als loyaliteitsproblemen bij het kind.

4. Er is een positieve samenhang tussen de aspecten depressie, angst, agressie, delinquentie met zowel ouderverstoting als loyaliteitsproblemen .

5. Er is een negatieve samenhang tussen de aspecten algemeen welbevinden, zelfwaardering met zowel ouderverstoting als loyaliteitsproblemen.


2. Methoden

2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk zal ingegaan worden op de methodische karakterisering van het onderzoek. Voor deze studie is een survey-onderzoek uitgevoerd, waarbij de data van eerdere onderzoeken gebruikt zijn. Deze scheidingsgezinnen zijn geworven in het kader van het onderzoek “Gezinnen en scheiding” uitgevoerd door Dr. I. van der Valk en in het kader van het onderzoek “Jongeren en gezinnen” onder leiding van Dr. A.P. Spruijt. De eenheden van dit onderzoek zijn adolescenten, vaders en moeders uit recente scheidingsgezinnen. Het onderzoek dat uitgevoerd wordt is exploratief, omdat er in Nederland nog erg weinig bekend is over PAS.

2.2 Procedure

Bij het onderzoek “Gescheiden Gezinnen” betreft het een selecte steekproef: de eenheden worden niet op toevalsbasis uit de populatie getrokken, maar gericht gezocht/benaderd via bepaalde trajecten. Het steekproefkader wordt gevormd door de volgende trajecten:

– Drie regio’s van de Raad voor de Kinderbescherming: Utrecht, Den Bosch en Arnhem.

Hiervan zijn alle scheidingsgezinnen benaderd waarbij de afgelopen twee jaar een omgangsonderzoek door de Raad plaatsvond en sprake is van een kind tussen 12 en 18 jaar.

Advocaten en mediators die zijn aangesloten bij de VFAS (Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsbemiddelaars). Zij hebben folders over het onderzoek uitgedeeld aan scheidingsgezinnen.

– KIES (Kinderen In Echtscheidings Situaties). Een interventieprogramma voor kinderen na scheiding. De leiders van dit programma hebben adressen verstrekt van scheidingsgezinnen en deze hebben folders thuisgestuurd gekregen.

– De volgende sites op internet zijn benaderd: www.ouderalleen.nl / www.1ouder.nl / www.kinderenvangescheidenouders.nl.

Het onderzoek “jongeren en gezinnen” betreft een aselecte steekproef. Op een twintigtal scholen zijn klassikaal door jongeren vragenlijsten ingevuld. Van dit onderzoek worden enkel de gescheiden gezinnen gebruikt.

2.3 Steekproef

De steekproef van het onderzoek “Gezinnen en scheiding“ bestaat uit ongeveer 110 gezinnen die bestaan uit jongeren tussen 12-18 jaar, vader en moeder, waar de afgelopen jaren een echtscheiding heeft plaatsgevonden of nog gaande is. Hierbij zijn er ongeveer evenveel conflictueuze als niet-conflictueuze scheidingsgezinnen aanwezig. Het totaal aantal jongeren in dit onderzoek is N=110 en het totaal aantal ouders is N = 165.

De steekproef van het onderzoek “Jongeren en gezinnen” dat plaats vond in het kader van de bachelorthesis bestaat uit 1632 jongeren in de leeftijd van 12 tot 16 jaar vanuit verschillende schooltypes, waarvan 1342 jongeren uit intacte gezinnen en 290 jongeren uit gescheiden gezinnen komen. Van dit dataset zijn alleen de jongeren uit gescheiden gezinnen gebruikt. De totaal aantal jongeren in dit onderzoek is N = 290.

De totale steekproef van het huidig onderzoek bestaat in totaal uit N= 165 ouders en N= 400 jongeren.

2.4 Meetinstrumenten

PAS

Ouderverstoting wordt gemeten aan de hand van de PAS vragenlijst dat door Ed Spruijt verkort, vertaald en bewerkt is (Spruijt, 2004). De vragenlijst is afgeleid van de theorie van Gardner over het PAS en bestaat uit 11 items, waarop ouders met ‘niet’, ‘een enkele keer’, ‘meerdere keren’ en ‘vaak’ beantwoorden. Voorbeeld items uit deze vragenlijst zijn: ‘Bent u het wel eens tegengekomen dat uw ex-partner zegt dat uw kind voortdurend hatelijke opmerkingen maakt over u?’ of ‘ Bent u het wel eens tegengekomen dat uw kind, wat u ook doet, het altijd als fout bestempelt?’. Betrouwbaarheidsanalyse geeft voor de totale schaal PASmoeder (α = .84) een hoge betrouwbaarheid weer. Aangezien de vragenlijst uit twee onderdelen bestaat, namelijk wat vader/moeder vindt over het kind en wat vader/moeder vindt over ex-partner, is een factoranalyse uitgevoerd. Hieruit komt inderdaad naar voren dat de vragenlijst verdeeld kan worden in twee schalen, namelijk PASmoeder over kind (α = .82), PASmoeder over ex (α = .85) waarvan de betrouwbaarheden redelijk hoog zijn. Ook voor de totale schaal PASvader (α = .91) geeft de betrouwbaarheidsanalyse een zeer hoge betrouwbaarheid weer. Voor de schalen PASvader over kind (α = .90) en PASvader over ex (α = .86) geldt eveneens een hoge betrouwbaarheid.

Loyaliteitsproblemen

Ouderverstoting bij het kind wordt gemeten aan de hand van drie items die een indicatie zijn van loyaliteitsproblemen bij het kind. De drie items zijn; ‘ik voel mij vaak tussen mijn ouders in staan’, ‘ik heb het gevoel dat ik partij moet kiezen’ en ‘ik heb het gevoel dat mijn ouders aan mij trekken’. De antwoordmogelijkheden bij de betreffende items zijn, ‘onwaar’, ‘min of meer onwaar’, ‘niet waar/niet onwaar’, ‘min of meer waar’ en ’waar’. Uit de betrouwbaarheidsanalyse blijkt dat de betrouwbaarheid van deze schaal matig is (α = .62). Echter de items correleren wel hoog met elkaar. De correlaties variëren namelijk van .25 tot .50.

Ouderlijke conflicten

De mate van ouderlijke conflicten wordt gemeten aan de hand van een aangepaste versie van Conflict Awareness (Grych en Fincham, 1993). De vragenlijst bestaat uit 10 items, waarvan 5 items over de situatie voor de scheiding gaan en 5 items over de situatie na de scheiding. Een voorbeeld van een vraag die erin voorkomt is: ‘Hoe vaak maakten je ouders – voorzover je weet – ruzie over de opvoeding?’. De antwoordmogelijkheden op de items zijn: ‘nooit’, ‘zelden’, ‘soms’, ‘vaak’ en ‘voortdurend’. De betrouwbaarheidcoëfficiënt voor de schaal conflicten voor de scheiding is α = .86 en voor de schaal conflicten na de scheiding is α = .85, wat inhoudt dat de betrouwbaarheden hoog zijn.

Betrokkenheid ouders

De betrokkenheid van de ouder bij de opvoeding wordt gemeten aan de hand van de Nonresidential Parent-Child Involvement scale (NPCI) die vertaald is door Inge van de Valk (Ahronds, 1982,1983). De ouder geeft aan in hoeverre hij betrokken is in bijvoorbeeld de opvoeding, het vieren van feestdagen en school. De antwoordmogelijkheden op items zijn: ‘helemaal niet’, ‘niet’, ‘een beetje’, ‘veel’ en ‘heel veel’. Zowel de schaal betrokkenheid moeder als vader geven een betrouwbaarheidscoëfficiënt van α = .99.

Algemeen welbevinden

Het algemeen welbevinden wordt gemeten aan de hand van de Cantrill ladder (Cantrill, 1965). Het kind geeft door middel van een cijfer te omcirkelen aan hoe hij zich voelt. Een “10” betekent dat het erg goed gaat met het kind, een “1” betekent dat het erg slecht gaat met het kind.

Zelfwaardering

Zelfwaardering van de jongere wordt gemeten aan de hand van de Rosenberg self-esteem scale (RSE; Rosenberg, 1965). De schaal bestaat uit 10 items, waarop met ‘helemaal mee eens’, ‘mee eens’, ‘oneens’ en ‘helemaal mee oneens’, beantwoord kan worden. Een voorbeeld item van de RSE is: “ Over het algemeen ben ik tevreden over mezelf”. Betrouwbaarheidsanalyse geeft een betrouwbaarheid van α = .85.

Depressie

Depressie wordt gemeten met de Childrens Depression Inventory (CDI) die uit 27 items bestaat, m aar voor dit onderzoek slechts 10 items zijn geselecteerd. Voorbeeld items uit deze vragenlijst zijn: ‘ik ben de hele tijd verdrietig’, ‘het zal nooit goed met mij aflopen’. Er zijn drie antwoordcategorieën, namelijk ‘niet waar’, ‘een beetje waar’ en ‘erg waar’. Betrouwbaarheidsanalyse geeft een α = .90 voor de CDI.

Angst

De variabele angst wordt gemeten aan de hand van The Screen for Child Anxiety Related Disorders-Revised (SCARED-R; Muris en Steerneman, 2001). De vragenlijst bestaat uit vier subschalen; paniekaanval, sociale fobie en separatie-angststoornis en een totale schaal. Er zijn in totaal 9 items geselecteerd uit het totale instrument, waarbij vragen als, ‘ik ben zenuwachtig’, ‘ik vind het moeilijk om met mensen te praten die ik niet ken’, ‘ik maak me zorgen over de toekomst’, in voor komen en waarbij de antwoorden ‘bijna nooit’, ‘soms’ of ‘vaak’ gegeven kunnen worden. Ook voor dit instrument geldt een hoge betrouwbaarheid (α =.82).

Agressie

De mate van agressief gedrag wordt gemeten aan de hand van The Direct and Indirect Agression Scales. De vragenlijst bestaat uit 12 items. Voorbeeld items uit deze vragenlijst zijn: ‘Als jij boos of kwaad bent op iemand in je klas, wat doe je dan?. ik probeer de ander belachelijk te maken / ik vertel roddels over de ander / ik scheld de ander uit’. De antwoordmogelijkheden zijn: ‘nooit’, ‘soms’, ‘vaak’ en ‘heel vaak’. Er is een betrouwbaarheid van α = .91 gevonden voor deze vragenlijst.


3. Resultaten

3.1 Deelnemers

Aan het onderzoek hebben in totaal N = 400 jongeren deelgenomen, bestaande uit 191 jongens (48%) en 209 meisjes (52%). De leeftijd van de jongeren varieert tussen 11 en 18 jaar (M = 13.7; SD = 1.16). In 13 % (N = 52) van de gevallen had het kind een niet Nederlandse achtergrond.

Naast de jongere hebben in totaal N = 156 ouders deelgenomen aan het onderzoek bestaan uit N = 95 moeders (61%) en N= 61 vaders (39%).

24 % ( N = 101) van de jongeren heeft helemaal geen contact met hun vader terwijl slechts 3 % ( N = 13) van de jongeren geen contact met moeder heeft. Gemiddeld verblijft 7 % ( N = 29) van de jongeren alleen bij vader en 33% (N=141) bij moeder.

In Tabel 1 worden de algemene gegevens van de respondenten nader weergegeven.

3.2 Ouderverstoting in Nederland

In deze paragraaf zal getracht worden antwoord te geven op de vraag hoe vaak ouderverstoting in Nederlandse echtscheidingsgezinnen voorkomt. Zoals eerder vermeld, wordt ouderverstoting gemeten aan de hand van de verkorte PAS vragenlijst dat door Ed Spruijt (2004) is vertaald en bewerkt. Deze vragenlijst is echter alleen door ouders ingevuld. Om ook een beeld te krijgen over hoe jongeren denken wat betreft ouderverstoting zijn de loyaliteitsproblemen bij jongeren gemeten.

PAS

De PAS vragenlijst bestaat uit een aantal vragen die over het kind gaan en een aantal vragen die over ex-partner gaan. Door middel van de factoranalyse blijkt dat de PAS schaal opgesplitst kan worden in twee schalen, namelijk wat vader/moeder vindt over het kind en wat vader/moeder vindt over ex-partner.

Uit de resultaten blijkt dat gemiddeld genomen vaders vaker denken dat er sprake is van ouderverstoting ( M = 1.83; sd = .82) dan moeders (M = 1.54; sd = .55). Dit verschil is echter niet significant ( t = -.53; df = 18; p = .59). Bovendien denken vaders vaker dat ex-partner aan partnerverstoting doet ( M = 1.91; sd = .90) dan moeders ( M= 1.47; sd = .70). Ook dit verschil is echter niet significant ( t =.25 ; df = 18; p = .81).

De gemiddelden en de standaarddeviaties voor de schalen berekend zijn weergegeven in Tabel 2.

Om de vraag te kunnen beantwoorden hoe vaak ouderverstoting voorkomt in Nederlandse echtscheidingsgezinnen wordt als eerst gekeken naar de gemiddelden per item. Aan de hand van dit gegeven wordt een beeld gevormd over welke items vaak of minder vaak voorkomen.

Dit gegeven wordt gepresenteerd in Tabel 3 en Tabel 4.

Het blijkt dat vaders bij de schaal PAS kind gemiddeld hoog scoren op de items ‘alleen positief praat over de andere ouder’ en ‘totaal geen schuldgevoelens lijkt te hebben’. Moeders scoren het hoogst op de item ‘zich na de scheiding begon terug te trekken van u’. Het valt op dat het gemiddelde score op alle items bij vaders hoger ligt dan bij moeders.

Wat betreft de schaal PAS ex-partner blijkt uit Tabel 4 dat vaders gemiddeld hoog scoren op de items ‘uw tekortkomingen overdrijft’ en ‘alle herinneringen aan u uit huis haalt’. Tevens is uit Tabel 4 af te leiden dat moeders evenals vaders het hoogste gemiddelde score heeft op de item ‘uw tekortkomingen overdrijft’.

Om een uitspraak te kunnen doen over de mate van PAS in Nederland zij er op itembasis vier categorieën gemaakt, namelijk niet, mild, matig en ernstig. De gegevens worden weergegeven in de onderstaande Tabel.

De resultaten laten zien dat PAS voorkomt in Nederland. Slechts 36% van de moeders en 28% van de vaders vinden dat er geen sprake is van PAS. De milde vorm van PAS komt het vaakst voor bij zowel vaders (45%) als bij moeders (49%). De matige vorm komt volgens vaders in 6 % van de gevallen voor en volgens moeders in 5 % van de gevallen. In 21 % van de gevallen komt volgens vaders de ernstige vorm van PAS voor en volgens moeders in 10% van de gevallen.

Loyaliteit

In Tabel 2 is tevens af te lezen dat de schaal loyaliteit – zoals gemeten bij de jongere – een gemiddelde score heeft van 2.11 en een standaardafwijking van 1.18. Gemiddeld genomen scoren de meisjes hoger ( M = 2.57; sd = .086) dan jongens (M = 2.29; sd = .084). Dit verschil is tevens statistisch significant ( t = -2.28; df = 38; p < .05). Er kan geconcludeerd worden dat meisjes meer loyaliteitsproblemen ervaren dan jongens.

Correlatie PAS en Loyaliteit

Wanneer naar de correlatie tussen de schalen PAS en loyaliteit wordt gekeken, die in Tabel 6 wordt weergegeven, blijkt dat er sprake is van een significante positieve correlatie tussen loyaliteit en PAS moeder ( r = .25; p < .05). Hierbij valt op dat loyaliteit enkel significant correleert met de schaal PAS moeder over kind. Hoe hoger moeder scoort op PAS kind, hoe meer loyaliteitsproblemen het kind zal ervaren. Wanneer uitgesplitst wordt naar geslacht kan er voor zowel jongens als meisjes geen significante verband aangetoond worden.

3.3 Kenmerken van ouderverstoting en loyaliteitsproblemen

In deze paragraaf zal er geanalyseerd worden of ouderlijke conflicten en de mate van betrokkenheid van ouders samenhangen met PAS en loyaliteitsproblemen. Er wordt in feite gekeken of deze variabelen beschouwd kunnen worden als kenmerken van ouderverstoting.

Als eerst zijn de gemiddelden en de standaarddeviaties voor de schalen berekend, hetgeen in Tabel 7 wordt weergegeven. Voor de schaal ouderlijke conflicten voor de scheiding is een gemiddelde score gevonden van 2.13 met een standaarddeviatie van .94. De schaal ouderlijke conflicten na de scheiding heeft een gemiddelde score van 2.79 en een standaarddeviatie .99. De gemiddelde score voor betrokkenheid moeder (M= .4.43; sd = .97) is hoger dan de gemiddelde score voor betrokkenheid vader ( M = .3.23; sd = 1.57). Dit verschil is niet significant ( t = 1.77; df = 20; p = .092).

Ouderlijke conflicten en PAS

Uit Tabel 8 is af te leiden dat ouderlijke conflicten voor de scheiding samenhangt met hoe moeder over ex-partner oordeelt ( r = .24; p < .01). Hoe meer ouderlijke conflicten voor de scheiding hoe hoger de score van moeder over PAS ex-partner. Ook bij vader is er sprake van een positieve samenhang tussen ouderlijke conflicten voor de scheiding en PAS ex-partner, maar is er geen significante resultaat gevonden. Wat betreft ouderlijke conflicten na de scheiding zijn er geen verbanden gevonden met de PAS schalen.

Ouderlijke conflicten en loyaliteit

Ouderlijke conflicten voor (r = .33; p < .01) en na de scheiding (r = .42; p < .01) correleren relatief sterk met loyaliteitsproblemen bij het kind. Dit betekent dat hoe meer conflicten tussen ouders, hoe meer loyaliteitsproblemen het kind voor en na de scheiding ervaart.

Wanneer gekeken wordt naar de correlatie tussen de schalen voor het functioneren van meisjes en jongens apart valt op dat er bij jongens een minder sterke samenhang bestaat ( r = .19; p < .05) tussen loyaliteitsproblemen en ouderlijke conflicten voor de scheiding in tegenstelling tot de meisjes waarbij een relatief sterke samenhang is gevonden ( r = .44; p < .01). Hieruit kan afgeleid worden dat meisjes meer last hebben van conflicten voor de scheiding dan jongens. Na de scheiding is er voor zowel jongens ( r = .38; p < .01) als meisjes ( r = .44; p < .01) een relatief sterke samenhang gevonden met loyaliteitsproblemen.

Betrokkenheid ouders en PAS

Ook is er gekeken naar de samenhang tussen de mate van betrokkenheid en ouderverstoting. Uit Tabel 8 kan afgeleid worden dat er veel correlaties boven .20 zijn, maar door de kleine steekproef er slecht een aantal resultaten significant zijn. Uit de resultaten blijkt dat er een negatieve samenhang bestaat tussen betrokkenheid moeder en PAS moeder over kind (r = -.42; p < .01). Moeders die minder betrokken zijn, zullen wellicht een hogere score hebben bij ouderverstoting door het kind. Dit laatste geldt ook voor vaders aangezien er een negatieve samenhang bestaat tussen betrokkenheid vader en PAS vader over kind ( r = -.46; p < .05). Ook de samenhang tussen betrokkenheid moeder en PAS moeder over ex-partner is negatief (r = -.23; p < .05) hetgeen ook voor betrokkenheid vader en PAS vader over ex-partner geldt (r = .-47; p < .01). Dus hoe hoger de mate van betrokkenheid ouders hoe minder negatief ouders over ex-partner oordelen.

Betrokkenheid ouders en loyaliteit

Verder blijkt uit de resultaten dat er een negatieve samenhang bestaat tussen betrokkenheid moeder en loyaliteitsproblemen bij het kind ( r = -.24; p < .05). Met andere woorden, hoe minder betrokken de moeder is hoe meer loyaliteitsproblemen het kind rapporteert. In tegenstelling tot de betrokkenheid moeder hangt de mate van betrokkenheid vader niet samen met loyaliteitsproblemen bij het kind.

3.4 Gevolgen van ouderverstoting en loyaliteitsproblemen

Uit literatuur is naar voren gekomen dat ouderverstoting en loyaliteitsproblemen ernstige gevolgen kan hebben voor het kind. In deze paragraaf zal een aantal aspecten van het functioneren van de jongere worden onderzocht, zoals algemeen welbevinden, zelfwaardering, depressie, angst en agressie. De resultaten worden weergegeven in Tabel 9.

PAS

Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat alleen PAS moeder significant samenhangt met depressie bij jongens ( r = .36; p < .05). Hoe meer moeder van mening is dat zij verstoten wordt door haar zoon hoe meer kans hij heeft op een depressie. Bij meisjes is dit verband tevens sterk, maar niet significant ( r = .27).

Verder correleert agressie bij meisjes redelijk hoog ( r = .26; p > .05) met PAS volgens vader, maar ook dit verband is niet significant.

Loyaliteit

Het blijkt dat er een negatieve samenhang bestaat tussen algemeen welbevinden en loyaliteit bij het kind, welke significant is ( r = -.24; p < .01). Dit betekent dat hoe meer loyaliteitsproblemen de jongere ervaart hoe lager het algemeen welbevinden is. Dit geldt voor zowel jongens ( r = -.22; p < .01) als meisjes ( r = .-24; p < .01).

Uit Tabel 9 is verder af te leiden dat loyaliteitsproblemen bij het kind negatief samenhangt met zelfwaardering (r = -.19; p < .01). Wanneer echter gesplitst wordt naar geslacht, zien we bij meisjes een relatief sterke negatieve samenhang ( r = -.23; p < .05) tussen loyaliteitsproblemen en zelfwaardering. Bij jongens zien we in tegenstelling tot meisjes een zeer zwakke samenhang, hetgeen niet significant is. Zodoende heeft loyaliteitsproblemen enkel bij meisjes gevolgen voor de zelfwaardering. Hoe meer loyaliteitsproblemen meisjes ervaren hoe lager de zelfwaardering van meisjes mogelijk zal zijn. Verder blijkt dat meisjes meer kans oplopen tot depressie wanneer er sprake is van loyaliteitsproblemen. Er is een significante samenhang gevonden tussen depressie en loyaliteitsproblemen bij meisjes ( r = .25; p < .01).

Wat betreft angst kan uit Tabel 9 afgeleid worden dat het relatief sterk samenhangt met loyaliteitsproblemen bij zowel jongens ( r = .22; p < .01) als meisjes ( r = .27; p < .01). Er kan geconcludeerd worden dat loyaliteitsproblemen bij het kind wellicht leidt tot angstige kinderen.

Als laatst blijkt uit deze studie dat agressie niet significant samenhangt met loyaliteitsproblemen of tot verstoten van ouders. Wel correleert agressie bij meisjes redelijk hoog ( r = .26) met ouderverstoting volgens vader, maar is echter niet significant.


4. Conclusie en discussie

In dit onderzoek is gekeken in hoeverre ouderverstoting voorkomt in Nederland en wat daarvan de kenmerken zijn en de gevolgen voor het functioneren van de jongere. Hierbij is in tegenstelling tot eerdere onderzoeken in Nederland tevens aandacht besteed aan loyaliteitsproblemen bij jongeren. Aanwezigheid van loyaliteitsproblemen is namelijk een indicator van PAS bij jongeren. In dit onderzoek zijn dus zowel ouders als jongeren betrokken.

Om antwoord te kunnen geven op de centrale vraagstelling van dit rapport, zullen allereerst de resultaten van onderzoeksvragen worden besproken.

Op de eerste onderzoeksvraag namelijk, hoe vaak ouderverstoting voorkomt in Nederlandse echtscheidingsgezinnen, is uit het onderzoek naar voren gekomen, dat gemiddeld genomen vaders vaker denken dat er sprake is van ouderverstoting ten opzichte van moeders. Helaas is dit verschil, mogelijk door de kleine steekproef ( N = 19) en de lage power, niet significant bevonden. Ook in de literatuur komt naar voren dat vaders vaak de slachtofferouders zijn (Gardner, 2002ab). Een verklaring voor waarom vaders vaker vinden dat er sprake is van ouderverstoting heeft wellicht te maken met hoeveel contact ze hebben met hun kind. Uit Tabel 1 komt namelijk naar voren dat vaders veel minder contact hebben met hun kinderen in tegenstelling tot moeders. Ook wanneer per item wordt gekeken naar de gemiddelde scores van vaders en moeders op de schaal PAS, scoren vaders op alle items gemiddeld hoger dan moeders. Over de mate waarin PAS voorkomt in Nederland verschillen de ouders ook van elkaar. Uit de resultaten blijkt namelijk dat de mate van ouderverstoting volgens vaders in 45 % van de gevallen mild, 6 % matig en in 21% van de gevallen ernstig te noemen is. Daarentegen geven 28 % van de vaders aan dat er geen sprake is van ouderverstoting. Volgens moeders betreft het in 49% van de gevallen een milde vorm, 5 % matig en 10% een ernstige vorm. 36 % van de moeders vindt dat er geen sprake is van PAS.

Deze resultaten lijken tegenstrijdig met de bevindingen van het onderzoek van Ed Spruijt en zijn collega’s (2005). Uit het onderzoek van Ed Spruijt en collega’s (2005) kwam immers naar voren dat PAS wel voorkomt in Nederland, maar dat de ernstige vorm niet of nauwelijks voorkomt. Het hoge percentage van de ernstige vorm van ouderverstoting in dit onderzoek kan mogelijk verklaard worden doordat het in dit onderzoek alleen recente scheidingsgezinnen betreft.

Als indicator voor ouderverstoting volgens jongeren, zijn de loyaliteitsproblemen gemeten. Hieruit komt naar voren dat hoe meer moeder denkt dat het kind de moeder verstoot des te meer loyaliteitsproblemen het kind zal ervaren. Vermoedelijk is het kind kwetsbaarder voor loyaliteitsproblemen wanneer het gaat om moeder die zich verstoten voelt, daar het kind vaker bij moeder verblijft. Verder komt naar voren dat meisjes meer loyaliteitsproblemen ervaren dan jongens. Dit gegeven komt ook terug in de literatuur (Buchanan et al., 1991).

Op de tweede onderzoeksvraag wat zijn de kenmerken van ouderverstoting is uit het onderzoek naar voren gekomen dat zowel ouderlijke conflicten voor en na de scheiding als de mate van betrokkenheid van ouders belangrijke kenmerken zijn van ouderverstoting.

Ouderlijke conflicten voor de scheiding hangen samen met hoe moeder over ex-partner oordeelt. Dit betekent dat hoe meer sprake is van ouderlijke conflicten voor de scheiding, hoe meer de moeder van mening is dat er partnerverstoting plaatsvindt door ex-partner. Ouderlijke conflicten voor de scheiding correleert tevens hoog met hoe vader oordeelt over ex-partner, echter is deze samenhang niet significant gevonden. Verder is er geen samenhang gevonden tussen ouderlijke conflicten na de scheiding en PAS.

Wat de samenhang tussen ouderlijke conflicten en loyaliteitsproblemen betreft, ervaren jongeren meer loyaliteitsproblemen, wanneer ouders zowel voor als na de scheiding veel conflicten hebben. Dit is tevens in overeenstemming met eerdere onderzoeken (Buchanan et al., 1991; Spruijt, 2007), waarin een sterke samenhang is aangetoond tussen de mate van loyaliteitsproblemen bij het kind en de mate van ruzie tussen ouders. Verder blijkt uit de resultaten van dit onderzoek dat met name meisjes meer last hebben van conflicten voor de scheiding ten opzichte van jongens.

Over de mate van betrokkenheid kan gezegd worden dat hoe minder betrokken de ouders zijn hoe meer ouders van mening zijn dat er sprake is van ouderverstoting door het kind. Uit resultaten blijkt overigens dat betrokken ouders minder negatief zijn over hun ex-partner.

Verder laten resultaten zien dat alleen de betrokkenheid van moeder samenhangt met loyaliteitsproblemen bij het kind. Hoe betrokken de moeder is hoe minder loyaliteitsproblemen het kind zal ervaren. In tegenstelling tot de betrokkenheid van moeder hangt de mate van betrokkenheid vader niet samen met loyaliteitsproblemen bij het kind. In het onderzoek van Buchanan en collega’s (1991) kwam naar voren dat hoe betrokken de ouders waren hoe minder sprake van loyaleitsproblemen bij kinderen was.

De derde onderzoeksvraag is ‘wat zijn de gevolgen van ouderverstoting voor het functioneren van de jongere?’ Er zijn analyses uitgevoerd naar het algemeen welbevinden, zelfwaardering, depressie, angst en agressie bij jongeren. Eerdere onderzoeken hebben aangetoond dat hoe meer loyaliteitsproblemen het kind ervaart des te meer last het van internaliserende problemen zal hebben (Spruijt, 2007). Ook de bevindingen van dit onderzoek bevestigt dit gegeven. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt namelijk dat hoe meer loyaliteitsproblemen de jongere ervaart hoe lager het algemeen welbevinden van de jongere is. Dit geldt voor zowel jongens als meisjes. Zelfwaardering heeft alleen bij meisjes een significant negatief verband met loyaliteitsproblemen. Hoe meer loyaliteitsproblemen meisjes ervaren hoe lager de zelfwaardering van meisjes mogelijk zal zijn. Uit het onderzoek van Baker (2005) kwam naar voren dat het verstoten van een ouder leidt tot lage zelfwaardering. Ook hebben meisjes meer kans op een depressie wanneer zij loyaliteitsproblemen ervaren. Er is immers een relatief sterk verband aangetoond tussen depressie bij meisjes en loyaliteitsproblemen. Bij jongens is er een relatief sterke samenhang gevonden tussen depressie en het verstoten van moeder. Voorts blijkt dat loyaliteitsproblemen tot meer angst bij zowel jongens als meisjes leidt. In de literatuur komt tevens naar voren dat jongeren met loyaliteitsproblemen meer kans hebben op depressie en angst (Buchanan et al., 1991). Agressie blijkt uit deze studie niet significant samen te hangen met PAS of loyaliteitsproblemen. Het is wel opvallend dat agressie bij meisjes redelijk hoog correleert met ouderverstoting volgens vader. Dit gegeven is niet significant. Een grotere steekproef zou wellicht meer significante resultaten leveren wat betreft de gevolgen van PAS.

Ook het gegeven dat het twee verschillende steekproeven betreft moet hierbij in acht genomen worden. Een klein aantal respondenten komen namelijk uit hetzelfde gezin.

Samenvattend bevestigt dit onderzoek dat ouderverstoting voorkomt in Nederland. Ofschoon de verschillen tussen de gemiddelden van ouderverstoting volgens vader en volgens moeder niet significant zijn bevonden, is er wel een verschil gevonden in de mate van PAS volgens ouders. De ernstige vorm van ouderverstoting komt immers twee keer zo vaak voor volgens vaders in tegenstelling tot moeders. Ook loyaliteitsproblemen bij kinderen komt voor. Het kind is met name kwetsbaarder voor loyaliteitsproblemen wanneer het gaat om moeder die zich verstoot voelt. Conflicten voor en na de scheiding als de mate van betrokkenheid van ouders zijn kenmerken van ouderverstoting. Conflicten tussen ouders leidt namelijk tot loyaliteitsproblemen bij het kind, waarbij meisjes meer last hebben van conflicten voor de scheiding in tegenstelling tot jongens. De mate van betrokkenheid hangt samen met hoe ouders denken over ouderverstoting door het kind. Namelijk, hoe minder betrokken de ouders zijn hoe meer ouders van mening zijn dat er sprake is van ouderverstoting door het kind. Verder zullen kinderen minder loyaliteitsproblemen ervaren, wanneer de mate van betrokkenheid moeder hoog is. Tot slot over het functioneren van de jongeren blijkt dat algemeen welbevinden bij zowel jongens als meisjes lager is wanneer zij loyaliteitsproblemen ervaren. Bij meisjes geldt ook een lage zelfwaardering bij loyaliteitsproblemen. Bovendien hebben meisjes in tegenstelling tot jongens meer kans op depressie wanneer zij loyaliteitsproblemen ervaren.

Loyaliteitsproblemen leiden verder tot meer angst bij zowel jongens als meisjes. Uit dit onderzoek blijkt verder dat loyaliteitsproblemen geen gevolgen heeft op de agressie van jongeren.

Om een specifieker uitspraak te kunnen doen over hoe vaak PAS voorkomt en in welke mate het in Nederland voorkomt is meer onderzoek nodig. Zo is de verdeling mild, matig en ernstig niet volgens een bepaald criterium gemaakt, aangezien in de Nederlandse literatuur nagenoeg niets te vinden is over deze verdeling. Zodoende is het niet duidelijk of deze typen inhoudelijk hetzelfde representeren als de typen die door Gardner onderscheiden worden. Daarom is het belangrijk om een goed diagnostisch meetinstrument te gebruiken waarin de verdeling in typen goed te onderscheiden is om meer duidelijkheid te verkrijgen over de ernst van het voorkomen van het PAS.

In tegenstelling tot eerdere studies zijn in dit onderzoek de loyaliteitsproblemen bij kinderen niet buiten beschouwing gelaten. Tot nu toe werd PAS alleen bij ouders of hulpverleners gemeten. In dit onderzoek zijn zowel de ouders als de jongeren betrokken. Dit heeft uiteraard enkele relevante gegevens opgeleverd. De gegevens die verkregen zijn, waren helaas niet altijd afkomstig uit één scheidingsgezin. Het aantal respondenten waarbij zowel de vader, de moeder als de jongere de vragenlijst heeft ingevuld is tamelijk klein. Veel resultaten waren daarom niet significant. Desondanks zijn er veel verbanden aangetoond. Een aanbeveling is gebruik te maken van een andere manier van dataverzameling om zowel vader, moeder als kind erin te betrekken. Zodoende zullen er meer relevante gegevens naar voren komen. Verder zijn de respondenten afkomstig uit verschillende instanties en betreffen recente scheidingsgezinnen.

Dit betekent dat de problemen bij deze gezinnen wellicht groter zijn dan gezinnen die langer gescheiden zijn. Dit kan mogelijk een verklaring zijn voor het hoge percentage ernstige vorm van ouderverstoting in dit onderzoek. Verder is het PAS in dit onderzoek vertaald met het begrip ouderverstoting, in plaats van het ouderverstotingssyndroom, aangezien er nog geen algemene erkenning is om ouderverstoting als syndroom te zien. Dit onderzoek toont tevens de gevolgen van ouderverstoting voor het functioneren van de jongere. Ook hierover is verder onderzoek aanbevolen. De resultaten laten immers zien dat het probleem niet onderschat mag worden.


Literatuur

Baker, A.J.L. (2005). The Long-term Effects of Parental Alienation on Adult Children: A Qualitative Research Study. The American Journal of Family Therapy, 33, 289-302.

Baker, A.J.L., Darnall, D. (2006). Behaviors and Strategies Employed in Parental Alienation: A Survey of Parental Experiences. Journal of Divorce & Remariagge, 45, 97-124.

Baker, A.J.L., Darnall, D.C. (2007). A Construct Study of the Eight Symptoms of Severe Parental Alienation Syndrome: A Survey of Parental Experiences. Journal of Divorce & Remarriage, 47, 55-75.

Baker, A.J.L. (2007). Knowledge and Attitudes About the Parental Alienation Syndrome: A Survey of Custody Evaluators. The American Journal of Family Therapy, 35, 1-19

Baker, A.J.L. (2006). Patterns of Parental Alienation Syndrome: A Qualitative Study of Adults Who were Alienated from a Parent as a Child. The American Journal of Family Therapy, 34, 63-78

Buchanan, C.M., Maccoby, E.E., Dornbusch, S.M. (1991). Caught between parents: Adolescents’ Experience in Divorces Homes. Child Development, 62, 1008-1029.

Cartwright, G.F. (1993). Expanding the parameters of parental alienation syndrome. The American Journal of Family Therapy, 21,113-124.

CBS (2008). Echtscheidingen: leeftijdsverschil, kinderen, geboorteland, huwelijksduur. Voorburg/Heerlen: CBS

Eerenbeemt, E. van den, Oele, B. (1987). De contextuele therapie: verdiende vrijheid. Kern: Centrum voor psychotherapie en relatievorming.

Gardner, R.A. (2002 a). The Empowerment of children in the development of parental alienation syndrome. American journal of forensic psychology, 20, 5-28.

Gardner, R.A. (2002 b). Parental Alienation Syndrome vs. Parental Alienation: Which Diagnosis Should Evaluators Use in Child-Custody Disputes? The American Journal of Family Therapy, 30, 93-115.

Gardner, R.A. (2002 c). Denial of the Parental Alienation Syndrome Also Harms Woman. The American Journal of Family Therapy, 30, 191-202

E.Kaplan Universiteit Utrecht Juli 2008 36

Johnston, J.R., Walters, M.G., Olesen, N.W. (2005). The psychological functioning of alienated children in custody disputing families: an exploratory study. American Journal of Forensic Psychology, 23, 39-62.

O’Leary, K.D., Moerk, K.C. (1999). Divorce, children and the courts: evaluating the use of parent alienation syndrome in custody disputes. Expert Evidence, 7, 127-146.

Rand, D.C. (1997). The spectrum of parental alienation syndrome (part I). American Journal of Forensic Psychology, 15, 23-51

Spruijt, E. (2007). Scheidingskinderen: overzicht van recent sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van ouderlijke scheiding voor kinderen en jongeren. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Spruijt, A.P., Eikelenboom, B., Harmeling, J., Stokkers, R., Kormos, H. (2005). Het ouderverstotingssyndroom (PAS) in Nederland. EB, Tijdschrift voor Echtscheidingsrecht, 11, 103-110.

VanderValk, I., Spruijt, E. (2004). De gevolgen voor echtscheiding voor kinderen. Jaarboek voor Ontwikkelings Psychologie, Orthopedagogiek en Kinderpsychiatrie,6, 324-342.

Vassiliou, D., Cartwright, G.F. (2001). The Lost Parents’ Perspective on Parental Alienation Syndrome. The American Journal of Family Therapy, 29, 181-191.

Warshak, R.A. (2001). Current controversies regarding parental alienation syndrome. American Journal of Forensic Psychology, 19, 29-56.

Advertenties

Entry filed under: Berna Kramer, Le Syndrome d’Aliénation Parentale, Ouderverstotingssyndroom, Oudervervreemdingssyndroom, Parental Alienation Syndrome, PAS. Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , .

BA7155 – Rechtbank Maastricht – Rechter stelt in uitspraak ouderverstoting vast Le Syndrome d’Aliénation Parentale (Thése Médecinal à l’Université Claude Bernard-Lyon, Bénédicte Goudard, 2008)

35 reacties Add your own

  • 1. Brenda Welling  |  augustus 24, 2009 om 1:44 pm

    Ik heb veel gelezen over ouderverstoting en het PAS-Syndroom,maar alles is gebasseerd op onderzoeken.Zijn er ooit resultaten geboekt en is daar ook actief wat mee gedaan?
    Er is heel veel informatie op internet en zelfs brochures,maar ik heb er nog nooit 1 bij een jeugdinstelling in de folderstellingen zien liggen.
    De voogd van mijn stiefdochter neemt onze waarnemingen niet serieus,terwijl zij onder toezicht staat (OTS),waardoor haar moeder de omgang met regelmaat niet naleeft en nu over het hoofd van haar dochter uitspeeld.NIEMAND doet er wat aan,geen sancties,NIKS!

    Ik heb nu 2 dochters,waarvan 1 stief,die dreigen levenslang beschadigt te worden door dit probleem.
    Wist u dat kinderen,die door een ouder zelf verstoten worden,omdat zij gewoon geen tijd en energie voor hen willen vrijmaken,en in geval van mijn dochter,wil vader geen omgang met haar,omdat zij geen broertje,maar een zusje kreeg, en daardoor geen omgang met de oudste wenst.Dit heeft geleid tot een gevoel van verstoting door haar zus,waardoor zij een vorm van haat naar haar zus voelt en uit..Ook naar mij,omdat ik mijn ex een omgang ontzegde omdat hij wel de oudste wilde,maar geen omgang met de jongste.Het is in mijn optiek,allebij of geeneen.
    Mijn dochter is nu 12 en heeft op haar 10e jaar,haar vader laten weten geen omgang meer te willen.Omdat hij met regelmaat zijn omgangbezoeken verzuimde en geen contacten onderhield tijdens zijn afwezigheid naar de meiden toe.
    Na een aantal maanden kreeg ze wroeging en zocht contact met hem.Haar vader heeft haar letterlijk gezegt niets meer met haar en haar zusje te maken willen hebben.
    Dit heeft zo een impact op haar gehad,dat zij alles om haar heen afstoot en psychisch zo beschadigt is dat zij niemand meer vertrouwd,en dat zij nu op een wachtlijst staat voor plaatsing op een zorgboerderij voor individuele behandeling voor onbepaalde tijd.
    Is er een specialist die mijn dochter voor uithuisplaatsing kan behoeden?

    De dochter van mijn huidige man is inmiddels al zo ver dat zij zelf de omgang met haar vader afzegt,tegen haar wil,maar omdat haar moeder haar dat inprogrammeerd.
    Wie behoed haar voor een levenslange psychische beschadiging,(die haar moeder haar inprogrammeerd),en zij later daar zelf problemen mee (kan)gaat krijgen,bij het krijgen van een eigen gezin?

    IS ER IEMAND DIE ONS EN DEZE ONSCHULDIGE,KANSLOZE,MEISJES, KAN HELPEN????????????

    Beantwoorden
  • 2. kenniscentrum  |  augustus 25, 2009 om 10:10 pm

    Beste Brenda,

    Dank voor je openhartigheid.

    Wel een verdrietige en gecompliceerde situatie voor je beide dochters en ook voor jezelf als moeder. (Ik weet ook niet of ik je wel helemaal goed begrepen heb. Want is het nu zo dat je ex-man, de vader, oorspronkelijk geen contact wilde met je stiefdochter, maar wel met jullie beider dochter, maar dat hij, nadat jij dat had tegengehouden, nu ook geen contact meer wil met zijn eigen en jullie beider dochter?)

    Hoe het ook zij, ik begrijp uit je verhaal goed dat je eigen dochter hierdoor nu in elk geval enorm klem geraakt is en worstelt met meerdere loyaliteitsconflicten tegelijk: naar haar vader, naar jou als haar moeder en naar haar zusje. En dat haar stiefzusje het met alles ook niet makkelijk heeft.

    Richard Gardner, die het Ouderverstotingssyndroom oorspronkelijk heeft vastgesteld en beschreven, zag als enige werkelijke remedie tegen het ouderverstotingssyndroom bij kinderen het weer fysiek bij elkaar brengen van kind en ouder, zodat alle buitensporige negatieve beeldvorming over en weer weer plaats kan maken voor de realiteit en daardoor tot normale proporties teruggebracht, gecorrigeerd en bijgesteld kan worden.

    Tijdens het scheidingsproces schreef hij daartoe vanuit het belang van het kind een belangrijke sleutelrol toe aan de familierechter. Het stadium van scheiden zijn jullie echter inmiddels ver voorbij.

    Wat je dochter daarom nu nodig lijkt te hebben is een bemiddelaar of familietherapeut die het weer mogelijk kan maken dat dochter en vader elkaar weer kunnen zien en ontmoeten zodat beeldvorming weer plaats kan maken voor werkelijkheid.

    Zoals familietherapeute Elsemarie van den Eerenbeemt ook wel zegt: “Kinderen moeten weer gewoon van beide ouders kunnen en mogen houden.” (http://www.else-marie.nl/, mailto:info@else-marie.nl)

    Een pedagoog die in Nederland erg veel geschreven heeft over het ouderverstotingssyndroom is Joep Zander. Misschien heeft hij goede tips voor jou en je dochter(s). Zie: http://home.tiscali.nl/csnel/jz/pas.html

    Je kunt Joep Zander ook bereiken door je in te schrijven op de nieuwsbrief Gescheiden Ouders en Kinderen van het Vaderkenniscentrum en je probleem daar aan hem voor leggen. Zie daarvoor: http://groups.google.nl/group/gescheiden-ouders-en-kinderen

    Wist je trouwens dat er ook een aparte website is van mensen die als kind zelf slachtoffer werden van PAS of het ouderverstotingssyndroom en met vallen en opstaan het contact met hun ouder zelf wisten te herstellen? De site heet “Wie is mijn vader” en de initiatiefnemer daarvan is ook een meisje net als je dochters. Je kunt deze site vinden op: http://www.wieismijnvader.nl/overdezesite.html

    Verder vraag je me: “Zijn er ooit resultaten geboekt en is daar ook actief wat mee gedaan?”

    18 juni j.l. heeft Joep Zander voor het eerst een door psychologen/mediatoren druk bezochte en hoog gewaardeerde workshop over het ouderverstotingssyndroom verzorgt voor het NIP, het Nederlands Instituut voor Psychologen. (Zie daarvoor: “Loslaten en opnieuw verbinden. Nieuwe perspectieven op en na verliessituaties” op http://www.psynip.nl/sectoren/agenda1.asp?topmenuID=3&details=y&AgendaID=1302&submenuID=4&secieID=33 )

    Een groot probleem is de jarenlang zeer afwijzende houding van de Nederlandse kinderbescherming / jeugdzorg geweest en het werk van door hen ingehuurde ‘wetenschappers’ zoals Ed Spruijt om dit afwijzende standpunt ook naar buiten toe staande te houden, te legitimeren en uit te dragen. Daarin wordt op ideologische gronden en verouderde en achterhaalde theoriën de mogelijkheid en het bestaan van ouderverstoting en oudervervreemding bij scheidingskinderen a priori ontkend, ondermeer op grond van de aangehangen “tender years” theorie van John Bowlby en het door Anna Freud geformuleerde “belang van het kind”-principe, beiden nog voortkomende uit de niet-wetenschappelijk gefalsifieerde traditie van de psychoanalyse van Freud uit het begin van de 19e eeuw.

    Deze door de kinderbescherming en haar woordvoerders zoals Ed Spruijt gevoerde agressieve campagne tegen het bestaan van ouderverstoting en – vervreemding bij scheidingskinderen heeft sinds 1998 tot heden in Nederland alle verdere wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling van het ouderverstotingssyndroom in Nederland in de weg gestaan en geblokkeerd.

    Zoals blijkt uit de recente NIP-workshop over dit onderwerp door Joep Zander is het – tot op de dag van vandaag nog steeds afwijzende standpunt van de kinderbescherming en jeugdzorg – echter inmiddels onhoudbaar en volstrekt achterhaald.

    Sinds Richard Gardner in 1986 dit syndroom voor het eerst vaststelde en beschreef is er na de aanvankelijke jaren van stilstand nu dan ook weer beweging en verdere ontwikkeling te zien.

    Op 17 september a.s. wordt in de Noordwest-Spaanse stad León daarom ook weer een Internationale Conferentie over het Parental Alienation Syndrome gehouden. Zie daarvoor: http://ouderverstoting.blogspot.com/2009/08/30_25.html

    Beste Brenda, ik wens zowel jou als je beide fantastische meiden alle sterkte om de problemen te overwinnen.

    En als vader dit mocht lezen dan hoop ik als andere vader dat hij voor zijn dochter over zijn eigen schaduwen heen kan springen en ook heen springt, want zijn dochter heeft hem nu hard nodig.

    Net zo hard als dat zij jou als haar moeder nodig heeft.

    Peter Tromp
    Vaderkenniscentrum
    http://vaderkenniscentrum.blogspot.com

    Beantwoorden
  • 3. Brenda Welling  |  augustus 26, 2009 om 12:02 pm

    Hoi Peter,

    even ter opheldering over jouw gedachte omtrent mijn dochter:

    ( is het nu zo dat je ex-man, de vader, oorspronkelijk geen contact wilde met je stiefdochter, maar wel met jullie beider dochter, maar dat hij, nadat jij dat had tegengehouden, nu ook geen contact meer wil met zijn eigen en jullie beider dochter?)

    Mijn ex-man en ik hebben 2 dochters.
    Hij wilde wel contact met zijn oudste dochter,die hij ook de eerste 2 en half jaar van haar leven,gesamenlijk met mij heeft verzorgt.Na de scheiding wilde hij echter een omgang op momenten dat het het uitkwam.Hij heeft geregeld mijn dochter,(toen2) met haar logeertasje voor de deur tevergeefs op hem laten wachten.Hij meldde zich ook niet af.
    Ik was daarnaast ook nog eens zwanger van ons 2e kindje.
    Wij hadden rond sinterklaas,het voorgaande jaar,een pretecho laten maken om het geslacht van ons kind te weten,maar toen hij hoorde dat het een meisje werdt,veranderde hij.Hij ging aan de drank,kwam niet meer thuis met eten,enz.
    Om die reden wilde hij geen contact met ons 2e kind.Omdat het een meisje was.
    Kaylee is er door hem meerdere keren mee geconfronteerd door hem en zijn familie.
    Helaas had ik geen keus,dan ook Kaylee geen contact te hebben met haar vader,als hij de omgang met haar zusje weigert.Later accepteerde hij,na toenadering van Kaylee,wel contact met Kimberly.Maar mijn jongste was wel het mikpunt.
    Bij ruzies onderling,werd alleen de jongste bestraft.
    Ook werd er altijd geschreeuwd,ook door zijn vriendin,waar hij mee samenleefde.
    Toen Kaylee 10 jaar was heeft ze ook om die reden en omdat haar vader geregeld de omgang afzei voor vakanties e.d.en bij afwezigheid geen contact hield.Het contact met haar vader verbroken.Zij liet hem via Hyves weten,geen omgang meer te willen.Zij heeft hem dus verstoten.
    Na een jaar kreeg ze wroeging en ze mist hem enorm.Op moederdag heeft ze contact met hem gezocht per telefoon,waarin hij haar te kennen heeft gegeven Niets meer met haar en haar zus te maken willen hebben en daarbij heeft hij haar belast met een bedreiging om mijn huidige man`zijn kop eraf te rammen`
    Dit heeft haar hele doen en laten dermate belast tot wat zij nu ervaart en meemaakt/beleef.
    In ons geval is het dus zo dat de vader zelf geen omgang wenst,en indien wel,dan alleen op zijn voorwaarden,dus wanneer het hem op dat moment uitkomt.
    En dat is voor een kind geen goede en geregelde manier,om een omgang te hebben.
    Zeker niet als zij belast worden met negatieve informatie over de andere ouder en er onderscheid wordt gemaakt tussen 2 zussen,die beide bij 1 vader behoren.

    Mijn huidige man daarentegen,strijdt al ruim 8 jaar om omgang met zijn dochter te behouden,maar hij wordt daarin op een zeer ernstige wijze belemmerd door de moeder,die nu inmiddels het kind zelf `programmeerd`om een omgang zelf niet te willen.
    Mijn stiefdochter,wonend bij haar moeder,wordt door haar moeder dermate belast met negatieve uitlatingen over haar vader(mijn man),en de omgang wordt door haar moeder stelselmatig tegen gehouden,dat mijn stiefdochter nu inmiddels de omgang met haar vader zelf heeft afgezegt.
    Zij wordt dus actief blootgestelt aan oudervervreemding door haar moeder,wat uiteindelijk zal leiden tot ouderverstoting.

    Beantwoorden
  • 4. B.Kramer  |  september 1, 2009 om 3:40 pm

    Het verbaast mij dat bij het onderzoek het uitgebreide wetenschappelijk onderzoek van J. Hoult J.D. ,welk onderzoek is gepubliceerd in ‘Childern’s Legal Right Journal spring 2006 no 1′ , niet is meegenomen. Tevens wijs ik u bij dezen naar het onderzoeksverslag ” Navigating Custody&Visitation Evaluations in Cases with Domestic Violence, A Judge Guide, State Justice Institute, NCJFCJ, 2006′, en meer in het bijzonder naar pag 14 en 24. Ik adviseer u hiertoe alsnog over te gaan.

    Ik vraag mij tenslotte af of u er wellicht ermee bekend bent dat de heer Gardner zich op het standpunt stelde dat het bestaan van pedofiele relaties dient te worden aangemerkt als een natuurlijk biologisch fenomeen (zie hiervoor publ ‘Gardners theory Mirrors Pro Pedophila Advocay’ – pag 20 onderzoek J. Hoult).

    MvG
    Mr I.M.B. Kramer

    Beantwoorden
    • 5. kenniscentrum  |  september 4, 2009 om 1:23 pm

      Geachte mv. Kramer,

      Hartelijk dank voor uw bericht en uw vraag.

      Mijnerzijds twee reacties en een wedervraag:

      1. De “wetenschappelijke” bronnen, met name juriste en harpspeler Jennifer Hoult uit New York, waarop u wijst zijn helaas weinig vertrouwenwekkend.

      Wist u dat Jennifer Hoult tot vandaag de dag tevens een Amerikaanse kampioen van de zgn. “Recovered Memories” (Hervonden Herinneringen) en Multipele Persoonlijkheidsstoornis (MPS) is? Beide verschijnselen zijn echter inmiddels in de wetenschappelijke wereld afgeserveerd en verwezen naar het rijk van de psychiatrische en psychotherapeutische folklore uit de vorige eeuw. Ook in Nederland. Ik verwijs daarvoor bijvoorbeeld naar het adviesrapport “Omstreden herinneringen” van de Gezondheidsraad uit 27 januari 2004 (zie daarvoor: http://www.gezondheidsraad.nl/nl/adviezen/omstreden-herinneringen ) en de informatieve boekbespreking “Hervonden herinneringen – Einde van een discussie?” van Prof. dr. Harald Merckelbach over McNally in Skepter 16(4) van december 2003 (zie daarvoor: http://www.skepsis.nl/mcnally.html ).

      Mv. Hoult zat in de 80-er jaren als jongvolwassen vrouw tijdens de scheiding van haar ouders kennelijk niet lekker in haar vel en heeft, onder invloed van suggestieve therapiesessies bij een niet-gelicenseerde psychotherapeut waaraan zij toen ruim 20.000 dollar zou hebben besteed, plotseling in deze therapieën haar “verdrongen” herinneringen aan (volgens haar) jarenlang durend seksueel misbruik tijdens haar kinderjaren door haar vader, een MIT professor in de ICT, weer “hervonden”.

      Zij was vervolgens een van de eerste succesvolle Amerikaanse gevallen uit de zgn. “Memory wars” van die tijd, met als inzet bijna zonder uitzondering altijd enorme sommen aan geld in schadevergoedingen, waarin vrouwen procedeerden tegen hun veelal gefortuneerde (en vaak al gepensioneerde) vaders, op grond van in suggestieve therapieën op volwassen leeftijd “hervonden herinneringen” aan in de kindertijd plaats hebbend gevonden, maar daarna “verdrongen” of “vergeten”, sexueel misbruik.

      Mv. Jennifer Hoult heeft haar vader David Hoult daarbij in een civiele strijd om financiële schadevergoeding eerst veroordeeld gekregen tot een schadevergoeding aan haar van een half miljoen dollar en later, toen vader ook na veroordeling toch weigerde te betalen, heeft zij hem in een jarenlange juridische strijd daarop helemaal kapot geprocedeerd (haar vader zit naar de laatste informatie nu 25 jaar na de eerste rechtszaak nog steeds in de gevangenis wegens betalingsweigering). Mogelijk heeft zij ook mede met het oog op dit doel haar rechtenstudie voltooid.

      Uit de rechtbankverslagen uit het begin van de 80-er jaren in deze zaak (Hoult vs. Hoult) met de uitgebreide verklaringen van Jennifer Hoult waarin zij de leden van de jury zes dagen lang mocht vergasten op de verhalen uit haar therapiesessies, blijkt verder dat in de therapeutische sessies ook de vele verschillende persoonlijkheden (de zgn. Multipele Persoonlijkheidsstoornis) van mv. Hoult een voor een te voorschijn kwamen en vervolgens door de therapeut steeds op stoelen in een uitgebreide kring om haar heen geplaatst werden. Het was dus druk op de therapiesessies van de ongelicenseerde therapeut van mv. Hoult.

      In de rechtszitting en daarbuiten heeft zij daarbij verder verklaard zich pas in deze therapie weer te hebben herinnerd dat zij van haar 4e tot haar 16e levensjaar maar liefst 3.000 keer ‘verkracht’ zou zijn door haar vader. Zij zou derhalve naar eigen verklaring gedurende de 12 jaar dat het sexueel misbruik door haar vader zou hebben geduurd ongeveer elke dag een keer verkracht zijn, hoewel bijzonder genoeg niemand daar ooit iets van gezien of gemerkt heeft en er geen enkel aanvullend bewijs voor deze eindeloze verkrachtingen was.

      Jennifer Hoult was (en is) kennelijk ook een goed en overtuigend “verteller” van verhalen en kwam bovendien op zitting ondersteund door de nodige vermeende “experts” in MPS en Hervonden Herinneringen uit die tijd aanzetten. De jury luisterde bijna uitsluitend naar haar en deze door haar opgetrommelde experts. Haar vader en zijn advocaat kregen daarentegen naar verluid gedurende de zes zittingsdagen slechts een half uur het woord voor hun verdediging en vader werd verder zonder veel omhaal of bewijs veroordeeld tot de half miljoen dollar schadevergoeding (inmiddels opgelopen tot zo’n 765.000 dollar of meer).

      Overigens, het zal misschien niet verbazen, is dit ook niet het enige conflict waarin mv. Hoult in het centrum staat. Ook afgelopen zomer nog liepen bijvoorbeeld de gemoederen hoog op in de New Yorkse kerk waar zij momenteel voor haar inkomsten harp speelt, met haarzelf weer in het brandpunt van de gerezen conflicten. De kerkgemeente is nu diep verdeeld.

      2. Dan mijn tweede punt wat betreft de beantwoording van uw vraag inzake het standpunt van Richard Gardner.

      U schrijft “dat de heer Gardner zich op het standpunt stelde dat het bestaan van pedofiele relaties dient te worden aangemerkt als een natuurlijk biologisch fenomeen”. Daar kan ik kort over zijn: scheidingsstrijd, ouderverstoting, kindermishandeling, agressie, geweld en pedofilie lijken ook mij allen helaas “natuurlijke biologische fenomenen” toe. Daar is verder weinig mee gezegd. Ik wil u daarom vragen mij nog eens uit te leggen, wat u met uw vraag onder de aandacht wilt brengen.

      3. Mag ik tot slot mv. Kramer met een wedervraag aan u eindigen.

      U schrijft in uw profiel op de kantoorwebsite van uw advocatenkantoor Kramer-Van Kempen dat u zich “vanwege uw grote rechtvaardigheidsgevoel” … “binnen het familierecht met name inzet voor de positie van vrouwen en kinderen bij huiselijk geweldsproblematiek en hun (strafrechtelijke) begeleiding” en dat u daarbij samenwerkt “met diverse belangenorganisaties en deskundigen”. U blijkt zich daarbij vooral verbonden te hebben met de “Bezorgde Moeders”, een groep wanhopige, omgangsfrustrerende en vaders buitensluitende moeders. Tegelijkertijd schrijft u echter ook te werken als echtscheidingsbemiddelaar vanuit de VFAS (Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsbemiddelaars). Mag ik u vragen hoe u vanuit deze constellatie in staat bent tot de voor een echtscheidingsbemiddelaar van de VFAS vereiste neutraliteit tussen de betrokken partijen – kinderen, moeder én vader – bij een bemiddeling ? Zijn vaders en kinderen bij u, vanuit de door u zo eenduidig verkozen eenzijdige partijdigheid voor vrouwen, wel aan het goede adres en in vertrouwde handen wat betreft de gewenste continuering van de betrokkenheid van vaders in het leven van hun kinderen na een scheiding ?

      Graag uw reactie.

      Hartelijke groet,

      P. Tromp
      Vaderkenniscentrum

      Beantwoorden
    • 6. Bart K  |  september 6, 2009 om 3:16 pm

      Denk eerder dat Mevr. Kramer het net als vele andere dames het niet kan hebben dat al jarenlang prima studie Gardner terzijde is geschoven door Nederland ook.
      En dat daardoor juist en door manipulerende meest moeders nota bene kinderen in de psychiatrie zijn terechtgekomen, ook al omdat klakkeloos gezag werd gegeven met en zonder behulp van advokaten aan moeders met ernstig borderlinesyndroom zelfs, die nota bene de meest wildevreemde zaken uit hun duim zuigen als kenmerk al, terwijl rechters dan maar niks zeiden ervan.
      Hoe bizar deze advokate die inderdaad blijkbaar niets anders wenst dan een rad voor ogen te draaien, en wie zal het zeggen
      als kenmerk van ook, dat weten we niet.
      In Nederland namelijk lopen nu 300.000 clientéle zo zeggen wel deskundigen rond met en zonder diagnose borderlinesyndroom namelijk, ook vele en dat is kenmerkend aan wie je dat aan de buitenkant niet kan zien. Vaak vrouwen.
      En dat is gevaarlijk.

      Het ware te hopen dat er geen enkel kind meer gezag over gegeven wordt aan deze moeders met bps ook trouwens,
      waar meest welzeker kenmerken zijn verdraaien van beeld of realiteit, heel geraffineerd, het onterecht zwartmaken van de partner meest vader nota bene, en daarmede het planten van haat in kinderhoofden als moeder, welk verschijnsel nu al jaren niets aan werd gedaan, mede door advokaten die alles aan mekaar kunnen liegen ook zekere in verslagleggingen en rapportages.
      Niemand wenste toch aanwaarheidsvinding te doen, immers de eerste verweren al gedaan door moeders bij scheidingen,
      die niet kloppen, kan de wederparetij op reageren meer niet. Doch als een rechter dan niks wenst te doen dan zit je al.
      Politie doet het af met het is taak ggz en andersom ggz zegt simpelweg wij zeggen niks of het is taak politie, als de dames borderliners alles aan mekaar plegen aan smaad en laster en valse verklaringen afleggen en ga zo maar door.

      Ik zie meer in bescherming kinderen voor dit soort moeders-vrouwen wat allang wordt gezegd door deskundigen ook
      zie bpdcentral.com onder andere.
      Nota bene staat al jaren prima advies OOK voor advokaten.

      Is er te veel aan te verdienen wellicht in Nederland is eerder de vraag?
      En dat al jaren over de rug van kinderen en hun kinderrechten?
      Kijk eens wat dan zekere advokaten hebben geflikt jarenlang
      en die leugens voort hebben laten bestaan waardoor deze kinderen later een leven als een hel krijgen en hebben gekregen volkomen gestoord, lijdend aan ook jazeker ..borderline onder andere.

      Fijn mevrouw Kramer.
      De ggz kopprojekten lopen haast over en men kan zeggen we weten nu een oorzaak nietwaar?

      Beantwoorden
  • 7. joepzander  |  september 6, 2009 om 11:42 am

    De door Mevr. Mr. I.M.B. Kramer ingebrachte argumenten tonen aan dat er een heftige controverse bestaat over het ouderverstotingssyndroom. De referenties waar zij naar verwijst zijn stuk voor stuk ook weer bestreden. zie daarvoor bijvoorbeeld. Jayne A. Major, Ph.D. schreef er een zeer pakkend stuk over: http://www.divorcemag.com/articles/Parental-Alienation-Syndrome/causes-cures-costs-controversy.html. Bovendien moet worden opgemerkt dat in het Nederlandse taalgebied het verschijnsel Ouderverstotingssyndroom vrij algemeen wordt erkend en ook als argument fungeerde in rechterlijke vonnissen. Zelfs Dhr Spruijt, die vooral als woordvoerder van de kinderbescherming fungeert (hij laat zich betalen, zonder naleving van wetenschappelijke integriteitsnormen) erkent het bestaan al relativeert hij de prevalentie meestal. Het gaat hier hoe dan ook om wetenschappers en wetenschappelijke literatuur.
    Alle schrijvers over het ouderverstotingssyndroom erkennen de controverses. Dat bepaalde literatuur niet genoemd werd kan goede redenen hebben.
    In het door mij geredigeerde en mede-geschreven boek Verpasseerd Ouderschap wordt uitvoerig op de controverses ingegaan.
    In mijn eerdere boek Moeder-Kind-Vader is uitgebreid een geval van ouderverstotings beschreven vanuit een kind dat ervan hersteld is en vanuit de moeder, die het programmeerde en daar spijt van heeft en vanuit de vader die verstoten was.
    Ik, en in het Engelse taalgebiied ook anderen, heb ook op andere plaatsen cases beschreven. Het bestaan van PAS/ouderverstotingssyndroom is wat mij betreft onmiskenbaar. Wat volgens mij rest zijn de definities, diagnosticeringskwesties, prevalentieonderzoeken en de manier waarop we er in de rechtzaal mee om moeten gaan.
    Daarbij zou ik willen pleiten voor een zwaar accent op preventie.
    Als Mevrouw Kramer de verhalen van kinderen over dit punt zou lezen zou ze moeten begrijpen dat je niet kunt beweren voor kinderen op te komen zonder op zijn minst het bestaan van dit syndroom te erkennen.
    Ik beveel haar dus ernstig de lezing van het boek Moeder-Kind-Vader, een drieluik over ouderverstoting aan. Of misschien kan zij zelf eens met een van die kinderen in gesprek gaan.

    Beantwoorden
    • 8. Jolanda  |  maart 28, 2011 om 12:25 pm

      Hoe kun je preventief ingrijpen in dit soort ouderverstotings/vervreemdingssituaties? En achteraf: hoe ga je hier als hulpverlener het beste mee om? Heeft u misschien wat tips of sites/boeken die ik eens moet bekijken?
      Alvast hartelijk dank!
      Met vriendelijke groet,

      Beantwoorden
      • 9. fathercare  |  maart 28, 2011 om 2:49 pm

        Best Jolanda,

        In juni 1999 heb ik zelf als voorzitter van Stichting Kind en Omgangsrecht Richard Gardner ter ere van het tienjarig bestaan van onze organisatie Stichting Kind en Omgangsrecht uitgenodigd en over laten komen uit de Verenigde Staten voor een lezing in de Grote Kerk van Breda op 24 juni 1999.

        Bij die gelegenheid stelde Richard Gardner dat bij zijn weten de enige effectieve remedie tegen het ouderverstotingssyndroom bij kinderen na een scheiding is het ingrijpen door de familierechter in de gezagsverhoudingen van het kind. Hij doelde daarmee m.n. op de zgn. contraire gezagsbeschikking, waarbij het gezag over het kind overgaat van de zorg- en verblijfsouder naar de omgangsouder. Dit opent nl. de mogelijkheid tot ingrijpen door de rechter wanneer de zorg- en verblijfsouder als programmerende ouder ouderverstoting induceert bij het kind, ondermeer door dit weg te houden bij de andere omgangsouder.

        Op onze volgende website en link kun je nog precies teruglezen en horen wat Richard Gardner hierover in zijn lezing in 1999 in de Grote Kerk van Breda heeft gezegd.

        Professor Richard Gardner over het ouderverstotingssyndroom (PAS) tijdens zijn toespraak in de Grote Kerk van Breda in 1999
        http://ouderverstoting.blogspot.com/2006/04/professor-richard-gardner-over-het.html

        Je kunt daar ook zijn hele lezing teruglezen.

        Psychiater Richard Gardner zelf is op zondag 25 mei 2003 op 72 jarige leeftijd overleden.

        Twee contemporaine toonaangevende en prominente onderzoekers naar het ouderverstotingssyndroom zijn:

        Dr. Richard Warshak | Psychologist | Author of “Divorce Poison” | Authority on Alienated Children
        http://www.warshak.com

        Parental Alienation Syndrome, PAS Expert Dr Amy Baker
        http://www.amyjlbaker.com

        Hartelijke groet,

        Drs. Peter Tromp
        voorzitter Vaderkenniscentrum|SKO

  • 10. Benefits of Shared Parenting - Politicks Now  |  september 6, 2009 om 8:15 pm

    […] […]

    Beantwoorden
  • 11. henri  |  september 7, 2009 om 12:43 pm

    Ik heb niet eerder meegemaakt dat een persoon als mevr. Kramer in het openbaar een discussie zal voeren.
    Dit wel te doen betekent immers je kaarten kenbaar maken die in het geval van mevr. Kramer hoogstwaarschijnlijk onvoldoende zal blijken te zijn.
    Het ivoren torentje dient ten alle tijden behouden te blijven.
    Een zwaktebod waar verkeerde intenties aan ten grondslag liggen.

    Beantwoorden
  • 12. Spruijt – sliced and diced « Motorist matters  |  februari 11, 2010 om 12:17 am

    […] [22] “Ouderverstoting in Nederland – Parental Alienation Syndrome (PAS) en loyaliteitsproblemen bij recente scheidingsgezinnen”, July 31, 2008 http://translate.google.com/translate?hl=en&langpair=nl%7Cen&u=http://oudervervreemding.word…. […]

    Beantwoorden
  • […] [22] “Ouderverstoting in Nederland – Parental Alienation Syndrome (PAS) en loyaliteitsproblemen bij recente scheidingsgezinnen”, July 31, 2008 http://translate.google.com/translate?hl=en&langpair=nl%7Cen&u=http://oudervervreemding.word…. […]

    Beantwoorden
  • 14. adriana  |  juni 1, 2010 om 1:31 pm

    Geachte mevrouw Kaplan,

    Met veel aandacht heb ik Uw thesis gelezen.
    Veroorloof mij op te merken, dat het niet alleen om woorden of negatieve benamingen hoeft te gaan.
    De programmerende ouder kan het ook veel subtieler doen, bijvoorbeeld door negatieve handelingen, zoals subtiel pesten, of zeggen: jij hebt het toch niet door als ik jou pest..door in vakanties heil te zoeken bij anderen ipv bij de eigen partner; door de kinderen mee te nemen op luxe vakanties als de andere partner moet doorwerken; de programmerende ouder kan het ook handig vinden om de andere ouder te láten doorwerken, en kan het ook handig spelen door alle nare dingen voor rekening van de andere partner te laten komen: “ja, dat wilde…” of: ” dat moest omdat papa of mama..”
    de andere partner belachelijk te maken, elke vorm van deze ondergrondse manieren van zich uiten, zijn evenzeer schadelijk en spelen zich niet alleen bij scheiding, maar ook binnen gezinnen af.

    Aan een scheiding gaat immers vaak nogal het een en ander vooraf..

    Dit brengt kinderen ook tijdens huwelijk, binnen gezinnen tot ernstige loyaliteits-conflicten; en ouder-verstoting kan een gevolg zijn.

    NB. de huidige trend dat vrouwen ook werken ( moeten) geeft des te meer ruimte voor programmerende ouders om kinderen te vervreemden van de andere partner.

    bij een partner die aan het werk is, kan door de programmerende ouder gemakkelijk en ook heel subtiel gewerkt worden aan vervreemding.

    ook verschillen in inkomen kunnen risico s opleveren als er geen gezamenlijk inkomen wordt gevormd voor vakanties, en andere gezinskosten,
    dan houdt de programmerende ouder de kinderen afhankeliijk voor bijvoorbeeld vakanties en studiekosten, “noodzakelijke luxes” zoals een beugel, merkkleding, scooter etc. en zegt tegen de andere ouder, werk maar rustig door hoor, want dat heb je nodig en ik bied je toch de ruimte ( Zodat ik mijn eigen gang kan gaan, maar kijk mij eens supportive zijn) zo dat die ouder geen deelgenoot is in het gezin.
    Ook een onjuist verdeling van uitgaves, zodat het kind alleen ziet wat het belangrijk vindt kan een voedingsbodem zijn. Als de een de vaste lasten betaalt, zoals de elektriciteit en de andere draagt de kosten van de merkkleding is dat voor een kind een onevenwichtige situatie, waarin het van de ene ouder veel meer kan verwachten als van de andere ouder.

    Dan hoeft er voor het oog van de buitenwereld niets aan de hand te zijn, maar intussen gebeurt er van alles, waarvan kinderen de dupe worden.

    dank voor Uw aandacht, en al Uw werk,
    met vriendelijke groet en hoogachting,

    Adriana
    (@>@)

    Beantwoorden
    • 15. Father Knowledge Centre  |  juni 2, 2010 om 5:32 am

      Beste Adriana,

      Dank voor je commentaar op het onderzoek naar ouderverstoting door Esma Kaplan.

      Esma Kaplan is echter niet zelf verbonden aan deze website, alleen haar onderzoek is ook hier gepubliceerd. Ik heb wel eerder geprobeerd zelf in contact te komen met Esma Kaplan maar dat is tot nu toe niet gelukt. Zij heeft deze Masterthesis geschreven in het kader van de afronding van haar studie aan de Universiteit van Utrecht, maar is daar nu weg. Een nieuw contactadres bleek onvindbaar. Dat is bijzonder jammer, anders had ik je aanvullingen en commentaar graag aan haar doorgestuurd.

      Veel sterkte in je situatie met oudervervreemding.

      Hartelijke groet,
      Peter Tromp
      030 – 238 3636

      P.s. Adriana, als je met andere ouders van gedachten wilt kunnen wisselen over je ervaringen met oudervervreemding dan ben je van harte welkom op de Nieuwsbrief ‘Gescheiden Ouders en Kinderen’. Zie voor meer informatie en aanmelding: http://groups.google.nl/group/gescheiden-ouders-en-kinderen

      Beantwoorden
  • […] Kaplan E. (2008), Ouderverstoting in Nederland; Parental Alienation Syndrome (PAS) en loyaliteitsproblemen bij recente scheidingsgezinnen (Parental alienation in the Netherlands; PAS and loyalty problems in recently divorced families), Masterthesis in Pedagogical Sciences, University of Utrecht, 31 July 2008 https://oudervervreemding.wordpress.com/2008/07/31/00003 […]

    Beantwoorden
  • 17. Jolanda  |  maart 28, 2011 om 12:21 pm

    Wat een interessant onderwerp zeg! Zelf ben ik op mijn stage ook bezig met een onderzoekje naar het ouderverstotingssyndroom.. In bovenstaand onderzoek worden er 3 voorbeeldvragen gegeven, is het mogelijk dat ik de andere 8 vragen ook eens mag inzien?
    En een nog algemene vraag: op welke manier meet men dit syndroom bij kinderen?
    Ik hoop op uw reactie, het liefst op mijn mailadres.
    Alvast hartelijk dank!

    Beantwoorden
    • 18. fathercare  |  maart 28, 2011 om 2:57 pm

      Beste Jolanda,

      Esma Kaplan is in 2008 afgestudeerd in de pedagogie aan de faculteit sociale wetenschappen van de Universiteit van Utrecht.
      Die heb ik zelf ook al eens benaderd in een poging contact leggen met Esma Kaplan, maar dat is me nooit gelukt.
      Maar misschien dat het jou wel lukt:

      Bezoekadres faculteit Sociale Wetenschappen
      Martinus J. Langeveldgebouw
      Heidelberglaan 1
      3584 CS Utrecht

      Postadres faculteit Sociale Wetenschappen
      Postbus 80140
      3508 TC Utrecht
      Tel. (030) 253 47 00

      Wat betreft het meten van het ouderverstotingssyndroom gelden de 8 kenmerken of diagnostische criteria die omschreven werden door de Amerikaanse psychiater Richard Gardner (Gardner, Richard A; The Parental Alienation Syndrome, Cresskill 1992/1998 ISBN 0-933812-42-6).

      Deze 8 specifieke kenmerken van het ouderverstotingssyndroom bij scheidingskinderen zijn:

      1. minachtingscampagne tegen de ouder waar het kind niet (dagelijks) verblijft
      2. zwakke of onzinnige redenen voor deze minachting
      3. het ontbreken van ambivalente gevoelens (de ene ouder is louter goed, de andere louter slecht)
      4. een nageprate ‘geheel eigen mening‘ van het kind
      5. reflexmatige steun aan de status-quo- of zorgouder in het ouderconflict
      6. afwezigheid van schuldgevoelens
      7. letterlijk citeren van onbegrepen woorden
      8. uitbreiding van de vijandschap tot de familie van de gehate ouder.

      Gardners volledige omschrijving luidt als volgt:

      “Het ouderverstotingssyndroom is een afwijking bij kinderen, die zich bijna uitsluitend voordoet in de context van conflicten rond ouderlijk gezag. Primair kenmerk is de campagne van denigreren van een goede liefhebbende ouder, een campagne waar geen rechtvaardiging voor is. Het is het resultaat van de combinatie van de indoctrinatie van een programmerende (hersenspoelende) ouder en de eigen bijdragen van het kind aan de verkettering van de ouder die het doelwit is. Als er echte mishandeling door de verstoten ouder plaatsvindt, kan de vijandschap van het kind terecht zijn, waardoor een categorisering onder ouderverstotingssyndroom niet van toepassing is.”

      Zoals kan worden begrepen uit de omschrijving wordt het ouderverstotingssyndroom in de regel geplaatst in het kader van een conflict over het gezag over het kind na een scheiding. Ook kan worden aangenomen dat andere partnerscheidingsproblemen van de ouders tot dit syndroom kunnen leiden. Ook in relatie met pleegouders en adoptieouders worden vergelijkbare problemen geconstateeerd. Een aantal auteurs hebben er echter op gewezen dat er ook binnen bestaande gezinnen ouderverstoting kan optreden.

      Bron: O.m. Wikipedia

      Hartelijke groet,

      Drs. Peter Tromp
      voorzitter Vaderkenniscentrum|SKO

      Beantwoorden
  • 19. joria  |  augustus 21, 2011 om 4:51 pm

    lees of interpreteer ik het goed dat pas kind gecreëerd word door moeder ?.
    ik zit zelf met een situatie van een dochter van 12 jaar die plots mij verstootte en bij dr vader is gaan wonen.
    vandaar dat ik op onderzoek uit ben gegaan oa op deze site.
    indoctrinatie vind ik heel kenmerkend bij deze door vader.
    maar spreken we dan ook van pas in deze of ??.

    dank u, groetjes joria

    Beantwoorden
    • 20. Brenda Welling  |  oktober 9, 2011 om 3:37 pm

      Je leest het bijna goed.
      Pas wordt alleen niet per definitie door de moeder veroorzaakt.
      Het kan ook door de vader veroorzaakt worden of een familielid van 1 of beide ouders of andere mensen die betrokken zijn met de kinderen.

      Je geloofd het niet, maar we doen het allemaal.
      Veelal onbewust omdat we ons niet bewust zijn van ons eigen gedrag naar onze kinderen of die van een ander en wat wel en niet goed is voor een kind om als informatie mee te krijgen die hun gedrag en gedachten kan (negatief) beïnvloeden m.b.t. de ouders/opvoeders.

      Beantwoorden
    • 21. Brenda Welling  |  oktober 9, 2011 om 6:53 pm

      Indoctrinatie is een duur woord voor hersenspoelen.
      Dit houdt dus in dat een persoon door een ander persoon (negatief) kan worden beïnvloed d.m.v. de informatie die hem of haar (stelselmatig) wordt toegespitst.

      Wanneer een ouder diens kind(eren) informatie geeft over de andere ouder, die een negatieve invloed kan geven op hun gemoedsrust, dan spreekt men van indoctrinatie.

      Op het moment dat een kind gaat twijfelen aan de andere ouder en daardoor moeite (gaat) krijgen met het behouden van een contact, dan is het kind belast met het Pas-syndroom.

      Parental Alienation Syndrome (kort samengevat PAS) betekent Nederlands vertaald:Ouderverstotingssyndroom

      Lees onderstaande link maar eens door:

      http://www.psychologische-manipulatie.nl/Passyndroom.html

      Beantwoorden
      • 22. joria  |  oktober 9, 2011 om 8:13 pm

        hai brenda,

        dank je voor je mails.
        uiteraard vol aandacht gelezen!.
        ja er is sprake van informatie door mijn ex debet aan mij.zo ook zijn vriendin die stelselmatig afspraken met de kinderen maakte tegen mij.mijn zoon van 13 jr heeft me dit allemaal verteld maar ook mijn dochter waar het om gaat door de jaren heen.
        zo werd ik zelf ook onder druk gezet dat mijn ex man wilde vertellen dat ik gestoord was door zelfmoord te plegen in mijn jeugdjaren.
        gelukkig is dat mislukt.
        keer op keer werd er afgesproken met de kinderen dat zij dingen niet mochten vertellen tegen mij dan wel werd er door hen afspraken gemaakt mij nooit meer te geloven en dit hebben ze moeten beloven met ere woord.
        zo zijn er tal van gebeurtenissen die het mogelijk hebben kunnen leiden tot pas- en ouderafstoting naar mij wbt mijn jongste dochter van 12 jaar.
        ze heeft de afgelopen periode zich ws onveilig gevoeld door een ex vriend van mij die huiselijk geweld pleegde op mij en poging tot doodslag en is er voor veroordeeld.
        zo voelde ze zich ws onveilig doordat ik opgenomen werd in het ziekenhuis 3 weken voor mijn nekhernis.
        bij thuis komst werd ik via mails en stille afspraakjes via haar mob. uitgespeeld maar ook door mijn kind.achteraf kwam ik hier achter.
        ik mocht op school komen en jeugdzorg was er al.
        ik moest een keuze maken daar ze terug moest komen en ik dacht ik geef haar rust in dr hoofdje door te zeggen dat zij mocht kiezen.tijdelijk bedoelde ik dit dus niet definitief.
        niet in deze onstaande crississituatie en weg is kind. jeugdzorg vond dat ik een keuze gemaakt heb en dat ze niet aan het zuilen gingen.
        nu is ze de grens over wbt twente naar gelderland en men doet geen moeite meer.
        ik verneem niets meer dan vijandigheid en wraak ex als ik vraag naar informatie.
        ik heb gelderland gevraagd om info en wat te doen en men gaat proberen via meerkanten gesprekken/ systeem therapeut. op gang te krijgen met mijn dochtertje van 12 jaar met mij zonder mijn ex en vriendin. ik wacht erop. ben nu vrijdag naar de advocaat gegaan ivm omgangsregeling.weet werkelijk niet meer wat ik verder moet doen om in contact te komen met mijn kind. ze heeft het steeds druk en nog eens druk.ze moet studeren etc.ze is geen kind meer. ondertussen schrijft ze kreten via hyves waar ze mij overginds ook uit gegooid heeft. maar ik kan het lezen via haar broer.
        ik weet dat alles gelogen is maar mijn titel doet niet hier ter zake.
        het gaat mij om mijn kind.
        hoe ziek kan je een kind maken.
        aangevende dat de cavia zal sterven van haar omdat ik niet goed voor de beestjes zal zorgen etc etc.het gaat maar door.

        ik was al jaren bang voor een borderline kind in ontwikkeling en heb haar destijds ervoor aangemeld wbt huiselijk geweld en loyaliteit- problematiek. ws is ze over assertief geraakt en werd de bal te veel bij haar neergelegd. hetgeen men ook toe gaf. daar we gesprekken met vader mij en haar zouden hebben.ik kan er niet eens verder mee laat staan mijn kind.
        mediation heb ik geprobeerd. maar niets dan vijandigheid en kind word hier voor mijn huis in de auto geparkeerd zo van je bent niet welkom.
        help help.
        bijna was ze dit weekend hier bij oma oppas maar ex wilde niet verder rijden. had geen zin.dus alles afgeblazen en reed haar wel naar friesland 2 uur rijden heen en terug.

        soms geef ik de moed op en denk laat maar ik doe geen moeite meer.
        het is zon samenspan vreselijk.
        hier is geen mens tegen opgewassen.

        joria die graag zou weten hoe met een pas- kind om te gaan.wat moet ik doen ??.

      • 23. Brenda Welling  |  oktober 11, 2011 om 6:44 am

        Joria,

        Het is triest om te lezen wat er allemaal gebeurt met een kind en diens mogelijkheden om zelfstandig te ontwikkelen, door derden dermate te worden beïnvloed waardoor het kind een negatief beeld gaat vormen over de andere ouder.

        Je moet vooral niet opgeven, maar ik denk wel dat het nu tijd wordt om voor jezelf er in te berusten, hoe moeilijk het ook is.

        Jouw kind is nu op een leeftijd dat het zelf moet gaan leren om keuzes te maken m.b.t. eigen wensen en zolang er ouders daartussen zitten, zal dat nooit kunnen.

        Je zou brieven kunnen schrijven over hoe het met je gaat en wat je zoal doet, maar hou het bij jezelf en niet over hoe je over de omgang en alles erom heen denkt.
        Hoe minder invloed je kind krijgt, hoe beter.

        Als jij een omgang probeert te krijgen, zal je ex je dwarsbomen en dat via jullie kind doen.
        Jullie kind wil dat echter niet en zoekt een middenweg waarbij 1 van de ouders zal worden verstoten.
        Niet omdat je kind daarvoor kiest uit haat naar 1 van jullie, maar juist uit zelfbescherming.
        Ze wil rust en geen geruzie tussen 2 ouders waarin je kind het middelpunt is.
        Je kind stoot waarschijnlijk jou af om als het ware van het negatieve gezeur van vader af te zijn.
        Vader zegt iets en jij gaat jezelf verdedigen en je hebt weer een ruzie. Dat wil je kind niet en dus zal ze 1 van jullie gaan vermijden.

        Geef je kind de tijd om zelf te leren ontdekken wat het wilt en uiteindelijk komen ze vanzelf ( als ze daar aan toe zijn).
        Blijf in ieder geval positieve brieven schrijven, oppervlakkig en neutraal en vooral niet dat je je kind wilt zien en alles eraan wilt doen, daar wek je onzekerheid en wanhoop mee.

        Wat er over jouw wordt beweerd,moet je naast je neerleggen, dat is een strategie om je uit het leven van je kind te krijgen. Ga daar vooral niet op in of jezelf verdedigen. Dat is een kat en muis spel die je verliest. Je kind moet daar zelf achter komen.
        Jouw kind moet je aan de positieve kant leren kennen en nieuwsgierigheid wekken naar hoe je er uitziet en hoe je leeft.
        Dat komt vanzelf.

        Mocht er wel een omgang plaatsvinden, maar je ex wil niet verder rijden dan een bepaald punt, blaas dan niet af, maar zorg dat je kind vanaf het punt waar hij niet verder wilt, je kind met jouw of een ander verder rijdt. Zo behoud je ook het vertrouwen dat je moeite wilt doen voor je kind.

        De enige manier om je kind te helpen met haar problemen is een psychiatrische hulp.
        Dat moet je kind zelf willen. Dat kun je niet afdwingen en moet je ook zeker niet steeds bespreken, want dat zal je ex in jouw nadeel terugkoppelen.
        Misschien kun je met de school van je kind in overleg om te kijken of zij je kind een tijdje kunnen observeren en desgewenst eens voor een gesprek kunnen uitnodigen om te kijken hoe het met je kind gaat en of er hulp nodig is.

        Ook op school hoort er een schoolmaatschappelijk werker te zijn.
        Zolang jij maar op de achtergrond blijft.

        Ik heb onlangs een link gekregen van een programma over stiefkinderen. Misschien is het wat voor jouw?
        Lees deze 2 oproepen maar even en kijk of het wat is.
        Ik heb mij voor beide opgegeven.

        Oproep voor medewerking aan een nieuw boek van de Auteur van ’Een nieuw
        gezin. Als je man al kinderen heeft’

        Carolien Jolles schreef:

        Enkele jaren geleden schreef ik een boek over stiefmoeders, ‘Een nieuw
        gezin. Als je man al kinderen heeft’. Via deze website kwam ik in contact
        met vrouwen die hun verhaal vertelden. Nu ben ik bezig met een boek over
        stiefkinderen. Hoe ervaren zij het om op te groeien met een nieuwe partner
        van hun vader of moeder? Wat doen een (stief)vader en (stief)moeder goed en
        wat zou misschien beter of anders moeten? Graag kom ik in contact met
        kinderen die hun verhaal willen vertellen. Dat kan uiteraard anoniem. En
        omdat het allemaal zo persoonlijk is, zal ik natuurlijk heel zorgvuldig met
        de verhalen omgaan. Als je mee wilt doen of vragen hebt, hoor ik het graag!

        Hartelijke groet, Carolien Jolles
        E: ccjolles@planet.nl

        __________

        Oproep voor een nieuw programma voor RTL4
        Wendy Groeneweg schreef:

        Voor een nieuw programma voor RTL4 zijn wij op zoek naar gescheiden
        stellen. De scheiding hoeft niet recent te zijn maar dat mag wel. Doel van
        het programma is om gescheiden stellen weer op een gezonde manier met
        elkaar te laten communiceren. En om ze te helpen afspraken te maken die
        door beide partijen worden nageleefd. We willen dat de gescheiden stellen
        een manier vinden om met elkaar om te gaan, let op, we willen stellen niet
        weer bij elkaar brengen.

        Met dit programma hopen we het taboe dat nog altijd rond scheiden heerst te
        doorbreken en om de deelnemende stellen te helpen bij het scheidingsproces
        door middel van deskundig coaching en adviezen.

        De reden dat we ook stiefouders willen vragen om ons te helpen is omdat zij
        vaak in helse situaties terecht komen doordat exen niet met elkaar kunnen
        communiceren. Als stiefouder heb je geen rechten maar je krijgt wel de
        kinderen van je lief erbij. Ook voor stiefouders is het zaak dat de
        omgangsregeling goed verloopt en goed geregeld is. Ik denk dat we veel
        vragen van stiefouders en de betrokken exen, het is namelijk ontzettend
        moeilijk om deze stap te zetten maar het kan ongelooflijk veel rust
        opleveren. Mocht je interesse hebben of meer informatie verlangen dan ben
        ik te bereiken op 020-8931185 of per mail naar echt.scheiden@endemol.nl

        Met vriendelijke groet, Wendy Groeneweg

  • 24. Lambertus Koppenol  |  oktober 9, 2011 om 4:48 pm

    Beste mensen. Er werd over jaren prima onderzoek verricht door R.Gardner. (www.rgardner.com).
    Aangezien bewuste c.q. onbewuste vervreemding wordt gepleegd meest door moeders van kinderen als dader (jazeker dader ook al staat het (nog) niet als strafbare handeling in wetboek van Strafrecht, het is gewoonweg kindermishandeling wanneer de opzet kan worden bewezen immers), omdat nog steeds de meeste kinderen terechtkomen bij ….de moeder van kinderen, is het goed dat Pas in de nieuwe DSM-V zou komen of komt daadwerkelijk.
    Daarbij omdat manipulatie bij Pas “hoort” is het nog erger dat duizenden veelal vrouwen met “borderline” toch gezag konden en kunnen verkrijgen over kinderen met die geestesstoornis die ze hebben. Dat is wanneer let wel de diagnose zelfs bekend blijkt.
    Dan nog vertikt rechter het vaak om dan maatregelen te nemen en geeft toch gezag aan die vrouwen ook bij scheidingen waarna de vervreemding achter mekaar door kan gaan en daarmede zeer schadelijk gedrag over ruggen van kinderen. Door ook valse verklaringen op te gaan voeren in verweerschriften onder andere.
    Waarheidsvinding in familierecht 0,000 mensen. Vergeet dat maar want het bestaat hier niet. Dat kan alleen als immers strafrechtelijk wordt vervolgd. En dan is het een STRAFzaak,
    De grote kluif wordt en is dat Nederland althans de rechtspraak en justitie zich eindelijkk realiseren zal dat de daders in die zaken vaak vrouw zijn. En dan praat je letterlijk over duizenden zaken. Dan heb je het nog niet eens daarBIJ over de vals te noemen geboorteaangiftes te lande!! Verdwenen kindjes even. Vader zogenaamd onbekend verklaard terwijl moeders gewoonweg dat weigeren. Daarbij plegen velen daarna gewoonweg ook nog eens misdrijf Verduistering van Staat. (236).
    Tot zover.
    Omstanders zouden minder hypocriet moeten doen aangezien zij bij wetenschap veelal maar zwijgen. En JUIST dat houdt bijvoorbeeld handel en wandel van borderlinevrouwen mede in stand…..Iidioot want die mensen lopen zo de ggz uit en worden draaideuren. Ten koste van kinderen ook nog eens. Niet in staat tot gewone opvoeding. Kinderrecht ontnemend onterecht op eigen vaders.
    Schande en crimineel bovendien.

    Beantwoorden
  • 25. joria  |  januari 5, 2012 om 1:26 pm

    dank je voor je uitvoerig schrijven.ik heb er lang over nagedacht en ben tot besluit gekomen dat ik geen contact meer wil zowel met mijn pas kind niet als de veroorzaker mijn ex man.ze zoeken het samen maar uit.ik laat mijn leven en dat van mijn zoon niet langer vergallen.
    mijn deur zit dicht na ernstige beschuldigingen etc.ik leg me er bij neer en doe geen enkele poging meer.
    zo als je weet doet een pas kind mee aan de haat campagne en daar ben ik niet tegenop gewassen. ik hou me al 9 maanden stil en ben zeer meegaand geweest en heb mijn deur altijd open gehouden maar nu is het tijd om vaarwel te zeggen tegen deze haat campagne en sluit ik mijn deur.

    groetjes joria

    Beantwoorden
    • 26. joria  |  juli 10, 2012 om 8:23 am

      ben nu meer dan een jaar verder.mijn dochter zocht contact maar bleef mij beschuldigen van kindermishandeling voor haar en haar thuis wonende broer en dit 4 jaar lang.ik trek dat niet daar ze schrijft met lief moedertje van mij en afsluit met je biologische dochter.toen ik haar belde gooide ze de verbinding erop.en kreeg ik een mail waar ze schrijft dat ik mag rotten in de hel.
      vandaag heb ik een advies gesprek met het gzz.2 uur rijden maar voor mij is dit al weer een teken dat ik hopelijk gehoord kan worden ?.
      maar tja wat schiet ik er mee op ?.
      kind blijft haar angels uitsteken en beschadigd mij keer op keer zodat ik steeds lager aan wal kom te staan.
      door al die beschuldigingen wbt kindermishandeling van haar en haar broer hebben mensen naar mij een neerbuigende houding en kost het me klanten.
      het leven word er niet makkelijker op.
      keer op keer spelen mijn ex en vriendin me over de kop van de kinderen uit ook al blijf ik neutraal.
      ik kan me zelf niet verloochen door te doen alsof het mij niet raakt.
      ik heb haar nooit mishandeld laat staan haar broer die nog thuis woond en vanmiddag afzet bij haar voor een bezoekje zodat ik door rij naar ggz.
      wanneer zal dit kind eens nadenken wat het mij en haar broer aandoet.
      is er dan geen geweten meer bij dit kind ?.

      wanhoop daar word ik keer op keer naar verdreven..

      Beantwoorden
      • 27. Brenda Welling  |  juli 10, 2012 om 10:07 am

        Erg naar en herkenbaar.
        Om jezelf rust te geven en mogelijk een nieuw leven op te kunnen bouwen, is het verstandig om helemaal geen contact meer te hebben en maar hopen dat ze je ooit zullen opzoeken.
        Jij hebt ook recht op een ”gelukkig en gezond” leven.
        Probeer je te focussen op wat je wel hebt en steek daar je energie in.
        Mijn man heeft hetzelfde probleem alleen was zijn dochter 10 jaar en beschuldigde hem met feiten die haar niet eens aangaan.
        Mijn man heeft toen (na 10 jaar strijd en 15 rechtszaken) de knoop doorgehakt en het contact verbroken.
        Ons gezin lijdt hier ook onder en mijn kinderen hebben daar ernstige gedragsproblematiek door opgelopen die wij met hulp van jeugdzorg moeten zien onder controle te houden.
        Mijn man kon zijn ex niet de baas en daar maakte zij misbruik van en viel hem stelselmatig lastig en dan nog over het hoofd van hun dochter ook.
        Nu hij afstand heeft genomen is die spanning weg, maar we worden nog dagelijks met de wonden geconfronteerd en het heeft een grote kloof tussen onze relatie gecreëerd.

        Je kinderen zijn door hun moeder zwaar negatief beinvloed over jou met de gevolgen die jij omschrijft.
        Jouw kinderen zullen zich tegen jou afzetten maar als ze volwassen en zelfstandig zijn (als dat al niet zo is) draaien ze misschien bij.

        Men noemt hen PAS-Kinderen.
        Ze zijn blootgesteld aan het ”ouderverstotingssyndroom”

        Je hebt eigenlijk weinig opties….
        Of je start een rechtszaak om alsnog een omgang te krijgen, maar gezien de reactie van je dochter zal dat escaleren ten nadele van jou aangezien de moeder dan nog kwader wordt en je kinderen daarmee belast.

        Of je laat het rusten tot in de toekomst en gaat je richten op je eigen leven want daar heb jij ook recht op.

        Wat je eventueel kunt doen is een aangifte doen bij de politie wegens valse beschuldiging en kinderen tegen jou opzetten waardoor je als ouder in je band en gezag naar de kinderen ernstig wordt belemmerd.

        Informeer eens bij een rechtswinkel in je omgeving.

        Sterkte.

        Brenda

      • 28. joria  |  juli 10, 2012 om 5:08 pm

        DANK JE VOOR JE REACTIE, ADVIES LUIDT IDD OOK ZO :AFSTAND NEMEN EN AFWACHTEN.ZIJ MOETEN IN HET TRAJECT BIJ JEUGDZORG NU.HET IS DAAR BAR EN BOOS.EN DES TE MEER TRAPT MIJN KIND TEGEN MIJ.
        IK MOET GOED VOOR ME ZELF BLIJVEN ZORGEN EN VOOR MIJN ZOON EN ZO OOK VOOR MIJN DOCHTER.
        MEER KAN IK NIET DOEN !.
        ALS MIJN DOCHTER WEER CONTACT ZOEKT NEGEER IK HET MAAR.

        JORIA

      • 29. Brenda Welling  |  juli 12, 2012 om 10:58 am

        Je hebt gelijk Joria,

        Het is een zware beslissing, maar als je rust wilt binnen je huidige leefsituatie, is het wel de juiste beslissing.
        De tijd zal het leren.

        Veel sterkte.

        Brenda

  • 30. Mediation  |  maart 15, 2012 om 9:53 pm

    Gedegen onderzoek; mooi uiteengezet! bedankt.

    Beantwoorden
    • 31. Vader Kennis Centrum  |  september 1, 2012 om 4:25 am

      Graag gedaan ‘Mediation’.
      Gr. Peter Tromp
      Vader Kennis Centrum

      Beantwoorden
  • 32. Otto  |  augustus 25, 2012 om 10:56 pm

    Zoals altijd zijn er 2 kanten aan een verhaal. Verdomd jammer dat men in de communicatie zich niet realiseert dat het noemen van namen in combinatie de andere informatie mensen herkenbaar maakt. Dit is nog jaren op het Internet vindbaar.

    Ik begrijp de frustratie en het zoeken naar bevestiging.

    Hetgeen ik niet begrijp is dat (Joria) er heel veel moeite mee heeft om zelf een open en eerlijk gesprek aan te gaan.

    In de afgelopen 10 jaar heeft ze zelf maatschappelijke hulp trajecten en mediation eenzijdig beëindigd na 1 sessie.

    Getekend door een zeer bezorgde vader.

    Beantwoorden
    • 33. Joria ten Hoopen  |  oktober 23, 2013 om 11:58 am

      dit is wat men refereert aan de site waarop ik mijn problematiek aangekaart heb voor advies en mijn ex heeft er op gereageerd.

      Date: Sat, 1 Sep 2012 04:19:18 +0000 To: jjhoopen@live.nl

      Beantwoorden
  • 34. Platform for European Fathers (PEF)  |  november 6, 2013 om 9:14 am

    […] Kaplan E. (2008), Ouderverstoting in Nederland; Parental Alienation Syndrome (PAS) en loyaliteitsproblemen bij recente scheidingsgezinnen (Parental alienation in the Netherlands; PAS and loyalty problems in recently divorced families), Masterthesis in Pedagogical Sciences, University of Utrecht, 31 July 2008 https://oudervervreemding.wordpress.com/2008/07/31/00003/ […]

    Beantwoorden
  • 35. Andre  |  januari 22, 2016 om 12:13 pm

    Wij al in 2010 gescheiden zijn. De kinderen waren toen 6 en 8. Naarmate de tijd verstreek werd het contact met mijn ex steeds grimmiger en vijandiger. Dit loopt parallel met mijn nieuwe partner. Mijn ex begon voorwaarden te stellen aan haal- en brengmomenten. Ik mocht ze niet meer halen of brengen, zij deed dat en leverde de kinderen bij de poort af. Bleef altijd zelf zitten. ik mocht niet bellen, maar moest smsen. Op enig moment mocht ik zelfs niet meer mijn kinderen naar haar auto brengen. Dit werd ook door de kinderen verteld: blijf maar binnen papa, want anders wordt mama boos en verdrietig. In de tijd dat het contact grimmiger werd, kwamen ook de verwijtende ‘haatmails’ naar mij, hoe de relatie verbroken was, hoe oneerlijk en slecht ik wel niet ben en hoezeer ik mijn kinderen wel niet beschadigde met mijn autoritaire gedrag en opvoeding. Ook merkte ik dat de kinderen hier veel van meekregen. Als moeder hier met vriendinnen over sprak kregen zij alles mee. Mijn geluk is geweest dat in het begin, toen het nog redelijk was er co-ouderschap is afgesproken en ik mijn kinderen dus veel bij me had. Dit liep niet soepel en mijn kinderen kwamen veelal verdrietig hier en er werd door moeder voortdurend gezegd dat zij moeite hadden met de regeling, ze meer bij haar moesten zijn om zodoende rust te creëren. Er gingen maanden voorbij dat zij iedere woensdag verdrietig waren als zij gebracht werden. Verdrietig ‘gepraat’ door haar weliswaar, maar het feit dat ze verdrietig bij mij kwamen was uiteraard het bewijs van haar gelijk. Maar, ik had ze tenminste. Tot het moment dat zij ging verhuizen 30 kilometer van mij en de school van de kinderen vandaan. Na veel gesteggel kwam er een oplossing en een regeling. De laster en negatieve info richting de kinderen over mij blijft al die tijd voortgaan. Met name mijn dochter is doelwit van deze lastercampagne. Ze worden op d ehoogte gebracht van al wat niet voor hun oren bestemd is, ik stuur een advocaat op mama af, ik heb mama met schulden laten zitten (??), ik stuur boze mails en smsjes enz enz. We zijn nu inmiddels 7 jaar verder en inmiddels woont zij nog eens 30 kilometer verder en ruim 70 kilometer van de sociale omgeving en school van de kinderen. Aangezien de kinderen (de een al op de middelbare school en de ander in groep 8) in de plaats waar zij nu op school zitten ook op school wilden blijven en moeder wilde dat de kinderen met haar meegingen is er een rechtszaak geweest. De uitkomst was uiteindelijk toch in onderling overleg overeengekomen regeling, maar is bekrachtigd door de rechter.
    Al vanaf de eerste week houdt moeder zich niet aan de regeling en laat mijn dochter, bijvoorbeeld wanneer zij ziek is geworden op school, naar haar gaan met de trein (een uur reizen) terwijl ik hier 5 kilometer verder woon en het ook nog eens mijn ‘tijd’ is. vervolgens krijg ik mijn dochter niet te pakken en belt ze mij niet terug. Appt mij dat ze ‘rust’ nodig heeft en even geen contact wil en ik zie haar een week niet.
    Moeder houdt de hele tijd contact met haar als ze hier is, de hele avond door. Moeder stelt dan bijvoorbeeld voor om in ‘mijn’ tijd met haar een broodje te gaan eten en moet zij aan mij vragen of zij dan een dag eerder naar haar moeder mag. Ook als het terugkom dag is bij mij krijg ik op het laatste moment een bericht: mag ik bij mama blijven? Ik krijg voortdurend te horen van mijn dochter dat ik streng ben, dat ik zeur over dat ze op een bepaalde tijd naar bed moet en is boos als ik bij voorbeeld zeg dat iets niet kan of dat ik andere plannen had. En ja, dat bij mama alles zo fijn is.

    Op enig moment heb ik in overleg met mijn dochter maar toegegeven aan deze ‘kennelijke’ behoefte aan haar moeder en haar gevraagd of zij misschien wel liever meer bij haar moeder wil zijn door de week en eens per twee het weekend bij mij. Dat wilde ze wel en nu gaat zij met de trein naar school of wordt zij gebracht en gehaald. Op woensdag (ma tm do morgen waren mijn dagen) moet zij sporten (hier in de buurt )en op einig moment hoor ik dat mijn dochter op woensdag bij een vriendin van haar moeder blijft slapen (zij woont 1 km van mij vandaan). Zij fietst naar die vriendin, blijft daar eten en zij brengt haar naar sport en vervolgens blijft zij daar slapen om de volgende dag naar school te gaan. Zowel mijn ex als mijn dochter vinden dat de normaalste zaak van de wereld. Het is immers in ‘haar’ tijd en zij bepaalt dan waar mijn dochter blijft. Ook mijn dochter (12) vindt dat zij zelf wel mag bepalen waar zij slaapt die woensdag en van mama mag zij dat ook zelf weten. Als ik haar aangeef dat ik dat niet vind krijg ik een boos kind en een ex die mij mailt dat “zij” altijd stimuleert dat de kinderen naar hun vader gaan en dat het ‘dochters’ “eigen keus’ is om niet naar mij te willen. Als ik mijn dochter aangeef dat ik graag wil dat ze bij mij komt dan roept ze dat ik streng ben en dat ze liever zelf bepaalt. kijkt me minachtend aan en lacht me zelfs uit. op de vraag: zal ik je dan maar naar die “vriendin” brengen als je dan niet hier wilt zijn, zegt ze: “als ik dat zou willen zou ik zelf wel op de fiets stappen toch??’ Ze Stapt vervolgens op haar fiets en wordt later opgehaald door haar moeder. Ik probeer contact te vinden, te bellen, te appen, enz, maar het is duidelijk dat mijn ex haar de antwoorden voorkauwt. 12 jaar…..

    Uiteraard is het verhaal groter dan dit en noem ik hier maar een paar gebeurtenissen en voorbeelden, maar ik ben blij dat ik op de informatie over PAS en ouderverstoting stuitte, want ik herken zoveel! In het gedrag van mijn dochter en de kenmerken van de ‘programmerende’ ouder. Ik wil mezelf graag voorhouden dat niet alles overeenkomt en het misschien niet PAS is, maar pubertijd oid of dat het wellicht een beginnend stadium is, maar aan de andere kant….Mijn dochter denkt zeer negatief over mij en dat is van kwaad tot erger gegaan de afgelopen maanden en wil nu dus niet meer hier komen…. praat haar moeder na. ik realiseer me langzamerhand dat dit ernstiger is dan ik had kunnen vermoeden. Ik weet niet goed hoe ik er mee aan moet. ik weet ook niet naar welke instantie ik moet gaan om ervoor te zorgen dat ik contact blijf houden met mijn dochter.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed



Contact met het Vader Kennis Centrum (VKC):
Jacob Cabeliaustraat 17
3554 VH Utrecht
T. 030 - 238 3636
secretariaat@vaderkenniscentrum.nl

‘Jullie papa is helemaal niet lief’ :: Peter van Straaten

Peter van Straaten - Jullie papa is helemaal niet lief - Over ouderverstoting of oudervervreemding door moeders bijscheiding en omgang

Over oudervervreemding of -verstoting bij scheiding en omgang

Geef hier uw email adres op om email attenderingen van nieuwe artikelen te ontvangen.

Doe mee met 633 andere volgers

Info pagina’s

Alle artikelen

  • 10 mei 2012 - Uitspraak Rechtbank Den Bosch: Uit huis plaatsing vanwege ouderverstotingssyndroom
  • 17 november 2011 - Uitspraak Rechtbank Roermond - Voorbeeld inzet "klemcriterium" en "loyaliteitsconflict" om kinderen tegen hun wil bij zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen
  • 13 november 2010 - Belgisch wetsvoorstel tegen oudervervreemding en tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht in het strafrecht
  • 26 augustus 2010 - Nieuwe Braziliaanse Wet 12 318 definieert en bestraft oudervervreemding na scheiding als kindermishandeling
  • 2 augustus 2010 - Negen jaar cel voor oudervervreemding
  • 5 maart 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Brugge, België
  • 26 februari 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Antwerpen, België
  • 10 october 2009 - 'Thuis heerste het grote zwijgen' (Cornald Maas interviewt in de Volkskrant kinderen van gescheiden ouders)
  • 13 augustus 2009 - Uitspraak Gerechtshof Den Bosch - Raad voor Kinderbescherming stelt in rapport mogelijke diagnose ouderverstotingssyndroom of Parental Alienation Syndrome (PAS)
  • 3 december 2008 - Ouderverstotingssyndroom - Parental Alienation Syndrome (The Gregory Mantell Show - Video - delen 1 en 2)
  • 22 october 2008 - Le Syndrome d’Aliénation Parentale (Thése Médecinal à l’Université Claude Bernard-Lyon, Bénédicte Goudard, 2008)
  • 31 juli 2008 - Esma Kaplan - Ouderverstoting in Nederland (Masterthesis, Universiteit van Utrecht, 2008)
  • 13 juni 2007 - Uitspraak Rechtbank Maastricht - Rechter stelt in uitspraak ouderverstoting vast
  • 1 juni 2005 - Syndrome d’aliénation parentale - Diagnostic et prise en charge médico-juridique (Jean-Marc Delfieu, 2005)
  • 8 october 2002 - Verhaltensmuster und Persönlichkeitsstruktur Entfremdender Eltern (Walter Andritzky, 2002)
  • 15 december 1995 - Wolfgang Klenner - Rituale der Umgangsvereitelung bei getrenntlebenden oder geschiedenen Eltern - Eine psychologische Studie zur elterlichen Verantwortung (Duitsland, 1995)
  • 26 december 1994 - John Dunne & Marsha Hedrick – The Parental Alienation Syndrome – Analysis of Sixteen Selected Cases (1994)
  • Sigmund – Echtscheiding is voor kinderen psychologisch erger dan het overlijden van één van hun ouders!

    KA-PAW! Als moeder wil je toch het beste voor je kinderen.

    VKC twittert nu ook

    Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

    Categorieën

    juli 2008
    M D W D V Z Z
    « Jun   Okt »
     123456
    78910111213
    14151617181920
    21222324252627
    28293031  

    Blog Stats

    • 80.409 hits

    %d bloggers liken dit: