Posts filed under ‘België’

In memoriam Rob van Altena (1931-2014)

Rob van Altena aan zijn werktafel in Oosterhout afgelopen zomer op 6 augustus 2014 (Foto P. Tromp)

Rob van Altena aan zijn werktafel in Oosterhout afgelopen zomer op 6 augustus 2014 (Foto P. Tromp)

Met droefheid brengen we u op de hoogte van het overlijden van Rob van Altena in Oosterhout op woensdag 10 september 2014 om ca. 12:30 uur.
Rob is 82 jaar geworden. Het ging de laatste maanden al steeds minder goed met zijn gezondheid.

Rob van Altena (1931) was musicus en leraar Frans; later vertaler en daarbij huisman. Vanaf 1986 was hij ook een gewaardeerd publicist over ongelijkheid m/v in echtscheiding en de situatie van verstoten (zorg-)vaders. Hij had daarbij speciale aandacht voor de werking en behandeling van het ouderverstotingssyndroom bij scheidingskinderen als gevolg van oudervervreemding door die groep haatzaaiende ouders die, nadat zij in een falend familierecht bij (echt-)scheiding het hoofdverblijf van de kinderen kregen toegewezen, misbruik maakten van het hen daarmee toegekende machtsmonopolie om de kinderen tegen de uitwonende ouder op te zetten en van deze te vervreemden.

Enkele van Rob’s publicaties over vaderdiscriminatie, ouderverstoting, scheiding en familierecht waren:

Rob’s eigen echtscheiding vond plaats naar Belgisch familierecht en duurde 12 jaar. Wat zijn leven en werk gedurende de afgelopen ruim 30 jaar tijdens en na zijn echtscheiding sterk getekend heeft was de door het Belgische familierecht gelegitimeerde ouderverstoting door de moeder en het ontbreken van elk contact met zijn beide dochters en later ook zijn kleinkinderen. Gedurende zijn huwelijk deed Rob zijn werk voor een uitgeverij thuis en zorgde hij daarbij voor zijn beide dochters. Rob schreef daar zelf in 1999 over:

Niemand had daar veel op aan te merken, maar toch kreeg de buitenshuis werkende moeder door rechtersgewoonte na een zitting van zeven minuten en zonder motivering de kinderen toegewezen. Twee jaar later werd na een lukrake beschuldiging ook het schamele bezoekrecht geschrapt.

Dit heeft hem in zijn verdere leven sterk bewogen en veel verdriet gedaan. In 2012 schreef Rob in het voorwoord tot de publieksversie van de eerste twee hoofdstukken van zijn autobiografische publicatie “Vaders gediscrimineerd, Echtscheiden in België, 1965 – 2006” daarover het volgende:

Het gaat (in deze publicatie) over Belgisch familierecht in het laatste derde part van de 20ste eeuw. De jaartallen 1965 en 2006 staan voor twee mijlpalen: de wet op de jeugdbescherming van 8 april 1965 en de wet op gelijkwaardig ouderschap na scheiding (wet-Onkelinx) van 18 juli 2006.
In de ruim veertig jaar daartussen heerste mannendiscriminatie: in feite kon elke gehuwde vrouw haar man op aanvraag uit het gezin laten wegsturen. Verreweg de meeste scheidingen werden dan ook geëist door de vrouw. Daarna behield de vader op papier een recht op omgang met de kinderen, maar dat kon de moeder zonder meer naast zich neerleggen. Zo raakten per jaar tienduizenden mannen alle contact met hun kinderen kwijt. Pas van 1995 tot 2006 zou er in het familierecht stap voor stap meer gelijkheid m/v tot stand komen.
Het juridische en ideologische kader van deze discriminatie is geschetst in de eerste twee hoofdstukken. Een voorbeeld vult de rest van het boek. Dat voorbeeld is autobiografisch, het heeft exact zo plaatsgevonden en op de genoemde tijdstippen. De grondtonen zijn schijnheiligheid, bedrog, discriminatie en poging tot afpersing. Omwille van verificatie zijn persoonsnamen vrijwel niet veranderd.
Toen het boek af was, heb ik het met enige verbijstering herlezen. Was dat mijn leven? Moest mij dat nu allemaal overkomen?
Inderdaad. En andere vaders is het zelfs nog slechter vergaan.
Maar daar hoort men niet veel van want in België werd (wordt?) men al gauw gestraft voor het ‘boosaardig verbreiden van feiten’ (art. 444 Str.W.) waarmee bedoeld wordt: het bekend maken van andermans boosaardige daden. Men kan een ander mens soms het ergste aandoen maar de getroffene mag dat niet bekend maken. Dat geldt als boosaardig. Deze getroffene is daar al eens voor veroordeeld en dat kan hem als recidivist nu dus duur te staan komen.
Echter, hij staat nu wel sterker want hij heeft niets meer te verliezen: deze geschiedenis heeft hem niet alleen zijn kinderen, maar ook alle welstand gekost. Hij heeft niet veel meer over dan het leven zelf.
En ook dat, menselijkerwijs gezien, niet meer al te lang. Dus, geachte rechtspraak: mocht mevrouw opnieuw een eis tot ‘schadevergoeding’ indienen, wilt u zo vriendelijk zijn de behandeling daarvan even lang te rekken als indertijd haar eigen 12 jaar lang gerekte echtscheidingsprocedure – zodat de uitspraak deze schrijver (die nu 81 is) kan bereiken in een andere dan deze valse wereld.

Rob komt de door hem zo anders gewenste wereld meer dan toe.
En in de ‘valse wereld’ die hij nu achterlaat zal hij door ons nog node worden gemist.

Opdat zijn herinnering en nalatenschap ons als achterblijvenden kan en zal blijven inspireren om voort te gaan naar de betere wereld die hem voor ogen stond … en hij zelf na al zijn inspanningen voor die andere (en betere) wereld nu mag rusten in liefde en vrede.

Peter Tromp
Vader Kennis Centrum

Nawoord

Op woensdagmiddag 17 september 2014 is afscheid genomen van Rob van Altena met een herdenkingsdienst in het Witte Kerkje van Slijk-Ewijk aan de Waaldijk (Dorpstraat 70), waarna Rob begraven is op de even verder gelegen begraafplaats van het kerkje in het nog door hem zelf uitgezochte graf op een lieflijke plaats onder een boom met vogelgetwitter.  Rust zacht lieve Rob, ik hield van je “oude brompot” en ik zal je vele telefoontjes en briefjes met knipsels en mijn bezoekjes aan jou, en samen met jou aan het buitenterras van Restaurant De Altena aan de Waal, meer dan missen.

20141017-WitteKerkje-Slijk-Ewijk2

DSC_0714

DSC_0702

DSC_0718

DSC_0722

DSC_0735

Advertenties

september 10, 2014 at 10:57 pm Plaats een reactie

Belgisch wetsvoorstel tegen oudervervreemding en tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht in het strafrecht

Belgisch Wetsvoorstel tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht (indien de vrederechter of jeugdrechter vaststelt dat, na scheiding, de ouderband met een van de ouders verloren dreigt te gaan : wijziging Burgerlijk Wetboek en Gerechtelijk Wetboek – Wijziging Strafwetboek : ouderverstoting) (5-520)
– Voorstel van mevrouw Christine Defraigne

5-520/1 p. 1-12

Wetsvoorstel tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht
(Ingediend door mevrouw Christine Defraigne) –Wetgevingsstuk 5-520/1 – 2010/2011 – 23 november 2010
http://www.senate.be/www/webdriver?MItabObj=pdf&MIcolObj=pdf&MInamObj=pdfid&MItypeObj=application/pdf&MIvalObj=83886634
http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPub&COLL=S&LEG=5&NR=520&PUID=83886624&LANG=nl

BELGISCHE SENAAT, ZITTING 2010-2011, 23 NOVEMBER 2010

TOELICHTING

Tegenwoordig gaan steeds meer koppels uit elkaar. Hun aantal stijgt voortdurend. Volgens de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie, KMO, Middenstand en Energie vonden er in 2008 in België 35 366 scheidingen plaats. Dat zijn er 5 285 meer dan in 2007 en 6 177 meer dan in 2006. In januari van dit jaar (2010) alleen al scheidden 3 411 koppels. Deze cijfers tonen een duidelijke toename van het aantal scheidingen in ons land aan.

Een relatiebreuk kan een zeer moeilijke periode zijn voor de gezinsleden. Volgens psychiater Jean-Marc Delfieu (1) past een kind dat met deze situatie wordt geconfronteerd zich over het algemeen tamelijk goed aan en ontwikkelt zich pas ongeveer twee jaar na de scheiding van zijn ouders psychisch verder op een normale manier. (2) Indien een van beide ouders ontbreekt, kan het kind later als volwassene communicatiepro- blemen ondervinden in de omgang met mensen van het andere of hetzelfde geslacht.

Helaas gebeurt het dat bij een relatiebreuk een van beide ouders wraak wil nemen op de andere wegens het leed dat die hem of haar heeft aangedaan. Een van de ouders wil de ex-partner dan moreel vernietigen. In een dergelijk geval kan die ouder het kind gijzelen.

Het komt ook voor dat een ouder het kind exclusief voor zich wil houden omdat hij of zij reeds zijn of haar partner heeft verloren. In een dergelijke situatie kunnen die ouder en het kind zich tegen de andere ouder keren, die dan de boeman wordt die verantwoordelijk is voor alle ellende.

Het is zo dat het « ouderverstotingssyndroom » kan ontstaan. Dit syndroom wordt in 1986 omschreven door Richard A. Gardner, Amerikaans professor kinderpsychiatrie en psychiatrie. Volgens hem is het « ouderverstotingssyndroom » een afwijking bij kinderen, die zich bijna uitsluitend voordoet in de context van conflicten rond ouderlijk gezag. Primair kenmerk is de campagne van denigreren van een ouder (voortdurende kritiek en negatieve voorstelling), een campagne waar geen rechtvaardiging voor is. Het is het resultaat van de combinatie van de indoctrinatie van een programmerende (hersenspoelende) ouder en de eigen bijdragen van het kind aan de verkettering van de ouder die het doelwit is. » (3). Het kind verstoot en verkettert de ouder van wie het zoveel hield en is onverbrekelijk één met de verstotende ouder, wat die laatste ook wil.

In extreme gevallen van ouderverstoting gaat de verstotende ouder zelfs zover dat hij het kind ontvoert naar het buitenland, uit wraak of uit overtuiging dat dit voor het kind het beste is. De verstotende ouder verbreekt definitief de ouderband tussen het kind en de andere ouder. Zo heeft de verstoten ouder niet alleen geen affectieve band meer met zijn of haar kind, maar worden hem of haar daarenboven zijn of haar ouderlijke rechten ontzegd, namelijk zeggenschap hebben in de beslissingen die betrekking hebben op het leven van het kind, weten waar het kind zich bevindt en op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen met het kind onderhouden. Het hogere belang van het kind wordt geschonden. Dit feit heeft zware gevolgen voor het kind, vooral als het nog jong is.

Volgens Gardner zijn er vier kenmerken om het gedrag van de verstotende ouder te herkennen : « 1) de belemmering van de relatie en het contact met het kind; 2) valse aantijgingen van allerlei misbruiken; 3) de angstreactie van de kinderen; en 4) de verslechtering van de relatie sinds de scheiding. » (4)

Hij beschrijft vervolgens acht belangrijke uitingen bij het kind :

— ongegronde afwijzings- en lastercampagne : de afgewezen ouder wordt onderuitgehaald zonder het minste schuldgevoel bij het kind. De afgewezen ouder wordt als gemeen en gevaarlijk beschreven;

— absurde rationalisering : het kind voert irrationele of absurde excuses aan die geen reëel verband houden met de daadwerkelijke ervaringen;

— het ontbreken van ambivalente gevoelens : de afgewezen ouder is louter « slecht » en de verstotende ouder is louter « goed ». Er is niks daartussenin;

— reflexmatige steun aan de verstotende ouder : wanneer beide ouders zich in elkaars aanwezigheid bevinden, kiest het kind partij voor de ouder bij wie het leeft, soms zelfs vooraleer de afgewezen ouder zich heeft uitgesproken;

— uitbreiding van de vijandigheid tot de hele familie in ruime zin (grootouders, tantes, neven, enz.) en tot de omgeving van de afgewezen ouder (buren, vrienden, enz.);

— nageprate « eigen mening » van het kind : het kind wordt geconditioneerd om de mening van de verstotende ouder voor te stellen als zijn eigen mening. Psychoanalist Jean-Marc Delfieu verklaart dit doordat geen enkel kind de ouder die zich over hem ontfermt en van wie het afhangt, wil ontgoochelen (5);

— afwezigheid van schuldgevoelens over de onverbiddelijkheid jegens de verstoten ouder : het kind gaat ervan uit dat de afgewezen ouder koel en ongevoelig is en bijgevolg niet lijdt onder de afwijzing, maar verdient wat er hem of haar overkomt;

— letterlijk citeren van onbegrepen woorden : het kind neemt de verhalen van de verstotende, manipulerende ouder over.

Volgens Jean-Marc Delfieu indoctrineert in geval van ouderverstotingssyndroom de ouder die de vervreemding realiseert, het kind bewust of onbewust. Hiertoe maakt de ouder misbruik van zijn of haar praktisch onbeperkte macht om invloed uit te oefenen op en te beschikken over het kind. Een dergelijke invloed heeft veel weg van misbruik en brengt ernstige psychische gevolgen voor het kind en de verstoten ouder met zich mee (6).

Het begrip « ouderverstoting », de criteria die tot een diagnose leiden en de opvatting van het syndroom verschillen naar gelang van de specialisten. Zo bestaan er definities die al dan niet sterk verschillen van die van Gardner. Bijvoorbeeld :

Warshak (7) legt de nadruk op drie randvoorwaarden : de lastercampagne gebeurt via voortdurend gestook; de afwijzing van de betrokken ouder is niet gerechtvaardigd; de afwijzing vloeit gedeeltelijk voort uit de invloed van de verstotende ouder. Net zoals bij Gardner bevat zijn definitie dus een onontbeerlijk causaal verband.

Kelly negeert elk oorzakelijk verband en richt zich uitsluitend op het gedrag van het kind. Volgens hem is er sprake van ouderverstoting wanneer een kind tegenover een ouder vrijuit en voortdurend onredelijke gevoelens (woede, haat, afwijzing, vrees) en meningen koestert die overdreven zijn in verhouding tot de reële ervaring van het kind met die ouder (8).

Volgens Darnall daarentegen heeft het kind geen actief aandeel, maar speelt het uitsluitend de rol die de ouder die uit is op de verstoting van de ex-partner, suggereert. Hij omschrijft het verschijnsel van ouderverstoting als een gedrag bij de kribbige ouder dat kan leiden tot een verstoring in de relatie tussen het kind en de andere ouder.

In België tracht psycholoog en bemiddelaar Benoît Van Dieren, die een stevige ervaring heeft met deze problematiek, specifieke middelen te vinden om deze situaties, waarbij de ouderband dreigt verloren te gaan of effectief verloren is gegaan, en die in de ergste gevallen kunnen leiden tot ouderverstoting, te diagnosticeren en te verhelpen. Het klopt dat het Belgische gerecht onvoldoende is uitgerust om enerzijds een diagnose te maken van gevaarlijke situaties die kunnen ontaarden in het verlies van de ouderband en anderzijds de strijd aan te gaan tegen het onvermogen of de onwil van de ouders om samen te werken om het ouderlijk gezag gezamenlijk uit te oefenen.

De heer Van Dieren zegt zelfs dat de manipulerende ouder, die zijn of haar greep op het kind wil behouden en daarbij de andere ouder zwartmaakt, er min of meer zeker van is dat zijn of haar streven om de « foute » of storende ouder te vernietigen, uiteindelijk zal slagen. De verstotende ouder speculeert enerzijds op de tijd die voorbijgaat en op de procedures, wetende dat het op het einde van de rit de « wil » van het kind is die het zal halen van justitie. Hij benadrukt tevens dat uiteindelijk het « spontane » verhaal van het kind, dat, als het kind eenmaal goed geconditioneerd is, een eigen leven gaat leiden en zeer overtuigend wordt tegenover iedereen, magistraten en psychologen inbegrepen (9) ».

Een van de vernieuwende middelen die deze psycholoog voorstelt, is ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht, een begeleidingsvorm die moet worden opgelegd zodra de rechter vaststelt dat de ouderband met een van de ouders dreigt verloren te gaan of reeds effectief verloren is gegaan.

De indiener van het wetsvoorstel stelt voor om de mogelijkheid voor de rechter in te voeren om een beroep te doen op deze begeleiding wanneer er in een zaak met betrekking tot het ouderlijk gezag of de huisvesting van een kind (artikelen 223, 373, 374, 387bis, 387ter van het Burgerlijk Wetboek en 1280 van het Gerechtelijk Wetboek) sprake is van een (dreigend) verlies van de ouderband.

De snelheid waarmee deze begeleiding wordt opgelegd is een troef om een situatie te verhelpen die zeer snel dreigt vast te lopen, te verslechteren en jammer genoeg definitief kan worden. Zodra het proces van ouderverstoting is begonnen en alle contact met de afgewezen ouder verbannen wordt, blijkt het moeilijk om de situatie te verhelpen omdat de afgewezen ouder niet meer aan het kind kan tonen wie hij of zij echt is.

Om dezelfde redenen is het uiterst belangrijk dat de begeleiding plaatsvindt binnen een strakke timing die evenwel ruimte laat voor een diepgaande evolutie van de relaties en standpunten van eenieder (10). De indiener van het voorstel voorziet dan ook in bemiddelingszittingen binnen termijnen van maximaal twee maanden.

Ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht impliceert in een eerste fase voor de rechter die vaststelt dat de ouderband verloren dreigt te gaan of reeds verloren is gegaan, dat deze vaststelling aan de partijen wordt meegedeeld. De rechter geeft aan dat deze situatie niet toelaatbaar is en dat ze moet worden verholpen voor het welzijn van het kind. Met het oog op dit welzijn is het de facto nodig om zo snel mogelijk de banden tussen de kinderen en elk van hun ouders naar best vermogen te herstellen.

De rechter speelt een pedagogische rol die erin bestaat de ouders bewust te maken van hun ouderlijke verantwoordelijkheid ten aanzien van het kind. Hier- toe is het vaak noodzakelijk dat de « verstotende » ouder zijn of haar rol van ex-partner los ziet van die als ouder, aangezien het proces van oudervervreemding in de meeste gevallen ontstaat bij de scheiding van het koppel. Dat is geen evidente zaak.

De rechter deelt de ouders in dit verband mee dat er een deskundige in ouderbegeleiding zal worden aangesteld die hen zal helpen een oplossing voor dit probleem te vinden via onderhandelingen. Hij benadrukt dat om tot een oplossing te komen beide partijen zullen moeten samenwerken. Dit psychologisch-juridisch hulpmiddel impliceert tevens de actieve medewerking van de advocaten die zich ertoe verbinden de confrontatielogica te laten vallen om deze ouderlijke samenwerking met respect voor elk familielid alle slaagkansen te bieden.

Men maakt de partijen duidelijk dat de deskundige de partijen — en hun advocaten — en de rechter telkens als hij dat nodig acht een verslag zal sturen over de evolutie van de relaties en standpunten van elke partij. Er is dus sprake van een permanent toezicht van de rechter.

Zoals de heer Van Dieren aangeeft (11) kan de tussenkomende partij in geval van matige of ernstige ouderverstoting de rechter zo spoedig mogelijk op de hoogte brengen van reacties als sabotage van het proces, niet-naleving van verbintenissen, laster, manipulatie, of kwade trouw die ze zelf heeft kunnen vaststellen tijdens het begeleidingsproces zelf en die niet bij het begin naar voren werden geschoven (hetgeen altijd met klem wordt ontkend door de betrokkene).

Anderzijds is deze ouderlijke samenwerking een fundamenteel element waarmee de rechter rekening houdt om een oordeel te vormen met betrekking tot de beslechting van het geschil. Zo kan een gebrek aan samenwerking in het kader van deze begeleiding zware gevolgen hebben zoals bijvoorbeeld een voorlopige omkering van de hoofdverblijfplaats van de kinderen, een beslissing die definitief kan worden in een definitief vonnis, of een dwangsom, een veroordeling tot de betaling van alle onkosten en honoraria van de deskundige of een veroordeling tot de procedurekosten en de advocatenkosten van de tegenpartij.

De mogelijkheid om op elk moment van de begeleiding dergelijke sancties opgelegd te krijgen, is bijgevolg een doorslaggevende vorm van dwang voor het welslagen van het proces.

Binnen de procedure van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht wordt er op verzoek van de rechter of wanneer de deskundige het opportuun acht een voorlopig verslag ingediend volgens de procedure van het Gerechtelijk Wetboek. De partijen of hun raadsman delen hun commentaar mee binnen een termijn die wordt vastgesteld door de deskundige, rekening houdend met de aard van het geschil. De deskundige stelt dan het definitieve verslag op dat hij bezorgt aan de rechter en aan de partijen en hun raadsman.

Teneinde de ouderbegeleiding aan een bepaalde timing te koppelen, wordt bepaald dat de rechter binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van het definitieve verslag de rechtsdag bepaalt.

Het is duidelijk dat dit middel geen wondermiddel is dat alle conflicten kan oplossen. Het is een van de vele actiemiddelen waarover de beroepsmensen beschikken, zoals bijvoorbeeld de klassieke expertise, de bemiddeling in gezinszaken, maar ook — sinds de wet op de gelijkmatig verdeelde huisvesting — de voortdurende aanhangigmaking voor de jeugdrechter, de mogelijkheid om een dwangsom te eisen en de gedwongen uitvoering in uitzonderlijke gevallen.

Gezien de schade ten aanzien van het kind dat geen affectieve band met een van zijn ouders heeft en ten aanzien van de « verstoten » ouder moet de Belgische justitie worden uitgerust met bijkomende middelen. Het beschikbare arsenaal is duidelijk niet voldoende. De ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht komt tegemoet aan een lacune op grond van de bijzondere elementen ervan, namelijk :

— reële interdisciplinaire samenwerking : rechter, advocaten, deskundige;

— permanente en effectieve controle — men wacht niet gedurende zes maanden op de expertise, want tijdens deze periode kan de situatie voorgoed vastlopen — van de rechter op het verloop van de begeleiding via verslagen van de deskundige;

— focus tijdens de begeleiding op de wil en het vermogen om samen te werken en niet op de geschiktheid om een goede ouder te zijn;

— dreiging van sancties in geval van niet-samenwerking vanwege een ouder;

— responsabilisering van de ouders;

— snelheid van de invoering en van het verloop van de begeleiding.

De indiener van het genoemde voorstel meent dat een strafrechtelijk aspect eveneens noodzakelijk is. Net zoals familieverlating of niet-afgeven van kinderen moet worden bestraft, moet ook de ouder die aan ouderverstoting doet strafrechtelijk kunnen worden gestraft, ofwel met een geldboete, ofwel met een gevangenisstraf, ofwel met beide. De strafrechtelijke sanctie zal in laatste instantie worden ingezet. Zonder dit zwaard van Damocles zouden sommige ouders de begeleiding onder gerechtelijk toezicht niet volgen en de zaken laten ontaarden.

De uitspraak van een probatie-uitstel door de rechter is altijd mogelijk en zou een bijkomende stimulans kunnen zijn om de begeleiding onder gerechtelijk toezicht na te leven en een einde te maken aan dit verstotingssydroom. Dat wordt uiteraard aan de rechter overgelaten.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikelen 2, 3 en 4

Deze bepalingen stellen de vrederechter of de jeugdrechter in staat om ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht op te leggen wanneer hij of zij vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of dreigt te gaan.

Artikel 5

Dit artikel voegt in boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek een hoofdstuk XIIter in. Het beschrijft de procedure van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht.

Artikel 6

Dit artikel voegt een afdeling Vbis in hoofdstuk III van deel VIII van het Strafwetboek in, met als opschrift : Ouderverstoting.

Deze bepaling strekt ertoe een misdrijf wegens belemmering van de uitoefening van het ouderlijk gezag te creëren, dat wordt bestraft met een gevangenisstraf en/of een geldboete, aangezien elk kind het recht heeft op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen met beide ouders te onderhouden, zoals bepaald in artikel 9, punt 3, van het International Verdrag inzake de rechten van het kind van 20 november 1989. In dit artikel wordt dus gezegd wat dient te worden verstaan onder « ouderverstoting » en wat de mogelijke straffen zijn.

Christine DEFRAIGNE.

***

WETSVOORSTEL

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Wijziging van het Burgerlijk Wetboek

Art. 2

In artikel 223 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen door de wet van 14 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 28 januari 2003, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :

« Indien de vrederechter of de jeugdrechter vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan hij de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht als bedoeld in hoofdstuk XIIter van boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek opleggen. »

Art. 3

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 387quater ingevoegd, luidende :

« 387quater. — Indien de rechter, tijdens de procedures bedoeld in de artikelen 373, 374, 387bis en 387ter, vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan hij de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht als bedoeld in hoofdstuk XIIter van boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek opleggen. »

Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek

Art. 4

In artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 19 maart 2010, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :

« Indien de rechter vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan hij de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht als bedoeld in hoofdstuk XIIter van boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek opleggen. »

Art. 5

In boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek wordt een hoofdstuk XIIter ingevoegd, bestaande uit de artikelen 1322 quinquiesdecies tot 1322 vicies semel, luidende :

« Hoofdstuk XIIter. Ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht

Art. 1322quinquiesdecies. — De rechter bij wie een geschil aanhangig wordt gemaakt op grond van de artikelen 223, 373, 374, 387bis, 387ter van het Burgerlijke Wetboek en 1280, in eerste aanleg of in hoger beroep, en die vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht, hierna « begeleiding » genoemd, opleggen.

Art. 1322sexiesdecies. — Ter zitting deelt de rechter de partijen mee dat hij vastgesteld heeft dat de ouderband is verloren gegaan of dreigt verloren te gaan en dat die situatie moet worden verholpen.

Hij vraagt de partijen om via onderhandelingen een oplossing te vinden voor hun geschil rond de persoon van de kinderen, teneinde de bedreigde ouderband te versterken, wat de samenwerking van elkeen impliceert.

Hiertoe stelt hij een deskundige aan die de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht zal uitoefenen. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de deskundige moet voldoen om in het kader van deze begeleiding te worden aangesteld.

De rechter legt de partijen de procedure met betrekking tot de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht uit, met name de interactie tussen enerzijds de rechter, die de begeleiding permanent controleert, en anderzijds de deskundige, alsook de maatregelen die de rechter op elk moment kan nemen indien een van de partijen onvoldoende samenwerkt.

Hij deelt de partijen de datum van de volgende zitting mee, die binnen een termijn van drie maanden moet plaatsvinden.

Art. 1322septiesdecies. — Bij tussenvonnis stelt de rechter een deskundige aan die de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht zal uitvoeren.

Het vonnis maakt melding van de opdracht van de deskundige, die tot doel heeft de bedreigde ouderband te versterken. Teneinde de rechter te informeren over de evolutie van de situatie, is de deskundige verplicht tijdens het hele verloop van zijn opdracht verslag uit te brengen over elk relevant element. Hij moet de rechter tevens inlichten over het vermogen en de wil van de partijen om samen te werken in het belang van de kinderen.

Het vonnis vermeldt de datum waarop de volgende zitting plaatsvindt.

De artikelen van dit hoofdstuk worden bij het vonnis gevoegd.

Art. 1322octiesdecies. — § 1. Op de eerste vergadering legt de deskundige de partijen de procedure van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht uit. Hij herinnert de partijen eraan dat de samenwerking van ieder van hen vereist is, dat er geregeld verslagen naar de rechter worden gestuurd zodat die gaandeweg de evolutie van de situatie en met name hun vermogen en wil tot samenwerking kan volgen.

Men maakt de partijen de juridische gevolgen van een gebrek aan samenwerking duidelijk.

De instemming van de partijen en hun raadsman met deze procedure wordt door de deskundige verkregen alvorens hij de ouderbegeleiding aanvat.

§ 2. De deskundige informeert de rechter, de partijen en hun advocaat over de evolutie van zijn opdracht telkens als hij dat wenselijk acht.

Art. 1322noviesdecies. — § 1. Op de in het tussenvonnis vastgestelde zitting hoort de rechter de partijen of hun raadsman over de resultaten van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht.

Indien hij dat wenselijk acht, neemt hij de nodige voorlopige maatregelen voor de gerechtelijke begeleiding van de evolutie van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht.

Hij kan tevens vragen dat de deskundige zijn voorlopig verslag indient.

§ 2. Het voorlopig verslag kan op verzoek van de rechter of op initiatief van de deskundige worden opgesteld. Dit verslag vat het gehele begeleidingsproces samen en vermeldt de waarnemingen van de deskundige, meer bepaald wat de samenwerking van de partijen en de resultaten met betrekking tot de versterking van de ouderband betreft.

De partijen of hun raadsman delen hun commentaar mee binnen een termijn die wordt vastgesteld door de deskundige, rekening houdend met de aard van het geschil. De deskundige moet geen rekening houden met commentaar die te laat werd meegedeeld. De rechter kan die commentaar van ambtswege weglaten uit de behandeling.

De deskundige stelt het definitieve verslag op dat hij overlegt aan de rechter en aan de partijen en hun raadsman.

De rechter bepaalt de rechtsdag binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van het definitieve verslag.

Art. 1322vicies. — De rechter doet uitspraak.

Hij kan in het bijzonder :

1o de huisvesting wijzigen teneinde een evenwichtige relatie met beide ouders te bevorderen;

2o een dwangsom uitspreken;

3o de partij die niet met de begeleiding meewerkt alle kosten en honoraria van de deskundige aanrekenen;

4o de partij die ondanks de begeleiding verantwoordelijk is voor het verlies van de ouderband, de procedurekosten en advocatenkosten van de tegenpartij aanrekenen.

De beslissing is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad.

Art. 1322viciessemel. — Voor het overige zijn de artikelen 962 en volgende betreffende het deskundigenonderzoek van toepassing. »

Wijziging van het Strafwetboek

Art. 6

In hoofdstuk III van deel VIII van het Strafwetboek wordt een afdeling Vbis ingevoegd, die een artikel 432bis bevat, luidende :

« Afdeling Vbis. Ouderverstoting.

Art. 432bis. — Onverminderd de toepassing van de artikelen 1385bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de dwangsom wordt elke ouder die bewust de uitoefening van het ouderlijk gezag belemmert door herhaalde handelingen of allerlei vormen van manipulatie, met de bedoeling de affectieve band met de andere ouder te verzwakken of zelfs te vernietigen, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen. »

30 september 2010.

Christine DEFRAIGNE.

104259 – I.P.M.

(1) Jean-Marc Delfieu is psychiater en deskundige bij het hof van beroep van Nîmes.
(2) Delfieu, J.-M., « Syndrome d’aliénation parentale, diagnostic et prise en charge médico-juridique », in Experts, nr. 67, juni 2005, bladzijde 25.
(3) Gardner, R.A. (1998), « The Parental Alienation Syndrome » (2. Ed.), Creative Therapeutics, Cresskill, NJ, page XX, Introduction.
(4) http://www.lepost.fr/article/2009/07/09/1613503_syndrome-d-alienation-parentale-sap.html.
(5) Delfieu, J.-M., op.cit., blz. 27.
(6) Delfieu, J.-M., op.cit., blz. 26.
(7) Van Gijseghem, « L’aliénation parentale : les principales controverses », in JDJ, nr. 237, september 2004, bladzijde 19.
(8) Van Gijseghem, H., op.cit., bladzijde 19.
(9) Van Dieren, B., « La justice face au processus d’aliénation parentale », lezing in het kader van de opleiding voor Franstalige en Nederlandstalige magistraten die door de Hoge Raad voor de Justitie wordt georganiseerd.
(10) Van Dieren, B., op.cit.
(11) Benoît Van Dieren, op.cit.

Christine Defraigne – MR
Wetgevingsstuk nr. 5-520/1
http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPub&COLL=S&LEG=5&NR=520&PUID=83886624&LANG=nl
Wetgevingsstuk nr. 5-520/1 Dossierfiche

Gemeenschapssenator (Parlement van de Franse Gemeenschap )

Fractievoorzitter Senaat tel.: 02 501 77 14
e-mail: defraigne@senators.senate.be
Correspondentie Vinave d’Ile 9
4000 Liège
tel.: 04 223 01 11
fax: 04 222 36 13
e-mail: contact@christinedefraigne.be
Privé avenue Blonden 20
4000 Liège
tel.: 04 254 16 10
e-mail: contact@christinedefraigne.be

Geboren te Luik op 29 april 1962Licentiaat in de rechten (ULg)

Advocate

1985-1987 : kabinetsattaché (vice-eerste minister en minister van de Institutionele Hervormingen)
1989-1994 en sinds 2001 : gemeenteraadslid (Luik)
Sinds 1999 : lid van het Waals Parlement (vóór 25 februari 2005 genoemd : Waalse Gewestraad )
Sinds 1999 : lid van het Parlement van de Franse Gemeenschap (vóór 25 februari 2005 genoemd : Raad van de Franse Gemeenschap )
2003-2008 : voorzitster van TEC Luik-Verviers
Sinds 12 juni 2003 : senator aangewezen door het Parlement van de Franse Gemeenschap
2003-2009 : voorzitster van de MR-fractie (Senaat)
2004-2007 : plaatsvervangend lid van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa en de Assemblee van de West-Europese Unie
Sinds 7 december 2011 : voorzitster van de MR-fractie (Senaat)

Ridder in de Leopoldsorde (5 juni 2007)

Lidmaatschap van commissies Lid

Plaatsvervanger

Parlementair werk Auteursregister
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Wetgevend werk
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Schriftelijke vragen
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Mondelinge vragen
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Vragen om uitleg
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007

christine defraigne mr – Google zoeken
http://www.google.nl/#hl=nl&gs_nf=1&cp=20&gs_id=7&xhr=t&q=Christine+Defraigne+mr&pf=p&sclient=psy-ab&site=&source=hp&pbx=1&oq=Christine+Defraigne+&aq=0&aqi=g1&aql=&gs_sm=&gs_upl=&bav=on.2,or.r_gc.r_pw.r_cp.,cf.osb&fp=a2ffff73d6b2e4c9&biw=1600&bih=668

christine defraigne aliénation parentale – Google zoeken
http://www.google.nl/#hl=nl&gs_nf=1&cp=40&gs_id=n&xhr=t&q=Christine+Defraigne+ali%C3%A9nation+parentale&pf=p&sclient=psy-ab&source=hp&pbx=1&oq=Christine+Defraigne+ali%C3%A9nation+parentale&aq=f&aqi=&aql=&gs_sm=&gs_upl=&bav=on.2,or.r_gc.r_pw.r_cp.,cf.osb&fp=a2ffff73d6b2e4c9&biw=1600&bih=668

christine defraigne ouderverstoting – Google zoeken
http://www.google.nl/#pq=christine+defraigne+ali%C3%A9nation+parentale&hl=nl&gs_nf=1&cp=35&gs_id=39&xhr=t&q=Christine+Defraigne+ouderverstoting&pf=p&sclient=psy-ab&source=hp&pbx=1&oq=Christine+Defraigne+ouderverstoting&aq=f&aqi=&aql=&gs_sm=&gs_upl=&bav=on.2,or.r_gc.r_pw.r_cp.,cf.osb&fp=a2ffff73d6b2e4c9&biw=1600&bih=668

Christine Defraigne – Ma politique
http://www.christinedefraigne.be/

november 23, 2010 at 7:19 am Plaats een reactie

5 maart 2010 – Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” – Bezoekruimte Het Huis, Brugge, België

LOCATIE:

Het Huis – Neutrale bezoekruimte Rozendal 5 8000 Brugge Tel.: 0497/258.392 www.hethuis.be 320-0820881-40

PROGRAMMA – Uurrooster van 9.00 to 17.00 uur:

9 u 00: Onthaal

9 u 30: Welkomstwoord door Paul Theeuws – voorzitter Het Huis vzw

9 u 45: Dirk de Fauw – gedeputeerde Provincie West-Vlaanderen

10 u 00: Voorstelling Het Huis – Andrea Croonenberghs – ambassadrice Het Huis – Antwerpen

10 u 30: Joep Zander – pedagoog, auteur, founding father van de verklaring van Langeac

11 u 15: Pauze

11 u 30: Tony Van Loon – mede oprichter Het Huis – doctor in de moraalwetenschappen VUB

12 u 15: Broodjeslunch

13 u 15: Prof. Dr. Chris Dillen – forensisch psychiater, VUB

14 u 00: Dhr/mv Jeugdrechter

14 u 30: Mv. T’Hooft – substituut-procureur-generaal – (onder voorbehoud)

15 u 15: Luc Goutry – Parlementslid – Gelegenheid tot vraagstelling aan de verschillende sprekers

16 u 15: Receptie

17 u 00: Einde

INSCHRIJVING

Deelname €30 te betalen op rek. 320-0820881-40 voor 15.02.2010 met vermelding “Symposium Brugge” (drank en broodjeslunch inbegrepen)

Inschrijven via hethuis@telenet.be info tel 03/216.17.17 na betaling wordt uw inschrijving bevestigd

Er wordt een aanwezigheidsattest afgeleverd indien gevraagd

Het Huis – Neutrale bezoekruimte – Rozendal 5, 8000 Brugge, België, Tel.: 0032 – 497/258.392 www.hethuis.be, Rek nr. 320-0820881-40

PDF versie: http://www.hethuis.be/Pictures/ProgrammaBrugge.pdf
Bezoekruimte Het Huis in België, Brugge

februari 10, 2010 at 2:13 pm 1 reactie

26 februari 2010 – Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” – Bezoekruimte Het Huis, Antwerpen, België

LOCATIE:

Het Huis – Neutrale bezoekruimte Wittestraat 116/3 2020 Antwerpen (Kiel) Tel.: 03/216.17.17 www.hethuis.be 320-0820881-40

PROGRAMMA – Uurrooster van 9.00 to 17.00 uur:

9 u 00: Onthaal

9 u 30: Welkomstwoord door Paul Theeuws – voorzitter Het Huis vzw

9 u 45: Voorstelling Het Huis (film)

10 u 00: Mathias Sercu – ambassadeur Het Huis – Brugge – ervaringsdeskundige

10 u 30: Joep Zander – pedagoog, auteur, founding father van de verklaring van Langeac

11 u 15: Pauze

11 u 30: Dirk De Waele – substituut – procureur – generaal

12 u 15: Broodjeslunch

13 u 15: Prof. Dr. Chris Dillen – forensisch psychiater, VUB

14 u 00: Katrien Schrijvers – Vlaams Parlementslid

14 u 45: Christiaan Denoyelle – jeugdrechter te Antwerpen

15 u 30: Rita Hey oprichter – algemeen coördinator Het Huis – neutrale bezoekruimte

Gelegenheid tot vraagstelling aan de verschillende sprekers

16 u 15: Receptie

17 u 00: Einde

INSCHRIJVING:

Deelname €30 te betalen op rek. 320-0820881-40 voor 12.02.2010 met vermelding “Symposium Antwerpen” (drank en broodjeslunch inbegrepen)

Inschrijven via hethuis@telenet.be info tel 03/216.17.17 na betaling wordt uw inschrijving bevestigd

Er wordt een aanwezigheidsattest afgeleverd indien gevraagd

Het Huis – Neutrale bezoekruimte – Wittestraat 116/3, 2020 Antwerpen (Kiel) Tel.: 0032 – 3/216.17.17 www.hethuis.be, Rek. nr. 320-0820881-40

Pdf-versie http://www.hethuis.be/Pictures/ProgrammaAntwerpen.pdf

Het Huis – Antwerpen – neutrale bezoekruimte – “Veilig, deskundig en vrijwillig”

februari 9, 2010 at 2:50 pm Plaats een reactie



Contact met het Vader Kennis Centrum (VKC):
Jacob Cabeliaustraat 17
3554 VH Utrecht
T. 030 - 238 3636
secretariaat@vaderkenniscentrum.nl

‘Jullie papa is helemaal niet lief’ :: Peter van Straaten

Peter van Straaten - Jullie papa is helemaal niet lief - Over ouderverstoting of oudervervreemding door moeders bijscheiding en omgang

Over oudervervreemding of -verstoting bij scheiding en omgang

Geef hier uw email adres op om email attenderingen van nieuwe artikelen te ontvangen.

Doe mee met 634 andere volgers

Info pagina’s

Alle artikelen

  • 10 mei 2012 - Uitspraak Rechtbank Den Bosch: Uit huis plaatsing vanwege ouderverstotingssyndroom
  • 17 november 2011 - Uitspraak Rechtbank Roermond - Voorbeeld inzet "klemcriterium" en "loyaliteitsconflict" om kinderen tegen hun wil bij zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen
  • 13 november 2010 - Belgisch wetsvoorstel tegen oudervervreemding en tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht in het strafrecht
  • 26 augustus 2010 - Nieuwe Braziliaanse Wet 12 318 definieert en bestraft oudervervreemding na scheiding als kindermishandeling
  • 2 augustus 2010 - Negen jaar cel voor oudervervreemding
  • 5 maart 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Brugge, België
  • 26 februari 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Antwerpen, België
  • 10 october 2009 - 'Thuis heerste het grote zwijgen' (Cornald Maas interviewt in de Volkskrant kinderen van gescheiden ouders)
  • 13 augustus 2009 - Uitspraak Gerechtshof Den Bosch - Raad voor Kinderbescherming stelt in rapport mogelijke diagnose ouderverstotingssyndroom of Parental Alienation Syndrome (PAS)
  • 3 december 2008 - Ouderverstotingssyndroom - Parental Alienation Syndrome (The Gregory Mantell Show - Video - delen 1 en 2)
  • 22 october 2008 - Le Syndrome d’Aliénation Parentale (Thése Médecinal à l’Université Claude Bernard-Lyon, Bénédicte Goudard, 2008)
  • 31 juli 2008 - Esma Kaplan - Ouderverstoting in Nederland (Masterthesis, Universiteit van Utrecht, 2008)
  • 13 juni 2007 - Uitspraak Rechtbank Maastricht - Rechter stelt in uitspraak ouderverstoting vast
  • 1 juni 2005 - Syndrome d’aliénation parentale - Diagnostic et prise en charge médico-juridique (Jean-Marc Delfieu, 2005)
  • 8 october 2002 - Verhaltensmuster und Persönlichkeitsstruktur Entfremdender Eltern (Walter Andritzky, 2002)
  • 15 december 1995 - Wolfgang Klenner - Rituale der Umgangsvereitelung bei getrenntlebenden oder geschiedenen Eltern - Eine psychologische Studie zur elterlichen Verantwortung (Duitsland, 1995)
  • 26 december 1994 - John Dunne & Marsha Hedrick – The Parental Alienation Syndrome – Analysis of Sixteen Selected Cases (1994)
  • Sigmund – Echtscheiding is voor kinderen psychologisch erger dan het overlijden van één van hun ouders!

    KA-PAW! Als moeder wil je toch het beste voor je kinderen.

    VKC twittert nu ook

    Categorieën

    november 2018
    M D W D V Z Z
    « Aug    
     1234
    567891011
    12131415161718
    19202122232425
    2627282930  

    Blog Stats

    • 81.663 hits