Archief beheerder

Rechtspraak: Tjechisch Constitutioneel Hof veroordeelt ouderverstoting

Een ouder kan niet zomaar uit het leven van kinderen worden gebannen, stelt het Tjechische Constitutionele Hof

Bron: Novinky.cz – Vertaald uit het Tjechisch door Peter Tromp, 7.8.2017

Tjechische constitutionele rechter Kateřina Šimáčková

BRON: Rechtspraak

7.8 11:17 (bijgewerkt: 7.8. 12:29) Het Tjechische Constitutionele Hof (MoJ) heeft maandag de klacht van een man gedeeltelijk toegewezen. Lagere Tjechische rechtbanken hadden eerder de mogelijkheid van de man om na de echtscheiding zijn kinderen te zien aanzienlijk beperkt. De man wordt geconfronteerd met een criminele klacht van zijn voormalige echtgenote wegens beweerde kindermishandeling. Volgens het Constitutionele Hof zijn zijn fundamentele rechten geschonden, omdat de verdenking vaag is en niet door duidelijke bewijsstukken wordt ondersteund.

De kinderen werden oorspronkelijk op basis van gedeeld of co-ouderschap door beide ouders verzorgd. Toen hun moeder de vader begon te beschuldigen, werd de mate van zorg opnieuw vastgesteld door de rechtbank in Praag-West. Toen de beide ouders tegen dat vonnis in beroep gingen, heeft de voogdes op verzoek van de moeder een interview met de moeder uitgevoerd.

Daarbij stelde de moeder onder andere dat “de aangeklaagde vader slecht is en dat hij de kinderen in de gootsteen verdrinkt”. Daarbij gaf de vrouw haar afschrift van haar “criminele aangifte tegen de man op grond van het ongepast straffen van de kinderen”. Volgens de man was het echter een doelgerichte stap van de vrouw om zijn contact met de kinderen te verbreken.

Het Gerechtshof beperkte vervolgens de mogelijkheden van de man tot contact met de kinderen. Op verzoek van de moeder werd tevens een voorzorgsmaatregel afgegeven die het contact met de kinderen tot het einde van de vervolging helemaal verbood.

Hij is geen verkrachter, de moeder kon de kinderen manipuleren

Het Tjechische Constitutionele Hof herinnerde er echter aan dat beide ouders het recht hebben om contact te hebben met hun kinderen. Het zei ook dat de vader geen gewelddadige tendenzen had gehad, en bleef stilstaan bij waarom de rechtbank “niet de mogelijke manipulatie van kinderen door hun moeder behandelde, hoewel het deskundigenadvies dat wel voorstelde.”

Het Constitutionele Hof is van oordeel dat, gezien het onbewezen risico van geweld, het kind tenminste begeleid contact moet hebben met de vader. Het beperken van contact met kinderen is volgens de rechter geen oplossing.

“De dreiging van lichamelijk geweld van de ouder is vergelijkbaar met de schade die voortvloeit uit het verlies van contact met deze ouder als gevolg van manipulatie door de andere ouder. Als een ouder een kind manipuleert om een andere ouder te haten, leert ze hem eigenlijk zichzelf te haten,” zei de Senaat onder leiding van rechter mevrouw Kateřina Šimáčková.

Volgens het Constitutionele Hof moeten overheden niet alleen kinderen tegen mogelijk geweld door hun ouders beschermen, maar hebben zij ook de verplichting om te voorkomen dat een van de ouders wordt uitgeschakeld of geëlimineerd door manipulatie van de andere ouder.

De vader van de jongen was tevreden met de uitspraak, maar hij was zeer voorzichtig in zijn reactie. ‘Het onderzoek naar mijn persoon is nog steeds gaande, en ik wil niet aan verdere problemen blootgesteld worden’, zei hij tegen Pravo. Nu hoopt hij dat de uitspraak van het Constitutionele Hof tot de afschaffing van het contactverbod zal leiden en hij zijn kinderen weer zal kunnen zien.

 

Advertenties

augustus 7, 2017 at 11:55 pm Plaats een reactie

Parental Alienation ‘is not as valued as it should’ in Portugal

Source: Portugal | Sun Journal | Society | 2662 Views | 04/24/2013 09:46:00
http://www.sol.pt/noticia/73612

Experts in the welfare of children believe that parental alienation “is not as valued as it should,” and advocate a “more serious” for the practice, others ask sanctioning instruments that shared custody is more applied.

“Parental alienation is not valued as it should. If it were the processes of failure of parental responsibilities would be much quicker, “says the president of the Portuguese Association for Missing Children, who was speaking to Lusa the purpose of the International Day of Awareness on Parental Alienation, marked on Thursday.

Patricia Cipriano argues that there should be “much more severe sanctioning instruments for parents who do not fulfill the duty to let the child visit the other parent.”

“If there was a different efficacy in decisions and if people begin to see that the breach of the parental responsibilities you could have serious legal consequences, would have other behavior” supports the president of the association, which has received “very serious” situations.

Although the “legal penalties” be necessary, Patricia Cipriano says that is not enough: “There must be a work with these families.”

“The situation should be evaluated by technicians who worked with the courts, particularly in terms of family mediation, so that such behavior was ceased and the parent clearly understood that this behavior seriously affects the child,” he explains.

The president of the Portuguese Association for Parental Equality, Ricardo Simões, advocates the creation of standardized instruments of early intervention.

“It is still being built in Portugal, because there is no broad agreement on how to intervene in these matters consensus,” says Ricardo Simões.

To him, a way to prevent parental alienation, in legislative terms, is the creation of “legal presumption of alternating residence.”

“The starting point is that the child has to live with both parents and is only kept this presumption if there is justifiable reasons for this”, he explains.

In countries where the shared custody rule is, these situations are “much smaller” without the social dimension that exists in Portugal, says Ricardo Simões.

“It makes no sense” logic of magistrates and judges select only one parent. “Rather, we must promote the child spend the most time possible with the parents and not just with a” advocates.

The secretary-general of the Institute of Child Support, Manuel Coutinho, calls for “good sense” of parents to avoid these situations: “It is up to the father and mother realize that above all your questions, there are children who are a precious asset that must be safeguarded. ”

Psychologist warns that the conflict between the parents’ cause irreversible damage “in children” are very fragile, sad “they feel responsible for the situation and” develop loyalty pledges “.

“They tell the father what the parent wants to hear, tell the mother what the mother wants to hear, but never tell their parents what they feel, because they are so focused on guerrilla who forget their most precious asset, the son,” laments .

To the psychologist, “is critical” parents “solve your problem instead of conjugal and not ruin forever the issues of parenting, because children are forever.”

Lusa / SOL

april 24, 2013 at 1:40 pm Plaats een reactie

Uitspraak Rechtbank Den Bosch: Uit huis plaatsing vanwege ouderverstotingssyndroom (ECLI:NL:RBSHE:2012:BW5616, 2012)

Referentie: ECLI:NL:RBSHE:2012:BW5616, voorheen LJN BW5616, Rechtbank ‘s-Hertogenbosch, 246254 / JE RK 12-669 en 244529 / JE RK 12-423MZ01
Instantie: Rechtbank ‘s-Hertogenbosch
Datum uitspraak: 10-05-2012
Datum publicatie: 14-05-2012
Zaaknummer: 246254 / JE RK 12-669 en 244529 / JE RK 12-423MZ01
Rechtsgebieden: Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg – meervoudig
Vindplaatsen: Rechtspraak.nl, JPF 2012/100, RFR 2012/102

Inhoudsindicatie

De vier kinderen hebben hun hoofdverblijf bij moeder. Voor contact met vader bestaan volgens de Raad geen contra-indicaties. Tussen de kinderen en hun vader is al drie jaar op geen enkele wijze contact mogelijk gebleken, ook niet door tussenkomst van de rechtbank. Zo hebben forensische mediation en begeleide omgang tot niets geleid. Bij de kinderen is volgens de Raad sprake van het PAS-syndroom. De rechtbank acht de door de Raad verzochte ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de kinderen noodzakelijk. Het bestaan van het PAS-syndroom én de overige (psychische) problemen van de kinderen vormen een zeer ernstige bedreiging van hun geestelijke ontwikkeling. Slechts door een ondertoezichtstelling in combinatie met een uithuisplaatsing, waarbij tevens sprake van behandeling van de kinderen dient te zijn, is het mogelijk de schade en bedreiging welke de kinderen thans is aangedaan te beperken en weg te nemen. De rechtbank realiseert zich dat de kinderen een hoge prijs moeten betalen voor het gedrag van hun ouders, maar gelet op het belang van de kinderen, op korte en lange termijn en de situatie waarin de kinderen door toedoen van hun ouders terecht zijn geraakt welke zeer schadelijk is voor hun gezondheid, kan niet anders worden geoordeeld.

Wetsverwijzingen

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH
Sector Civiel recht
Zaaknummer : 246254 / JE RK 12-669 en 244529 /JE RK 12-423MZ01
Uitspraak : 10 mei 2012

Inzake : Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing

Beschikking van de meervoudige kamer van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, gegeven met betrekking tot de minderjarigen:
[minderjarige A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[minderjarige B], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[minderjarige C], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[minderjarige D], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

kinderen van:
[naam vader] en [naam moeder],
rechtens wonende in het arrondissement ‘s-Hertogenbosch,
hierna ook wel te noemen: (de) vader en (de) moeder.

Het gezag over de minderjarigen berust bij de ouders.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:
– vader;
– moeder;
– de minderjarigen [minderjarige A] en [minderjaige B];
– alsmede de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en de Stichting Bureau Jeugdzorg (hierna: de stichting).

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

  • een brief met acht bijlagen van mr. Kranenburg d.d. 19 maart 2012;
  • een brief met acht bijlagen van mr. Kranenburg d.d. 20 maart 2012;
  • een brief met twee bijlagen van mr. Kranenburg d.d. 20 maart 2012;
  • een brief met een bijlage van mr. Kranenburg d.d. 20 maart 2012;
  • de zittingsaantekeningen van mr. Kranenburg d.d. 21 maart 2012;
  • de faxbericht van de stichting d.d. 17 april 2012;
  • een brief van mr. Peters d.d. 17 april 2012;
  • de zittingsaantekeningen van mr. Kranenburg d.d. 18 april 2012 met bijlage;
  • een schriftelijk verzoek van de Raad van 23 april 2012;
  • een faxbericht met bijlagen van de stichting van 24 april 2012.

De procedure

Op 9 maart 2012 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift met bijlagen van vader, strekkende tot ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarigen en het vastleggen van een – in het kader van de verzochte ondertoezichtstelling – verdeling van zorg- en opvoedingstaken op verbeurte van een dwangsom van € 2.000,00 per overtreding (zaaknummer 244529 JE RK 12-423MZ01).

Op 21 maart 2012 heeft de kinderrechter het verzoekschrift ter zitting met gesloten deuren behandeld. Bij die gelegenheid zijn gehoord vader, moeder alsmede een vertegenwoordiger van de Raad en van de stichting. Op die zitting heeft de Raad een verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] gedaan.

De kinderrechter heeft de beslissing op de verzoeken aangehouden, teneinde eerst [minderjarige A] en [minderjarige B] over die verzoeken te kunnen horen. Die periode is door de ouders benut om de contacten tussen vader en de kinderen te hervatten. Gebleken is dat na de aanhouding van de zitting door de kinderrechter tot de zitting van 18 april 2012, de ouders hebben geïnvesteerd in het herstel van het contact tussen vader en de kinderen en de ouders onderling.

Op 18 april 2012 heeft de kinderrechter ter zitting met gesloten deuren [minderjarige A] en [minderjarige B] gehoord. Vervolgens zijn de vader, moeder en de vertegenwoordiger van de Raad en van de stichting gehoord. De ouders hebben tijdens die voortgezette behandeling hun standpunten nogmaals uiteengezet en verslag gedaan over de afgelopen periode. De vader heeft een schriftelijk voorstel voor een opbouwende omgangsregeling gedaan. Moeder heeft hiertegen verweer gevoerd.

Tijdens deze zitting blijkt dat sinds de zitting van 21 maart 2012 contacten hebben plaatsgevonden tussen vader en de kinderen. Sprake was van een opbouw, op grond waarvan de Raad vader heeft geadviseerd het verzoek tot de ondertoezichtstelling in te trekken, op basis van strategische en psychologische gronden, om hem zodoende “uit de boeman-positie” te krijgen. Vader heeft vervolgens zijn verzoek ter zitting ingetrokken. Nu het verzoek tot het vastleggen van een verdeling van zorg- en opvoedingstaken door vader in het kader van een verzoekt tot ondertoezichtstelling is gedaan, beschouwt de kinderrechter ook dat verzoek als ingetrokken. Op die verzoeken behoeft derhalve niet meer te worden beslist.

De Raad zag overigens, hierbij gesteund door de stichting, aanleiding zelfstandig ter zitting een verzoek tot een ondertoezichtstelling van de kinderen te doen. De Raad heeft gepersisteerd bij haar verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Dit verzoek is schriftelijk bevestigd op 23 april 2012 (zaaknummer 246254 JE RK 12-669). Ter zitting heeft de Raad tevens verzocht in het kader van de verzochte ondertoezichtstelling, voor het geval geen machtiging uithuisplaatsing wordt afgegeven, de voorlopige omgangsregeling zoals door vader is voorgesteld vast te leggen.

De kinderrechter heeft de zaak vervolgens verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

Van het verhandelde ter zitting op 21 maart 2012 en 18 april 2012 is proces-verbaal opgemaakt.

De verzoeken

De Raad verzoekt de rechtbank een ondertoezichtstelling alsmede machtiging uithuisplaatsing voor de duur van één jaar voor [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] uit te spreken. De Raad heeft bij monde van haar vertegenwoordiger gesteld dat, anders dan de vrouw stelt, wel degelijk gronden voor een ondertoezichtstelling aanwezig zijn. De kinderen worden in hun ontwikkeling bedreigd, nu zij een waar schrikbeeld van de vader hebben en klem zitten tussen hun ouders. Reeds het feit dat alle vier de kinderen blijkens de betreffende behandelverslagen ernstige reacties vertonen bij [naam instelling] als over vader wordt gesproken, maakt al dat sprake is van een ernstige bedreiging. De kinderen hebben last van het slechte beeld dat zij van hun vader hebben.

De vader en moeder zijn er niet in geslaagd om hun conflicten op partnerniveau te beslechten waardoor de huidige ernstige situatie is ontstaan. Enkel een ondertoezichtstelling is onvoldoende om de ernstige bedreiging van de kinderen weg te nemen en de situatie waarin de kinderen zich thans bevinden ten goede te keren. Reeds alle overige denkbare middelen zijn ingezet, forensische mediation, diverse gerechtelijke procedures, begeleide omgang via [naam omgangshuis] , echter zonder resultaat. Enkel een ondertoezichtstelling kan weinig kans van slagen hebben, gelet op onder meer de vastgelopen communicatie tussen ouders, omdat er een groot risico is dat de gezinsvoogd in een parallel proces terecht komt en verzandt in de communicatie tussen ouders. Om dat te voorkomen verzoekt de raad een machtiging uithuisplaatsing. De onderliggende reden hiervoor is dat zowel de Raad als de stichting van mening zijn dat bij de kinderen sprake is van een ouderverstotingssyndroom, hetgeen zeer schadelijk is voor de ontwikkeling van de kinderen. In dit verband spreekt de Raad zelfs van kindermishandeling.

De Raad is van oordeel dat het noodzakelijk is dat het beeld van vader in de ogen van de kinderen in de nabije toekomst bijstelling behoeft. De kinderen laten extreme reacties zien op hun vader. Moeder werkt gaandeweg deze procesvoering eerst mee aan de totstandkoming van omgang, maar trekt deze omgang later weer in twijfel en geeft aan niet te willen komen tot een (voorlopige) omgangsregeling tussen de kinderen en hun vader. De Raad ziet voldoende gronden voor het verzoeken van een ondertoezichtstelling op basis van bovengenoemde feiten. De ontwikkelingen ter zitting van 18 april 2012, en in het bijzonder de hardnekkige opstelling van moeder en haar raadsvrouw heeft ertoe geleid dat de Raad persisteert bij haar eerder gedane verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing van alle vier de kinderen. Vanuit een neutrale verblijfplaats, is het mogelijk omgang te organiseren tussen de kinderen en hun vader en tussen de kinderen en hun moeder. De gezinsvoogd kan dit proces actief begeleiden en zo voor de kinderen een reëel beeld creëren van beide ouders. Daarnaast kunnen ouders (met hulp) aan de slag met het reorganiseren van hun ouderschap “op afstand”.

De Raad verzoekt derhalve de kinderen onder toezicht te stellen voor de duur van één jaar, alsmede de kinderen voor de duur van de ondertoezichtstelling uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg.

De stichting ondersteunt de verzoeken van de Raad. De stichting heeft bij brief van 17 april 2012 een kort verslag gegeven over het verloop van de contacten tussen de ouders en de kinderen in de periode van 21 maart tot 18 april 2021.

Ter zitting is namens de stichting gesteld dat de kinderen “klem en verloren” zitten tussen hun ouders en dat de kinderen vanuit de thuissituatie bij de moeder niet de kans krijgen om een relatie met de vader op te bouwen. De stichting spreekt over een zeer ernstige situatie waarin de kinderen verkeren. Ter illustratie hiervan verwijst de stichting naar de escalatie tussen de ouders en kinderen welke plaatsvond tijdens een schorsing van de mondelinge behandeling op 18 april 2012.

De vader verklaart ter zitting dat hij wel gronden ziet voor een ondertoezichtstelling, maar dat hij deze niet (meer) zelf wenst te verzoeken, omdat hij niet door de kinderen als een boeman wil worden gezien. De vader stelt dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd omdat de vrouw de contacten tussen vader en de kinderen op alle mogelijke manieren, zowel feitelijk als juridisch, frustreert, waardoor de kinderen van hem vervreemden. Door de opstelling van de moeder hebben de kinderen een uiterst negatief beeld van hun vader gekregen. De vader stelt dat bij de kinderen sprake is van tekenen van het ouderverstotingssyndroom. De moeder persisteert in haar weigerachtige houding en stimuleert de kinderen niet om – op een normale wijze – contact aan te gaan met de vader. Voorts weigert zij het beeld dat de kinderen hebben van hun vader bij te stellen. De moeder blijft de kinderen bij voortduring opzetten tegen hun vader. Naar het oordeel van de vader heeft tot mei 2009 op een normale wijze contact plaatsgevonden tussen hem en de kinderen. Sindsdien heeft de vader geen contact meer gehad met de kinderen. Vader heeft schriftelijk een voorstel voor opbouw van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gedaan, welk verzoek hij zoals hiervoor overwogen heeft ingetrokken.

De vader kan zich niet vinden in de verzochte machtiging uithuisplaatsing. Hij verklaart desgevraagd dat hij niet wil dat de kinderen uit huis worden geplaatst.

De moeder voert gemotiveerd verweer tegen zowel de verzochte ondertoezichtstelling alsmede de uithuisplaatsing. De moeder stelt dat de vader de rechtbank onjuist informeert nu de contacten tussen de vader en de kinderen – tot mei 2009 – niet op een normale wijze zijn verlopen. De moeder heeft naar haar oordeel desondanks steeds meegewerkt aan de omgang. Bij de kinderen is echter sprake van grote angst en onrustgevoelens jegens de vader. De oorzaak hiervan ligt volgens de moeder in het huiselijk geweld dat de vader jegens de moeder en de kinderen heeft gepleegd, doch dat hij op geen enkele wijze erkent. Het feit dat de vader, aldus de moeder, niet strafrechtelijk voor die feiten is veroordeeld, betekent immers niet dat hiervan geen sprake is geweest. De moeder stelt dat pas op het moment dat de vader het geweld erkent de kinderen hem kunnen vergeven en de gebeurtenissen een plaats kunnen geven. Pas dan zal er ruimte zal kunnen komen voor neutrale, dan wel positieve gevoelens ten aanzien van de vader.

Volgens de moeder ontbreekt iedere grond en noodzaak voor een ondertoezichtstelling. Uit niets blijkt dat sprake is van problemen waarbij een eerder ingezette aanpak heeft gefaald. Met de kinderen gaat het, zoals ook blijkt uit de schoolrapporten en de behandelverslagen van [naam instelling] , goed. Zij zitten bij afwezigheid van de vader goed in hun vel, zijn vriendelijk en sociaal en vorderen goed op cognitief vlak. Moeder heeft in de bijlage, overgelegd bij de zittingsaantekeningen van haar advocaat d.d. 18 april 2012, verweer gevoerd tegen de door vader voorgestelde geleidelijke opbouw van contacten tussen hem en de kinderen.

Moeder concludeert dat aan de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling noch uithuisplaatsing is voldaan en baseert zich hierbij mede op de uitspraak van de Hoge Raad van 13 april 2001 (LJN AB1009). Bovendien, zo stelt moeder bij monde van haar advocaat met een beroep op de dissertatie van G.J. van Wijk (“Hoezo noodzakelijk? Rechtsgronden voor kinderbeschermingsmaatregelen), dat de maatregel van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in het onderhavige geval meer kwaad dan goed zal doen.

[minderjarige A] heeft verklaard dat het goed met haar gaat. Zij wil geen contact hebben met haar vader, die op haar verzoek “[roepnaam vader]” wordt genoemd. Zij is boos op hem, omdat hij niet de waarheid heeft gesproken over de mishandeling van haar moeder en omdat hij haar, [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] als leugenaar heeft bestempeld. [minderjarige A] heeft geen vertrouwen in haar vader temeer nu hij haar heeft geschreven haar met rust te laten, terwijl hij tegelijkertijd wel om een ondertoezichtstelling heeft verzocht.

[minderjarige B] heeft verklaard dat het goed met haar gaat. Zij wil geen contact hebben met haar vader. Zij vertelt nooit goed contact met hem te hebben gehad, omdat hij niet als een vader voelt aangezien hij altijd met zichzelf bezig was. [minderjarige B] wil graag dat haar vader haar met rust laat en haar de tijd gunt om zelf te bepalen wanneer zij contact met haar vader zal opnemen. [minderjarige B] is bang voor haar vader, omdat zij vindt dat hij niet te vertrouwen is. [minderjarige B] neemt het haar vader kwalijk dat hij heeft gelogen over de mishandeling van haar moeder die hij, na deze eerst steeds te hebben ontkend, wel tijdens het eerste contact met de kinderen aan hen heeft toegegeven.

De beoordeling

Thans komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de verzoeken tot de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C].

Het toepassen van de maatregel van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing betekent een inmenging in het gezinsleven van ouders en kinderen. Deze maatregel is slechts gerechtvaardigd indien zij berust op de in de wet aangegeven gronden en dient ter bescherming van het belang van de kinderen.

Artikel 1:254, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft betrekking op de ondertoezichtstelling en bepaalt het volgende.

“Indien een minderjarige zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig wordt bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen, kan de kinderrechter hem onder toezicht stellen van een stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de Jeugdzorg”.

Artikel 1:261, eerste lid BW heeft betrekking op de uithuisplaatsing en bepaalt het volgende:

“Indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid, kan de kinderrechter de stichting (…) op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen. De machtiging kan eveneens worden verleend op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of van het openbaar ministerie”.

De rechtbank concludeert dat zowel aan de gronden voor de ondertoezichtstelling als aan de gronden voor de machtiging uithuisplaatsing is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank worden zowel [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] als [minderjarige C] ernstig in hun ontwikkeling bedreigd en is zowel een ondertoezichtstelling als een uithuisplaatsing, hoe ingrijpend deze maatregelen ook voor [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] zullen zijn, noodzakelijk in het belang van hun verzorging en opvoeding gelet op de volgende feiten en omstandigheden.

De rechtbank stelt vast dat de communicatie tussen ouders in ieder geval al sinds mei 2009 zeer moeizaam verloopt en dat er sinds mei 2009, met uitzondering van de periode van 21 maart 2012 tot 18 april 2012 (welke korte periode van contact door beide ouders als positief is ervaren), geen contact is geweest tussen de vader en de kinderen. Hiertoe zijn, mede door tussenkomst van de rechtbank, diverse pogingen ondernomen. De rechtbank doelt hierbij op het door haar gelaste forensisch ouderschapsonderzoek, nadat diverse door de rechtbank opgelegde omgangsregelingen niet succesvol bleken te zijn, evenmin als de door haar opgelegde begeleide omgang bij “[naam omgangshuis] ”.

Het forensisch ouderschapsonderzoek is op last van de rechtbank in de bodemprocedure aangevangen door forensisch mediator [naam mediator], maar is voortijdig afgebroken zonder dat hierbij het contact tussen de vader en de kinderen tot stand is gekomen.

Ook de begeleide omgang bij “[naam omgangshuis] ” heeft, anders dan de rechtbank heeft beslist, niet tot enig contact, anders dan de uitwisseling van brieven tussen vader en de kinderen, geleid. Hierover heeft “[naam omgangshuis] ” in haar rapportage van 14 januari 2012, aangevuld bij brief van 20 januari 2012 (als productie G en H door de moeder bij brief van 20 maart overgelegd) het volgende gesteld:

“Kinderen zijn allen boos en stellig dat ze vader niet willen zien. (…). Kinderen laten heftige emoties zien zoals boos en angstig, praten in volwassen taal en spreken elkaar na. Kinderen willen dat vader hen met rust laat en toegeeft dat hij moeder heeft geslagen en dit ook toegeeft aan de rechters. (…). Tijdens dit voorbereidend gesprek blijkt dat de kinderen zo vol emoties zitten dat zij niet te sturen zijn en te begrenzen. Dit maakt dat het Omgangshuis er voor kiest om het eerste contact via brieven te laten verlopen omdat het nu onverantwoord is dat de kinderen vader zien maar het is ook onverantwoord hier niets mee te doen omdat de kinderen zo vast zitten in hun beeld van vader dat er geen realiteitszin meer lijkt te zijn. Het is heel belangrijk dat er toch weer ruimte gecreëerd gaat worden bij de kinderen. (…). Het doel om tot contactherstel te komen tussen vader en de kinderen is niet behaald, het Omgangshuis heeft de visie dat contact tussen vader en de kinderen op dit moment teveel onrust en emoties zou veroorzaken bij de kinderen en moeder. (…). Het omgangshuis maakt zich grote zorgen over het beeld wat de kinderen hebben van hun vader. Zij uiten zich zeer negatief over vader en laten zich hier niet in begrenzen door het omgangshuis. Het Omgangshuis is het ook opgevallen dat moeder de kinderen niet begrenst in de manier waarop zij zich uitten over vader. Het spreken over vader brengt paniek en ontzetting teweeg bij de kinderen. Dit wordt door hen gekoppeld aan ervaringen uit het verleden. Er is onvoldoende vertrouwen bij moeder en de kinderen om ruimte te creëren voor een genuanceerder beeld van vader in het heden. [naam huisvriend], hij noemt zichzelf huisvriend van moeder en de kinderen, is regelmatig aangesloten bij de gesprekken. Volgens het Omgangshuis is hij aan de ene kant steunend voor moeder en de kinderen, maar aan de andere kant bevestigt hij het beeld van vader bij de kinderen en brengt hij geen ruimte in om het beeld van vader te kunnen bijstellen. Het Omgangshuis vindt het van groot belang, voor de ontwikkeling van de kinderen, dat moeder en de kinderen hierbij worden geholpen. Zij adviseert deze hulp te vragen via het Trauma team van het GGZE of via Psychologen Praktijk [naam instelling] , eventueel onder supervisie van het Trauma Team van de GGZE”.

Uit deze verslaglegging van “[naam omgangshuis] ” leidt de rechtbank af dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door het feit dat de kinderen bij “[naam omgangshuis] ” ernstig acting outgedrag vertonen op het moment dat slechts enkel over vader wordt gesproken. Het feit dat moeder weliswaar heeft meegewerkt aan de begeleide omgang en de kinderen hierin heeft gestimuleerd maakt dit niet anders, nu het ook moeder is die niet in staat is (gebleken) de kinderen te begrenzen in de manier waarop zij zich uit(t)en over vader, waarbij overigens ook de rol van de huisvriend van moeder hierin niet als onverdeeld positief kan worden geduid. Bovendien bevestigt het verslag van “[naam omgangshuis] ” dat de geestelijke gesteldheid van de kinderen wordt bedreigd. Of hiervoor nu juist hulp van het Trauma Team, hetgeen door moeder is betwist, of van Psychologenpraktijk [naam instelling] nodig is, is in zoverre niet relevant nu het feit dát de kinderen die hulp nodig hebben, hetgeen ook door ouders is onderkend, vast staat.

In dat verband wijst de rechtbank op de psychologische behandeling van alle vier de kinderen bij Psychologenpraktijk [naam instelling] . Door de moeder zijn de behandelovereenkomsten van de kinderen en het behandelverslag van [minderjarige D] en [minderjarige C] in het geding gebracht en is hierop uitdrukkelijk een beroep gedaan.

Uit die behandelovereenkomsten en het behandelverslag leidt de rechtbank af, dat de zorgen die zowel de Raad, de stichting als “[naam omgangshuis] ” over de kinderen hebben, terecht en zeer groot zijn. De rechtbank overweegt dat die inhoud van deze stukken bevestigt dat sprake is van een ernstige bedreiging van de geestelijke belangen van de kinderen welke bedreiging niet door tussenkomst van “[naam omgangshuis] ” noch [naam instelling] kon worden afgewend. De behandeling bij [naam instelling] is gestart, na een initiatief hiertoe van moeder waarmee vader uiteindelijk heeft ingestemd. Dat de ouders hiertoe hebben besloten valt te prijzen. Echter de oorzaak voor deze behandeling van alle vier de kinderen is gelegen in de echtscheidingsproblematiek welke in alle heftigheid gedurende langere tijd structureel en op alle fronten (zowel financieel als voor wat betreft de kinderen) speelt. Kennelijk hadden de kinderen deze vorm van begeleiding nodig om die echtscheidingsperikelen van hun ouders en het onvermogen van de ouders om zich hier in hun rol als ouders van te distantiëren, het hoofd te kunnen gaan bieden, hetgeen overigens tot op heden nog niet is gelukt. Dat het blijkens schoolrapporten mogelijk wel goed gaat met de kinderen op school, doet aan die conclusie niets af.

De rechtbank wijst ter onderbouwing van haar conclusie hierbij op de volgende passages uit de stukken van [naam instelling] .

Behandelovereenkomst [minderjarige A] / beschrijvende diagnose
Er is bij [minderjarige A] sprake van veel onverwerkte boosheid ten opzichte van haar vader en instanties waar ze mee te maken heeft gehad in verband met de zaak betreffende een omgangsregeling. [minderjarige A] heeft geen contact met haar vader en dit wil zij ook graag zo houden. De loyaliteit naar haar moeder is juist heel sterk. [minderjarige A] functioneert goed op school, thuis bij haar moeder en met vriendinnen.

Behandelovereenkomst [minderjarige B]/ beschrijvende diagnose
Er is bij [minderjarige B] sprake van veel onverwerkte boosheid ten opzichte van haar vader, waar ze veel negatieve ervaringen mee heeft opgedaan, waarbij ze het vertrouwen in hem volledig is verloren. Er is geen contact tussen de vader en de kinderen. De loyaliteit naar haar moeder is juist heel sterk. [minderjarige B] functioneert goed op school, thuis bij haar moeder en met vriendinnen.
Behandelovereenkomst [minderjarige D] / beschrijvende diagnose
[minderjarige D] is een ruim [leeftijd] meisje dat veel heeft meegemaakt en nog meemaakt met betrekking tot de relatie tussen haar ouders, de scheiding en vele gebeurtenissen die daar omheen hebben plaatsgevonden. [minderjarige D] is van nature gesloten en houdt veel rekening met hoe iets voor een ander is. Het liefst ontziet ze anderen in hetgeen haar bezig houdt, waardoor er te weinig ruimte is voor haar eigen gevoel en beleving.

Behandelovereenkomst [minderjarige C] / beschrijvende diagnose
[minderjarige C] is een jongen van [leeftijd] die last heeft van de situatie die er tussen de ouders speelt en gespeeld heeft in het verleden. Hij heeft nare herinneringen aan gebeurtenissen thuis en voelt zich buitenshuis niet veilig vanuit de angst dat hij wellicht geconfronteerd wordt met onverwacht contact met zijn vader. [minderjarige C] voelt zich prettig in het contact met zijn zussen en haalt hier steun uit. Hij heeft moeite om zich te concentreren. Onduidelijk is of dit een gevolg is van de gebeurtenissen en de huidige spanningen die zich van tijd tot tijd voordoen of dat dit een op zichzelf staand probleem is.

Over [minderjarige D] en [minderjarige C] is door moeder ook het behandelverslag in het geding gebracht. [naam instelling] concludeert hierin het volgende.

“De conclusie van de behandeling tot op heden is dat er bij [minderjarige D] en [minderjarige C] op emotioneel niveau onvoldoende ruimte is om zichzelf open te stellen om een (positieve) representatie c.q. beeld van vader te ontwikkelen. Beiden lijken een bestaan van vader te loochenen, hij is er niet voor hen. Het vermoeden bestaat dat [minderjarige D] en [minderjarige C] mogelijk onvoldoende positieve hechtingservaringen met vader hebben opgedaan. De ingrijpende gebeurtenissen voor, tijdens en na de scheiding hebben dit mogelijk versterkt. Praten over vader, denken, laat staan voelen roept grote angst bij hen op en dit weren zij af door te ontkennen dat hij bestaat. Op (object) relationeel vlak is de ontwikkeling van [minderjarige D] en [minderjarige C] gestagneerd en zijn zij als persoon zeer kwetsbaar. (…). Zo kan er dan eveneens langzamerhand ruimte ontstaan om een beeld van (een) vader toe te laten in hun emotioneel leven zonder dat dit met druk gepaard gaat van één van beide ouders. Tevens zal dan ruimte kunnen ontstaan om meer gedifferentieerd te zijn in de relatie met moeder, te weten allerlei verschillende gevoelens aan haar durven tonen. Van belang voor een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling is dat zij beide kunnen ervaren en de bijbehorende gevoelens (…) kunnen verdragen. Het lijkt daarbij aan te bevelen dat vader zich open stelt voor begeleiding om stil te staan bij de wijze waarop hij kan luisteren naar de kinderen, zodat zij zich echt gehoord en gezien voelen door hem”.

Daar komt nog bij dat ook uit de e-mail van moeder aan vader d.d. 17 april 2012 welke als bijlage bij de zittingsaantekeningen van de advocaat van de moeder ter zitting van 18 april 2012 is overgelegd, blijkt dat alle kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Weliswaar heeft de moeder deze e-mail aangegrepen om aan te geven waarom (nog) niet moet worden gewerkt aan een (geleidelijke) uitbreiding van de “omgang” zoals door vader is voorgesteld, maar de rechtbank ziet in de inhoud van dit e-mailbericht een bevestiging van haar conclusie dat de kinderen ernstig worden bedreigd in hun geestelijke ontwikkeling en dat een uithuisplaatsing van de kinderen, hoe treurig dan ook voor de kinderen, noodzakelijk is.

In dit verband wijst de rechtbank in het bijzonder op de volgende passages.

“Je hebt zelf ervaren dat het vertrouwen van de kinderen in jou helaas nihil is: [minderjarige C] durft zelf niet eens open te doen als je voor de deur staat en ondanks jullie gedeelde liefde voor voetbal wil hij geen balletje met je trappen. De contacten zijn er maar de afstand en het wantrouwen is nog zeer groot en dat heeft tijd nodig. (…). Zelf heb ik de afgelopen weken ervaren dat de kinderen bijzonder gespannen zijn in de aanloop naar de dagen dat er omgang is en dat de opluchting als het weer voorbij is, erg groot is. (…). [minderjarige A] heeft zelfs letterlijk gezegd dat, als het aan haar ligt, ze niets te maken wil hebben met je”.

Uit voornoemde feiten en omstandigheden volgt reeds dat alle andere middelen ter afwending van de bedreiging van de geestelijke belangen van de kinderen hebben gefaald en zullen falen. Het is immers geen enkele instantie, al dan niet na hiertoe te zijn gelast door de rechtbank, gelukt deze bedreiging weg te nemen.

Tot de overtuiging van de rechtbank dat aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing is voldaan, draagt voorts bij de door vader erkende en door moeder niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken stelling van de Raad dat bij de kinderen sprake is van het ouderverstotingssyndroom, ook wel PAS (Parental Alienation Syndrome) genoemd. Bij het ouderverstotingssyndroom is sprake van een pathologische binding tussen ouder en kind, in dit geval moeder en de kinderen, met uitsluiting van de andere ouder, in casu vader. De voornaamste uiting hiervan is een ongerechtvaardigd denigrerende houding van het kind tegenover de uitwonende ouder.

De gedingstukken alsmede de uitlatingen en gedragingen van alle kinderen ten overstaan van “[naam omgangshuis] ” en [naam instelling] en die van [minderjarige A] en [minderjarige B] ten overstaan van de kinderrechter welke hen heeft gehoord, bevestigen dat hiervan sprake is. Dat moeder een rechtvaardiging vindt voor het afhouden van (te snel) contact tussen vader en de kinderen, gelegen in een door haar gestelde mishandeling in het verleden van haar door vader – waarvan vader zowel in eerste aanleg als in appel is vrijgesproken – en door de wens van de kinderen om geen contact meer te hebben met hun vader, kan hieraan op geen enkele wijze afdoen, nog daargelaten dat zulks nimmer reden kan zijn voor het (voeden van) het ouderverstotingssyndroom waaraan de kinderen thans lijden. Immers de Raad heeft onomwonden in haar rapport van 9 april 2010 geconcludeerd dat geen sprake is van enige contra-indicatie voor het (herstellen van het) contact tussen de kinderen en vader en heeft die conclusie zowel ter zitting van 21 maart 2012 als die van 18 april 2012 bevestigd. Deze conclusie is ondersteund door de stichting. Het verweer van moeder dat die contra-indicaties wel aanwezig zijn getuige het gedrag van de kinderen acht de rechtbank van onvoldoende gewicht nu die gedragingen juist de constatering van het ouderverstotingssyndroom bevestigen en de conclusie dat de kinderen ernstig in hun geestelijke ontwikkeling worden bedreigd ten gevolge waarvan een uithuisplaatsing noodzakelijk is, onderbouwen. Het baart de rechtbank zorgen dat moeder dit niet onder ogen wil zien.

De rechtbank overweegt dat het bestaan van het ouderverstotingssyndroom bij alle vier de kinderen in onderling verband bezien met de overige (psychische) problemen van de kinderen een zeer ernstige bedreiging van de geestelijke ontwikkeling van de kinderen vormt. Slechts door een ondertoezichtstelling in combinatie met een uithuisplaatsing, waarbij tevens sprake van behandeling van de kinderen dient te zijn, is het mogelijk de schade die dit ouderverstotingssyndroom alsmede hetgeen dat daartoe heeft geleid, al heeft aangericht te beperken en zo mogelijk weg te nemen.

Gelet op het vorenoverwogene in onderling verband beschouwd met de gedingstukken en het het verhandelde ter zitting concludeert de rechtbank dat [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] thans in een omgeving opgroeien waar het hen niet vrij staat een band, op welke wijze dan ook, op te bouwen met hun vader. De argumenten die moeder hiervoor hanteert acht de rechtbank van onvoldoende gewicht. De kinderen verblijven reeds gedurende langere tijd in een omgeving waarin de vechtscheiding van hun ouders, en niet de kinderen zelf, centraal staan. De kinderen zijn inzet van de strijd geweest, met alle gevolgen van dien. Dat de kinderen de thans ingezette en ook nog geadviseerde begeleiding nodig hebben is een gevolg daarvan geweest evenals de aanwezigheid van het als zeer ernstig te noemen ouderverstotingssyndroom. Het feit dat het vader noch moeder lukt tezamen afspraken te maken over hun rol als ouders van de kinderen en in redelijkheid als ouders met elkaar en met hun kinderen om te gaan, heeft ertoe geleid dat de huidige situatie niet meer kan worden gehandhaafd en op geen enkele wijze in het belang van de [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] kan worden geacht. De kinderen worden ernstig in hun geestelijke ontwikkeling bedreigd. Het feit dat zij niet de kans krijgen onbelast contact met beide ouders te hebben en sprake is van het ouderverstotingssyndroom, maakt dat een uithuisplaatsing noodzakelijk is. Het nog langer later verblijven van de kinderen in deze omgeving moet als zijnde zeer schadelijk en niet in het belang van de kinderen worden geacht. Slechts een ondertoezichtstelling, een uithuisplaatsing en behandeling van de kinderen voor het hen door beide ouders aangedane leed, kan in hun belang worden geacht. De rechtbank realiseert zich dat de kinderen een hoge prijs moeten betalen voor het gedrag van hun ouders. Echter, gelet op het belang van de kinderen op zowel korte als lange termijn en het feit dat de kinderen door toedoen van hun ouders thans in een geweldsvacuüm terecht zijn geraakt dat zeer schadelijk is voor hun geestelijke gezondheid, kan niet anders worden geoordeeld. Vanuit de uithuisplaatsing, bezien als een “nulpunt”, zullen de vader en de moeder hun rol als ouder, onder deskundige begeleiding, dienen te hervatten. De rechtbank wenst zicht te houden op de ontwikkeling van de kinderen en de vorderingen van de ouders met betrekking tot hun taak als opvoeders en zal daarom het verzoek tot de machtiging uithuisplaatsing slechts voor de duur van zes maanden – in plaats van de verzochte duur van één jaar – afgeven en voor het overige aanhouden.

De Raad en de stichting dienen de rechtbank tijdig voor afloop van deze periode te informeren over het verloop van de uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling van de kinderen en ontwikkelingen in de relatie tussen ouders.

Nu het verzoek tot de machtiging uithuisplaatsing wordt toegewezen, behoeft geen voorlopige omgangsregeling in het kader van de ondertoezichtstelling te worden opgelegd. Het tot stand brengen van de contacten tussen vader, moeder en de kinderen, nadat deze uit huis zijn geplaatst, zal aan de stichting worden overgelaten.

De beslissing

De kinderrechter:

  • stelt de minderjarigen voornoemd onder toezicht van een stichting, te weten: BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT, Wal 20, 5611 GG Eindhoven met ingang van 10 mei 2012 voor de duur van één jaar;
  • verleent machtiging tot plaatsing van voornoemde minderjarigen in een voorziening voor verblijf pleegouders 24 uurs voor de duur van zes maanden;
  • houdt het verzoek voor het overige aan tot de zitting van 31 oktober 2012;
  • verzoekt de Raad en de stichting uiterlijk twee weken voor de zitting van 31 oktober 2012 aanvullende rapportage uit te brengen zoals hiervoor overwogen;
  • beveelt de griffier de belanghebbenden op te roepen voor de zitting van 31 oktober 2012 op een nog nader te bepalen tijdstip.
  • verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven te ‘s-Hertogenbosch door mrs. P.P.M. van Reijsen, O.A.J.M. Lavrijssen en V.R. de Meyere, kinderrechters en uitgesproken ter openbare zitting van 10 mei 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

Conc.PvR
Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat -hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch:
a) door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b) door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.

Referentie:
ECLI:NL:RBSHE:2012:BW5616, voorheen LJN BW5616, Rechtbank ‘s-Hertogenbosch, 246254 / JE RK 12-669 en 244529 / JE RK 12-423MZ01

mei 10, 2012 at 12:28 pm Plaats een reactie

Rechtbank Roermond – Voorbeeld inzet “klemcriterium” en “loyaliteitsconflict” om kinderen tegen hun wil bij zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen

Hieronder een voorbeeld van hoe in een recente familierechtuitspraak van de Rechtbank Roermond (enkelvoudige kamer) het zgn. klemcriterium (BW1, Artikel 1:251:lid 1a: Kinderen raken klem en verloren tussen de beide ouders) door kinderbescherming en kinderrechter wordt toegepast om de kinderen tegen hun eigen wil bij een (overigens aan beperkte omgang van de kinderen met moeder meewerkende) zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen. De beide kinderen willen dat zelf nadrukkelijk niet, maar daar wordt overheen gegaan “in het belang van het kind”. Vader wordt daarbij vervolgens verder buitenspel gezet naar de kinderen middels begeleide omgang.

Als grondmotief voor deze zwaarwegende beslissing wordt door de rechter gesteld: “De kinderrechter overweegt met de raad voor de kinderbescherming dat de kinderen onvoldoende ruimte krijgen om zich bij beide ouders op hun gemak te voelen en dat ze vanuit deze positie kennelijk voor de vader hebben gekozen. Dit is zeer zorgelijk te noemen, nu de kinderen recht hebben op een goed contact met beide ouders. Een dergelijk contact met beide ouders is ook noodzakelijk voor een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van de kinderen.” Dit hoofdargument (b)lijkt in de praktijk van deze uitspraak echter bij nader inzien toch eigenlijk vooral een gelegenheidsargument, waar vader vervolgens middels een zgn. begeleide omgangsregeling door rechter en kinderbescherming in zijn contact met de kinderen vrijwel onmiddelijk verder buitenspel wordt gezet. Kennelijk telt het goede contact van de kinderen met hun vader voor deze rechter en de kinderbescherming dan toch minder mee dan het contact met hun moeder. (Wel zou je hierbij kunnen opmerken dat het gebruikte gelegenheidsargument mogelijk reden is geweest dat vader nog enige begeleide omgang heeft gekregen, anders was zijn betrokkenheid bij de kinderen mogelijk van de ene dag op de andere zelfs geheel door rechter en kinderbescherming stopgezet.)

Interessant hierbij is verder dat het in de hoofdargumentatie gebruikte “klemcriterium” (BW1, Artikel 1:251:lid 1a) hier oneigenlijk gebruikt wordt door de kinderrechter. De kinderrechter gebruikt het klemcriterium hier namelijk om de hoofdverblijfplaats van de kinderen te wijzigen, terwijl de wet het gebruik van het klemcriterium door de rechter bepaalt of beperkt tot gezagsbeslissingen of – wijzigingen tot eenoudergezag en aan dit (gezamenlijk) gezag verandert de rechter in deze uitspraak niets:

Artikel 1:251a:Lid 1a: Het klemcriterium
1.De rechter kan na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. (……….)

Dit onjuiste gebruik van het klemcriterium door Nederlandse rechters, dat door de wetgever bij de invoering van de wet in 2009 juist bedoeld was alleen te worden toegepast bij hoge uitzondering, krijgt hiermee een steeds breder, steeds willekeuriger en zelfs buitenwettig karakter. Het gebruik van het klemcriterium dreigt daarmee – net als het willekeurige en ongedefinieerde gebruik van ‘het belang van het kind’ – in de huidige rechtspraktijk te verworden tot rechterlijke willekeur en panacee.

Interessant is tot slot dat het in deze uitspraak eigenlijk vooral ook lijkt te gaan om een verkapte inzet door kinderbescherming en kinderrechter van het door psychiater Richard Gardner goed omschreven en gedefinieerde “ouderverstotingssyndroom” (PAS), zonder dat deze terminologie in deze uitspraak overigens gebruikt wordt. In plaats daarvan glippen kinderbescherming en kinderrechter hier weg met het gebruik van oncontroleerbare en onnavolgbare (want nergens goed gedefinieerde of omschreven) terminologie zoals “loyaliteitsconflict” en/of “in de knel of klem raken tussen de ouders”  en wordt hier gesproken over een “ernstig loyaliteitsconflict van de kinderen t.o.v. hun ouders” etc. (‘Whatever that may be?’).

Het kan goed zijn dat deze vader mogelijk de beide kinderen zodanig ernstig heeft vervreemd van moeder, dat een dergelijke zwaarwegende beschikking als gegeven in deze uitspraak te rechtvaardigen valt, maar stel deze hier veronderstelde negatieve invloed van vader op de kinderen dan wel eerst ook deugdelijk vast met helder omschreven, goed gedefinieerde, gevalideerde en objectiveerbare termen, criteria en terminologie die ook in de wet zijn vast gelegd, in plaats van het huidige gerommel met ongedefinieerde, willekeurige en onnavolgbare termen zoals we hier in de Nederlandse familierechtspraak en kinderbescherming steeds weer opnieuw zien.

In deze uitspraak is die rechtvaardiging echter geenszins gegeven en draagt de familierechtuitspraak verder bij aan het verlies van vertrouwen van Nederlandse burgers in de Nederlandse rechtspraak op het voor burgers meest essentiële punt, dat van de liefde en zorg als ouder voor de eigen kinderen en het contact met de eigen kinderen.

Maar graag jullie reactie en mening.

Groet,
Peter Tromp
Vader Kennis Centrum

———————————————

ECLI:NL:RBROE:2011:BU4821, Rechtbank Roermond, 109342 / FA RK 11-889

Datum uitspraak:16-11-2011
Datum publicatie:17-11-2011
Rechtsgebied:Personen-en familierecht
Soort procedure:Eerste aanleg – enkelvoudig
Vindplaats: Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie:
Ernstig loyaliteitsconflict kinderen (van 11 en 8 jaar oud) ten aanzien van ouders. Kinderen wonen bij vader. Door zijn houding belemmert vader contact tussen de kinderen en de moeder. Hoewel kinderen zelf aangeven bij vader en niet bij de moeder te willen wonen wordt de hoofdverblijfplaats bij moeder bepaald en voorlopig een regeling vastgesteld waarbij omgang tussen vader en de kinderen onder begeleiding plaats zal vinden. Kinderrechter ziet deze voor de kinderen zeer ingrijpende stap als enige mogelijkheid om impasse te doorbreken.

Uitspraak
RECHTBANK ROERMOND
Sector civielrecht

Zaaknummer: 109342 / FA RK 11-889

Beschikking van 16 november 2011 betreffende ouderlijke verantwoordelijkheden

in de zaak van:

[de moeder],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen de moeder,
advocaat: mr.drs. I. Ligtelijn- Huisman;

tegen:

[de vader],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. J.J. Geuze.

Als belanghebbende merkt de rechtbank tevens aan de minderjarigen:
[minderjarige dochter], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
[minderjarige zoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1. Dit blijkt uit het volgende:
– de tussen partijen gegeven beschikking d.d. 27 juli 2011 de beslissing over de verzoeken is aangehouden en de raad voor de kinderbescherming is verzocht rapport en advies uit te brengen;
– het op 14 oktober 2011 ingekomen rapport en advies van de raad voor de kinderbescherming te Roermond;
– de brief, met bijlage, van 18 oktober 2011 van de raad voor de kinderbescherming;
– de brieven, met bijlagen, van 19 oktober 2011 en 4 november 2011 van de advocaat van
de vader;
– de nadere mondelinge behandeling, welke heeft plaatsgevonden op 7 november 2011 en waarbij zijn verschenen:
– de ouders, bijgestaan door hun advocaten;
– [gezinsvoogdes], gezinsvoogdes van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,
– [vertegenwoordiger van de Raad], vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.

2. Het oordeel van de rechtbank

2.1. De raad voor de kinderbescherming adviseert de hoofdverblijfplaats van de kinderen te bepalen bij de moeder en een reguliere omgangsregeling tussen de kinderen en de vader te bepalen, waar naartoe wordt gewerkt via een begeleide omgangsregeling bij de Mutsaersstichting.
De raad stelt zich daarbij op het standpunt dat de kinderen ernstig knel zitten in de strijd tussen hun ouders. De zorgen over de kinderen zijn – ondanks hulpverlening vanuit een ondertoezichtstelling – nog onverminderd groot.
De zorgen die door de vader geuit worden over de mishandeling van de kinderen door de moeder en haar partner lijken gebaseerd te zijn op incidenten. De raad voor de kinderbescherming heeft sterke aanwijzingen dat de kinderen in een positie zijn geraakt, waarin twee incidenten sterk benadrukt worden. De kinderen komen hierdoor steeds verder af te staan van de werkelijkheid. De kinderen moeten serieus genomen worden in hun beleving, maar het is ook noodzakelijk dat de kinderen een reëel beeld krijgen van de gebeurtenissen. Dat de kinderen zich niet veilig voelen bij de moeder en haar partner, ziet de raad als een reactie op het loyaliteitsconflict, waarin de kinderen zitten. Vanuit de praktijk komen geen signalen naar voren waaruit blijkt dat de kinderen daadwerkelijk angstig zijn. De kinderen ogen ontspannen in het bijzijn van de moeder en haar partner en het is zorgelijk te noemen dat de kinderen terug in hun schulp lijken te kruipen als de moeder ter sprake komt in het bijzijn van de vader. De kinderen krijgen van de vader onvoldoende ruimte om op een positieve wijze contact te hebben met de moeder. Hoewel de vader zegt het belang van de kinderen in het oog te houden en moeite te zullen doen de omgang tussen de moeder en de kinderen mogelijk te maken, blijkt dit niet uit zijn handelen.
De moeder legt geen druk op de kinderen en probeert vanuit haar positie de contacten zo positief mogelijk in te vullen, waardoor deze contacten ook positief verlopen.
Rust en continuïteit voor de kinderen kunnen alleen gecreëerd worden vanuit de thuissituatie van de moeder. De raad verwacht dat de moeder de kinderen de ruimte en vrijheid zal bieden om de vader een rol in hun leven te laten hebben.
De raad vindt een begeleide omgangsregeling met de vader noodzakelijk om voor de kinderen veiligheid en vertrouwen te creëren en te wennen aan de nieuwe situatie. Daarnaast zijn er vermoedens van negatieve beïnvloeding van de kinderen door de vader en wil de raad voorkomen dat de kinderen verder in een loyaliteitsconflict gebracht worden.

2.2. De moeder is het eens met het advies van de raad voor de kinderbescherming.

2.3. De vader is het niet eens met het advies van de raad voor de kinderbescherming.
Het advies is gebaseerd op de interpretatie van containerbegrippen door de raad. De raad gaat voorbij aan het punt dat gebleken is dat de kinderen zich veilig voelen bij de vader en niet bij de moeder.
Volgens de vader werkt hij wel mee aan herstelcontacten met de moeder, hetgeen ook blijkt uit de vele contacten tussen de moeder en de kinderen in de afgelopen maanden. De vader vindt het tempo hiervan te hoog voor de kinderen. Dat is wat hij heeft aangegeven.
Vanaf half september gaat het niet goed met de kinderen, hetgeen de vader wijt aan het advies van de raad voor de kinderbescherming en de onrust die daardoor is ontstaan.
De teamleider van de school heeft recent geconcludeerd dat [minderjarige zoon] verdriet heeft, omdat hij zich zorgen maakt dat hij bij de moeder moet gaan wonen en dat hij naar een andere school moet. [minderjarige dochter] wil graag leuk gevonden worden en doet daarvoor erg haar best, maar gedraagt zich heel vrij om zichzelf te zijn bij de vader thuis. [minderjarige dochter] kruipt niet in haar schulp in aanwezigheid van de vader. [minderjarige dochter] heeft moeder verteld dat ze niet bij haar wil wonen.
De situatie voor de kinderen is al langere tijd onveilig. Een echtscheiding is voor kinderen een onveilige situatie en het grensoverschrijdende opvoedgedrag van de moeder maakt de situatie extra onveilig. In de rapportage spreekt de moeder enkel negatief over de vader, maar de vader niet over de moeder.

2.4. De gezinsvoogd heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat er weliswaar een verandering in de houding van de vader heeft plaatsgevonden, maar dat is onvoldoende.
De school spreekt van een schrijnende situatie. De kinderen kunnen zich niet meer concentreren. Dat het nu niet goed gaat op school, komt door het loyaliteitsconflict waarin de kinderen zitten.
De vader werkt niet van harte mee aan de herstelcontacten tussen de moeder en de kinderen. De vader heeft zelfs tegen een medewerker van de stichting gezegd dat kinderen het contact met de moeder niet nodig hebben, nu kinderen van wie de moeder is overleden ook geen contact hebben met hun moeder.
Tussen de moeder en de kinderen zijn afgelopen zomer drie begeleide omgangsmomenten geweest en dat ging goed. Daarom vond de stichting dat de omgang kon worden uitgebreid tot zes uur en niet meer onder begeleiding hoefde plaats te vinden. Met moeite heeft de vader kunnen instemmen met twee uur onbegeleide omgang per 14 dagen.
De gezinsvoogd heeft recent met de kinderen, de moeder en haar partner gesproken over wat de kinderen nodig hebben van de moeder. Dit is een goed gesprek geweest en de afspraak is daarbij gemaakt om een nacht te logeren. Dit heeft de gezinsvoogd samen met [minderjarige dochter] aan de vader verteld, maar de reactie van de vader maakte dat [minderjarige dochter] terug in haar schulp kroop. Ook non-verbaal zet de vader de kinderen onder druk. De kinderen voelen daarom niet de toestemming van de vader om een positief contact te hebben met de moeder. De gezinsvoogd heeft hierover een emotioneel gesprek gehad met [minderjarige dochter]. De kinderen voelen zich genoodzaakt om te kiezen.

2.5. Ingevolge artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De rechter kan op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan, voor zover hier van belang, omvatten:
a. een toedeling aan ieder der ouders van de zorg en opvoedingstaken, alsmede en uitsluitend indien het belang van het kind dit vereist, een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben;
b. de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft;
(…)
De rechter beproeft alvorens te beslissen op voormeld verzoek een vergelijk tussen de ouders.

2.6. Uit de processtukken blijkt dat er is geïnvesteerd in de onderlinge communicatie tussen de ouders. Dit heeft tot op heden niet tot een constructieve manier van communiceren geleid.
De kinderrechter overweegt met de raad voor de kinderbescherming dat de kinderen onvoldoende ruimte krijgen om zich bij beide ouders op hun gemak te voelen en dat ze vanuit deze positie kennelijk voor de vader hebben gekozen. Dit is zeer zorgelijk te noemen, nu de kinderen recht hebben op een goed contact met beide ouders. Een dergelijk contact met beide ouders is ook noodzakelijk voor een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van de kinderen.
Blijkens het rapport van de raad, alsmede de stelling van de gezinsvoogd ter zitting zijn pogingen om deze situatie te veranderen mislukt, waarbij voorts is gebleken dat de vader de omgang tussen de moeder en de kinderen belemmert. Er is weliswaar onder druk van de gezinsvoogd omgang tussen de moeder en de kinderen tot stand gekomen, echter door de opstelling van de vader krijgen de kinderen onvoldoende ruimte en goedkeuring van hem om het contact met de moeder op een positieve manier te laten plaatsvinden.
Met de raad voor de kinderbescherming is de kinderrechter derhalve van oordeel dat de overtuiging van de vader over wat goed is voor de kinderen, hierdoor niet langer overeen komt met wat de kinderen werkelijk nodig hebben. Vader toont zich in zijn overtuiging onverzettelijk.
Dat de kinderen zich op dit moment veilig voelen bij de vader en niet bij de moeder, is naar het oordeel van de rechtbank het gevolg van voormelde houding en overtuiging van de vader.
Dat er zich incidenten bij de moeder hebben voorgedaan neemt de kinderrechter aan. Naar het oordeel van de kinderrechter is echter niet gebleken dat er in de opvoedingssituatie bij de moeder sprake is van structurele lichamelijke of psychische mishandeling van de kinderen. Zowel de vader als de kinderen zelf benoemen twee gedateerde voorbeelden.
Gebleken is voorts dat de moeder thans geen druk legt op de kinderen, zodat er naar het oordeel van de kinderrechter bij haar meer kansen liggen voor de kinderen om uit het loyaliteitsconflict te geraken. De kinderrechter laat in zijn oordeel meewegen de begeleiding die de gezinsvoogd geeft en het constructieve gesprek dat zij met de moeder, haar partner en de kinderen heeft gehad omtrent de vraag wat de kinderen van de moeder op dit moment kunnen verwachten. De kinderrechter realiseert zich dat de verhuizing naar de moeder een ingrijpende stap is voor de kinderen, maar ziet geen andere weg om de ontstane impasse te doorbreken.

2.7. Gelet op het vorenstaande oordeelt de kinderrechter dat de in het ouderschapsplan d.d. 6 april 2010 opgenomen regelingen dienen te worden gewijzigd, in die zin dat de belangen van de kinderen vereisen dat de hoofdverblijfplaats voortaan bij de moeder zal zijn en dat het contact tussen de vader en de kinderen voorlopig via de begeleide omgangsregeling (BOR) van de Mutsaersstichting zal plaatsvinden.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. wijzigt de uitspraak van deze rechtbank van 9 juni 2010 en de daarin opgenomen onderlinge regelingen, zoals opgenomen in het ouderschapsplan d.d. 6 april 2010, in de zin als hierna vermeld;

3.2. bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen:
1. [minderjarige dochter], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
2. [minderjarige zoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
voortaan bij de vrouw zal zijn;

3.3. bepaalt dat het contact tussen de vader en de kinderen voorlopig, totdat daarover nader wordt beslist, onder begeleiding van de Mutsaersstichting (BOR) zal plaatsvinden;

3.4. verzoekt de raad voor de kinderbescherming te Roermond uiterlijk op 16 mei 2012 (pro forma) de rapportage van de Mutsaersstichting bij de rechtbank in te dienen, waarna de rechtbank partijen zal informeren over de verdere voortgang van de procedure;

3.5. houdt iedere verdere beslissing aan;

3.6. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. Wassenberg, kinderrechter en ter openbare terechtzitting van 16 november 2011 uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

DT

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.

Referentie:
ECLI:NL:RBROE:2011:BU4821, Rechtbank Roermond, 109342 / FA RK 11-889

november 17, 2011 at 7:07 am 7 reacties

Parent-Child-Alienation and the Parental Alienation Syndrome (PAS) – Update by Von Boch-Galhau, Kodjoe, Andritzky and Koeppel

Letter to fellow professionals in the divorce related disciplines
http://www.drvboch.de/doc/Kombi-Brief_englisch.doc

From PAS-Arbeitsgemeinschaft

c/o Dr. med. Wilfrid v. Boch-Galhau
Facharzt für psychotherapeutische Medizin
Nervenarzt – Psychotherapie
PAS-Arbeitsgemeinschaft
Oberer Dallenbergweg 15
D-97082 Würzburg
Telefon +49 931 3592133 (AB)
Fax +49 931 3592249
E-Mail: praxis@drvboch.de
www.drvboch.de
www.pas-konferenz.de

November 2011

Subject: Update on Parent-Child-Alienation and the Parental Alienation Syndrome (PAS)

 

Dear colleagues,

As organizers of the International Conference on the Parental Alienation Syndrome (PAS), Frankfurt/Main October 2002 (see http://www.pas-konferenz.de, especially conference proceedings, Verlag Wissenschaft und Bildung, Berlin, 2003) we would like to pass on to you, in connection with the topics of parent-child-alienation and Parental Alienation Syndrome, the following information, which might be of some interest for your work:

Introductive Remarks to PAS

In recent years psychiatrists and psychotherapists are confronted in their clinical work more and more often with severe psychiatric and psychosomatic consequences of the Parental Alienation Syndrome (PAS) in now adult “children of divorce” as well as in parents, who have been traumatized by alienation and rupture of contact with their children.

In PAS we deal with a special subcategory of parent-child alienation mainly in separation/divorce conflicts in the sense of an induced disorder in the child, as a result of severe manipulative and aberrant parental behavior in which the child irrationally and without true reason radically refuses contact with a once loved, caring parent.

Research in recent times refers to the condition resulting from induced alienation between parent and child as “pathological alienation” [1], “parental alienation”[2],[3], “parental alienation disorder” [4], “alienated child” [5] or “parental alienation syndrome”. The term “parental alienation syndrome” was introduced in 1985 [6] by the american child psychiatrist Richard A. Gardner, who died in 2003. Standard works on PAS include his book “The Parental Alienation Syndrome – a guide for mental health and legal professionals”, first edition published in 1992 [7], second edition 1998 [8], and Gardner/Sauber/Lorandos (eds., 2006) “The International Handbook of Parental Alienation Syndrome” [9].

Dr. Gardner, M. D. defined PAS as follows:
“The Parental Alienation Syndrome (PAS) is a disorder that arises primarily in the context of child-custody disputes. Its primary manifestation is the child’s campaign of denigration against a parent, a campaign that has no justification. It results from the combination of a programming (brainwashing) parent’s indoctrina¬tions and the child’s own contributions to the vilification of the target parent. When true parental abuse and/or neglect is present the child’s animosity may be justified, and so the parental alienation syndrome explanation for the child’s hostility is not applicable.” [10]:

The concept “Parental Alienation Syndrome” thus is characterized by three elements [11]:

a) Rejection or denigration of a parent that reaches the level of a campaign, i.e., it is persistent and not merely an occasional episode;
b) the rejection is irrational, i.e. the alienation is not a reasonable response to the alienated parent’s behavior; and
c) it is a partial result of the non-alienated parent’s influence.

If any of these three elements is absent, the term PAS is not applicable.

In PAS – especially in its moderate and severe manifestation – one can identify a complex of eight chief symptoms in the behavior of the child (in a mild case of PAS not all of them may show up). These symptoms can vary in markedness and strength, which is significant for the decision on the kind of required legal and psychological intervention:

1. A campaign of denigration
2. Weak, absurd, or frivolous rationalizations for the deprecation
3. Lack of ambivalence
4. The “independent-thinker” phenomenon
5. Reflexive support of the alienating parent in the parental conflict
6. Absence of guilt over cruelty to and/or exploitation of the alienated parent
7. The presence of borrowed scenarios
8. Spread of the animosity to the friends and/or extended family of the alienated parent.

The diagnosis and the degree of PAS are established on the basis of the observed behavior of the child, not on the basis of the degree of manipulation to which the child is exposed. A careful evaluation of the entire family system and identification of the manipulating person(s) is indispensable. Also, the role of the so called alienated parent and his/her possible contribution to the process of alienation need to be evaluated, in order to avoid a misdiagnosis.

PAS is not the same as hindrance of visitation, or any kind of refusal of contact and alienation with respect to the non-residential parent — as many believe –, but a psychiatrically relevant disorder in the child, as a result of traumatization. In contrast to other, e.g. psycho-dynamic interpretations of contact refusal by children, one has in PAS always a massive hindrance of contacts and/or manipulation and indoctrination of the child by others. Active manipulation is carried out — consciously or not – by the chiefly caretaking parent and/or other important persons to whom the child relates or is dependent upon. In these manipulative persons one can usually identify specific psychological problems, e.g. severe narcissistic and /or borderline personality disorder, traumatic childhood experiences, paranoid coping with the divorce conflict, or psychosis. Also, attitude and behavior of professionals accompanying the divorce process play an important role in the course of the alienation process.

Significant alienation techniques in the induction of PAS are, among others, denigration, reality distorting negative presentation of the other parent, boycott of visitation, rupture of contacts, planned misinformation, suggestive influence, and confusing double-bind messages. Sometimes direct psychological (e.g. threats of withdrawal of love, suicide threats) or physical threats ( hitting, locking in) are used against the children. The loyalty conflict in the child, which exists anyway in a divorce situation, is enhanced. Fear, dependence on and identification with the alienator play an important role. A related psychodynamics is found in the Stockholm Syndrome, in cases of hostage taking, or also within sect systems. Some cases of PAS of the severe degree show similarities in their dynamics with the Munchausen-by-Proxy-Syndrome. The affected children depend upon outside help.

In order to be able to better support children of divorce, affected by PAS, by appropriate prevention and intervention measures numerous international experts recommend that the diagnosis “Parental Alienation Syndrome” (or “Parental Alienation Disorder”) in the sense of an induced child disorder be included in the forthcoming DSM-5 of the American Psychiatric Association [12], [13], [14]. Appropriate intervention in the case of PAS by divorce accompanying professionals – especially in the context of the family court system — often is precluded by the fact that PAS is not diagnosed, its psychotraumatic importance or its existence even denied, with reference to the fact that the disorder is not included in DSM (-IV). The alienated children often are left for years in a pathological environment, with corresponding risks for their psychological development and mental health. [15], [16], [17], [18]

It remains to be seen whether sufficient clinical research results will exist at the time of the concluding preparation phase for DSM-5, in order to further clarify open questions on the validity and reliability of the PAS diagnosis, on long-term effects of PAS-induction on the child of divorce, and on the effectiveness of intervention for the various degrees of this particular child disorder. Various studies so far indicate that moderate to severe alienation scenarios require, besides guiding psychotherapeutic treatment, first of all structural intervention in the form of court directed custody-, visitation-, and residence orders, in order to protect the contact of the child with both parents (cf.. Lampel, 1986 [19]; Clawar & Rivlin, 1991 [20]; Dunne & Hedrick, 1994 [21]; Gardner, 2001 [22]; Kopetski, Rand & Rand, 2005 [23]).

An important clinical research topic appears to be a clarification in as far there are connections between induction of PAS in the child of divorce and later Borderline-, personality-, or other trauma- related disorders in the adult, as well as a trans-generational passing on of corresponding pathological behavioral patterns. Furthermore: whether and what kind of psycho-pathology can be found in severely alienating parents, what role the alienated parent and perhaps also the participating professionals possibly play in the process of alienation.

It remains to hope that the considerable confusion on the concept of Parental Alienation and Parental Alienation Syndrome can soon be ended, in order to better, as up to now, help pathologically alienated children of divorce and their families.

Further information about Parent-Child-Alienation and Parental Alienation Syndrome (PAS)

1. A survey of the current international scientific literature on parent-child-alienation and PAS can be found at: http://home.att.net/~rawars/pasarticles.html and www.beideeltern.de/paslit.php

There now exists an international body of specialist literature with in excess of 600 scientifically relevant publications from more than 30 countries and 6 continents on the subject of Parental Alienation and Parental Alienation Syndrome (see Bernet, W. et al.: “Parental Alienation, DSM-5 and ICD 11” in American Journal of Family Therapy, 38 (2): 76 – 187, 2010. See here in particular “References”, pp. 143 – 182. http://dx.doi.org/10.1080/01926180903586583).

2. In July 2006 publication of: Gardner/Sauber/Lorandos, “International Handbook of Parental Alienation Syndrome: Conceptual, Clinical and Legal Considerations”, Charles C. Thomas Publisher Ltd., Springfield, Illinois. This is a comprehensive textbook of remarkable quality for interested professionals of the various divorce related disciplines. In this handbook 32 experts from 8 countries present the current scientific knowledge about the Parental Alienation Syndrome, as well as on the theoretical and practical questions connected with it.

Contents and details about the handbook can be found at http://www.ccthomas.com/details.cfm?P_ISBN13=9780398076474 (book orders directly from the publisher, Amazon.com (USA), or other book sellers).

The professional database of the American Psychological Association (APA) cites two reviews of the “International Handbook of Parental Alienation Syndrome”:

” The International Handbook of Parental Alienation Syndrome (IHPAS) is a powerful volume that provides therapists and justices a wealth of knowledge and wisdom that may positively impact the lives of children who have become fodder in marital and custodial conflicts. The International Handbook of Parental Aliena¬tion Syndrome delivers on several fronts. Structurally, it is comprehensive, well organized and easy to navigate. It provides both an historic and cross-cultural perspective. It reads well, with many brief case pres¬entations as illustrations. In addition, it provides solid diagnostic and treatment guidance.” (APA PsycINFO Database Record 2007).
Robert M. Pressmann, American Journal of Family Therapy. Vol. 35 (3) May-Jun 2007, 284 – 285.

“The strengths of this volume are its comprehensiveness and its clinical components. There is much to learn from the contributions about how children are manipulated in the aftermath of separation, and how to pre¬vent and repair the damage. I would recommend it to any child welfare professional, particularly those in¬volved in residency and contact disputes.” (APA PsycINFO Database, 2007)
Christine Dunkley, British Journal of Guidance & Counseling. Vol 25 (3) Aug 2007, 357 – 358.

3. A very informative, new book on the Parental Alienation Syndrome by the British clinical and forensic psychologist L. F. Lowenstein was published in 2007: „How to Understand and Address Parental Alienation Resulting from Acrimonious Divorce or Separation“, Russell House Publishing, Lyme Regis Dorset, www.russellhouse.co.uk. Based upon the international research results on this topic, this book deals with the problems and the effects on children affected by PAS and on parents affected by alienation and rupture of contacts. The role of legal professionals is considered in full and therapeutic intervention in PAS cases is treated in detail. In a separate chapter, Lowenstein illuminates the Stockholm-Syndrome in connection with the well known Austrian abduction case Natascha Kampusch and shows the relation to the Parental Alienation Syndrome (PAS).

4. A scientifically excellent review of the concepts and the controversies relating to PAS can be found in Warshak, R. A., (2006), Social science and parental alienation: Examining the disputes and the evidence; in: Gardner, R. A., Sauber, S. R. & . Lorandos, D. (eds.), International Handbook of Parental Alienation Syndrome. C.C. Thomas Publisher, Springfield, IL., p. 352 – 371(German translation in Warshak, R. A. (2005), Eltern-Kind-Entfremdung und Sozialwissenschaften – Sachlichkeit statt Polemik, Zentralblatt für Jugendrecht (ZfJ) 92 (5), S. 186 – 200.)

This publication is an update of his article: “Bringing Sense to Parental Alienation: A Look at the Disputes and the Evidence” in Family Law Quarterly 2003, 37 (2): 273-301. In this article professor Warshak presents the current status of research on PAS. He discusses in detail the familiar points of criticism and also in his presentation of the PAS concept makes numerous suggestions for further scientific research. In addition to the formulation “Parental Alienation Syndrome” (R. A. Gardner), he also deals with the alternative formulation developed by Kelly and Johnston (2001), “The Alienated Child”. Among the controversies surrounding PAS he states in particular his position regarding the very questionable article by C. S. Bruch, “Parental Alienation Syndrome: Getting it Wrong in Child Custody Cases, Family Law Quarterly 2001, 35 (3): 527 – 552. This article, in the German translation ,,Parental Alienation Syndrome und Parental Alienation: Wie man sich in Sorgerechtsfällen irren kann“ (FamRZ 2002, 49 (19): 304 – 315) is despite the devastating criticism, also by other internationally recognized experts, still used in Germany to down play the problem of induced parent-child alienation.

5. In connection with the Parental Alienation Syndrome the standard commentary to the German civil code (Bürgerliches Gesetzbuch –BGB), Palandt, C. H. Beck-Verlag, München 2006, 65th edition, Vol. 7, § 1684, Rd-Nr. 7, p. 1970 and 2007, 66th edition, Vol. 7, § 1684, Rd.-Nr. 7, p. 1975 as well as 2008, 67th edition, Vol. 7, § 1684, Rd.-Nr. 9, p. 1952 refers to the German translation of Warshak’s paper in Zentralblatt für Jugendrecht (ZfJ) 05: 186 – 200.

6. a) A detailed review of the discussion on PAS from the view point of civil law can be found in von Staudingers Kommentar zum Bürgerlichen Gesetzbuch mit Einführungsgesetz und Nebengesetzen, Buch 4 Familienrecht §§ 1684 – 1717 (Elterliche Sorge 3 – Umgangsrecht), Neubearbeitung 2006 von Michael Coester, Thomas Rauscher, Ludwig Salgo, Sellier – de Gruyter-Verlag, Berlin, Randnummer 37 – 39, Seite 55 – 60. (Worth reading here also Randnummer 16 a and b with reference to decisions of the European Court on Human Rights against Germany for violation of Article 8 of the convention e. g. Elsholz, Sommerfeld, Sahin, Haase and Görgülü).

b) An important comment on PAS by D. Büte can also be found in: Gerhardt, P./von Heintschel-Heinegg, B. & Klein, M., Handbuch des Fachanwalts Familienrecht, 6th edition, 2008, 4., Rd.-Nr. 595 – 599, p. 446 – 447, Luchterhand-Verlag, Munich.

7. The topics “Parental Alienation Syndrome“, “Patterns of Behavior and Personality Structure of Alienating Parents“ and “Problems of child psychiatric attestations in visitation- and custody con¬flicts” are dealt with by W. Andritzky in: Deutsches Ärzteblatt, 100 (2) 2003, p. 81 – 82, in: Psychotherapie in Psychiatrie, Psychotherapeutischer Medizin und klinischer Psychologie 7 (2) 2002, p. 166 – 182 and in: Praxis der Kinderpsychologie und Kinderpsychiatrie, 52 (10) 2003, p. 794 – 811. See also in english language The International Handbook of Parental Alienation Syndrome. Conceptual, Clinical and Legal Considerations (eds. R. A. Gardner, S. R. Sauber, D. Lorandos), C. C. Thomas Publ., Springfield, Ill., 2006, p. 195 – 208.

8. The psychological consequences of PAS-induction for manipulated, alienated children of divorce and for mothers and fathers affected by alienation and rupture of contacts are considered by v. Boch-Galhau, W. & Kodjoe, U. (2006): “Psychologicial consequences of PAS indoctrination for adult children of divorce and the effects of alienation on parents”, in: Gardner, R. A., Sauber, S. R. & Lorandos, D. (eds.) International Handbook of Parental Alienation Syndrome: Conceptual, Clinical and Legal Considerations, C. C. Thomas, Springfield, Il., p. 310 – 322.

9. The handbook Kindesmisshandlung und Vernachlässigung (Child Abuse and Neglect) by Deegener, G. and Körner, W., (Eds.) Hogrefe, Göttingen, 2005, refers on pages 684 f. and 694 to the “Parental Alienation Syndrome”as a particular kind of psychological violence against children in the context of custody and visitation conflicts, which we consider worth mentioning here.

10. We would like to draw attention to: Katona, E. (2007). Parental Alienation Syndrome – Der Verlust des eigenen Kindes durch Trennung und Scheidung. Eine Studie über den Verlauf des Kontaktabbruchs zum eige¬nen Kind und der daraus resultierenden Auswirkungen. Unpublished diploma thesis at the Psychologische Institut der Universität Freiburg i. Br. (http://www.freidok.uni-freiburg.de/volltexte/6203)

The psychologist Esther Katona analyzed in her extensive work (2007) the experiences of fathers and mothers separated from their children. 80 % of the participants in this study had not seen their children for at least one year, 20% even not for more than 7 years. The psychologist was surprised by the extent of their health, psychological and social impairments. The quality of life was graded by 64% of the participants as mediocre or poor. Unsatisfied with their psychological condition were 53 %. The physical condition was seen by 45 % as „severely impaired“. More than 2/3 suffered from chronic fatigue, insomnia, as well as neck -and back pain. 67 % showed clinically relevant symptoms of depression. In addition to the effects on health the rupture of contacts to the children also had significant effects on their social life. Many of the fathers and mothers separated from their children reacted with social withdrawal, lack of motivation, and other symptoms of depression. Some experienced the rupture of contacts as ,,worse than the death of a child“

11. We would also like to mention the studies by Baker (2005 and 2007) about long-term effects of parent-child alienation and of Baker & Darnall (2006) about alienation strategies:

a) Baker, A. J. L. (2005). The Long-Term Effects of Parental Alienation on Adult Children: A Qualitative Research Study. American Journal of Family Therapy, 33: 289 – 302. In this study 38 adults participated who as children were affected by parental alienation. Seven key effects were found: Low self esteem – depression – drug/alcohol abuse – lack of trust – alienation from their own children -divorce – others.

b) Baker, A. J. L. & Darnall, D. (2006). Behaviors and Strategies Employed in Parental Alienation: A Survey of Parental Experiences, Journal of Divorce & Remarriage. 45 (1/2): 97 – 123.

c) Baker, A. J. L. (2007). Adult Children of Parental Alienation Syndrome – Breaking the Ties that Bind. W. W. Norton & Company, New York, London. This book is based upon on detailed questioning of 40 now adult children affected by PAS. Their experience is analyzed in the context of clinical and child developmental theories (A review, in German, of this work can be found at http://www.vaeterfuerkinder.de/Baker.htm)

In addition to these:

  • Baker, Amy J. L. (2005). The cult of parenthood: A qualitative study of parental alienation. Cultic Studies Review 4(1):np. (Comparison of indoctrination in sect systems and in cases of PAS)
  • Baker, A. J.L. (2010). Parental alienation: A special case of parental rejection. Parental Acceptance, 4(3), 4-5.
  • Baker, A. J. L. (in press). Resisting the pressure to choose between parents: A school-based program. Cultic Studies Journal.
  • Baker, A. J. L. & BenAmi, N. (in press). To turn a child against a parent is to turn a child against himself. To appear in Journal of Divorce and Remarriage .
  • Baker, A. J. L. & Chambers, J. (2011). Adult recall of childhood exposure to parental conflict: Unpacking the black box of parental alienation. Journal of Divorce and Remarriage, 52(1), 55-76.
  • BenAmi, N. & Baker, A.J.L. (in press). The long-term correlates of childhood exposure to parental alienation on adult self-sufficiency and well-being. American Journal of Family Therapy.

12. a) The Belgian journals Divorce et Séparation no 3, 2005, La Revue d’Action Juridique et Sociale, no 222, 2002 : p. 31 – 35 and no 237, 2004 : p. 11 – 17, and Acta Psychiatrica Belgica, no 108/4, 2008: pp. 25 – 36, as well as the French journals Actualité Juridique famille, no 11,2004 : p. 397 – 399, Synapse, Journal de Psychiatrie et Système Nerveux Central, no 188, 2002, p. 23 – 34 and no 227, 2006: p. 11 – 18 and Revue Internationale de Psychosociologie Vol. XIII, no 30, 2007, p. 89 – 111 deal extensively with the topics of „Aliénation Parentale“ and „Syndrome d’Aliénation Parentale“ (SAP).

b)La Gazette du Palais (note de J. Pannier, Avocat à la Cour de Paris) 18 – 20 nov. 127 (322 – 324) 2007, p. 11 – 15 reports a significant decision of the Tribunal de Grande Instance de Toulon (JAF) RG no 04/00694 of June 4th, 2007, in which the Syndrome d’Aliénation Paren¬tale is dis¬cussed in detail. Compare also La Revue d’Action Juridique et Sociale, no 270, 2007, p. 58 – 62.

c) In France, a medical dissertation (thèse de doctorat de médecine) has been presented on 22 oct. 2008 by B. Goudard, at the Faculty of Medicine, Lyon-Nord, University Claude Bernard Lyon 1, with the issue Syndrome d’Aliénation Parentale, (this work can be downloaded from: http://www.acalpa.org/pdf/sapthese.pdf).

d) Conferences on l’aliénation parentale were held on May 20-21, 2011 in Clermont-Ferrand, on June 17, 2011 in Grasse and on June 24, 2011 in Grenoble. (For further information see www.acalpa.org)

13. In the october-issue of the American Journal of Family Therapy 36 (5) 2008: 349 – 366 an important article by the American clinical and forensic psychiatrist W. Bernet, M. D. “Parental Alienation Disorder and DSM-5” has been published. (See: http://www.informaworld.com/smpp/title~content=t713722633~db=all) This text is similar to a proposal submitted by Prof. Bernet and a group of clinical and forensic psychiatrists and psychologists to the Disorders in Childhood and Adolescence Work Group of the American Psychiatric Association for the Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition (DSM-5).

14. An article by Deirdre C. Rand titled “Parental Alienation Critics and the Politics of Science” was published in the American Journal of Family Therapy, 39: 48 – 71, 2011. This article looks into claims mainly put forward by two groups of critics of parental alienation syndrome and parental alienation. The issues discussed include the following: the role of the alienated parent, structural interventions such as custody changes, the relationship between PAS and accusations of sexual abuse, and the controversy over the use of the word “syndrome”.

15. a) In Spain, the Co-ordination Council of Forensic Psychologists attached to the General Council of the Official College of Spanish Psychologists (Coordinadora de Psicologia Juridica del Consejo General de Colegios Oficiales de Psicólogos de España) published a declaration on 18 of june 2008, in which the advisability of PAS analysis in psychological expertises for family court proceedings and thus concomitant fields finds wide support. Accordingly, researchers and psychologists largely agree in considering PAS a cognitive, emotional and behavioral disorder of a child that requires corresponding scientific and professional attention. It goes without saying that in the diagnosis any form of abuse and neglect in the child`s care must be completely precluded.
(The Spanish text “Consideraciones en torno a la Pertinencia del Síndrome de Alienación parental en la evaluación psicológica” is to be found on http://www.infocop.es/view_article.asp?id=1942&cat=9.)

Further Spanish literature and information about PAS in Spain is also available at the Web pages: www.jmaguilar.com, www.asunte.blogspot.com; http://amnistia-infantil.org/sap.htm; www.separaciones-divorcios.com; Some Spanish PAS-titles can also be found at www.beideeltern.de/paslit.php.

b) On 14 of june 2007 an important judgement concerning PAS/SAP was taken in Manresa/Spain See: Sentencia pionera sobre el síndrome de alienación parental, Sentencia del Juzgado de Primera Instancia número 4 de Manresa, de 14 de junio de 2007, (No. 567/06). (http://www.separaciones-divorcios.com/noticias/index.php?id=31) Custody was withdrawn from a mother and transferred to the father, for having, out of hatred, programmed her 8 year old daughter against the father. For the subsequent 6 months she and the maternal family at large were prohibited from contacting the daughter. Until transfer of residence to the father the child was to live temporarily with the paternal grandparents.

c) We would like to draw attention to an international conference on the subject of “Sindrome de Alienacion Parental y Custodia Compartida“, which was held from June 10 to 13, 2009 in Leon (Spain). A second international conference on the same subject took place from May 27 to 29, 2010 in Madrid, Universidad de Alcalá de Henares, and a third from March 24 to 26, 2011 in Zaragoza. (See www.congresointernacionalsap.org/index.html)

16. We would like to draw attention to the book by E. Schmidt & A. Mees, “Vergiss, dass es Dein Vater ist! Ehemals entfremdete Kinder im Gespräch”, Books on Demand GmbH, Mainz 2006. In this book four children of separation at the current ages of 15, 20, 28 and 34 tell in interviews, how they experienced the separation of their parents and the loss of their father. They describe their experiences with youth welfare authorities and the courts and also report on the re-encounter with their father. These reports once again confirm: Children need both parents, regardless of whether the parents remain together or not.

17. Professionals, as well as affected parents, frequently report to us that the self-help book (in german language) by Gabriele ten Hövel, “Liebe Mama, böser Papa – Eltern-Kind-Entfremdung nach Trennung und Scheidung –Das PAS-Syndrom” (Kösel, Munich, 2003) is found to be very helpful.

18. A concise description of the Parental Alienation Syndrome by the American psychologist and attorney, D. Lorandos, PhD., JD., (www.psychlaw.net) co-editor of the International Handbook of Parental Alienation Syndrome can be seen online at:
http://www.falsely-accused.net/clientvideos/clientWMV/Parental%20Alienation%20cases.wmv

19. An excellent report on parental alienation and parental alienation syndrome was broadcast on Canadian television. An online version is available. “W5 investigates: Children on the frontlines of divorce”, “W5: Poisoned Minds, part one” and “W5: Poisoned Minds, part two”.  Among the persons appearing in this film is Pamela Richardson who describes her extremely tragic case in which her child, having been alienated by the father, eventually jumped from a bridge and died at the age of 16. (She has also written a book about it: Pamela Richardson (2006), “A kidnapped mind: A mother’s heartbreaking memoir of parental alienation. Toronto: Dundurm.) http://www.ctv.ca/servlet/ArticleNews/story/CTVNews/20091106/w5_divorce_091107/20091107?hub=Canada

20. The documentary on the topic of child abduction and alienation, “Victims of Another War –The Aftermath of Parental Alienation”, with interviews of three adult victims is suitable as an educational film for divorce related professions. A description of this film can be found in Summers, C. C. & Summers, D.M. (2006): “Parentectomy in the crossfire”, American Journal of Family Therapy, 34 (3): 243 -261, DVD, 30 min. Orders: www.victimsofanotherwar.com .

21. For the further training of family judges on the topic of PAS with its three degrees of severity the Superior Court of Maricopa County, Phoenix, AZ (M. K. Jeanes) created in 2003 the documentary “Children of Divorce –A View from the Bench” (DVD, 42 min.). A description of this film can also be found in the above article by Summers & Summers (2006).

22. a) The film “Family Ties and Knots: Children of Divorce“ is suitable for facilitating the contact between non-custodial parents and their children. The film can be used for making parents aware of the harmful effects of alienating behavior. Orders: http://www.familysupportcenter.com/tiesandknots/videos.html (16 min., DVD, also online as video stream and for download).

b) The film “Family Ties and Knots: Parents on the See-saw“ can be helpful for parents who try to engage in constructive discussions, in order to promote a positive contact of the child with both parents and for conveying a feeling of continuity and stability between the two parental households. A psychologist informs on visiting models and schedules which are suitable for the various age groups. Orders: http://www.familysupportcenter.com/tiesandknots/videos.html (25 min., DVD, also online as preview and for download).

23. On July 20th 2006 the European Court on Human Rights at Strasbourg came to a sensational decision in the family conflict case of Koudelka vs. Czech Republic (App.-No. 1633/05), regarding a violation of Article 8 of the European Convention on Human Rights. In paragraphs 35, 39 and 62 the term “Syndrome d’Aliénation Parentale” is used explicitly, which amounts to a legal recognition of the PAS phenomenon by this high supranational court.

The decision (in French) can be found at the web site of the ECHR ( http://www.echr.coe.int/ECHR/EN/Header/Case-Law/HUDOC/HUDOC+database/ List of recent judgements – Search – select French as language – enter application number). A press release in English can be found at the this web-site by entering the name or case number into the search field. A detailed commentary, with a partial translation from the French into German, which we recommend, can be found at www.vaeterfuerkinder.de/Koudelka_Teil.htm.

24. On January 18, 2007, the European Court on Human Rights at Strasbourg issued in the family law case Zavřel vs. Czech Republic (no. 14044/05) a further decision regarding violation of article 8 of the European Human Rights Convention. Also this decision, in §§ 16, 24, 28, 45 and 52, refers in detail to the “Syndrome d’Aliénation Parentale“, as diagnosed by psychological experts, with detailed substantiation especially in §§ 48, 50, 52 and 53. The decision can be found in French on the web site of the ECHR, http://www.echr.coe.int/ECHR/EN/Header/Case-Law/HUDOC/HUDOC+database/. A press release in English can be found at this web-site by entering the name or case number into the search field.

25. On August 26, 2010, Brazil’s then President Lula signed a “Parental Alienation” law (LAW 12318). This law penalizes alienating behavior by divorced or separated parents. A German translation can be found at: http://www.vaeterfuerkinder.de; the original text of the law in Brazilian Portuguese is published at: http://www.planalto.gov.br/ccivil_03/_Ato2007-2010/2010/Lei/L12318.htm).

26. A form of interdisciplinary cooperation, practiced successfully since 1993 in the court district of Cochem, Rheinland-Pfalz, and known meanwhile in Germany as “Cochem Practice” (see www.ak-cochem.de ) appears to us as an effective means for preventing the development of PAS and of the social, medical-psychological and economic consequences connected with it. The Cochem methodology, in the sense of “Konfliktlösung durch multiprofessionelle Vernetzung” and of a “Verordnete Kooperation im Familienkonflikt als Prozess der Einstellungsänderung” is described in more detail by T. Füchsle-Voigt, from a psychological point of view (in Familie, Partnerschaft und Recht [FPR] 10 (11) 2004: 600 – 602, and in Divorce et Séparation, 5, 2006: 101 – 109), as well as by family judge J. Rudolph from a juridical point of view (in: “Du bist mein Kind – Die Cochemer Praxis, Wege zu einem menschlicheren Familienrecht”, Berlin, 2007). The Cochem methodology was developed from practical working experience and has its theoretical foundations in the classical social-psychological attitude research and in the well known dissonance theory (L. Festinger). This methodology aims at the reduction of conflicts and the restitution of parental autonomy and responsibility on the basis of the protection of the rights of children, as well as of the parents.

27. In 2008, the internationally distinguished Canadian authors Fidler, B. (psychologist), Bala, N. (legal scholar), Birnbaum, R. (social scientist) & Kavassalis, K. (legal scholar) published a book aimed at professionals involved in divorce cases, with the title “Challenging Issues in Child Custody Disputes – A Guide for Legal and Mental Health Professionals“, Thomson, Carswell, Toronto, Canada. This publication provides a detailed scientific review of the subjects Parental Alienation and Parental Alienation Syndrome. The controversies surrounding these subjects are presented in objective and clearly understandable terms, with reference to key international literature in the field, and recent interdisciplinary intervention models for cases of severe parental alienation are discussed (on this subject see also item 29 below).
This work also includes a scholarly treatment of important issues, such as residential moves and relocation, domestic violence and sexual abuse allegations in connection with custody disputes, devoting two comprehensive chapters to each of these topics. We thoroughly recommend this book.

28. An international working group of more than 70 psychiatrists, child psychiatrists, psychologists, social workers, legal professionals, practitioners and scholars from 13 countries has developed a proposal for the American Psychiatric Association (APA) and the World Health Organization (WHO) calling for the inclusion of “Parental Alienation Disorder” in the diagnostic systems DSM-5 and ICD-11. This was submitted to the respective scientific committees for consideration in late 2009 (see: Bernet, W. et al.: “Parental Alienation, DSM-5 and ICD 11” in American Journal of Family Therapy, 38 (2): pp. 76 – 187, 2010, http://dx.doi.org/10.1080/01926180903586583). An extended version of this text was published as a book in october 2010: Bernet, W. (2010). Parental Alienation, DSM-5, and ICD-11. Charles C. Thomas Publis¬her Ltd., Springfield, Illinois, http://www.ccthomas.com/details.cfm?P_ISBN13=9780398079444).

29. In January 2010, the highly respected journal Family Court Review (see Family Court Review, Vol. 48, no. 1 (Jan. 2010), see http://www3.interscience.wiley.com/journal/118499535/home) published over 200 pages of works by distinguished scholars and professionals from the US and Canada on the subject of “Alienated Children in Divorce and Separation”, which examine various aspects of the scientific discussion on this subject and present well-established intervention models for cases of severe parental alienation (e.g. by R. A. Warshak [24], [25]; R. A. Warshak & M. R. Otis [26] and by J. Sullivan, P. A. Ward & R. M. Deutsch [27]). These psychological programs, which may also be of interest in other countries, attempt to rebuild the lost relationship to a parent and the lost identity of severely alienated children of divorce, and show that – contrary to popular opinion – it is indeed possible to mitigate parental alienation in high-conflict cases.

30. After roughly a dozen international conferences on Parental Alienation and Parental Alienation Syndrome in Europe, South and North America and Canada between 2002 and 2011 (to name a few examples: www.pas-konferenz.de, www.cspas.ca, www.congresointernacionalsap.org), the renowned Association of Family and Conciliation Courts (AFCC) in the US devoted its 47th Annual Conference (June 2 to 5, 2010 in Denver, Colorado) entirely to the subject of Parental Alienation with over 80 presentations and workshops. All key aspects and controversies surrounding this subject were covered at the conference and various intervention models presented (see www.afccnet.org).

Sincerely,

Dr. med. W. v. Boch-Galhau
www.drvboch.de
www.pas-konferenz.de

Dipl.-Psych. U. Kodjoe
www.ursula-kodjoe.net

Dr. phil. W. Andritzky
www.andritzky-online.de

Dr. iur. P. Koeppel
www.koeppel-kindschaftsrecht.de

Footnotes:

[1] Warshak, Richard A. (2006). Social science and parental alienation: Examining the disputes and the evidence. In: The International Handbook of Parental Alienation Syndrome: Conceptual, Clinical and Legal Considerations, Eds. Richard A. Gardner, S. Richard Sauber, and Demosthenes Lorandos, pages 352-71. Springfield, Illinois: Charles C. Thomas.
[2] Bernet, W. et al.(2010): “Parental Alienation, DSM-5 and ICD 11” in : American Journal of Family Therapy, 38 (2): 76 – 187, http://dx.doi.org/10.1080/01926180903586583
[3] Bernet, W. (2010). Parental Alienation, DSM-5, and ICD-11. C. C. Thomas, Springfield, Illinois, http://www.ccthomas.com/details.cfm?P_ISBN13=9780398079444
[4] Bernet, W. (2008). Parental alienation disorder and DSM-5. American Journal of Family Therapy 36 (5): 349 – 66.
[5] Kelly, Joan B., and Janet R. Johnston (2001). The alienated child: reformulation of parental alienation syndrome. Family Court Review Special Issue: Alienated children in divorce. 39 (3):249 – 66.
[6] Gardner, R. A. (1985). Recent trends in divorce and custody litigation. Academy Forum 29(2):3-7.
[7] Gardner, R. A. (1992) The Parental Alienation Syndrome: A Guide for Mental Health and Legal Professionals, 1st ed., Creative Therapeutics, Cresskill, NJ,
[8] Gardner, R. A. (1998). The Parental Alienation Syndrome: A Guide for Mental Health and Legal Professionals, Creative Therapeutics, 2nd ed. Cresskill, New Jersey.
[9] Gardner, R. A., Sauber, S. R. & Lorandos, D. (eds., 2006), International Handbook of Parental Alienation Syndrome: Conceptual, Clinical and Legal Considerations, C.C. Thomas Publisher, Springfield, Ill.
[10] Gardner, R. A. (1998) The Parental Alienation Syndrome (2. Ed.) Creative Therapeutics, Cresskill, NJ, page xx, introduction.
[11] See Warshak, R. A., (2006), Social science and parental alienation: Examining the disputes and the evidence; in: Gardner, R. A., Sauber, S. R. & . Lorandos, D. (eds.), International Handbook of Parental Alienation Syndrome. C.C. Thomas, Springfield, Ill., p. 352 – 371
[12] Bernet, W. (2008). Parental Alienation Disorder and DSM-5, American Journal of Family Therapy 36 (5): 345 – 366.
[13] Siehe Bernet, W. et al. (2010): “Parental Alienation, DSM-5 and ICD 11”, American Journal of Family Therapy, 38 (2): 76 – 187. http://dx.doi.org/10.1080/01926180903586583
[14] Siehe Bernet, W. (2010). Parental Alienation, DSM-5, and ICD-11. Charles C. Thomas Publis¬her Ltd., Springfield, Illinois, http://www.ccthomas.com/details.cfm?P_ISBN13=9780398079444.
[15] von Boch-Galhau, W. & Kodjoe, U. (2006). Psychologicial consequences of PAS indoctrination for adult children of divorce and the effects of alienation on parents in: Gardner, R. A.,Sauber, S. R. & Lorandos, D. (eds.) International Handbook of Parental Alienation Syndrome: Conceptual, Clinical and Legal Considerations, C. C. Thomas Publisher, Springfield, Il., p. 310 – 322.
[16] Kopetski, L., Rand, D. & Rand, R. (2005). The spectrum of Parental Alienation Syndrome, (Part III): The Kopetski Follow-Up Study, American Journal of Forensic Psychology vol. 23 (1): 15 – 43.
[17] Baker, A. J. L. (2005). The Long-Term Effects of Parental Alienation on Adult Children: A Qualitative Research Study. American Journal of Family Therapy, 33: 289 – 302.
[18] Baker, A. J. L. (2007). Adult Children of Parental Alienation Syndrome – Breaking the Ties that Bind. W. W. Norton & Company, New York, London. (A review of this book can be found in german language: http://www.vaeterfuerkinder.de/Baker.htm)
[19] Lampel, A., (1986). Post-divorce therapy with high conflict families. The independent Practitioner, Bulletin of the Division of Psychologists in Independent Practice, Div. 42 of the American Psychological Association. 6 (3): 22 – 26.
[20] Clawar, S. S. & Rivlin, B.V.(1991). Children Held Hostage. Dealing with Programmed and Brainwashed Children. American Bar Associa¬tion, Division of Family Law, Chicago.
[21] Dunne, J. & Hedrick, M., (1994). The Parental Alienation Syndrome: an Analysis of Sixteen Selected Cases. Journal of Divorce and Remarriage. 21 (3/4): 21 – 38.
[22] Gardner, R. A. (2001). Should courts order PAS-children to visit/reside with the alienated parent? A Follow-up Study. American Jour¬nal Forensic Psychology 19 (3): 61 – 106.
[23] Kopetski, L., Rand, D. & Rand, R. (2005). The spectrum of Parental Alienation Syndrome, (Part III): The Kopetski Follow-Up Study, American Journal of Forensic Psychology vol. 23 (1): 15 – 43.
[24] Family Bridges Using insights from social science to reconnect parents and alienated children, pp. 48 – 80.
[25] See also Kelly, J. B.: Commentary on “Family bridges: Using insights from social science to reconnect parents and alienated children” (Warshak, 2010), pp. 81 – 90.
[26] Helping alienated children with family bridges: Practice, research, and the pursuit of “Humbition”, pp. 91 – 97.
[27] Overcoming barriers family camp: A program for high-conflict divorced families where a child is resisting contact with a parent, pp. 116 – 135.

november 1, 2011 at 7:42 pm Plaats een reactie

Belgisch wetsvoorstel tegen oudervervreemding en tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht in het strafrecht

Belgisch Wetsvoorstel tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht (indien de vrederechter of jeugdrechter vaststelt dat, na scheiding, de ouderband met een van de ouders verloren dreigt te gaan : wijziging Burgerlijk Wetboek en Gerechtelijk Wetboek – Wijziging Strafwetboek : ouderverstoting) (5-520)
– Voorstel van mevrouw Christine Defraigne

5-520/1 p. 1-12

Wetsvoorstel tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht
(Ingediend door mevrouw Christine Defraigne) –Wetgevingsstuk 5-520/1 – 2010/2011 – 23 november 2010
http://www.senate.be/www/webdriver?MItabObj=pdf&MIcolObj=pdf&MInamObj=pdfid&MItypeObj=application/pdf&MIvalObj=83886634
http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPub&COLL=S&LEG=5&NR=520&PUID=83886624&LANG=nl

BELGISCHE SENAAT, ZITTING 2010-2011, 23 NOVEMBER 2010

TOELICHTING

Tegenwoordig gaan steeds meer koppels uit elkaar. Hun aantal stijgt voortdurend. Volgens de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie, KMO, Middenstand en Energie vonden er in 2008 in België 35 366 scheidingen plaats. Dat zijn er 5 285 meer dan in 2007 en 6 177 meer dan in 2006. In januari van dit jaar (2010) alleen al scheidden 3 411 koppels. Deze cijfers tonen een duidelijke toename van het aantal scheidingen in ons land aan.

Een relatiebreuk kan een zeer moeilijke periode zijn voor de gezinsleden. Volgens psychiater Jean-Marc Delfieu (1) past een kind dat met deze situatie wordt geconfronteerd zich over het algemeen tamelijk goed aan en ontwikkelt zich pas ongeveer twee jaar na de scheiding van zijn ouders psychisch verder op een normale manier. (2) Indien een van beide ouders ontbreekt, kan het kind later als volwassene communicatiepro- blemen ondervinden in de omgang met mensen van het andere of hetzelfde geslacht.

Helaas gebeurt het dat bij een relatiebreuk een van beide ouders wraak wil nemen op de andere wegens het leed dat die hem of haar heeft aangedaan. Een van de ouders wil de ex-partner dan moreel vernietigen. In een dergelijk geval kan die ouder het kind gijzelen.

Het komt ook voor dat een ouder het kind exclusief voor zich wil houden omdat hij of zij reeds zijn of haar partner heeft verloren. In een dergelijke situatie kunnen die ouder en het kind zich tegen de andere ouder keren, die dan de boeman wordt die verantwoordelijk is voor alle ellende.

Het is zo dat het « ouderverstotingssyndroom » kan ontstaan. Dit syndroom wordt in 1986 omschreven door Richard A. Gardner, Amerikaans professor kinderpsychiatrie en psychiatrie. Volgens hem is het « ouderverstotingssyndroom » een afwijking bij kinderen, die zich bijna uitsluitend voordoet in de context van conflicten rond ouderlijk gezag. Primair kenmerk is de campagne van denigreren van een ouder (voortdurende kritiek en negatieve voorstelling), een campagne waar geen rechtvaardiging voor is. Het is het resultaat van de combinatie van de indoctrinatie van een programmerende (hersenspoelende) ouder en de eigen bijdragen van het kind aan de verkettering van de ouder die het doelwit is. » (3). Het kind verstoot en verkettert de ouder van wie het zoveel hield en is onverbrekelijk één met de verstotende ouder, wat die laatste ook wil.

In extreme gevallen van ouderverstoting gaat de verstotende ouder zelfs zover dat hij het kind ontvoert naar het buitenland, uit wraak of uit overtuiging dat dit voor het kind het beste is. De verstotende ouder verbreekt definitief de ouderband tussen het kind en de andere ouder. Zo heeft de verstoten ouder niet alleen geen affectieve band meer met zijn of haar kind, maar worden hem of haar daarenboven zijn of haar ouderlijke rechten ontzegd, namelijk zeggenschap hebben in de beslissingen die betrekking hebben op het leven van het kind, weten waar het kind zich bevindt en op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen met het kind onderhouden. Het hogere belang van het kind wordt geschonden. Dit feit heeft zware gevolgen voor het kind, vooral als het nog jong is.

Volgens Gardner zijn er vier kenmerken om het gedrag van de verstotende ouder te herkennen : « 1) de belemmering van de relatie en het contact met het kind; 2) valse aantijgingen van allerlei misbruiken; 3) de angstreactie van de kinderen; en 4) de verslechtering van de relatie sinds de scheiding. » (4)

Hij beschrijft vervolgens acht belangrijke uitingen bij het kind :

— ongegronde afwijzings- en lastercampagne : de afgewezen ouder wordt onderuitgehaald zonder het minste schuldgevoel bij het kind. De afgewezen ouder wordt als gemeen en gevaarlijk beschreven;

— absurde rationalisering : het kind voert irrationele of absurde excuses aan die geen reëel verband houden met de daadwerkelijke ervaringen;

— het ontbreken van ambivalente gevoelens : de afgewezen ouder is louter « slecht » en de verstotende ouder is louter « goed ». Er is niks daartussenin;

— reflexmatige steun aan de verstotende ouder : wanneer beide ouders zich in elkaars aanwezigheid bevinden, kiest het kind partij voor de ouder bij wie het leeft, soms zelfs vooraleer de afgewezen ouder zich heeft uitgesproken;

— uitbreiding van de vijandigheid tot de hele familie in ruime zin (grootouders, tantes, neven, enz.) en tot de omgeving van de afgewezen ouder (buren, vrienden, enz.);

— nageprate « eigen mening » van het kind : het kind wordt geconditioneerd om de mening van de verstotende ouder voor te stellen als zijn eigen mening. Psychoanalist Jean-Marc Delfieu verklaart dit doordat geen enkel kind de ouder die zich over hem ontfermt en van wie het afhangt, wil ontgoochelen (5);

— afwezigheid van schuldgevoelens over de onverbiddelijkheid jegens de verstoten ouder : het kind gaat ervan uit dat de afgewezen ouder koel en ongevoelig is en bijgevolg niet lijdt onder de afwijzing, maar verdient wat er hem of haar overkomt;

— letterlijk citeren van onbegrepen woorden : het kind neemt de verhalen van de verstotende, manipulerende ouder over.

Volgens Jean-Marc Delfieu indoctrineert in geval van ouderverstotingssyndroom de ouder die de vervreemding realiseert, het kind bewust of onbewust. Hiertoe maakt de ouder misbruik van zijn of haar praktisch onbeperkte macht om invloed uit te oefenen op en te beschikken over het kind. Een dergelijke invloed heeft veel weg van misbruik en brengt ernstige psychische gevolgen voor het kind en de verstoten ouder met zich mee (6).

Het begrip « ouderverstoting », de criteria die tot een diagnose leiden en de opvatting van het syndroom verschillen naar gelang van de specialisten. Zo bestaan er definities die al dan niet sterk verschillen van die van Gardner. Bijvoorbeeld :

Warshak (7) legt de nadruk op drie randvoorwaarden : de lastercampagne gebeurt via voortdurend gestook; de afwijzing van de betrokken ouder is niet gerechtvaardigd; de afwijzing vloeit gedeeltelijk voort uit de invloed van de verstotende ouder. Net zoals bij Gardner bevat zijn definitie dus een onontbeerlijk causaal verband.

Kelly negeert elk oorzakelijk verband en richt zich uitsluitend op het gedrag van het kind. Volgens hem is er sprake van ouderverstoting wanneer een kind tegenover een ouder vrijuit en voortdurend onredelijke gevoelens (woede, haat, afwijzing, vrees) en meningen koestert die overdreven zijn in verhouding tot de reële ervaring van het kind met die ouder (8).

Volgens Darnall daarentegen heeft het kind geen actief aandeel, maar speelt het uitsluitend de rol die de ouder die uit is op de verstoting van de ex-partner, suggereert. Hij omschrijft het verschijnsel van ouderverstoting als een gedrag bij de kribbige ouder dat kan leiden tot een verstoring in de relatie tussen het kind en de andere ouder.

In België tracht psycholoog en bemiddelaar Benoît Van Dieren, die een stevige ervaring heeft met deze problematiek, specifieke middelen te vinden om deze situaties, waarbij de ouderband dreigt verloren te gaan of effectief verloren is gegaan, en die in de ergste gevallen kunnen leiden tot ouderverstoting, te diagnosticeren en te verhelpen. Het klopt dat het Belgische gerecht onvoldoende is uitgerust om enerzijds een diagnose te maken van gevaarlijke situaties die kunnen ontaarden in het verlies van de ouderband en anderzijds de strijd aan te gaan tegen het onvermogen of de onwil van de ouders om samen te werken om het ouderlijk gezag gezamenlijk uit te oefenen.

De heer Van Dieren zegt zelfs dat de manipulerende ouder, die zijn of haar greep op het kind wil behouden en daarbij de andere ouder zwartmaakt, er min of meer zeker van is dat zijn of haar streven om de « foute » of storende ouder te vernietigen, uiteindelijk zal slagen. De verstotende ouder speculeert enerzijds op de tijd die voorbijgaat en op de procedures, wetende dat het op het einde van de rit de « wil » van het kind is die het zal halen van justitie. Hij benadrukt tevens dat uiteindelijk het « spontane » verhaal van het kind, dat, als het kind eenmaal goed geconditioneerd is, een eigen leven gaat leiden en zeer overtuigend wordt tegenover iedereen, magistraten en psychologen inbegrepen (9) ».

Een van de vernieuwende middelen die deze psycholoog voorstelt, is ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht, een begeleidingsvorm die moet worden opgelegd zodra de rechter vaststelt dat de ouderband met een van de ouders dreigt verloren te gaan of reeds effectief verloren is gegaan.

De indiener van het wetsvoorstel stelt voor om de mogelijkheid voor de rechter in te voeren om een beroep te doen op deze begeleiding wanneer er in een zaak met betrekking tot het ouderlijk gezag of de huisvesting van een kind (artikelen 223, 373, 374, 387bis, 387ter van het Burgerlijk Wetboek en 1280 van het Gerechtelijk Wetboek) sprake is van een (dreigend) verlies van de ouderband.

De snelheid waarmee deze begeleiding wordt opgelegd is een troef om een situatie te verhelpen die zeer snel dreigt vast te lopen, te verslechteren en jammer genoeg definitief kan worden. Zodra het proces van ouderverstoting is begonnen en alle contact met de afgewezen ouder verbannen wordt, blijkt het moeilijk om de situatie te verhelpen omdat de afgewezen ouder niet meer aan het kind kan tonen wie hij of zij echt is.

Om dezelfde redenen is het uiterst belangrijk dat de begeleiding plaatsvindt binnen een strakke timing die evenwel ruimte laat voor een diepgaande evolutie van de relaties en standpunten van eenieder (10). De indiener van het voorstel voorziet dan ook in bemiddelingszittingen binnen termijnen van maximaal twee maanden.

Ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht impliceert in een eerste fase voor de rechter die vaststelt dat de ouderband verloren dreigt te gaan of reeds verloren is gegaan, dat deze vaststelling aan de partijen wordt meegedeeld. De rechter geeft aan dat deze situatie niet toelaatbaar is en dat ze moet worden verholpen voor het welzijn van het kind. Met het oog op dit welzijn is het de facto nodig om zo snel mogelijk de banden tussen de kinderen en elk van hun ouders naar best vermogen te herstellen.

De rechter speelt een pedagogische rol die erin bestaat de ouders bewust te maken van hun ouderlijke verantwoordelijkheid ten aanzien van het kind. Hier- toe is het vaak noodzakelijk dat de « verstotende » ouder zijn of haar rol van ex-partner los ziet van die als ouder, aangezien het proces van oudervervreemding in de meeste gevallen ontstaat bij de scheiding van het koppel. Dat is geen evidente zaak.

De rechter deelt de ouders in dit verband mee dat er een deskundige in ouderbegeleiding zal worden aangesteld die hen zal helpen een oplossing voor dit probleem te vinden via onderhandelingen. Hij benadrukt dat om tot een oplossing te komen beide partijen zullen moeten samenwerken. Dit psychologisch-juridisch hulpmiddel impliceert tevens de actieve medewerking van de advocaten die zich ertoe verbinden de confrontatielogica te laten vallen om deze ouderlijke samenwerking met respect voor elk familielid alle slaagkansen te bieden.

Men maakt de partijen duidelijk dat de deskundige de partijen — en hun advocaten — en de rechter telkens als hij dat nodig acht een verslag zal sturen over de evolutie van de relaties en standpunten van elke partij. Er is dus sprake van een permanent toezicht van de rechter.

Zoals de heer Van Dieren aangeeft (11) kan de tussenkomende partij in geval van matige of ernstige ouderverstoting de rechter zo spoedig mogelijk op de hoogte brengen van reacties als sabotage van het proces, niet-naleving van verbintenissen, laster, manipulatie, of kwade trouw die ze zelf heeft kunnen vaststellen tijdens het begeleidingsproces zelf en die niet bij het begin naar voren werden geschoven (hetgeen altijd met klem wordt ontkend door de betrokkene).

Anderzijds is deze ouderlijke samenwerking een fundamenteel element waarmee de rechter rekening houdt om een oordeel te vormen met betrekking tot de beslechting van het geschil. Zo kan een gebrek aan samenwerking in het kader van deze begeleiding zware gevolgen hebben zoals bijvoorbeeld een voorlopige omkering van de hoofdverblijfplaats van de kinderen, een beslissing die definitief kan worden in een definitief vonnis, of een dwangsom, een veroordeling tot de betaling van alle onkosten en honoraria van de deskundige of een veroordeling tot de procedurekosten en de advocatenkosten van de tegenpartij.

De mogelijkheid om op elk moment van de begeleiding dergelijke sancties opgelegd te krijgen, is bijgevolg een doorslaggevende vorm van dwang voor het welslagen van het proces.

Binnen de procedure van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht wordt er op verzoek van de rechter of wanneer de deskundige het opportuun acht een voorlopig verslag ingediend volgens de procedure van het Gerechtelijk Wetboek. De partijen of hun raadsman delen hun commentaar mee binnen een termijn die wordt vastgesteld door de deskundige, rekening houdend met de aard van het geschil. De deskundige stelt dan het definitieve verslag op dat hij bezorgt aan de rechter en aan de partijen en hun raadsman.

Teneinde de ouderbegeleiding aan een bepaalde timing te koppelen, wordt bepaald dat de rechter binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van het definitieve verslag de rechtsdag bepaalt.

Het is duidelijk dat dit middel geen wondermiddel is dat alle conflicten kan oplossen. Het is een van de vele actiemiddelen waarover de beroepsmensen beschikken, zoals bijvoorbeeld de klassieke expertise, de bemiddeling in gezinszaken, maar ook — sinds de wet op de gelijkmatig verdeelde huisvesting — de voortdurende aanhangigmaking voor de jeugdrechter, de mogelijkheid om een dwangsom te eisen en de gedwongen uitvoering in uitzonderlijke gevallen.

Gezien de schade ten aanzien van het kind dat geen affectieve band met een van zijn ouders heeft en ten aanzien van de « verstoten » ouder moet de Belgische justitie worden uitgerust met bijkomende middelen. Het beschikbare arsenaal is duidelijk niet voldoende. De ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht komt tegemoet aan een lacune op grond van de bijzondere elementen ervan, namelijk :

— reële interdisciplinaire samenwerking : rechter, advocaten, deskundige;

— permanente en effectieve controle — men wacht niet gedurende zes maanden op de expertise, want tijdens deze periode kan de situatie voorgoed vastlopen — van de rechter op het verloop van de begeleiding via verslagen van de deskundige;

— focus tijdens de begeleiding op de wil en het vermogen om samen te werken en niet op de geschiktheid om een goede ouder te zijn;

— dreiging van sancties in geval van niet-samenwerking vanwege een ouder;

— responsabilisering van de ouders;

— snelheid van de invoering en van het verloop van de begeleiding.

De indiener van het genoemde voorstel meent dat een strafrechtelijk aspect eveneens noodzakelijk is. Net zoals familieverlating of niet-afgeven van kinderen moet worden bestraft, moet ook de ouder die aan ouderverstoting doet strafrechtelijk kunnen worden gestraft, ofwel met een geldboete, ofwel met een gevangenisstraf, ofwel met beide. De strafrechtelijke sanctie zal in laatste instantie worden ingezet. Zonder dit zwaard van Damocles zouden sommige ouders de begeleiding onder gerechtelijk toezicht niet volgen en de zaken laten ontaarden.

De uitspraak van een probatie-uitstel door de rechter is altijd mogelijk en zou een bijkomende stimulans kunnen zijn om de begeleiding onder gerechtelijk toezicht na te leven en een einde te maken aan dit verstotingssydroom. Dat wordt uiteraard aan de rechter overgelaten.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikelen 2, 3 en 4

Deze bepalingen stellen de vrederechter of de jeugdrechter in staat om ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht op te leggen wanneer hij of zij vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of dreigt te gaan.

Artikel 5

Dit artikel voegt in boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek een hoofdstuk XIIter in. Het beschrijft de procedure van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht.

Artikel 6

Dit artikel voegt een afdeling Vbis in hoofdstuk III van deel VIII van het Strafwetboek in, met als opschrift : Ouderverstoting.

Deze bepaling strekt ertoe een misdrijf wegens belemmering van de uitoefening van het ouderlijk gezag te creëren, dat wordt bestraft met een gevangenisstraf en/of een geldboete, aangezien elk kind het recht heeft op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen met beide ouders te onderhouden, zoals bepaald in artikel 9, punt 3, van het International Verdrag inzake de rechten van het kind van 20 november 1989. In dit artikel wordt dus gezegd wat dient te worden verstaan onder « ouderverstoting » en wat de mogelijke straffen zijn.

Christine DEFRAIGNE.

***

WETSVOORSTEL

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Wijziging van het Burgerlijk Wetboek

Art. 2

In artikel 223 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen door de wet van 14 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 28 januari 2003, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :

« Indien de vrederechter of de jeugdrechter vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan hij de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht als bedoeld in hoofdstuk XIIter van boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek opleggen. »

Art. 3

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 387quater ingevoegd, luidende :

« 387quater. — Indien de rechter, tijdens de procedures bedoeld in de artikelen 373, 374, 387bis en 387ter, vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan hij de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht als bedoeld in hoofdstuk XIIter van boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek opleggen. »

Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek

Art. 4

In artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 19 maart 2010, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :

« Indien de rechter vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan hij de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht als bedoeld in hoofdstuk XIIter van boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek opleggen. »

Art. 5

In boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek wordt een hoofdstuk XIIter ingevoegd, bestaande uit de artikelen 1322 quinquiesdecies tot 1322 vicies semel, luidende :

« Hoofdstuk XIIter. Ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht

Art. 1322quinquiesdecies. — De rechter bij wie een geschil aanhangig wordt gemaakt op grond van de artikelen 223, 373, 374, 387bis, 387ter van het Burgerlijke Wetboek en 1280, in eerste aanleg of in hoger beroep, en die vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht, hierna « begeleiding » genoemd, opleggen.

Art. 1322sexiesdecies. — Ter zitting deelt de rechter de partijen mee dat hij vastgesteld heeft dat de ouderband is verloren gegaan of dreigt verloren te gaan en dat die situatie moet worden verholpen.

Hij vraagt de partijen om via onderhandelingen een oplossing te vinden voor hun geschil rond de persoon van de kinderen, teneinde de bedreigde ouderband te versterken, wat de samenwerking van elkeen impliceert.

Hiertoe stelt hij een deskundige aan die de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht zal uitoefenen. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de deskundige moet voldoen om in het kader van deze begeleiding te worden aangesteld.

De rechter legt de partijen de procedure met betrekking tot de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht uit, met name de interactie tussen enerzijds de rechter, die de begeleiding permanent controleert, en anderzijds de deskundige, alsook de maatregelen die de rechter op elk moment kan nemen indien een van de partijen onvoldoende samenwerkt.

Hij deelt de partijen de datum van de volgende zitting mee, die binnen een termijn van drie maanden moet plaatsvinden.

Art. 1322septiesdecies. — Bij tussenvonnis stelt de rechter een deskundige aan die de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht zal uitvoeren.

Het vonnis maakt melding van de opdracht van de deskundige, die tot doel heeft de bedreigde ouderband te versterken. Teneinde de rechter te informeren over de evolutie van de situatie, is de deskundige verplicht tijdens het hele verloop van zijn opdracht verslag uit te brengen over elk relevant element. Hij moet de rechter tevens inlichten over het vermogen en de wil van de partijen om samen te werken in het belang van de kinderen.

Het vonnis vermeldt de datum waarop de volgende zitting plaatsvindt.

De artikelen van dit hoofdstuk worden bij het vonnis gevoegd.

Art. 1322octiesdecies. — § 1. Op de eerste vergadering legt de deskundige de partijen de procedure van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht uit. Hij herinnert de partijen eraan dat de samenwerking van ieder van hen vereist is, dat er geregeld verslagen naar de rechter worden gestuurd zodat die gaandeweg de evolutie van de situatie en met name hun vermogen en wil tot samenwerking kan volgen.

Men maakt de partijen de juridische gevolgen van een gebrek aan samenwerking duidelijk.

De instemming van de partijen en hun raadsman met deze procedure wordt door de deskundige verkregen alvorens hij de ouderbegeleiding aanvat.

§ 2. De deskundige informeert de rechter, de partijen en hun advocaat over de evolutie van zijn opdracht telkens als hij dat wenselijk acht.

Art. 1322noviesdecies. — § 1. Op de in het tussenvonnis vastgestelde zitting hoort de rechter de partijen of hun raadsman over de resultaten van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht.

Indien hij dat wenselijk acht, neemt hij de nodige voorlopige maatregelen voor de gerechtelijke begeleiding van de evolutie van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht.

Hij kan tevens vragen dat de deskundige zijn voorlopig verslag indient.

§ 2. Het voorlopig verslag kan op verzoek van de rechter of op initiatief van de deskundige worden opgesteld. Dit verslag vat het gehele begeleidingsproces samen en vermeldt de waarnemingen van de deskundige, meer bepaald wat de samenwerking van de partijen en de resultaten met betrekking tot de versterking van de ouderband betreft.

De partijen of hun raadsman delen hun commentaar mee binnen een termijn die wordt vastgesteld door de deskundige, rekening houdend met de aard van het geschil. De deskundige moet geen rekening houden met commentaar die te laat werd meegedeeld. De rechter kan die commentaar van ambtswege weglaten uit de behandeling.

De deskundige stelt het definitieve verslag op dat hij overlegt aan de rechter en aan de partijen en hun raadsman.

De rechter bepaalt de rechtsdag binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van het definitieve verslag.

Art. 1322vicies. — De rechter doet uitspraak.

Hij kan in het bijzonder :

1o de huisvesting wijzigen teneinde een evenwichtige relatie met beide ouders te bevorderen;

2o een dwangsom uitspreken;

3o de partij die niet met de begeleiding meewerkt alle kosten en honoraria van de deskundige aanrekenen;

4o de partij die ondanks de begeleiding verantwoordelijk is voor het verlies van de ouderband, de procedurekosten en advocatenkosten van de tegenpartij aanrekenen.

De beslissing is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad.

Art. 1322viciessemel. — Voor het overige zijn de artikelen 962 en volgende betreffende het deskundigenonderzoek van toepassing. »

Wijziging van het Strafwetboek

Art. 6

In hoofdstuk III van deel VIII van het Strafwetboek wordt een afdeling Vbis ingevoegd, die een artikel 432bis bevat, luidende :

« Afdeling Vbis. Ouderverstoting.

Art. 432bis. — Onverminderd de toepassing van de artikelen 1385bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de dwangsom wordt elke ouder die bewust de uitoefening van het ouderlijk gezag belemmert door herhaalde handelingen of allerlei vormen van manipulatie, met de bedoeling de affectieve band met de andere ouder te verzwakken of zelfs te vernietigen, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen. »

30 september 2010.

Christine DEFRAIGNE.

104259 – I.P.M.

(1) Jean-Marc Delfieu is psychiater en deskundige bij het hof van beroep van Nîmes.
(2) Delfieu, J.-M., « Syndrome d’aliénation parentale, diagnostic et prise en charge médico-juridique », in Experts, nr. 67, juni 2005, bladzijde 25.
(3) Gardner, R.A. (1998), « The Parental Alienation Syndrome » (2. Ed.), Creative Therapeutics, Cresskill, NJ, page XX, Introduction.
(4) http://www.lepost.fr/article/2009/07/09/1613503_syndrome-d-alienation-parentale-sap.html.
(5) Delfieu, J.-M., op.cit., blz. 27.
(6) Delfieu, J.-M., op.cit., blz. 26.
(7) Van Gijseghem, « L’aliénation parentale : les principales controverses », in JDJ, nr. 237, september 2004, bladzijde 19.
(8) Van Gijseghem, H., op.cit., bladzijde 19.
(9) Van Dieren, B., « La justice face au processus d’aliénation parentale », lezing in het kader van de opleiding voor Franstalige en Nederlandstalige magistraten die door de Hoge Raad voor de Justitie wordt georganiseerd.
(10) Van Dieren, B., op.cit.
(11) Benoît Van Dieren, op.cit.

Christine Defraigne – MR
Wetgevingsstuk nr. 5-520/1
http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPub&COLL=S&LEG=5&NR=520&PUID=83886624&LANG=nl
Wetgevingsstuk nr. 5-520/1 Dossierfiche

Gemeenschapssenator (Parlement van de Franse Gemeenschap )

Fractievoorzitter Senaat tel.: 02 501 77 14
e-mail: defraigne@senators.senate.be
Correspondentie Vinave d’Ile 9
4000 Liège
tel.: 04 223 01 11
fax: 04 222 36 13
e-mail: contact@christinedefraigne.be
Privé avenue Blonden 20
4000 Liège
tel.: 04 254 16 10
e-mail: contact@christinedefraigne.be

Geboren te Luik op 29 april 1962Licentiaat in de rechten (ULg)

Advocate

1985-1987 : kabinetsattaché (vice-eerste minister en minister van de Institutionele Hervormingen)
1989-1994 en sinds 2001 : gemeenteraadslid (Luik)
Sinds 1999 : lid van het Waals Parlement (vóór 25 februari 2005 genoemd : Waalse Gewestraad )
Sinds 1999 : lid van het Parlement van de Franse Gemeenschap (vóór 25 februari 2005 genoemd : Raad van de Franse Gemeenschap )
2003-2008 : voorzitster van TEC Luik-Verviers
Sinds 12 juni 2003 : senator aangewezen door het Parlement van de Franse Gemeenschap
2003-2009 : voorzitster van de MR-fractie (Senaat)
2004-2007 : plaatsvervangend lid van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa en de Assemblee van de West-Europese Unie
Sinds 7 december 2011 : voorzitster van de MR-fractie (Senaat)

Ridder in de Leopoldsorde (5 juni 2007)

Lidmaatschap van commissies Lid

Plaatsvervanger

Parlementair werk Auteursregister
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Wetgevend werk
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Schriftelijke vragen
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Mondelinge vragen
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Vragen om uitleg
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007

christine defraigne mr – Google zoeken
http://www.google.nl/#hl=nl&gs_nf=1&cp=20&gs_id=7&xhr=t&q=Christine+Defraigne+mr&pf=p&sclient=psy-ab&site=&source=hp&pbx=1&oq=Christine+Defraigne+&aq=0&aqi=g1&aql=&gs_sm=&gs_upl=&bav=on.2,or.r_gc.r_pw.r_cp.,cf.osb&fp=a2ffff73d6b2e4c9&biw=1600&bih=668

christine defraigne aliénation parentale – Google zoeken
http://www.google.nl/#hl=nl&gs_nf=1&cp=40&gs_id=n&xhr=t&q=Christine+Defraigne+ali%C3%A9nation+parentale&pf=p&sclient=psy-ab&source=hp&pbx=1&oq=Christine+Defraigne+ali%C3%A9nation+parentale&aq=f&aqi=&aql=&gs_sm=&gs_upl=&bav=on.2,or.r_gc.r_pw.r_cp.,cf.osb&fp=a2ffff73d6b2e4c9&biw=1600&bih=668

christine defraigne ouderverstoting – Google zoeken
http://www.google.nl/#pq=christine+defraigne+ali%C3%A9nation+parentale&hl=nl&gs_nf=1&cp=35&gs_id=39&xhr=t&q=Christine+Defraigne+ouderverstoting&pf=p&sclient=psy-ab&source=hp&pbx=1&oq=Christine+Defraigne+ouderverstoting&aq=f&aqi=&aql=&gs_sm=&gs_upl=&bav=on.2,or.r_gc.r_pw.r_cp.,cf.osb&fp=a2ffff73d6b2e4c9&biw=1600&bih=668

Christine Defraigne – Ma politique
http://www.christinedefraigne.be/

november 23, 2010 at 7:19 am Plaats een reactie

Nieuwe Braziliaanse Wet 12 318 definieert en bestraft oudervervreemding na scheiding als kindermishandeling

Brazilië heeft nieuwe wetgeving (Wet 12 318) aangenomen waarin oudervervreemding na scheiding als een vorm van kindermishandeling wordt gedefinieerd, aangepakt en bestraft

Op 26 augustus 2010 heeft het Braziliaanse Parlement met onmiddelijke ingang wetgeving aangenomen tegen oudervervreemding bij scheiding. De aangenomen wetgeving definieert oudervervreemding als een vorm van kindermishandeling. In de nieuwe Braziliaanse wet worden zeven concrete maatregelen gegeven en omschreven waarmee Braziliaanse rechters en rechtbanken oudervervreemding kunnen aanpakken. De maatregelen betreffen het opleggen van boetes of dwangsommen, contraire zorg- of gezagsbeschikkingen en ondertoezichtstellingen (OTS).

Hieronder vindt u de tekst van de nieuwe Braziliaanse wetgeving in zowel een ongeautoriseerde Engelse vertaling als daaronder ook de originele Braziliaanse tekst in het Portugees.

Peter Tromp
Vader Kennis Centrum (VKC)

Brazilian Law 12 318 – Ratified law that defines and punishes parental alienation

Check below in full 12.318/10 law that provides for parental alienation.
_____________
LAW No. 12 318, DE 26 AUGUST 2010 Provides for parental alienation and amending Art. 236 of Law No. 8069 of 13

Ratified law that defines and punishes parental alienation in Brazil
26 August 2010
http://www.migalhas.com.br/Quentes/17,MI116210,101048-Lula+sanciona+lei+que+determina+alienacao+parental+como+crime

THE PRESIDENT OF THE REPUBLIC

Given the decrees of Congress promulgated the following law:

Article 1 This Law regulates the parental alienation.

Article 2 The parental alienation is considered an act of interference with the psychological training of the child or adolescent, promoted or induced by their parents or grandparents if the child or adolescent is under their authority, custody or supervision, and to result in less contemptuous behavior that impadiscano creating or maintaining links with the other parent. Examples of forms of parental alienation, as substantiated to the court or discovered by an expert, or charged directly with the testimony of third acts are aimed at:

I – open a campaign to ban the behavior of the parent exercising parenting;

II – impede the exercise of parental authority;

III – prevent contact of the child or adolescent with a parent;

IV – opposing the right to family life regulated;

V – deliberately omit relevant personal information to parents on the child or adolescent, including educational, medical and related changes of address;

VI – make false allegations against parents, against his family or against the grandparents in order to prevent or hinder their care to the child or adolescent;

VII – Change the address of residence without justification in order to prevent the attendance of the child or adolescent with the other parent, with his family or grandparents.

Article 3 The provision of an act of parental alienation hurts the fundamental right of the child or adolescent to enjoy a healthy family life, impedes the relationship of affection in relationships with parents and his family group, and is a form of abuse against moral the child or adolescent does not comply with the duties related to parental authority or guardianship or custody.

Article 4 In the face of evidence or documents indicated that parental alienation, the application of this Act at any time of the procedure, or incidentally in independent action, the court will determine, with urgency, after hearing the prosecutor, the transitional measures for the maintenance of ‘psychological integrity of the child or adolescent, including to ensure their familiarity with the parent or make a genuine rapprochement between the two, if any. The court will provide the child or adolescent and the parent a minimum guarantee of visits, except in cases where there is imminent risk of physical or psychological harm to the child or adolescent, certified by a professional designated by the judge in charge of monitoring visits .

Article 5 If there is evidence that they have been charged with acts of parental alienation incidental damages, the court, if necessary, to determine the bio-psychological consequences of child:

1 The expert report is based on extensive psychological assessment biopsychosocial or, where appropriate, including a personal interview with the parties, examination of documents in the case, the story of the couple’s relationship, the chronology of events The assessment of the personalities involved and the investigation as a child or teen may have developed symptoms of alienation against their parents.

2 examinations will be performed by professionals or experts in the multidisciplinary team, necessary in any case, as evidenced by appropriate academic or professional history to diagnose the acts of parental alienation.

3 The expert or a multidisciplinary team appointed to assess the presence of parental alienation will submit a report within 90 days, renewable only with judicial authorization based on a detailed explanation.

Article 6 In response to acts typical of parental alienation or against any behavior that hinders the coexistence of the child or adolescent with a parent’s parent, the court may, together or separately, to raise the subject of their civil or criminal liability arising, and have adequate tools to inhibit or mitigate the effects of alienation. He will, according to the severity of the case:

I – indicate the presence of parental alienation and to notify the parent;

II – expanding the system of family life for the alienated parent;

III – impose a fine on the alienating parent;

IV – require advice biopsychosocial;

V – lead to a change of custody from joint custody or its reversal;

VI – to elect a temporary residence of a child or adolescent;

VII – to declare the suspension of parental authority.

In the case of arbitrary change of address, or impracticability or obstruction to the family, the court may also reverse the requirement to remove the child from parents’ residence, during the alternating periods of family life.

Article 7 In case of assignment or change of custody will be given preference to the parent that allows efficient co-existence of the child or adolescent with the other parent, if the case can not be alternating.

Article 8 The change of domicile of the child or adolescent is irrelevant to the determination of responsibilities relating to claims based on right to family life, unless this is not the result of consensus between the parents or a court decision.

Article 9 (vetoed – amended – cash)

Article 10 (vetoed – amended – cash)

Article 11 This Law shall enter into force upon its publication.

Brasília, August 26, 2010,

189 ° and 122 ° of the independence of the Republic.

Luiz Inacio Lula da Silva

Luiz Paulo Teles Ferreira Barreto

Paulo de Tarso Vannuchi

Read more – News
* 20/11/2009 – CCJ’s Board approves action against a parent who incite hatred child – click here
* 18.08.2009 – Parental Alienation can lead to loss of custody of the child – click here

Read More – Articles
* 13/8/10 – The “syndrome” that will turn law – Nebo Flávia Azevedo Antunes – click here
* 23/7/10 – SAP – Parental Alienation Syndrome – Luiz Fernando Valley Guilherme de Almeida / André Fernando Reusing Namorato – click here
* 21/7/10 – Soon, parental alienation is a crime – Denise Perissini Maria da Silva – click here

————————————————

Lei 12.318 Sacionada lei que define e pune a alienação parental

Confira abaixo na íntegra a lei 12.318/10 que dispõe sobre a alienação parental.
_____________ LEI Nº 12.318, DE 26 DE AGOSTO DE 2010
Dispõe sobre a alienação parental e altera o art. 236 da Lei nº 8.069, de 13
http://www.migalhas.com.br/Quentes/17,MI116210,101048-Lula+sanciona+lei+que+determina+alienacao+parental+como+crime

Lei 12.318

Sacionada lei que define e pune a alienação parental

Confira abaixo na íntegra a lei 12.318/10 que dispõe sobre a alienação parental.

_____________

LEI Nº 12.318, DE 26 DE AGOSTO DE 2010

Dispõe sobre a alienação parental e altera o art. 236 da Lei nº 8.069, de 13 de julho de 1990.

O PRESIDENTE DA REPÚBLICA

Faço saber que o Congresso Nacional decreta e eu sanciono a seguinte Lei:

Art. 1 Esta Lei dispõe sobre a alienação parental.

Art. 2 Considera-se ato de alienação parental a interferência na formação psicológica da criança ou do adolescente promovida ou induzida por um dos genitores, pelos avós ou pelos que tenham a criança ou adolescente sob a sua autoridade, guarda ou vigilância para que repudie genitor ou que cause prejuízo ao estabelecimento ou à manutenção de vínculos com este.

Parágrafo único. São formas exemplificativas de alienação parental, além dos atos assim declarados pelo juiz ou constatados por perícia, praticados diretamente ou com auxílio de terceiros:

I – realizar campanha de desqualificação da conduta do genitor no exercício da paternidade ou maternidade;

II – dificultar o exercício da autoridade parental;

III – dificultar contato de criança ou adolescente com genitor;

IV – dificultar o exercício do direito regulamentado de convivência familiar;

V – omitir deliberadamente a genitor informações pessoais relevantes sobre a criança ou adolescente, inclusive escolares, médicas e alterações de endereço;

VI – apresentar falsa denúncia contra genitor, contra familiares deste ou contra avós, para obstar ou dificultar a convivência deles com a criança ou adolescente;

VII – mudar o domicílio para local distante, sem justificativa, visando a dificultar a convivência da criança ou adolescente com o outro genitor, com familiares deste ou com avós.

Art. 3 A prática de ato de alienação parental fere direito fundamental da criança ou do adolescente de convivência familiar saudável, prejudica a realização de afeto nas relações com genitor e com o grupo familiar, constitui abuso moral contra a criança ou o adolescente e descumprimento dos deveres inerentes à autoridade parental ou decorrentes de tutela ou guarda.

Art. 4 Declarado indício de ato de alienação parental, a requerimento ou de ofício, em qualquer momento processual, em ação autônoma ou incidentalmente, o processo terá tramitação prioritária, e o juiz determinará, com urgência, ouvido o Ministério Público, as medidas provisórias necessárias para preservação da integridade psicológica da criança ou do adolescente, inclusive para assegurar sua convivência com genitor ou viabilizar a efetiva reaproximação entre ambos, se for o caso.

Parágrafo único. Assegurar-se-á à criança ou adolescente e ao genitor garantia mínima de visitação assistida, ressalvados os casos em que há iminente risco de prejuízo à integridade física ou psicológica da criança ou do adolescente, atestado por profissional eventualmente designado pelo juiz para acompanhamento das visitas.

Art. 5 Havendo indício da prática de ato de alienação parental, em ação autônoma ou incidental, o juiz, se necessário, determinará perícia psicológica ou biopsicossocial.

§ 1 O laudo pericial terá base em ampla avaliação psicológica ou biopsicossocial, conforme o caso, compreendendo, inclusive, entrevista pessoal com as partes, exame de documentos dos autos, histórico do relacionamento do casal e da separação, cronologia de incidentes, avaliação da personalidade dos envolvidos e exame da forma como a criança ou adolescente se manifesta acerca de eventual acusação contra genitor.

§ 2 A perícia será realizada por profissional ou equipe multidisciplinar habilitados, exigido, em qualquer caso, aptidão comprovada por histórico profissional ou acadêmico para diagnosticar atos de alienação parental.

§ 3 O perito ou equipe multidisciplinar designada para verificar a ocorrência de alienação parental terá prazo de 90 (noventa) dias para apresentação do laudo, prorrogável exclusivamente por autorização judicial baseada em justificativa circunstanciada.

Art. 6 Caracterizados atos típicos de alienação parental ou qualquer conduta que dificulte a convivência de criança ou adolescente com genitor, em ação autônoma ou incidental, o juiz poderá, cumulativamente ou não, sem prejuízo da decorrente responsabilidade civil ou criminal e da ampla utilização de instrumentos processuais aptos a inibir ou atenuar seus efeitos, segundo a gravidade do caso:

I – declarar a ocorrência de alienação parental e advertir o alienador;

II – ampliar o regime de convivência familiar em favor do genitor alienado;

III – estipular multa ao alienador;

IV – determinar acompanhamento psicológico e/ou biopsicossocial;

V – determinar a alteração da guarda para guarda compartilhada ou sua inversão;

VI – determinar a fixação cautelar do domicílio da criança ou adolescente;

VII – declarar a suspensão da autoridade parental.

Parágrafo único. Caracterizado mudança abusiva de endereço, inviabilização ou obstrução à convivência familiar, o juiz também poderá inverter a obrigação de levar para ou retirar a criança ou adolescente da residência do genitor, por ocasião das alternâncias dos períodos de convivência familiar.

Art. 7 A atribuição ou alteração da guarda dar-se-á por preferência ao genitor que viabiliza a efetiva convivência da criança ou adolescente com o outro genitor nas hipóteses em que seja inviável a guarda compartilhada.

Art. 8 A alteração de domicílio da criança ou adolescente é irrelevante para a determinação da competência relacionada às ações fundadas em direito de convivência familiar, salvo se decorrente de consenso entre os genitores ou de decisão judicial.

Art. 9 ( VETADO)

Art. 10. (VETADO)

Art. 11. Esta Lei entra em vigor na data de sua publicação.

Brasília, 26 de agosto de 2010; 189º da Independência e 122º da República.

LUIZ INÁCIO LULA DA SILVA

Luiz Paulo Teles Ferreira Barreto

Paulo de Tarso Vannuchi

________________
____________

Leia mais – Notícias
* 20/11/09 – CCJ da Câmara aprova medidas contra pai ou mãe que incitar filho ao ódio – clique aqui
* 18/8/09 – Alienação Parental pode levar à perda da guarda da criança – clique aqui

Leia mais – Artigos
* 13/8/10 – A “síndrome” que virará lei – Flávia Nebó de Azevedo Antunes – clique aqui
* 23/7/10 – SAP – Síndrome da Alienação Parental – Luiz Fernando do Vale de Almeida Guilherme/André Fernando Reusing Namorato – clique aqui
* 21/7/10 – Em breve, alienação parental será crime – Denise Maria Perissini da Silva – clique aqui

augustus 26, 2010 at 2:50 am Plaats een reactie

Oudere berichten



Contact met het Vader Kennis Centrum (VKC):
Jacob Cabeliaustraat 17
3554 VH Utrecht
T. 030 - 238 3636
secretariaat@vaderkenniscentrum.nl

‘Jullie papa is helemaal niet lief’ :: Peter van Straaten

Peter van Straaten - Jullie papa is helemaal niet lief - Over ouderverstoting of oudervervreemding door moeders bijscheiding en omgang

Over oudervervreemding of -verstoting bij scheiding en omgang

Geef hier uw email adres op om email attenderingen van nieuwe artikelen te ontvangen.

Doe mee met 633 andere volgers

Info pagina’s

Alle artikelen

  • 10 mei 2012 - Uitspraak Rechtbank Den Bosch: Uit huis plaatsing vanwege ouderverstotingssyndroom
  • 17 november 2011 - Uitspraak Rechtbank Roermond - Voorbeeld inzet "klemcriterium" en "loyaliteitsconflict" om kinderen tegen hun wil bij zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen
  • 13 november 2010 - Belgisch wetsvoorstel tegen oudervervreemding en tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht in het strafrecht
  • 26 augustus 2010 - Nieuwe Braziliaanse Wet 12 318 definieert en bestraft oudervervreemding na scheiding als kindermishandeling
  • 2 augustus 2010 - Negen jaar cel voor oudervervreemding
  • 5 maart 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Brugge, België
  • 26 februari 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Antwerpen, België
  • 10 october 2009 - 'Thuis heerste het grote zwijgen' (Cornald Maas interviewt in de Volkskrant kinderen van gescheiden ouders)
  • 13 augustus 2009 - Uitspraak Gerechtshof Den Bosch - Raad voor Kinderbescherming stelt in rapport mogelijke diagnose ouderverstotingssyndroom of Parental Alienation Syndrome (PAS)
  • 3 december 2008 - Ouderverstotingssyndroom - Parental Alienation Syndrome (The Gregory Mantell Show - Video - delen 1 en 2)
  • 22 october 2008 - Le Syndrome d’Aliénation Parentale (Thése Médecinal à l’Université Claude Bernard-Lyon, Bénédicte Goudard, 2008)
  • 31 juli 2008 - Esma Kaplan - Ouderverstoting in Nederland (Masterthesis, Universiteit van Utrecht, 2008)
  • 13 juni 2007 - Uitspraak Rechtbank Maastricht - Rechter stelt in uitspraak ouderverstoting vast
  • 1 juni 2005 - Syndrome d’aliénation parentale - Diagnostic et prise en charge médico-juridique (Jean-Marc Delfieu, 2005)
  • 8 october 2002 - Verhaltensmuster und Persönlichkeitsstruktur Entfremdender Eltern (Walter Andritzky, 2002)
  • 15 december 1995 - Wolfgang Klenner - Rituale der Umgangsvereitelung bei getrenntlebenden oder geschiedenen Eltern - Eine psychologische Studie zur elterlichen Verantwortung (Duitsland, 1995)
  • 26 december 1994 - John Dunne & Marsha Hedrick – The Parental Alienation Syndrome – Analysis of Sixteen Selected Cases (1994)
  • Sigmund – Echtscheiding is voor kinderen psychologisch erger dan het overlijden van één van hun ouders!

    KA-PAW! Als moeder wil je toch het beste voor je kinderen.

    VKC twittert nu ook

    Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

    Categorieën

    september 2018
    M D W D V Z Z
    « Aug    
     12
    3456789
    10111213141516
    17181920212223
    24252627282930

    Blog Stats

    • 79.731 hits