Posts filed under ‘Effecten/gevolgen voor kinderen’

Rechtspraak: Tjechisch Constitutioneel Hof veroordeelt ouderverstoting

Een ouder kan niet zomaar uit het leven van kinderen worden gebannen, stelt het Tjechische Constitutionele Hof

Bron: Novinky.cz – Vertaald uit het Tjechisch door Peter Tromp, 7.8.2017

Tjechische constitutionele rechter Kateřina Šimáčková

BRON: Rechtspraak

7.8 11:17 (bijgewerkt: 7.8. 12:29) Het Tjechische Constitutionele Hof (MoJ) heeft maandag de klacht van een man gedeeltelijk toegewezen. Lagere Tjechische rechtbanken hadden eerder de mogelijkheid van de man om na de echtscheiding zijn kinderen te zien aanzienlijk beperkt. De man wordt geconfronteerd met een criminele klacht van zijn voormalige echtgenote wegens beweerde kindermishandeling. Volgens het Constitutionele Hof zijn zijn fundamentele rechten geschonden, omdat de verdenking vaag is en niet door duidelijke bewijsstukken wordt ondersteund.

De kinderen werden oorspronkelijk op basis van gedeeld of co-ouderschap door beide ouders verzorgd. Toen hun moeder de vader begon te beschuldigen, werd de mate van zorg opnieuw vastgesteld door de rechtbank in Praag-West. Toen de beide ouders tegen dat vonnis in beroep gingen, heeft de voogdes op verzoek van de moeder een interview met de moeder uitgevoerd.

Daarbij stelde de moeder onder andere dat “de aangeklaagde vader slecht is en dat hij de kinderen in de gootsteen verdrinkt”. Daarbij gaf de vrouw haar afschrift van haar “criminele aangifte tegen de man op grond van het ongepast straffen van de kinderen”. Volgens de man was het echter een doelgerichte stap van de vrouw om zijn contact met de kinderen te verbreken.

Het Gerechtshof beperkte vervolgens de mogelijkheden van de man tot contact met de kinderen. Op verzoek van de moeder werd tevens een voorzorgsmaatregel afgegeven die het contact met de kinderen tot het einde van de vervolging helemaal verbood.

Hij is geen verkrachter, de moeder kon de kinderen manipuleren

Het Tjechische Constitutionele Hof herinnerde er echter aan dat beide ouders het recht hebben om contact te hebben met hun kinderen. Het zei ook dat de vader geen gewelddadige tendenzen had gehad, en bleef stilstaan bij waarom de rechtbank “niet de mogelijke manipulatie van kinderen door hun moeder behandelde, hoewel het deskundigenadvies dat wel voorstelde.”

Het Constitutionele Hof is van oordeel dat, gezien het onbewezen risico van geweld, het kind tenminste begeleid contact moet hebben met de vader. Het beperken van contact met kinderen is volgens de rechter geen oplossing.

“De dreiging van lichamelijk geweld van de ouder is vergelijkbaar met de schade die voortvloeit uit het verlies van contact met deze ouder als gevolg van manipulatie door de andere ouder. Als een ouder een kind manipuleert om een andere ouder te haten, leert ze hem eigenlijk zichzelf te haten,” zei de Senaat onder leiding van rechter mevrouw Kateřina Šimáčková.

Volgens het Constitutionele Hof moeten overheden niet alleen kinderen tegen mogelijk geweld door hun ouders beschermen, maar hebben zij ook de verplichting om te voorkomen dat een van de ouders wordt uitgeschakeld of geëlimineerd door manipulatie van de andere ouder.

De vader van de jongen was tevreden met de uitspraak, maar hij was zeer voorzichtig in zijn reactie. ‘Het onderzoek naar mijn persoon is nog steeds gaande, en ik wil niet aan verdere problemen blootgesteld worden’, zei hij tegen Pravo. Nu hoopt hij dat de uitspraak van het Constitutionele Hof tot de afschaffing van het contactverbod zal leiden en hij zijn kinderen weer zal kunnen zien.

 

Advertenties

augustus 7, 2017 at 11:55 pm Plaats een reactie

Rechtbank Roermond – Voorbeeld inzet “klemcriterium” en “loyaliteitsconflict” om kinderen tegen hun wil bij zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen

Hieronder een voorbeeld van hoe in een recente familierechtuitspraak van de Rechtbank Roermond (enkelvoudige kamer) het zgn. klemcriterium (BW1, Artikel 1:251:lid 1a: Kinderen raken klem en verloren tussen de beide ouders) door kinderbescherming en kinderrechter wordt toegepast om de kinderen tegen hun eigen wil bij een (overigens aan beperkte omgang van de kinderen met moeder meewerkende) zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen. De beide kinderen willen dat zelf nadrukkelijk niet, maar daar wordt overheen gegaan “in het belang van het kind”. Vader wordt daarbij vervolgens verder buitenspel gezet naar de kinderen middels begeleide omgang.

Als grondmotief voor deze zwaarwegende beslissing wordt door de rechter gesteld: “De kinderrechter overweegt met de raad voor de kinderbescherming dat de kinderen onvoldoende ruimte krijgen om zich bij beide ouders op hun gemak te voelen en dat ze vanuit deze positie kennelijk voor de vader hebben gekozen. Dit is zeer zorgelijk te noemen, nu de kinderen recht hebben op een goed contact met beide ouders. Een dergelijk contact met beide ouders is ook noodzakelijk voor een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van de kinderen.” Dit hoofdargument (b)lijkt in de praktijk van deze uitspraak echter bij nader inzien toch eigenlijk vooral een gelegenheidsargument, waar vader vervolgens middels een zgn. begeleide omgangsregeling door rechter en kinderbescherming in zijn contact met de kinderen vrijwel onmiddelijk verder buitenspel wordt gezet. Kennelijk telt het goede contact van de kinderen met hun vader voor deze rechter en de kinderbescherming dan toch minder mee dan het contact met hun moeder. (Wel zou je hierbij kunnen opmerken dat het gebruikte gelegenheidsargument mogelijk reden is geweest dat vader nog enige begeleide omgang heeft gekregen, anders was zijn betrokkenheid bij de kinderen mogelijk van de ene dag op de andere zelfs geheel door rechter en kinderbescherming stopgezet.)

Interessant hierbij is verder dat het in de hoofdargumentatie gebruikte “klemcriterium” (BW1, Artikel 1:251:lid 1a) hier oneigenlijk gebruikt wordt door de kinderrechter. De kinderrechter gebruikt het klemcriterium hier namelijk om de hoofdverblijfplaats van de kinderen te wijzigen, terwijl de wet het gebruik van het klemcriterium door de rechter bepaalt of beperkt tot gezagsbeslissingen of – wijzigingen tot eenoudergezag en aan dit (gezamenlijk) gezag verandert de rechter in deze uitspraak niets:

Artikel 1:251a:Lid 1a: Het klemcriterium
1.De rechter kan na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. (……….)

Dit onjuiste gebruik van het klemcriterium door Nederlandse rechters, dat door de wetgever bij de invoering van de wet in 2009 juist bedoeld was alleen te worden toegepast bij hoge uitzondering, krijgt hiermee een steeds breder, steeds willekeuriger en zelfs buitenwettig karakter. Het gebruik van het klemcriterium dreigt daarmee – net als het willekeurige en ongedefinieerde gebruik van ‘het belang van het kind’ – in de huidige rechtspraktijk te verworden tot rechterlijke willekeur en panacee.

Interessant is tot slot dat het in deze uitspraak eigenlijk vooral ook lijkt te gaan om een verkapte inzet door kinderbescherming en kinderrechter van het door psychiater Richard Gardner goed omschreven en gedefinieerde “ouderverstotingssyndroom” (PAS), zonder dat deze terminologie in deze uitspraak overigens gebruikt wordt. In plaats daarvan glippen kinderbescherming en kinderrechter hier weg met het gebruik van oncontroleerbare en onnavolgbare (want nergens goed gedefinieerde of omschreven) terminologie zoals “loyaliteitsconflict” en/of “in de knel of klem raken tussen de ouders”  en wordt hier gesproken over een “ernstig loyaliteitsconflict van de kinderen t.o.v. hun ouders” etc. (‘Whatever that may be?’).

Het kan goed zijn dat deze vader mogelijk de beide kinderen zodanig ernstig heeft vervreemd van moeder, dat een dergelijke zwaarwegende beschikking als gegeven in deze uitspraak te rechtvaardigen valt, maar stel deze hier veronderstelde negatieve invloed van vader op de kinderen dan wel eerst ook deugdelijk vast met helder omschreven, goed gedefinieerde, gevalideerde en objectiveerbare termen, criteria en terminologie die ook in de wet zijn vast gelegd, in plaats van het huidige gerommel met ongedefinieerde, willekeurige en onnavolgbare termen zoals we hier in de Nederlandse familierechtspraak en kinderbescherming steeds weer opnieuw zien.

In deze uitspraak is die rechtvaardiging echter geenszins gegeven en draagt de familierechtuitspraak verder bij aan het verlies van vertrouwen van Nederlandse burgers in de Nederlandse rechtspraak op het voor burgers meest essentiële punt, dat van de liefde en zorg als ouder voor de eigen kinderen en het contact met de eigen kinderen.

Maar graag jullie reactie en mening.

Groet,
Peter Tromp
Vader Kennis Centrum

———————————————

ECLI:NL:RBROE:2011:BU4821, Rechtbank Roermond, 109342 / FA RK 11-889

Datum uitspraak:16-11-2011
Datum publicatie:17-11-2011
Rechtsgebied:Personen-en familierecht
Soort procedure:Eerste aanleg – enkelvoudig
Vindplaats: Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie:
Ernstig loyaliteitsconflict kinderen (van 11 en 8 jaar oud) ten aanzien van ouders. Kinderen wonen bij vader. Door zijn houding belemmert vader contact tussen de kinderen en de moeder. Hoewel kinderen zelf aangeven bij vader en niet bij de moeder te willen wonen wordt de hoofdverblijfplaats bij moeder bepaald en voorlopig een regeling vastgesteld waarbij omgang tussen vader en de kinderen onder begeleiding plaats zal vinden. Kinderrechter ziet deze voor de kinderen zeer ingrijpende stap als enige mogelijkheid om impasse te doorbreken.

Uitspraak
RECHTBANK ROERMOND
Sector civielrecht

Zaaknummer: 109342 / FA RK 11-889

Beschikking van 16 november 2011 betreffende ouderlijke verantwoordelijkheden

in de zaak van:

[de moeder],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen de moeder,
advocaat: mr.drs. I. Ligtelijn- Huisman;

tegen:

[de vader],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. J.J. Geuze.

Als belanghebbende merkt de rechtbank tevens aan de minderjarigen:
[minderjarige dochter], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
[minderjarige zoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1. Dit blijkt uit het volgende:
– de tussen partijen gegeven beschikking d.d. 27 juli 2011 de beslissing over de verzoeken is aangehouden en de raad voor de kinderbescherming is verzocht rapport en advies uit te brengen;
– het op 14 oktober 2011 ingekomen rapport en advies van de raad voor de kinderbescherming te Roermond;
– de brief, met bijlage, van 18 oktober 2011 van de raad voor de kinderbescherming;
– de brieven, met bijlagen, van 19 oktober 2011 en 4 november 2011 van de advocaat van
de vader;
– de nadere mondelinge behandeling, welke heeft plaatsgevonden op 7 november 2011 en waarbij zijn verschenen:
– de ouders, bijgestaan door hun advocaten;
– [gezinsvoogdes], gezinsvoogdes van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,
– [vertegenwoordiger van de Raad], vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.

2. Het oordeel van de rechtbank

2.1. De raad voor de kinderbescherming adviseert de hoofdverblijfplaats van de kinderen te bepalen bij de moeder en een reguliere omgangsregeling tussen de kinderen en de vader te bepalen, waar naartoe wordt gewerkt via een begeleide omgangsregeling bij de Mutsaersstichting.
De raad stelt zich daarbij op het standpunt dat de kinderen ernstig knel zitten in de strijd tussen hun ouders. De zorgen over de kinderen zijn – ondanks hulpverlening vanuit een ondertoezichtstelling – nog onverminderd groot.
De zorgen die door de vader geuit worden over de mishandeling van de kinderen door de moeder en haar partner lijken gebaseerd te zijn op incidenten. De raad voor de kinderbescherming heeft sterke aanwijzingen dat de kinderen in een positie zijn geraakt, waarin twee incidenten sterk benadrukt worden. De kinderen komen hierdoor steeds verder af te staan van de werkelijkheid. De kinderen moeten serieus genomen worden in hun beleving, maar het is ook noodzakelijk dat de kinderen een reëel beeld krijgen van de gebeurtenissen. Dat de kinderen zich niet veilig voelen bij de moeder en haar partner, ziet de raad als een reactie op het loyaliteitsconflict, waarin de kinderen zitten. Vanuit de praktijk komen geen signalen naar voren waaruit blijkt dat de kinderen daadwerkelijk angstig zijn. De kinderen ogen ontspannen in het bijzijn van de moeder en haar partner en het is zorgelijk te noemen dat de kinderen terug in hun schulp lijken te kruipen als de moeder ter sprake komt in het bijzijn van de vader. De kinderen krijgen van de vader onvoldoende ruimte om op een positieve wijze contact te hebben met de moeder. Hoewel de vader zegt het belang van de kinderen in het oog te houden en moeite te zullen doen de omgang tussen de moeder en de kinderen mogelijk te maken, blijkt dit niet uit zijn handelen.
De moeder legt geen druk op de kinderen en probeert vanuit haar positie de contacten zo positief mogelijk in te vullen, waardoor deze contacten ook positief verlopen.
Rust en continuïteit voor de kinderen kunnen alleen gecreëerd worden vanuit de thuissituatie van de moeder. De raad verwacht dat de moeder de kinderen de ruimte en vrijheid zal bieden om de vader een rol in hun leven te laten hebben.
De raad vindt een begeleide omgangsregeling met de vader noodzakelijk om voor de kinderen veiligheid en vertrouwen te creëren en te wennen aan de nieuwe situatie. Daarnaast zijn er vermoedens van negatieve beïnvloeding van de kinderen door de vader en wil de raad voorkomen dat de kinderen verder in een loyaliteitsconflict gebracht worden.

2.2. De moeder is het eens met het advies van de raad voor de kinderbescherming.

2.3. De vader is het niet eens met het advies van de raad voor de kinderbescherming.
Het advies is gebaseerd op de interpretatie van containerbegrippen door de raad. De raad gaat voorbij aan het punt dat gebleken is dat de kinderen zich veilig voelen bij de vader en niet bij de moeder.
Volgens de vader werkt hij wel mee aan herstelcontacten met de moeder, hetgeen ook blijkt uit de vele contacten tussen de moeder en de kinderen in de afgelopen maanden. De vader vindt het tempo hiervan te hoog voor de kinderen. Dat is wat hij heeft aangegeven.
Vanaf half september gaat het niet goed met de kinderen, hetgeen de vader wijt aan het advies van de raad voor de kinderbescherming en de onrust die daardoor is ontstaan.
De teamleider van de school heeft recent geconcludeerd dat [minderjarige zoon] verdriet heeft, omdat hij zich zorgen maakt dat hij bij de moeder moet gaan wonen en dat hij naar een andere school moet. [minderjarige dochter] wil graag leuk gevonden worden en doet daarvoor erg haar best, maar gedraagt zich heel vrij om zichzelf te zijn bij de vader thuis. [minderjarige dochter] kruipt niet in haar schulp in aanwezigheid van de vader. [minderjarige dochter] heeft moeder verteld dat ze niet bij haar wil wonen.
De situatie voor de kinderen is al langere tijd onveilig. Een echtscheiding is voor kinderen een onveilige situatie en het grensoverschrijdende opvoedgedrag van de moeder maakt de situatie extra onveilig. In de rapportage spreekt de moeder enkel negatief over de vader, maar de vader niet over de moeder.

2.4. De gezinsvoogd heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat er weliswaar een verandering in de houding van de vader heeft plaatsgevonden, maar dat is onvoldoende.
De school spreekt van een schrijnende situatie. De kinderen kunnen zich niet meer concentreren. Dat het nu niet goed gaat op school, komt door het loyaliteitsconflict waarin de kinderen zitten.
De vader werkt niet van harte mee aan de herstelcontacten tussen de moeder en de kinderen. De vader heeft zelfs tegen een medewerker van de stichting gezegd dat kinderen het contact met de moeder niet nodig hebben, nu kinderen van wie de moeder is overleden ook geen contact hebben met hun moeder.
Tussen de moeder en de kinderen zijn afgelopen zomer drie begeleide omgangsmomenten geweest en dat ging goed. Daarom vond de stichting dat de omgang kon worden uitgebreid tot zes uur en niet meer onder begeleiding hoefde plaats te vinden. Met moeite heeft de vader kunnen instemmen met twee uur onbegeleide omgang per 14 dagen.
De gezinsvoogd heeft recent met de kinderen, de moeder en haar partner gesproken over wat de kinderen nodig hebben van de moeder. Dit is een goed gesprek geweest en de afspraak is daarbij gemaakt om een nacht te logeren. Dit heeft de gezinsvoogd samen met [minderjarige dochter] aan de vader verteld, maar de reactie van de vader maakte dat [minderjarige dochter] terug in haar schulp kroop. Ook non-verbaal zet de vader de kinderen onder druk. De kinderen voelen daarom niet de toestemming van de vader om een positief contact te hebben met de moeder. De gezinsvoogd heeft hierover een emotioneel gesprek gehad met [minderjarige dochter]. De kinderen voelen zich genoodzaakt om te kiezen.

2.5. Ingevolge artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De rechter kan op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan, voor zover hier van belang, omvatten:
a. een toedeling aan ieder der ouders van de zorg en opvoedingstaken, alsmede en uitsluitend indien het belang van het kind dit vereist, een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben;
b. de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft;
(…)
De rechter beproeft alvorens te beslissen op voormeld verzoek een vergelijk tussen de ouders.

2.6. Uit de processtukken blijkt dat er is geïnvesteerd in de onderlinge communicatie tussen de ouders. Dit heeft tot op heden niet tot een constructieve manier van communiceren geleid.
De kinderrechter overweegt met de raad voor de kinderbescherming dat de kinderen onvoldoende ruimte krijgen om zich bij beide ouders op hun gemak te voelen en dat ze vanuit deze positie kennelijk voor de vader hebben gekozen. Dit is zeer zorgelijk te noemen, nu de kinderen recht hebben op een goed contact met beide ouders. Een dergelijk contact met beide ouders is ook noodzakelijk voor een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van de kinderen.
Blijkens het rapport van de raad, alsmede de stelling van de gezinsvoogd ter zitting zijn pogingen om deze situatie te veranderen mislukt, waarbij voorts is gebleken dat de vader de omgang tussen de moeder en de kinderen belemmert. Er is weliswaar onder druk van de gezinsvoogd omgang tussen de moeder en de kinderen tot stand gekomen, echter door de opstelling van de vader krijgen de kinderen onvoldoende ruimte en goedkeuring van hem om het contact met de moeder op een positieve manier te laten plaatsvinden.
Met de raad voor de kinderbescherming is de kinderrechter derhalve van oordeel dat de overtuiging van de vader over wat goed is voor de kinderen, hierdoor niet langer overeen komt met wat de kinderen werkelijk nodig hebben. Vader toont zich in zijn overtuiging onverzettelijk.
Dat de kinderen zich op dit moment veilig voelen bij de vader en niet bij de moeder, is naar het oordeel van de rechtbank het gevolg van voormelde houding en overtuiging van de vader.
Dat er zich incidenten bij de moeder hebben voorgedaan neemt de kinderrechter aan. Naar het oordeel van de kinderrechter is echter niet gebleken dat er in de opvoedingssituatie bij de moeder sprake is van structurele lichamelijke of psychische mishandeling van de kinderen. Zowel de vader als de kinderen zelf benoemen twee gedateerde voorbeelden.
Gebleken is voorts dat de moeder thans geen druk legt op de kinderen, zodat er naar het oordeel van de kinderrechter bij haar meer kansen liggen voor de kinderen om uit het loyaliteitsconflict te geraken. De kinderrechter laat in zijn oordeel meewegen de begeleiding die de gezinsvoogd geeft en het constructieve gesprek dat zij met de moeder, haar partner en de kinderen heeft gehad omtrent de vraag wat de kinderen van de moeder op dit moment kunnen verwachten. De kinderrechter realiseert zich dat de verhuizing naar de moeder een ingrijpende stap is voor de kinderen, maar ziet geen andere weg om de ontstane impasse te doorbreken.

2.7. Gelet op het vorenstaande oordeelt de kinderrechter dat de in het ouderschapsplan d.d. 6 april 2010 opgenomen regelingen dienen te worden gewijzigd, in die zin dat de belangen van de kinderen vereisen dat de hoofdverblijfplaats voortaan bij de moeder zal zijn en dat het contact tussen de vader en de kinderen voorlopig via de begeleide omgangsregeling (BOR) van de Mutsaersstichting zal plaatsvinden.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. wijzigt de uitspraak van deze rechtbank van 9 juni 2010 en de daarin opgenomen onderlinge regelingen, zoals opgenomen in het ouderschapsplan d.d. 6 april 2010, in de zin als hierna vermeld;

3.2. bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen:
1. [minderjarige dochter], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
2. [minderjarige zoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
voortaan bij de vrouw zal zijn;

3.3. bepaalt dat het contact tussen de vader en de kinderen voorlopig, totdat daarover nader wordt beslist, onder begeleiding van de Mutsaersstichting (BOR) zal plaatsvinden;

3.4. verzoekt de raad voor de kinderbescherming te Roermond uiterlijk op 16 mei 2012 (pro forma) de rapportage van de Mutsaersstichting bij de rechtbank in te dienen, waarna de rechtbank partijen zal informeren over de verdere voortgang van de procedure;

3.5. houdt iedere verdere beslissing aan;

3.6. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. Wassenberg, kinderrechter en ter openbare terechtzitting van 16 november 2011 uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

DT

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.

Referentie:
ECLI:NL:RBROE:2011:BU4821, Rechtbank Roermond, 109342 / FA RK 11-889

november 17, 2011 at 7:07 am 7 reacties

Nieuwe Braziliaanse Wet 12 318 definieert en bestraft oudervervreemding na scheiding als kindermishandeling

Brazilië heeft nieuwe wetgeving (Wet 12 318) aangenomen waarin oudervervreemding na scheiding als een vorm van kindermishandeling wordt gedefinieerd, aangepakt en bestraft

Op 26 augustus 2010 heeft het Braziliaanse Parlement met onmiddelijke ingang wetgeving aangenomen tegen oudervervreemding bij scheiding. De aangenomen wetgeving definieert oudervervreemding als een vorm van kindermishandeling. In de nieuwe Braziliaanse wet worden zeven concrete maatregelen gegeven en omschreven waarmee Braziliaanse rechters en rechtbanken oudervervreemding kunnen aanpakken. De maatregelen betreffen het opleggen van boetes of dwangsommen, contraire zorg- of gezagsbeschikkingen en ondertoezichtstellingen (OTS).

Hieronder vindt u de tekst van de nieuwe Braziliaanse wetgeving in zowel een ongeautoriseerde Engelse vertaling als daaronder ook de originele Braziliaanse tekst in het Portugees.

Peter Tromp
Vader Kennis Centrum (VKC)

Brazilian Law 12 318 – Ratified law that defines and punishes parental alienation

Check below in full 12.318/10 law that provides for parental alienation.
_____________
LAW No. 12 318, DE 26 AUGUST 2010 Provides for parental alienation and amending Art. 236 of Law No. 8069 of 13

Ratified law that defines and punishes parental alienation in Brazil
26 August 2010
http://www.migalhas.com.br/Quentes/17,MI116210,101048-Lula+sanciona+lei+que+determina+alienacao+parental+como+crime

THE PRESIDENT OF THE REPUBLIC

Given the decrees of Congress promulgated the following law:

Article 1 This Law regulates the parental alienation.

Article 2 The parental alienation is considered an act of interference with the psychological training of the child or adolescent, promoted or induced by their parents or grandparents if the child or adolescent is under their authority, custody or supervision, and to result in less contemptuous behavior that impadiscano creating or maintaining links with the other parent. Examples of forms of parental alienation, as substantiated to the court or discovered by an expert, or charged directly with the testimony of third acts are aimed at:

I – open a campaign to ban the behavior of the parent exercising parenting;

II – impede the exercise of parental authority;

III – prevent contact of the child or adolescent with a parent;

IV – opposing the right to family life regulated;

V – deliberately omit relevant personal information to parents on the child or adolescent, including educational, medical and related changes of address;

VI – make false allegations against parents, against his family or against the grandparents in order to prevent or hinder their care to the child or adolescent;

VII – Change the address of residence without justification in order to prevent the attendance of the child or adolescent with the other parent, with his family or grandparents.

Article 3 The provision of an act of parental alienation hurts the fundamental right of the child or adolescent to enjoy a healthy family life, impedes the relationship of affection in relationships with parents and his family group, and is a form of abuse against moral the child or adolescent does not comply with the duties related to parental authority or guardianship or custody.

Article 4 In the face of evidence or documents indicated that parental alienation, the application of this Act at any time of the procedure, or incidentally in independent action, the court will determine, with urgency, after hearing the prosecutor, the transitional measures for the maintenance of ‘psychological integrity of the child or adolescent, including to ensure their familiarity with the parent or make a genuine rapprochement between the two, if any. The court will provide the child or adolescent and the parent a minimum guarantee of visits, except in cases where there is imminent risk of physical or psychological harm to the child or adolescent, certified by a professional designated by the judge in charge of monitoring visits .

Article 5 If there is evidence that they have been charged with acts of parental alienation incidental damages, the court, if necessary, to determine the bio-psychological consequences of child:

1 The expert report is based on extensive psychological assessment biopsychosocial or, where appropriate, including a personal interview with the parties, examination of documents in the case, the story of the couple’s relationship, the chronology of events The assessment of the personalities involved and the investigation as a child or teen may have developed symptoms of alienation against their parents.

2 examinations will be performed by professionals or experts in the multidisciplinary team, necessary in any case, as evidenced by appropriate academic or professional history to diagnose the acts of parental alienation.

3 The expert or a multidisciplinary team appointed to assess the presence of parental alienation will submit a report within 90 days, renewable only with judicial authorization based on a detailed explanation.

Article 6 In response to acts typical of parental alienation or against any behavior that hinders the coexistence of the child or adolescent with a parent’s parent, the court may, together or separately, to raise the subject of their civil or criminal liability arising, and have adequate tools to inhibit or mitigate the effects of alienation. He will, according to the severity of the case:

I – indicate the presence of parental alienation and to notify the parent;

II – expanding the system of family life for the alienated parent;

III – impose a fine on the alienating parent;

IV – require advice biopsychosocial;

V – lead to a change of custody from joint custody or its reversal;

VI – to elect a temporary residence of a child or adolescent;

VII – to declare the suspension of parental authority.

In the case of arbitrary change of address, or impracticability or obstruction to the family, the court may also reverse the requirement to remove the child from parents’ residence, during the alternating periods of family life.

Article 7 In case of assignment or change of custody will be given preference to the parent that allows efficient co-existence of the child or adolescent with the other parent, if the case can not be alternating.

Article 8 The change of domicile of the child or adolescent is irrelevant to the determination of responsibilities relating to claims based on right to family life, unless this is not the result of consensus between the parents or a court decision.

Article 9 (vetoed – amended – cash)

Article 10 (vetoed – amended – cash)

Article 11 This Law shall enter into force upon its publication.

Brasília, August 26, 2010,

189 ° and 122 ° of the independence of the Republic.

Luiz Inacio Lula da Silva

Luiz Paulo Teles Ferreira Barreto

Paulo de Tarso Vannuchi

Read more – News
* 20/11/2009 – CCJ’s Board approves action against a parent who incite hatred child – click here
* 18.08.2009 – Parental Alienation can lead to loss of custody of the child – click here

Read More – Articles
* 13/8/10 – The “syndrome” that will turn law – Nebo Flávia Azevedo Antunes – click here
* 23/7/10 – SAP – Parental Alienation Syndrome – Luiz Fernando Valley Guilherme de Almeida / André Fernando Reusing Namorato – click here
* 21/7/10 – Soon, parental alienation is a crime – Denise Perissini Maria da Silva – click here

————————————————

Lei 12.318 Sacionada lei que define e pune a alienação parental

Confira abaixo na íntegra a lei 12.318/10 que dispõe sobre a alienação parental.
_____________ LEI Nº 12.318, DE 26 DE AGOSTO DE 2010
Dispõe sobre a alienação parental e altera o art. 236 da Lei nº 8.069, de 13
http://www.migalhas.com.br/Quentes/17,MI116210,101048-Lula+sanciona+lei+que+determina+alienacao+parental+como+crime

Lei 12.318

Sacionada lei que define e pune a alienação parental

Confira abaixo na íntegra a lei 12.318/10 que dispõe sobre a alienação parental.

_____________

LEI Nº 12.318, DE 26 DE AGOSTO DE 2010

Dispõe sobre a alienação parental e altera o art. 236 da Lei nº 8.069, de 13 de julho de 1990.

O PRESIDENTE DA REPÚBLICA

Faço saber que o Congresso Nacional decreta e eu sanciono a seguinte Lei:

Art. 1 Esta Lei dispõe sobre a alienação parental.

Art. 2 Considera-se ato de alienação parental a interferência na formação psicológica da criança ou do adolescente promovida ou induzida por um dos genitores, pelos avós ou pelos que tenham a criança ou adolescente sob a sua autoridade, guarda ou vigilância para que repudie genitor ou que cause prejuízo ao estabelecimento ou à manutenção de vínculos com este.

Parágrafo único. São formas exemplificativas de alienação parental, além dos atos assim declarados pelo juiz ou constatados por perícia, praticados diretamente ou com auxílio de terceiros:

I – realizar campanha de desqualificação da conduta do genitor no exercício da paternidade ou maternidade;

II – dificultar o exercício da autoridade parental;

III – dificultar contato de criança ou adolescente com genitor;

IV – dificultar o exercício do direito regulamentado de convivência familiar;

V – omitir deliberadamente a genitor informações pessoais relevantes sobre a criança ou adolescente, inclusive escolares, médicas e alterações de endereço;

VI – apresentar falsa denúncia contra genitor, contra familiares deste ou contra avós, para obstar ou dificultar a convivência deles com a criança ou adolescente;

VII – mudar o domicílio para local distante, sem justificativa, visando a dificultar a convivência da criança ou adolescente com o outro genitor, com familiares deste ou com avós.

Art. 3 A prática de ato de alienação parental fere direito fundamental da criança ou do adolescente de convivência familiar saudável, prejudica a realização de afeto nas relações com genitor e com o grupo familiar, constitui abuso moral contra a criança ou o adolescente e descumprimento dos deveres inerentes à autoridade parental ou decorrentes de tutela ou guarda.

Art. 4 Declarado indício de ato de alienação parental, a requerimento ou de ofício, em qualquer momento processual, em ação autônoma ou incidentalmente, o processo terá tramitação prioritária, e o juiz determinará, com urgência, ouvido o Ministério Público, as medidas provisórias necessárias para preservação da integridade psicológica da criança ou do adolescente, inclusive para assegurar sua convivência com genitor ou viabilizar a efetiva reaproximação entre ambos, se for o caso.

Parágrafo único. Assegurar-se-á à criança ou adolescente e ao genitor garantia mínima de visitação assistida, ressalvados os casos em que há iminente risco de prejuízo à integridade física ou psicológica da criança ou do adolescente, atestado por profissional eventualmente designado pelo juiz para acompanhamento das visitas.

Art. 5 Havendo indício da prática de ato de alienação parental, em ação autônoma ou incidental, o juiz, se necessário, determinará perícia psicológica ou biopsicossocial.

§ 1 O laudo pericial terá base em ampla avaliação psicológica ou biopsicossocial, conforme o caso, compreendendo, inclusive, entrevista pessoal com as partes, exame de documentos dos autos, histórico do relacionamento do casal e da separação, cronologia de incidentes, avaliação da personalidade dos envolvidos e exame da forma como a criança ou adolescente se manifesta acerca de eventual acusação contra genitor.

§ 2 A perícia será realizada por profissional ou equipe multidisciplinar habilitados, exigido, em qualquer caso, aptidão comprovada por histórico profissional ou acadêmico para diagnosticar atos de alienação parental.

§ 3 O perito ou equipe multidisciplinar designada para verificar a ocorrência de alienação parental terá prazo de 90 (noventa) dias para apresentação do laudo, prorrogável exclusivamente por autorização judicial baseada em justificativa circunstanciada.

Art. 6 Caracterizados atos típicos de alienação parental ou qualquer conduta que dificulte a convivência de criança ou adolescente com genitor, em ação autônoma ou incidental, o juiz poderá, cumulativamente ou não, sem prejuízo da decorrente responsabilidade civil ou criminal e da ampla utilização de instrumentos processuais aptos a inibir ou atenuar seus efeitos, segundo a gravidade do caso:

I – declarar a ocorrência de alienação parental e advertir o alienador;

II – ampliar o regime de convivência familiar em favor do genitor alienado;

III – estipular multa ao alienador;

IV – determinar acompanhamento psicológico e/ou biopsicossocial;

V – determinar a alteração da guarda para guarda compartilhada ou sua inversão;

VI – determinar a fixação cautelar do domicílio da criança ou adolescente;

VII – declarar a suspensão da autoridade parental.

Parágrafo único. Caracterizado mudança abusiva de endereço, inviabilização ou obstrução à convivência familiar, o juiz também poderá inverter a obrigação de levar para ou retirar a criança ou adolescente da residência do genitor, por ocasião das alternâncias dos períodos de convivência familiar.

Art. 7 A atribuição ou alteração da guarda dar-se-á por preferência ao genitor que viabiliza a efetiva convivência da criança ou adolescente com o outro genitor nas hipóteses em que seja inviável a guarda compartilhada.

Art. 8 A alteração de domicílio da criança ou adolescente é irrelevante para a determinação da competência relacionada às ações fundadas em direito de convivência familiar, salvo se decorrente de consenso entre os genitores ou de decisão judicial.

Art. 9 ( VETADO)

Art. 10. (VETADO)

Art. 11. Esta Lei entra em vigor na data de sua publicação.

Brasília, 26 de agosto de 2010; 189º da Independência e 122º da República.

LUIZ INÁCIO LULA DA SILVA

Luiz Paulo Teles Ferreira Barreto

Paulo de Tarso Vannuchi

________________
____________

Leia mais – Notícias
* 20/11/09 – CCJ da Câmara aprova medidas contra pai ou mãe que incitar filho ao ódio – clique aqui
* 18/8/09 – Alienação Parental pode levar à perda da guarda da criança – clique aqui

Leia mais – Artigos
* 13/8/10 – A “síndrome” que virará lei – Flávia Nebó de Azevedo Antunes – clique aqui
* 23/7/10 – SAP – Síndrome da Alienação Parental – Luiz Fernando do Vale de Almeida Guilherme/André Fernando Reusing Namorato – clique aqui
* 21/7/10 – Em breve, alienação parental será crime – Denise Maria Perissini da Silva – clique aqui

augustus 26, 2010 at 2:50 am Plaats een reactie



Contact met het Vader Kennis Centrum (VKC):
Jacob Cabeliaustraat 17
3554 VH Utrecht
T. 030 - 238 3636
secretariaat@vaderkenniscentrum.nl

‘Jullie papa is helemaal niet lief’ :: Peter van Straaten

Peter van Straaten - Jullie papa is helemaal niet lief - Over ouderverstoting of oudervervreemding door moeders bijscheiding en omgang

Over oudervervreemding of -verstoting bij scheiding en omgang

Geef hier uw email adres op om email attenderingen van nieuwe artikelen te ontvangen.

Doe mee met 634 andere volgers

Info pagina’s

Alle artikelen

  • 10 mei 2012 - Uitspraak Rechtbank Den Bosch: Uit huis plaatsing vanwege ouderverstotingssyndroom
  • 17 november 2011 - Uitspraak Rechtbank Roermond - Voorbeeld inzet "klemcriterium" en "loyaliteitsconflict" om kinderen tegen hun wil bij zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen
  • 13 november 2010 - Belgisch wetsvoorstel tegen oudervervreemding en tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht in het strafrecht
  • 26 augustus 2010 - Nieuwe Braziliaanse Wet 12 318 definieert en bestraft oudervervreemding na scheiding als kindermishandeling
  • 2 augustus 2010 - Negen jaar cel voor oudervervreemding
  • 5 maart 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Brugge, België
  • 26 februari 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Antwerpen, België
  • 10 october 2009 - 'Thuis heerste het grote zwijgen' (Cornald Maas interviewt in de Volkskrant kinderen van gescheiden ouders)
  • 13 augustus 2009 - Uitspraak Gerechtshof Den Bosch - Raad voor Kinderbescherming stelt in rapport mogelijke diagnose ouderverstotingssyndroom of Parental Alienation Syndrome (PAS)
  • 3 december 2008 - Ouderverstotingssyndroom - Parental Alienation Syndrome (The Gregory Mantell Show - Video - delen 1 en 2)
  • 22 october 2008 - Le Syndrome d’Aliénation Parentale (Thése Médecinal à l’Université Claude Bernard-Lyon, Bénédicte Goudard, 2008)
  • 31 juli 2008 - Esma Kaplan - Ouderverstoting in Nederland (Masterthesis, Universiteit van Utrecht, 2008)
  • 13 juni 2007 - Uitspraak Rechtbank Maastricht - Rechter stelt in uitspraak ouderverstoting vast
  • 1 juni 2005 - Syndrome d’aliénation parentale - Diagnostic et prise en charge médico-juridique (Jean-Marc Delfieu, 2005)
  • 8 october 2002 - Verhaltensmuster und Persönlichkeitsstruktur Entfremdender Eltern (Walter Andritzky, 2002)
  • 15 december 1995 - Wolfgang Klenner - Rituale der Umgangsvereitelung bei getrenntlebenden oder geschiedenen Eltern - Eine psychologische Studie zur elterlichen Verantwortung (Duitsland, 1995)
  • 26 december 1994 - John Dunne & Marsha Hedrick – The Parental Alienation Syndrome – Analysis of Sixteen Selected Cases (1994)
  • Sigmund – Echtscheiding is voor kinderen psychologisch erger dan het overlijden van één van hun ouders!

    KA-PAW! Als moeder wil je toch het beste voor je kinderen.

    VKC twittert nu ook

    Categorieën

    november 2018
    M D W D V Z Z
    « Aug    
     1234
    567891011
    12131415161718
    19202122232425
    2627282930  

    Blog Stats

    • 81.663 hits