Posts filed under ‘Stichting Vader Kennis Centrum’

Uitspraak Rechtbank Den Bosch: Uit huis plaatsing vanwege ouderverstotingssyndroom (ECLI:NL:RBSHE:2012:BW5616, 2012)

Referentie: ECLI:NL:RBSHE:2012:BW5616, voorheen LJN BW5616, Rechtbank ‘s-Hertogenbosch, 246254 / JE RK 12-669 en 244529 / JE RK 12-423MZ01
Instantie: Rechtbank ‘s-Hertogenbosch
Datum uitspraak: 10-05-2012
Datum publicatie: 14-05-2012
Zaaknummer: 246254 / JE RK 12-669 en 244529 / JE RK 12-423MZ01
Rechtsgebieden: Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg – meervoudig
Vindplaatsen: Rechtspraak.nl, JPF 2012/100, RFR 2012/102

Inhoudsindicatie

De vier kinderen hebben hun hoofdverblijf bij moeder. Voor contact met vader bestaan volgens de Raad geen contra-indicaties. Tussen de kinderen en hun vader is al drie jaar op geen enkele wijze contact mogelijk gebleken, ook niet door tussenkomst van de rechtbank. Zo hebben forensische mediation en begeleide omgang tot niets geleid. Bij de kinderen is volgens de Raad sprake van het PAS-syndroom. De rechtbank acht de door de Raad verzochte ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de kinderen noodzakelijk. Het bestaan van het PAS-syndroom én de overige (psychische) problemen van de kinderen vormen een zeer ernstige bedreiging van hun geestelijke ontwikkeling. Slechts door een ondertoezichtstelling in combinatie met een uithuisplaatsing, waarbij tevens sprake van behandeling van de kinderen dient te zijn, is het mogelijk de schade en bedreiging welke de kinderen thans is aangedaan te beperken en weg te nemen. De rechtbank realiseert zich dat de kinderen een hoge prijs moeten betalen voor het gedrag van hun ouders, maar gelet op het belang van de kinderen, op korte en lange termijn en de situatie waarin de kinderen door toedoen van hun ouders terecht zijn geraakt welke zeer schadelijk is voor hun gezondheid, kan niet anders worden geoordeeld.

Wetsverwijzingen

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH
Sector Civiel recht
Zaaknummer : 246254 / JE RK 12-669 en 244529 /JE RK 12-423MZ01
Uitspraak : 10 mei 2012

Inzake : Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing

Beschikking van de meervoudige kamer van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, gegeven met betrekking tot de minderjarigen:
[minderjarige A], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[minderjarige B], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[minderjarige C], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[minderjarige D], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

kinderen van:
[naam vader] en [naam moeder],
rechtens wonende in het arrondissement ‘s-Hertogenbosch,
hierna ook wel te noemen: (de) vader en (de) moeder.

Het gezag over de minderjarigen berust bij de ouders.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:
– vader;
– moeder;
– de minderjarigen [minderjarige A] en [minderjaige B];
– alsmede de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en de Stichting Bureau Jeugdzorg (hierna: de stichting).

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

  • een brief met acht bijlagen van mr. Kranenburg d.d. 19 maart 2012;
  • een brief met acht bijlagen van mr. Kranenburg d.d. 20 maart 2012;
  • een brief met twee bijlagen van mr. Kranenburg d.d. 20 maart 2012;
  • een brief met een bijlage van mr. Kranenburg d.d. 20 maart 2012;
  • de zittingsaantekeningen van mr. Kranenburg d.d. 21 maart 2012;
  • de faxbericht van de stichting d.d. 17 april 2012;
  • een brief van mr. Peters d.d. 17 april 2012;
  • de zittingsaantekeningen van mr. Kranenburg d.d. 18 april 2012 met bijlage;
  • een schriftelijk verzoek van de Raad van 23 april 2012;
  • een faxbericht met bijlagen van de stichting van 24 april 2012.

De procedure

Op 9 maart 2012 is ter griffie van deze rechtbank ingekomen een verzoekschrift met bijlagen van vader, strekkende tot ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarigen en het vastleggen van een – in het kader van de verzochte ondertoezichtstelling – verdeling van zorg- en opvoedingstaken op verbeurte van een dwangsom van € 2.000,00 per overtreding (zaaknummer 244529 JE RK 12-423MZ01).

Op 21 maart 2012 heeft de kinderrechter het verzoekschrift ter zitting met gesloten deuren behandeld. Bij die gelegenheid zijn gehoord vader, moeder alsmede een vertegenwoordiger van de Raad en van de stichting. Op die zitting heeft de Raad een verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] gedaan.

De kinderrechter heeft de beslissing op de verzoeken aangehouden, teneinde eerst [minderjarige A] en [minderjarige B] over die verzoeken te kunnen horen. Die periode is door de ouders benut om de contacten tussen vader en de kinderen te hervatten. Gebleken is dat na de aanhouding van de zitting door de kinderrechter tot de zitting van 18 april 2012, de ouders hebben geïnvesteerd in het herstel van het contact tussen vader en de kinderen en de ouders onderling.

Op 18 april 2012 heeft de kinderrechter ter zitting met gesloten deuren [minderjarige A] en [minderjarige B] gehoord. Vervolgens zijn de vader, moeder en de vertegenwoordiger van de Raad en van de stichting gehoord. De ouders hebben tijdens die voortgezette behandeling hun standpunten nogmaals uiteengezet en verslag gedaan over de afgelopen periode. De vader heeft een schriftelijk voorstel voor een opbouwende omgangsregeling gedaan. Moeder heeft hiertegen verweer gevoerd.

Tijdens deze zitting blijkt dat sinds de zitting van 21 maart 2012 contacten hebben plaatsgevonden tussen vader en de kinderen. Sprake was van een opbouw, op grond waarvan de Raad vader heeft geadviseerd het verzoek tot de ondertoezichtstelling in te trekken, op basis van strategische en psychologische gronden, om hem zodoende “uit de boeman-positie” te krijgen. Vader heeft vervolgens zijn verzoek ter zitting ingetrokken. Nu het verzoek tot het vastleggen van een verdeling van zorg- en opvoedingstaken door vader in het kader van een verzoekt tot ondertoezichtstelling is gedaan, beschouwt de kinderrechter ook dat verzoek als ingetrokken. Op die verzoeken behoeft derhalve niet meer te worden beslist.

De Raad zag overigens, hierbij gesteund door de stichting, aanleiding zelfstandig ter zitting een verzoek tot een ondertoezichtstelling van de kinderen te doen. De Raad heeft gepersisteerd bij haar verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Dit verzoek is schriftelijk bevestigd op 23 april 2012 (zaaknummer 246254 JE RK 12-669). Ter zitting heeft de Raad tevens verzocht in het kader van de verzochte ondertoezichtstelling, voor het geval geen machtiging uithuisplaatsing wordt afgegeven, de voorlopige omgangsregeling zoals door vader is voorgesteld vast te leggen.

De kinderrechter heeft de zaak vervolgens verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

Van het verhandelde ter zitting op 21 maart 2012 en 18 april 2012 is proces-verbaal opgemaakt.

De verzoeken

De Raad verzoekt de rechtbank een ondertoezichtstelling alsmede machtiging uithuisplaatsing voor de duur van één jaar voor [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] uit te spreken. De Raad heeft bij monde van haar vertegenwoordiger gesteld dat, anders dan de vrouw stelt, wel degelijk gronden voor een ondertoezichtstelling aanwezig zijn. De kinderen worden in hun ontwikkeling bedreigd, nu zij een waar schrikbeeld van de vader hebben en klem zitten tussen hun ouders. Reeds het feit dat alle vier de kinderen blijkens de betreffende behandelverslagen ernstige reacties vertonen bij [naam instelling] als over vader wordt gesproken, maakt al dat sprake is van een ernstige bedreiging. De kinderen hebben last van het slechte beeld dat zij van hun vader hebben.

De vader en moeder zijn er niet in geslaagd om hun conflicten op partnerniveau te beslechten waardoor de huidige ernstige situatie is ontstaan. Enkel een ondertoezichtstelling is onvoldoende om de ernstige bedreiging van de kinderen weg te nemen en de situatie waarin de kinderen zich thans bevinden ten goede te keren. Reeds alle overige denkbare middelen zijn ingezet, forensische mediation, diverse gerechtelijke procedures, begeleide omgang via [naam omgangshuis] , echter zonder resultaat. Enkel een ondertoezichtstelling kan weinig kans van slagen hebben, gelet op onder meer de vastgelopen communicatie tussen ouders, omdat er een groot risico is dat de gezinsvoogd in een parallel proces terecht komt en verzandt in de communicatie tussen ouders. Om dat te voorkomen verzoekt de raad een machtiging uithuisplaatsing. De onderliggende reden hiervoor is dat zowel de Raad als de stichting van mening zijn dat bij de kinderen sprake is van een ouderverstotingssyndroom, hetgeen zeer schadelijk is voor de ontwikkeling van de kinderen. In dit verband spreekt de Raad zelfs van kindermishandeling.

De Raad is van oordeel dat het noodzakelijk is dat het beeld van vader in de ogen van de kinderen in de nabije toekomst bijstelling behoeft. De kinderen laten extreme reacties zien op hun vader. Moeder werkt gaandeweg deze procesvoering eerst mee aan de totstandkoming van omgang, maar trekt deze omgang later weer in twijfel en geeft aan niet te willen komen tot een (voorlopige) omgangsregeling tussen de kinderen en hun vader. De Raad ziet voldoende gronden voor het verzoeken van een ondertoezichtstelling op basis van bovengenoemde feiten. De ontwikkelingen ter zitting van 18 april 2012, en in het bijzonder de hardnekkige opstelling van moeder en haar raadsvrouw heeft ertoe geleid dat de Raad persisteert bij haar eerder gedane verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing van alle vier de kinderen. Vanuit een neutrale verblijfplaats, is het mogelijk omgang te organiseren tussen de kinderen en hun vader en tussen de kinderen en hun moeder. De gezinsvoogd kan dit proces actief begeleiden en zo voor de kinderen een reëel beeld creëren van beide ouders. Daarnaast kunnen ouders (met hulp) aan de slag met het reorganiseren van hun ouderschap “op afstand”.

De Raad verzoekt derhalve de kinderen onder toezicht te stellen voor de duur van één jaar, alsmede de kinderen voor de duur van de ondertoezichtstelling uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg.

De stichting ondersteunt de verzoeken van de Raad. De stichting heeft bij brief van 17 april 2012 een kort verslag gegeven over het verloop van de contacten tussen de ouders en de kinderen in de periode van 21 maart tot 18 april 2021.

Ter zitting is namens de stichting gesteld dat de kinderen “klem en verloren” zitten tussen hun ouders en dat de kinderen vanuit de thuissituatie bij de moeder niet de kans krijgen om een relatie met de vader op te bouwen. De stichting spreekt over een zeer ernstige situatie waarin de kinderen verkeren. Ter illustratie hiervan verwijst de stichting naar de escalatie tussen de ouders en kinderen welke plaatsvond tijdens een schorsing van de mondelinge behandeling op 18 april 2012.

De vader verklaart ter zitting dat hij wel gronden ziet voor een ondertoezichtstelling, maar dat hij deze niet (meer) zelf wenst te verzoeken, omdat hij niet door de kinderen als een boeman wil worden gezien. De vader stelt dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd omdat de vrouw de contacten tussen vader en de kinderen op alle mogelijke manieren, zowel feitelijk als juridisch, frustreert, waardoor de kinderen van hem vervreemden. Door de opstelling van de moeder hebben de kinderen een uiterst negatief beeld van hun vader gekregen. De vader stelt dat bij de kinderen sprake is van tekenen van het ouderverstotingssyndroom. De moeder persisteert in haar weigerachtige houding en stimuleert de kinderen niet om – op een normale wijze – contact aan te gaan met de vader. Voorts weigert zij het beeld dat de kinderen hebben van hun vader bij te stellen. De moeder blijft de kinderen bij voortduring opzetten tegen hun vader. Naar het oordeel van de vader heeft tot mei 2009 op een normale wijze contact plaatsgevonden tussen hem en de kinderen. Sindsdien heeft de vader geen contact meer gehad met de kinderen. Vader heeft schriftelijk een voorstel voor opbouw van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gedaan, welk verzoek hij zoals hiervoor overwogen heeft ingetrokken.

De vader kan zich niet vinden in de verzochte machtiging uithuisplaatsing. Hij verklaart desgevraagd dat hij niet wil dat de kinderen uit huis worden geplaatst.

De moeder voert gemotiveerd verweer tegen zowel de verzochte ondertoezichtstelling alsmede de uithuisplaatsing. De moeder stelt dat de vader de rechtbank onjuist informeert nu de contacten tussen de vader en de kinderen – tot mei 2009 – niet op een normale wijze zijn verlopen. De moeder heeft naar haar oordeel desondanks steeds meegewerkt aan de omgang. Bij de kinderen is echter sprake van grote angst en onrustgevoelens jegens de vader. De oorzaak hiervan ligt volgens de moeder in het huiselijk geweld dat de vader jegens de moeder en de kinderen heeft gepleegd, doch dat hij op geen enkele wijze erkent. Het feit dat de vader, aldus de moeder, niet strafrechtelijk voor die feiten is veroordeeld, betekent immers niet dat hiervan geen sprake is geweest. De moeder stelt dat pas op het moment dat de vader het geweld erkent de kinderen hem kunnen vergeven en de gebeurtenissen een plaats kunnen geven. Pas dan zal er ruimte zal kunnen komen voor neutrale, dan wel positieve gevoelens ten aanzien van de vader.

Volgens de moeder ontbreekt iedere grond en noodzaak voor een ondertoezichtstelling. Uit niets blijkt dat sprake is van problemen waarbij een eerder ingezette aanpak heeft gefaald. Met de kinderen gaat het, zoals ook blijkt uit de schoolrapporten en de behandelverslagen van [naam instelling] , goed. Zij zitten bij afwezigheid van de vader goed in hun vel, zijn vriendelijk en sociaal en vorderen goed op cognitief vlak. Moeder heeft in de bijlage, overgelegd bij de zittingsaantekeningen van haar advocaat d.d. 18 april 2012, verweer gevoerd tegen de door vader voorgestelde geleidelijke opbouw van contacten tussen hem en de kinderen.

Moeder concludeert dat aan de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling noch uithuisplaatsing is voldaan en baseert zich hierbij mede op de uitspraak van de Hoge Raad van 13 april 2001 (LJN AB1009). Bovendien, zo stelt moeder bij monde van haar advocaat met een beroep op de dissertatie van G.J. van Wijk (“Hoezo noodzakelijk? Rechtsgronden voor kinderbeschermingsmaatregelen), dat de maatregel van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in het onderhavige geval meer kwaad dan goed zal doen.

[minderjarige A] heeft verklaard dat het goed met haar gaat. Zij wil geen contact hebben met haar vader, die op haar verzoek “[roepnaam vader]” wordt genoemd. Zij is boos op hem, omdat hij niet de waarheid heeft gesproken over de mishandeling van haar moeder en omdat hij haar, [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] als leugenaar heeft bestempeld. [minderjarige A] heeft geen vertrouwen in haar vader temeer nu hij haar heeft geschreven haar met rust te laten, terwijl hij tegelijkertijd wel om een ondertoezichtstelling heeft verzocht.

[minderjarige B] heeft verklaard dat het goed met haar gaat. Zij wil geen contact hebben met haar vader. Zij vertelt nooit goed contact met hem te hebben gehad, omdat hij niet als een vader voelt aangezien hij altijd met zichzelf bezig was. [minderjarige B] wil graag dat haar vader haar met rust laat en haar de tijd gunt om zelf te bepalen wanneer zij contact met haar vader zal opnemen. [minderjarige B] is bang voor haar vader, omdat zij vindt dat hij niet te vertrouwen is. [minderjarige B] neemt het haar vader kwalijk dat hij heeft gelogen over de mishandeling van haar moeder die hij, na deze eerst steeds te hebben ontkend, wel tijdens het eerste contact met de kinderen aan hen heeft toegegeven.

De beoordeling

Thans komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de verzoeken tot de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C].

Het toepassen van de maatregel van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing betekent een inmenging in het gezinsleven van ouders en kinderen. Deze maatregel is slechts gerechtvaardigd indien zij berust op de in de wet aangegeven gronden en dient ter bescherming van het belang van de kinderen.

Artikel 1:254, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft betrekking op de ondertoezichtstelling en bepaalt het volgende.

“Indien een minderjarige zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig wordt bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen, kan de kinderrechter hem onder toezicht stellen van een stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de Jeugdzorg”.

Artikel 1:261, eerste lid BW heeft betrekking op de uithuisplaatsing en bepaalt het volgende:

“Indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid, kan de kinderrechter de stichting (…) op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen. De machtiging kan eveneens worden verleend op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of van het openbaar ministerie”.

De rechtbank concludeert dat zowel aan de gronden voor de ondertoezichtstelling als aan de gronden voor de machtiging uithuisplaatsing is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank worden zowel [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] als [minderjarige C] ernstig in hun ontwikkeling bedreigd en is zowel een ondertoezichtstelling als een uithuisplaatsing, hoe ingrijpend deze maatregelen ook voor [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] zullen zijn, noodzakelijk in het belang van hun verzorging en opvoeding gelet op de volgende feiten en omstandigheden.

De rechtbank stelt vast dat de communicatie tussen ouders in ieder geval al sinds mei 2009 zeer moeizaam verloopt en dat er sinds mei 2009, met uitzondering van de periode van 21 maart 2012 tot 18 april 2012 (welke korte periode van contact door beide ouders als positief is ervaren), geen contact is geweest tussen de vader en de kinderen. Hiertoe zijn, mede door tussenkomst van de rechtbank, diverse pogingen ondernomen. De rechtbank doelt hierbij op het door haar gelaste forensisch ouderschapsonderzoek, nadat diverse door de rechtbank opgelegde omgangsregelingen niet succesvol bleken te zijn, evenmin als de door haar opgelegde begeleide omgang bij “[naam omgangshuis] ”.

Het forensisch ouderschapsonderzoek is op last van de rechtbank in de bodemprocedure aangevangen door forensisch mediator [naam mediator], maar is voortijdig afgebroken zonder dat hierbij het contact tussen de vader en de kinderen tot stand is gekomen.

Ook de begeleide omgang bij “[naam omgangshuis] ” heeft, anders dan de rechtbank heeft beslist, niet tot enig contact, anders dan de uitwisseling van brieven tussen vader en de kinderen, geleid. Hierover heeft “[naam omgangshuis] ” in haar rapportage van 14 januari 2012, aangevuld bij brief van 20 januari 2012 (als productie G en H door de moeder bij brief van 20 maart overgelegd) het volgende gesteld:

“Kinderen zijn allen boos en stellig dat ze vader niet willen zien. (…). Kinderen laten heftige emoties zien zoals boos en angstig, praten in volwassen taal en spreken elkaar na. Kinderen willen dat vader hen met rust laat en toegeeft dat hij moeder heeft geslagen en dit ook toegeeft aan de rechters. (…). Tijdens dit voorbereidend gesprek blijkt dat de kinderen zo vol emoties zitten dat zij niet te sturen zijn en te begrenzen. Dit maakt dat het Omgangshuis er voor kiest om het eerste contact via brieven te laten verlopen omdat het nu onverantwoord is dat de kinderen vader zien maar het is ook onverantwoord hier niets mee te doen omdat de kinderen zo vast zitten in hun beeld van vader dat er geen realiteitszin meer lijkt te zijn. Het is heel belangrijk dat er toch weer ruimte gecreëerd gaat worden bij de kinderen. (…). Het doel om tot contactherstel te komen tussen vader en de kinderen is niet behaald, het Omgangshuis heeft de visie dat contact tussen vader en de kinderen op dit moment teveel onrust en emoties zou veroorzaken bij de kinderen en moeder. (…). Het omgangshuis maakt zich grote zorgen over het beeld wat de kinderen hebben van hun vader. Zij uiten zich zeer negatief over vader en laten zich hier niet in begrenzen door het omgangshuis. Het Omgangshuis is het ook opgevallen dat moeder de kinderen niet begrenst in de manier waarop zij zich uitten over vader. Het spreken over vader brengt paniek en ontzetting teweeg bij de kinderen. Dit wordt door hen gekoppeld aan ervaringen uit het verleden. Er is onvoldoende vertrouwen bij moeder en de kinderen om ruimte te creëren voor een genuanceerder beeld van vader in het heden. [naam huisvriend], hij noemt zichzelf huisvriend van moeder en de kinderen, is regelmatig aangesloten bij de gesprekken. Volgens het Omgangshuis is hij aan de ene kant steunend voor moeder en de kinderen, maar aan de andere kant bevestigt hij het beeld van vader bij de kinderen en brengt hij geen ruimte in om het beeld van vader te kunnen bijstellen. Het Omgangshuis vindt het van groot belang, voor de ontwikkeling van de kinderen, dat moeder en de kinderen hierbij worden geholpen. Zij adviseert deze hulp te vragen via het Trauma team van het GGZE of via Psychologen Praktijk [naam instelling] , eventueel onder supervisie van het Trauma Team van de GGZE”.

Uit deze verslaglegging van “[naam omgangshuis] ” leidt de rechtbank af dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door het feit dat de kinderen bij “[naam omgangshuis] ” ernstig acting outgedrag vertonen op het moment dat slechts enkel over vader wordt gesproken. Het feit dat moeder weliswaar heeft meegewerkt aan de begeleide omgang en de kinderen hierin heeft gestimuleerd maakt dit niet anders, nu het ook moeder is die niet in staat is (gebleken) de kinderen te begrenzen in de manier waarop zij zich uit(t)en over vader, waarbij overigens ook de rol van de huisvriend van moeder hierin niet als onverdeeld positief kan worden geduid. Bovendien bevestigt het verslag van “[naam omgangshuis] ” dat de geestelijke gesteldheid van de kinderen wordt bedreigd. Of hiervoor nu juist hulp van het Trauma Team, hetgeen door moeder is betwist, of van Psychologenpraktijk [naam instelling] nodig is, is in zoverre niet relevant nu het feit dát de kinderen die hulp nodig hebben, hetgeen ook door ouders is onderkend, vast staat.

In dat verband wijst de rechtbank op de psychologische behandeling van alle vier de kinderen bij Psychologenpraktijk [naam instelling] . Door de moeder zijn de behandelovereenkomsten van de kinderen en het behandelverslag van [minderjarige D] en [minderjarige C] in het geding gebracht en is hierop uitdrukkelijk een beroep gedaan.

Uit die behandelovereenkomsten en het behandelverslag leidt de rechtbank af, dat de zorgen die zowel de Raad, de stichting als “[naam omgangshuis] ” over de kinderen hebben, terecht en zeer groot zijn. De rechtbank overweegt dat die inhoud van deze stukken bevestigt dat sprake is van een ernstige bedreiging van de geestelijke belangen van de kinderen welke bedreiging niet door tussenkomst van “[naam omgangshuis] ” noch [naam instelling] kon worden afgewend. De behandeling bij [naam instelling] is gestart, na een initiatief hiertoe van moeder waarmee vader uiteindelijk heeft ingestemd. Dat de ouders hiertoe hebben besloten valt te prijzen. Echter de oorzaak voor deze behandeling van alle vier de kinderen is gelegen in de echtscheidingsproblematiek welke in alle heftigheid gedurende langere tijd structureel en op alle fronten (zowel financieel als voor wat betreft de kinderen) speelt. Kennelijk hadden de kinderen deze vorm van begeleiding nodig om die echtscheidingsperikelen van hun ouders en het onvermogen van de ouders om zich hier in hun rol als ouders van te distantiëren, het hoofd te kunnen gaan bieden, hetgeen overigens tot op heden nog niet is gelukt. Dat het blijkens schoolrapporten mogelijk wel goed gaat met de kinderen op school, doet aan die conclusie niets af.

De rechtbank wijst ter onderbouwing van haar conclusie hierbij op de volgende passages uit de stukken van [naam instelling] .

Behandelovereenkomst [minderjarige A] / beschrijvende diagnose
Er is bij [minderjarige A] sprake van veel onverwerkte boosheid ten opzichte van haar vader en instanties waar ze mee te maken heeft gehad in verband met de zaak betreffende een omgangsregeling. [minderjarige A] heeft geen contact met haar vader en dit wil zij ook graag zo houden. De loyaliteit naar haar moeder is juist heel sterk. [minderjarige A] functioneert goed op school, thuis bij haar moeder en met vriendinnen.

Behandelovereenkomst [minderjarige B]/ beschrijvende diagnose
Er is bij [minderjarige B] sprake van veel onverwerkte boosheid ten opzichte van haar vader, waar ze veel negatieve ervaringen mee heeft opgedaan, waarbij ze het vertrouwen in hem volledig is verloren. Er is geen contact tussen de vader en de kinderen. De loyaliteit naar haar moeder is juist heel sterk. [minderjarige B] functioneert goed op school, thuis bij haar moeder en met vriendinnen.
Behandelovereenkomst [minderjarige D] / beschrijvende diagnose
[minderjarige D] is een ruim [leeftijd] meisje dat veel heeft meegemaakt en nog meemaakt met betrekking tot de relatie tussen haar ouders, de scheiding en vele gebeurtenissen die daar omheen hebben plaatsgevonden. [minderjarige D] is van nature gesloten en houdt veel rekening met hoe iets voor een ander is. Het liefst ontziet ze anderen in hetgeen haar bezig houdt, waardoor er te weinig ruimte is voor haar eigen gevoel en beleving.

Behandelovereenkomst [minderjarige C] / beschrijvende diagnose
[minderjarige C] is een jongen van [leeftijd] die last heeft van de situatie die er tussen de ouders speelt en gespeeld heeft in het verleden. Hij heeft nare herinneringen aan gebeurtenissen thuis en voelt zich buitenshuis niet veilig vanuit de angst dat hij wellicht geconfronteerd wordt met onverwacht contact met zijn vader. [minderjarige C] voelt zich prettig in het contact met zijn zussen en haalt hier steun uit. Hij heeft moeite om zich te concentreren. Onduidelijk is of dit een gevolg is van de gebeurtenissen en de huidige spanningen die zich van tijd tot tijd voordoen of dat dit een op zichzelf staand probleem is.

Over [minderjarige D] en [minderjarige C] is door moeder ook het behandelverslag in het geding gebracht. [naam instelling] concludeert hierin het volgende.

“De conclusie van de behandeling tot op heden is dat er bij [minderjarige D] en [minderjarige C] op emotioneel niveau onvoldoende ruimte is om zichzelf open te stellen om een (positieve) representatie c.q. beeld van vader te ontwikkelen. Beiden lijken een bestaan van vader te loochenen, hij is er niet voor hen. Het vermoeden bestaat dat [minderjarige D] en [minderjarige C] mogelijk onvoldoende positieve hechtingservaringen met vader hebben opgedaan. De ingrijpende gebeurtenissen voor, tijdens en na de scheiding hebben dit mogelijk versterkt. Praten over vader, denken, laat staan voelen roept grote angst bij hen op en dit weren zij af door te ontkennen dat hij bestaat. Op (object) relationeel vlak is de ontwikkeling van [minderjarige D] en [minderjarige C] gestagneerd en zijn zij als persoon zeer kwetsbaar. (…). Zo kan er dan eveneens langzamerhand ruimte ontstaan om een beeld van (een) vader toe te laten in hun emotioneel leven zonder dat dit met druk gepaard gaat van één van beide ouders. Tevens zal dan ruimte kunnen ontstaan om meer gedifferentieerd te zijn in de relatie met moeder, te weten allerlei verschillende gevoelens aan haar durven tonen. Van belang voor een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling is dat zij beide kunnen ervaren en de bijbehorende gevoelens (…) kunnen verdragen. Het lijkt daarbij aan te bevelen dat vader zich open stelt voor begeleiding om stil te staan bij de wijze waarop hij kan luisteren naar de kinderen, zodat zij zich echt gehoord en gezien voelen door hem”.

Daar komt nog bij dat ook uit de e-mail van moeder aan vader d.d. 17 april 2012 welke als bijlage bij de zittingsaantekeningen van de advocaat van de moeder ter zitting van 18 april 2012 is overgelegd, blijkt dat alle kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Weliswaar heeft de moeder deze e-mail aangegrepen om aan te geven waarom (nog) niet moet worden gewerkt aan een (geleidelijke) uitbreiding van de “omgang” zoals door vader is voorgesteld, maar de rechtbank ziet in de inhoud van dit e-mailbericht een bevestiging van haar conclusie dat de kinderen ernstig worden bedreigd in hun geestelijke ontwikkeling en dat een uithuisplaatsing van de kinderen, hoe treurig dan ook voor de kinderen, noodzakelijk is.

In dit verband wijst de rechtbank in het bijzonder op de volgende passages.

“Je hebt zelf ervaren dat het vertrouwen van de kinderen in jou helaas nihil is: [minderjarige C] durft zelf niet eens open te doen als je voor de deur staat en ondanks jullie gedeelde liefde voor voetbal wil hij geen balletje met je trappen. De contacten zijn er maar de afstand en het wantrouwen is nog zeer groot en dat heeft tijd nodig. (…). Zelf heb ik de afgelopen weken ervaren dat de kinderen bijzonder gespannen zijn in de aanloop naar de dagen dat er omgang is en dat de opluchting als het weer voorbij is, erg groot is. (…). [minderjarige A] heeft zelfs letterlijk gezegd dat, als het aan haar ligt, ze niets te maken wil hebben met je”.

Uit voornoemde feiten en omstandigheden volgt reeds dat alle andere middelen ter afwending van de bedreiging van de geestelijke belangen van de kinderen hebben gefaald en zullen falen. Het is immers geen enkele instantie, al dan niet na hiertoe te zijn gelast door de rechtbank, gelukt deze bedreiging weg te nemen.

Tot de overtuiging van de rechtbank dat aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing is voldaan, draagt voorts bij de door vader erkende en door moeder niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken stelling van de Raad dat bij de kinderen sprake is van het ouderverstotingssyndroom, ook wel PAS (Parental Alienation Syndrome) genoemd. Bij het ouderverstotingssyndroom is sprake van een pathologische binding tussen ouder en kind, in dit geval moeder en de kinderen, met uitsluiting van de andere ouder, in casu vader. De voornaamste uiting hiervan is een ongerechtvaardigd denigrerende houding van het kind tegenover de uitwonende ouder.

De gedingstukken alsmede de uitlatingen en gedragingen van alle kinderen ten overstaan van “[naam omgangshuis] ” en [naam instelling] en die van [minderjarige A] en [minderjarige B] ten overstaan van de kinderrechter welke hen heeft gehoord, bevestigen dat hiervan sprake is. Dat moeder een rechtvaardiging vindt voor het afhouden van (te snel) contact tussen vader en de kinderen, gelegen in een door haar gestelde mishandeling in het verleden van haar door vader – waarvan vader zowel in eerste aanleg als in appel is vrijgesproken – en door de wens van de kinderen om geen contact meer te hebben met hun vader, kan hieraan op geen enkele wijze afdoen, nog daargelaten dat zulks nimmer reden kan zijn voor het (voeden van) het ouderverstotingssyndroom waaraan de kinderen thans lijden. Immers de Raad heeft onomwonden in haar rapport van 9 april 2010 geconcludeerd dat geen sprake is van enige contra-indicatie voor het (herstellen van het) contact tussen de kinderen en vader en heeft die conclusie zowel ter zitting van 21 maart 2012 als die van 18 april 2012 bevestigd. Deze conclusie is ondersteund door de stichting. Het verweer van moeder dat die contra-indicaties wel aanwezig zijn getuige het gedrag van de kinderen acht de rechtbank van onvoldoende gewicht nu die gedragingen juist de constatering van het ouderverstotingssyndroom bevestigen en de conclusie dat de kinderen ernstig in hun geestelijke ontwikkeling worden bedreigd ten gevolge waarvan een uithuisplaatsing noodzakelijk is, onderbouwen. Het baart de rechtbank zorgen dat moeder dit niet onder ogen wil zien.

De rechtbank overweegt dat het bestaan van het ouderverstotingssyndroom bij alle vier de kinderen in onderling verband bezien met de overige (psychische) problemen van de kinderen een zeer ernstige bedreiging van de geestelijke ontwikkeling van de kinderen vormt. Slechts door een ondertoezichtstelling in combinatie met een uithuisplaatsing, waarbij tevens sprake van behandeling van de kinderen dient te zijn, is het mogelijk de schade die dit ouderverstotingssyndroom alsmede hetgeen dat daartoe heeft geleid, al heeft aangericht te beperken en zo mogelijk weg te nemen.

Gelet op het vorenoverwogene in onderling verband beschouwd met de gedingstukken en het het verhandelde ter zitting concludeert de rechtbank dat [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] thans in een omgeving opgroeien waar het hen niet vrij staat een band, op welke wijze dan ook, op te bouwen met hun vader. De argumenten die moeder hiervoor hanteert acht de rechtbank van onvoldoende gewicht. De kinderen verblijven reeds gedurende langere tijd in een omgeving waarin de vechtscheiding van hun ouders, en niet de kinderen zelf, centraal staan. De kinderen zijn inzet van de strijd geweest, met alle gevolgen van dien. Dat de kinderen de thans ingezette en ook nog geadviseerde begeleiding nodig hebben is een gevolg daarvan geweest evenals de aanwezigheid van het als zeer ernstig te noemen ouderverstotingssyndroom. Het feit dat het vader noch moeder lukt tezamen afspraken te maken over hun rol als ouders van de kinderen en in redelijkheid als ouders met elkaar en met hun kinderen om te gaan, heeft ertoe geleid dat de huidige situatie niet meer kan worden gehandhaafd en op geen enkele wijze in het belang van de [minderjarige A], [minderjarige B], [minderjarige D] en [minderjarige C] kan worden geacht. De kinderen worden ernstig in hun geestelijke ontwikkeling bedreigd. Het feit dat zij niet de kans krijgen onbelast contact met beide ouders te hebben en sprake is van het ouderverstotingssyndroom, maakt dat een uithuisplaatsing noodzakelijk is. Het nog langer later verblijven van de kinderen in deze omgeving moet als zijnde zeer schadelijk en niet in het belang van de kinderen worden geacht. Slechts een ondertoezichtstelling, een uithuisplaatsing en behandeling van de kinderen voor het hen door beide ouders aangedane leed, kan in hun belang worden geacht. De rechtbank realiseert zich dat de kinderen een hoge prijs moeten betalen voor het gedrag van hun ouders. Echter, gelet op het belang van de kinderen op zowel korte als lange termijn en het feit dat de kinderen door toedoen van hun ouders thans in een geweldsvacuüm terecht zijn geraakt dat zeer schadelijk is voor hun geestelijke gezondheid, kan niet anders worden geoordeeld. Vanuit de uithuisplaatsing, bezien als een “nulpunt”, zullen de vader en de moeder hun rol als ouder, onder deskundige begeleiding, dienen te hervatten. De rechtbank wenst zicht te houden op de ontwikkeling van de kinderen en de vorderingen van de ouders met betrekking tot hun taak als opvoeders en zal daarom het verzoek tot de machtiging uithuisplaatsing slechts voor de duur van zes maanden – in plaats van de verzochte duur van één jaar – afgeven en voor het overige aanhouden.

De Raad en de stichting dienen de rechtbank tijdig voor afloop van deze periode te informeren over het verloop van de uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling van de kinderen en ontwikkelingen in de relatie tussen ouders.

Nu het verzoek tot de machtiging uithuisplaatsing wordt toegewezen, behoeft geen voorlopige omgangsregeling in het kader van de ondertoezichtstelling te worden opgelegd. Het tot stand brengen van de contacten tussen vader, moeder en de kinderen, nadat deze uit huis zijn geplaatst, zal aan de stichting worden overgelaten.

De beslissing

De kinderrechter:

  • stelt de minderjarigen voornoemd onder toezicht van een stichting, te weten: BUREAU JEUGDZORG NOORD-BRABANT, Wal 20, 5611 GG Eindhoven met ingang van 10 mei 2012 voor de duur van één jaar;
  • verleent machtiging tot plaatsing van voornoemde minderjarigen in een voorziening voor verblijf pleegouders 24 uurs voor de duur van zes maanden;
  • houdt het verzoek voor het overige aan tot de zitting van 31 oktober 2012;
  • verzoekt de Raad en de stichting uiterlijk twee weken voor de zitting van 31 oktober 2012 aanvullende rapportage uit te brengen zoals hiervoor overwogen;
  • beveelt de griffier de belanghebbenden op te roepen voor de zitting van 31 oktober 2012 op een nog nader te bepalen tijdstip.
  • verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven te ‘s-Hertogenbosch door mrs. P.P.M. van Reijsen, O.A.J.M. Lavrijssen en V.R. de Meyere, kinderrechters en uitgesproken ter openbare zitting van 10 mei 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

Conc.PvR
Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat -hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch:
a) door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b) door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.

Referentie:
ECLI:NL:RBSHE:2012:BW5616, voorheen LJN BW5616, Rechtbank ‘s-Hertogenbosch, 246254 / JE RK 12-669 en 244529 / JE RK 12-423MZ01

Advertenties

mei 10, 2012 at 12:28 pm Plaats een reactie

Lezing door Professor Richard Gardner over het oudervervreemdingssyndroom (Parental Alienation Syndrome – PAS) in de Grote Kerk van Breda in 1999

Door Peter Tromp

Effectieve handhavingswetgeving en strafmaatregelen door de rechtbank zijn de enige remedie tegen het ouderverstotingssyndroom stelde Richard Gardner al in juni 1999 tijdens zijn lezing in de Grote Kerk in Breda:

“What I say about the cure of PAS, is that the legislators empower the judges to impose penalties – meaningfull and humane penalties – on PAS inducing parents, regardless of the gender of the parent. This is the only cure that I know of!”

Professor Richard Gardner; 24 Juni 1999, Grote Kerk, Breda.

Luister live naar het originele audiofragment uit de toespraak van Professor Richard Gardner in de Grote Kerk van Breda op 24 juni 1999

Toespraak van Professor Richard Gardner over het Parental Alienation Syndrome (PAS) te Breda op 24 juni 1999

Toespraak uitgesproken door Richard Gardner op de 1e congresdag “Het belang van het Kind, van toverformule naar hanteerbare definitie”, georganiseerd ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van Stichting Kind en Omgangsrecht (opgericht in 1988 en nu sinds 2013 Stichting Vader Kennis Centrum geheten) door het Ministerie van Justitie, de toenmalige Stichting Kind en Omgangsrecht en het Platform SCJF

Waarschuwing vooraf:

Onderstaande vertaling van de door Professor Richard Gardner in het Engels gegeven toespraak, is de enig beschikbaar gemaakte vertaling van het Nederlandse Ministerie van Justitie dat de haar toegezonden originele Engelse spreektekst van Richard Gardner – alsook de door hem ten behoeve van de congresdeelnemers aan dit Nederlandse ministerie als mede-organisator van het congres toegestuurde basisbronnen en achtergronddocumenten waarvan Richard Gardner in zijn toespraak gewag maakt – nooit heeft vrijgegeven.

Inleiding

Toen ik een student was op de middelbare school, gaf een van mijn leraren richtlijnen voor het schrijven van een recensie. Hij vertelde: Vertel wat je gaat zeggen, zeg het en vertel dan wat je hebt gezegd. En dat verbeterde mijn cijfers. Het is een goed uitgangspunt.

Ik ga u dan ook vertellen wat ik ga zeggen, namelijk dat de wetgevers rechters het gezag kunnen geven om de ziekte Parental Alienation Syndrome (PAS) te genezen en te voorkomen. Als de wetgevers dit gezag niet aan de rechters toekennen, zal de ziekte groeien en om zich heen grijpen.

De mensen in jullie land hebben een betere uitgangspositie dan wij in de Verenigde Staten, omdat jullie kunnen leren van de fouten die wij hebben gemaakt.

Ik heb twee jaar in Europa gewoond, van 1960 tot 1962; toen ik in Duitsland woonde was ik in militaire dienst. Ik heb gedoceerd in vele Europese landen, onder andere als gastdocent in St. Petersburg.

Zoals generaal Eisenhouwer ooit zei: “De verenigde Staten is het grootste land in de wereld”. Ik denk dat daar een grote waarheid in schuilt; wellicht zijn we erg moedig, maar we hebben ook veel fouten gemaakt. Slechte gewoonten beginnen bij ons en jullie nemen deze een paar jaar later over. Ik ga jullie dan ook vertellen wat er in de Verenigde Staten speelt en geef jullie hetzelfde advies als ik aan de mensen in de VS heb gegeven.

We zullen wel zien hoe een en ander in elkaar past als ik aan het vertellen ben.

Ik wil beginnen om u meer te vertellen over PAS en wat ik ermee bedoel.
PAS is een syndroom. Wat is de definitie van syndroom? In de medische wetenschap is een syndroom een groep van symptomen die bij elkaar mogen worden geplaatst omdat ze zich gezamenlijk voordoen. Een goed voorbeeld van een syndroom is Downs syndroom, waarin een combinatie van een geestelijke handicap en een gezichtsuitdrukking die lijkt op die van Aziatische mensen. De kinderen met dit syndroom hebben ook allemaal een relatief korte vijfde vinger.Tegenwoordig weten we dat dit syndroom een genetische afwijking betreft, het is een cluster van symptomen die samen aanwezig zijn en dit cluster wordt dan syndroom genoemd.

Ik ga u iets vertellen over het syndroom, de symptomen en wat er aan gedaan kan worden.

Ik houd me bezig met kinderpsychiatrie sinds mijn late schooljaren eind jaren ‘50, meer dan 40 jaar geleden. Sinds begin 1960 heb ik me daarbij ook bezig gehouden met ouderlijk gezag- en zorgzaken en ik heb de evolutie geobserveerd van bepaalde ontwikkelingen. Ik had PAS nog nooit gezien tot ongeveer 15 jaar geleden. Dus van de laat 50-er en begin 60-er jaren tot begin 80-er jaren zag ik geen PAS. Ik zag het pas begin 1980 en schreef mijn eerste artikel hierover in 1985, waarna het probleem steeds groter is geworden. Ik zal een definitie geven van PAS. PAS is een verstoring die alleen en exclusief ontstaat in een dispuut om het gezag en de zorg over een kind. Ik heb nog geen zaak gezien waarin er geen sprake was van een gezags- of zorgkwestie.

Meestal gaat het om de vader en de moeder, soms om de grootouders. Maar het gaat altijd om een gezags- of zorgkwestie.

Het gaat om twee componenten.

  • Ten eerste is er sprake van het systematisch hersenspoelen van het kind, een campagne van denigreren van de ene ouder door de andere ouder.
  • De tweede component, en dit is erg belangrijk, is de eigen bijdrage van het kind.

Het gaat dus om deze twee componenten samen, die de term PAS rechtvaardigen. Als het alleen maar programmeren betrof dan had ik het zo genoemd, maar het andere element van de eigen bijdrage van het kind, leidde tot de conclusie dat ik het een andere naam moest geven.

In het algemeen start het niet eerder dan dat een programmerende ouder besluit het kind te programmeren, teneinde zijn eigen positie in de gezags- of zorgzaak te versterken.

Waar het op neerkomt is dat de kinderen in een algehele context van een denigratie- en haatcampagne de rechters ervan zullen proberen te overtuigen dat ze niet met de andere ouder mee zullen moeten, omdat deze het kind haat, omdat deze ouder het kind dermate heeft misbruikt of verwaarloosd dat volledige afwijzing is gerechtvaardigd en dat een rechtbank of een rechter een serieuze fout maakt als hij het kind toewijst aan de andere ouder.

Het gaat daarbij dus om een campagne die dag in dag uit doorgaat om de scenario’s in het geheugen van de kinderen te prenten zodat ze bepaalde uitspraken kunnen doen op het juiste moment om zo de positie van de programmerende ouder te versterken in de rechtszaak om het gezag of de zorg.

Richard Gardner in gesprek met Peter Tromp tijdens de conferentie van 24 juni 1999

Ik wil het nu gaan hebben over de acht belangrijkste symptomen van PAS.

Ten eerste de campagne om de andere ouder te denigreren.

De andere ouder noemen we de slachtofferouder, de vervreemde of verstootte ouder, deze termen worden langzamerhand gemeengoed in de VS. Doorgaans is de slachtofferouder geen misbruikende ouder. Als dat wel het geval is, dan is PAS niet de juiste diagnose. Het betreft alleen die gevallen waarin de ouder een best goede ouder was, een liefhebbende en toegewijde ouder om vervolgens zich te realiseren dat hij het doel is van een haatcampagne.

Er zijn drie categorieën te onderscheiden

In de laagste categorie, is de campagne mild. Het kan 5% van de tijd beslaan in de aanwezigheid van de programmerende ouder en heel intensief zijn, maar als de programmerende ouder er niet is, verlegt het kind zijn aandacht naar de andere ouder en zal opmerkingen maken om te laten zien aan de programmerende ouder dat ze geprogrammeerd zijn om deze dingen te zeggen.

In de hoogste categorie zullen de kinderen in het gezicht spugen van de slachtofferouder, ze zullen verschrikkelijke benamingen gebruiken voor de slachtofferouder. De programmerende ouder zal slechts toekijken en als deze gevraagd wordt om commentaar, zal deze het gedrag rechtvaardigen door te wijzen op de behoefte van het kind zich te uiten, zonder het kind te corrigeren, omdat het geen correct gedrag is of omdat je zo niet tegen je vader spreekt. Er worden ook geen disciplinaire maatregelen opgelegd, waardoor het kind als het ware wordt aangemoedigd op deze manier door te gaan.

Het tweede symptoom zijn de absurde rationaliseringen voor het gedrag.

Als vader aan het kind vraagt: “Waarom haat je je vader zo erg? zal het kind zeggen: “Ik weet het nu even niet, ik vertel het de volgende keer wel. Zeg het me toch nu maar. Omdat je vroeger te hard kauwde bij het eten. Is dat een reden om me nooit meer te zien? Ja dat is een reden.

En als je aan vader vraagt: Wat vind je daarvan? Als hij het zo voelt dan accepteer ik dat.”

Dit is het programmerende proces. Sommige van deze aspecten zijn absurd. Elk voorbeeld dat ik geef, zijn werkelijke voorbeelden uit mijn praktijk. Geen van de voorbeelden is verzonnen. Zo creatief ben ik niet.

Als je het kind vraagt: “Waarom wil je je vader nog meer niet zien? Hij liet altijd boeren. Is dat een reden? Ja dat is een goede reden. En verder? Hij sloeg mijn moeder. Heb je wel eens gezien dat hij je moeder sloeg? Nee, maar mijn moeder zei dat hij dat altijd deed. Heb je het dan ooit gehoord? Nee. Maar hoe weet je dan dat het is gebeurd? Je vader zegt dat hij dat nooit heeft gedaan. Hij zegt dat je moeder liegt en dat hij je moeder nog nooit heeft geslagen. Mijn vader liegt. Mijn moeder liegt nooit, dus mijn vader liegt. Geef me een ander voorbeeld dat je vader wel eens liegt? Dat kan ik nu niet. Ik vertel het de volgende keer wel.”

De verklaringen zijn dus niet reëel.

“Het was thuis nooit leuk, ik haatte ieder minuut. Ik heb hier anders een foto van jou en je zusje, je vader en moeder in Disneyworld, met Donald Duck en Mickey Mouse, met een grote lach op je gezicht. Het lijkt toch dat je het erg naar je zin hebt. Ik haatte ieder minuut ervan. Waarom lach je dan? Ik moest lachen. Hij zei dat ik moest lachen, omdat hij me anders zou slaan. Als ik geen “cheese” zou zeggen om te doen alsof ik lachte, dan zou hij me slaan.”

Je hebt dan van deze absurde rechtvaardigingen voor de campagne. Het mag lachwekkend zijn maar het is onderdeel van de campagne van het kind.

Het derde symptoom is gebrek aan ambivalentie.

Alle menselijke relaties kennen gemengde gevoelens. Dus je zegt tegen een kind: Schrijf de dingen op die je leuk vindt aan je moeder, dingen die je niet leuk vindt aan je moeder, dingen die je leuk vindt aan je vader en dingen die je niet leuk vindt aan je vader. Wat je ziet is dat aan de programmerende ouder alles leuk is, niets negatiefs. Het tegenovergestelde zie je bij de slachtofferouder, daar alleen negatieve dingen. Laten we zeggen dat de moeder het doel is. Ik kom zo meteen nog op het geslachtsaspect. We zien namelijk een verschuiving optreden in die zin dat steeds meer vaders een programmerende rol hebben en moeders het slachtoffer zijn. Dit is een recente ontwikkeling in de VS, waar ik later nog op terugkom.

Laten we zeggen dat de vader het kind geprogrammeerd heeft.

“Ik haat mijn moeder. Ik kan haar niet uitstaan. Kun je niet iets positiefs zeggen? Nee, er is niks goed. In haar hele leven heeft ze niks goed gedaan? Nee. En als je de slechte dingen moet opnoemen wat heeft ze dan gedaan? Ik moest van haar de televisie uitdoen en gaan slapen. Ik mocht geen televisie kijken totdat mijn huiswerk af was. Ze zei dat ik niet buiten mocht spelen met mijn vrienden”.

Het vierde symptoom is de schijnbare onafhankelijkheid van het fenomeen.

Het kind stelt dat al de ideeën van hem of haarzelf zijn en dat het niks te maken heeft met de invloed van de programmerende ouder. De programmerende ouder wil dat het kind dat zegt, omdat de programmerende ouder vaak door de vader of anderen ervan wordt beschuldigd programmerende ouder te zijn. Daarom zegt het kind dat het allemaal zijn eigen idee was en dat moeder er niets mee te maken had. De programmerende ouder zal dan vooral laten benadrukken dat het de opvatting van het kind zelf is en van niemand anders.

Ik herinner me dat een moeder zei:“Nou vertel me, als je tegen me zegt dat je je vader niet wil zien, dan hoef je hem ook niet te zien. Ik respecteer je recht je vader niet te zien. Als ik een advocaat moet inschakelen om ervoor te zorgen dat je je vader niet hoeft te zien, dan zal ik dat doen. Als ik naar het hooggerechtshof moet om ervoor te zorgen dat je je vader niet ziet, zal ik dat doen want ik respecteer jouw recht om je vader niet te zien. Nu dan, wil je je vader zien? Nee, nee. Zie je, hij wil zijn vader niet zien.”

En dan zal het kind zeggen dat het zijn vader niet wil zien. Je ziet het programmeren. Er is ook de boodschap dat hij zo gevaarlijk is dat er een advocaat nodig is en dat de moeder tot het hooggerechtshof van de VS moet gaan.

Je ziet het programmeren en je ziet dat het kind zo geprogrammeerd wordt dat het doet alsof het zijn eigen opvattingen zijn.

Het vijfde symptoom is de reflex van steun van de programmerende ouder in het ouderlijk conflict.

Hoe sterk het bewijs ook is dat de slachtofferouder gelijk heeft en dat de programmerende ouder de schuld lijkt te krijgen, het kind zal daarop reageren door automatisch de kant van de programmerende ouder te kiezen.

Dus de moeder zegt: hij geeft ons geen geld, hij stuurt ons geen geld, hoe moeten we nu eten, we zullen verhongeren, misschien moeten we het huis wel uit, we kunnen geen kleren kopen. Ze creëert het beeld van kinderen die naakt over straat moeten midden in de winter. En dat allemaal omdat de vader het geld niet geeft. En de vader zegt, dat is een leugen, ik heb hier de cheques, daarop staat haar handtekening. Ze heeft het geld dus wel. Het kind zal zeggen dat de cheques vals zijn en zijn vader beschuldigen. Er is geen enkele manier om het kind ervan te overtuigen dat de programmerende ouder liegt. Er is dus altijd steun van het kind.

Het zesde symptoom is het ontbreken van schuld.

Het kind dat in het gezicht van de slachtofferouder spuugt, die de wildste aantijgingen doet, zonder schuldgevoel, zonder enig gevoel van schaamte, zonder enig gevoel van sympathie of empathie voor de slachtofferouder.

Wanneer ik dan tegen het kind zeg: “Je meent dus dat je je vader nooit meer wil zien, in nog geen duizend jaar? Ja dat klopt. En je zegt dat hij moet betalen voor al je kosten van privé-school enzovoort, hoe ver weg ook? Ja dat klopt. Vind je dat wel terecht? Dat je je vader nooit meer ziet en dat hij alleen maar geld hoeft neer te leggen? Ja dat is terecht. Schaam je je daar niet een beetje voor? Nee, ik ben niet schuldig, ik hoef me niet te schamen, vanwege al de dingen die hij deed. Wat deed hij dan? Hij was gemeen. Hij was altijd erg gemeen tegen me. Ik moest van hem naar Disneyworld, ik moest naar films die ik niet wilde zien, hij had van die videofilms.”

Om dit soort belachelijke redenen gaat het. Maar er is geen schuldgevoel, omdat de programmerende ouder dat niet leert. Deze leert het kind geen goede manieren, geen respectvol gedrag, straft niet als het kind niet respectvol is en voorziet niet in een goede omgeving waarin respect kan worden bijgebracht. Deze ouder vraagt dus niet om excuus aan te bieden, zal het kind niet aanspreken op onrespectvol gedrag, zo praat je niet tegen je vader. Het kind wordt zo geen goed gedrag, geen goede normen en waarden bijgebracht in relatie tot de slachtofferouder.

Richard Gardner met Peter Tromp op 24 juni 1999

Het zevende symptoom is het lenen van scenario”s.

Het kind incorporeert in het proces woorden en zinnen die niet passen bij een kind van die leeftijd.

Een voorbeeldsituatie: Vader vraagt moeder:“Laat me even met de kinderen praten. Moeder antwoordt: Ze zijn net uit school, ze kleden zich nu om en ze hebben het te druk om met je te praten, ze gaan zo buiten spelen.” En als de vader dan later terugbelt zegt moeder weer: “Ze hebben geen tijd om met je te praten, we zijn net aan het eten, we zijn aan het dessert, je moet ons niet meer lastig vallen. Ze kijken nu televisie, ze gaan nu naar bed. Je moet ons niet zo lastig vallen.

Vraag je dan later aan het kind: Waarom wil je je vader niet zien? Hij valt ons lastig. Dat is een moeilijk woord voor iemand van jouw leeftijd? Wat betekent dat eigenlijk? Vraag het maar aan mijn moeder. Zij weet het wel.”

Je ziet waar het vandaan komt. Beschuldiging van seksueel misbruik is hiervan meestal een afgeleide, doorgaans in 10 tot 15% van de gevallen. De kinderbescherming wordt dan ingeschakeld en met één telefoontje kan het leven van de vader verwoest zijn.

Een 4 jaar oud meisje: “Waarom wil je je vader niet zien? Hij penetreerde me. Dat is een groot woord voor een 4-jarig meisje. Wat betekent dat. Hij penetreerde? Dat weet ik niet, vraag maar aan mijn moeder, zij zei dat hij me penetreerde.”

U ziet de incorporatie van termen die normaliter niet in de vocabulaire van zulk jonge kinderen zit.

Het laatste symptoom is de overzetting van het programmeren naar de familie van de slachtofferouder.

De grootouders, ooms en tantes hadden voorheen een goede relatie met het kind. Nu wil het kind ineens niet meer met de grootouders of ooms en tantes praten. Als oma belt, zegt het kind: Ik haat je oma en hangt meteen op. De oma meldt dit meteen aan opa en andere familieleden, vervolgens worden verjaardagskaartjes en cadeaus, kerstkaarten etc. retour gezonden. Hierdoor ontstaat er binnen deze groep een enorm verdriet en pijn over het verlies van dit kind, maar de programmerende ouder voelt geen enkele verlies.

Zoals u op de sheet kunt zien. De symptomen zijn verdeeld in drie categorieën van mild tot gemiddeld tot zwaar. Die differentiatie is enorm belangrijk. Als we onderaan de sheet kijken, waar staat “overdracht van moeilijkheden” dan geeft dat een goed idee tot welke categorie een symptoom hoort.

In de overdrachten van het kind van de ene ouder naar de andere, zijn er minimale problemen.

De gemiddelde problemen

Als het kind niet wil gaan, als het kind smeekt, en de programmerende ouder zegt: Zie je dan niet dat ze je haten? Hoor je de boodschap niet? Wat is er met je aan de hand? Ben je blind? Kun je niet zien dat ze je haten? Wat voor vader ben je? Waarom blijf je dan aandringen om je kinderen te zien? Dit zijn zaken die in de rechtbank worden behandeld. Respecteer je hun wensen niet? Zie je dan niet dat ze niet willen gaan? Ga naar je vader, ik krijg moeilijkheden met de rechter als je niet gaat.

Meestal wil de slachtofferouder de kinderen uit het zicht van de programmerende ouder halen. Doorgaans kalmeren de kinderen dan, en is alles in orde. Soms echter starten ze dan toch weer met de campagne. Soms krijgt de programmerende ouder steun van de kinderen zelf. Bijvoorbeeld een 11-jarig meisje dat let op een jonger broertje of zusje, dat dan zegt dat het moet opletten of alles nog wel goed is. Ik zal tegen mama zeggen dat je aardig was tegen papa. Papa ik haat je. Het kind gaat dan terug naar de moeder en vertelt, ik heb gezegd dat ik hem haat.

Het is gewoon om alleen slechte dingen over de slachtofferouder te vertellen. Ze vertellen dat ze er het hele weekend waren, maar iedere minuut ervan haatten. De werkelijkheid is echter dat ze een leuke tijd hebben gehad, maar incidenteel terugvielen in hun rol die ze van de programmerende ouder hebben geleerd.

Richard Gardner met Peter Tromp

In de ernstige vorm zijn bezoeken onmogelijk.

De kinderen weigeren naar de andere ouder te gaan. De programmerende ouder is doorgaans paranoïde, de kinderen geloven dat er sprake was van moord, verkrachting, seksueel misbruik, verwaarloosd, geslagen om ze in huis te krijgen, bloed loopt van de gordijnen, ze willen het huis uitvluchten, zijn paranoïde en geloven dat ze zware straffen zullen krijgen, ondanks dat ze daar geen bewijs voor hebben en dat ze het persoonlijk nooit hebben ervaren. Bezoeken zijn daarom nauwelijks mogelijk in de zware categorie.

Het gedrag tijdens de bezoeken zoals ik dat heb beschreven, de band met de programmerende ouder.

In de milde gevallen is de band met de programmerende ouder meestal goed met uitzondering van het feit dat deze ouder om zijn eigen positie te versterken in een rechtszaak de kinderen goed zal programmeren.

In de zware zaken is de band met de programmerende ouder, die meestal paranoïde is, enorm beschermend, heeft nooit de vader vertrouwd, ook niet in het begin. Ik heb een zaak gehad waarin de moeder weigerde de vader in de woonkamer te laten komen. In recente jaren is dat meer gangbaar geworden. Ik weet niet hoe dat hier in Europa is. Dit is een persoonlijke aangelegenheid. Er was een vrouw, die toen de vader in de verloskamer kwam, tijdens de bevalling tegen de verloskundige zei, als je hem nu niet de kamer uitzet ontsla ik je.

Dit is de uitwas van de afwijzing van de vader, het niet vertrouwen van de vader, die het kind zal laten vallen als hij het vastheeft. Er was een vader die een professioneel footballspeler was, maar de moeder vertrouwde de vader niet om hem het kind te laten vasthouden. Hij kon een voetbal vasthouden, maar niet een baby. Deze dingen zijn absurd, maar dit zijn de uitwassen en de rechtvaardigingen voor de te grote bescherming. De band met de programmerende ouder is doorgaans goed.

Zoals ik al zei, als de vader iemand is die misbruikt, verwaarloost, in de steek laat, dan is de diagnose van PAS niet gerechtvaardigd omdat er sprake was van misbruik en dan is er een totaal andere situatie. Dit is een belangrijk punt.

Ik ga nu iets vertellen over het waarom. Waarom hebben we dit syndroom, waarom gebeurt dit en waarom zag men dit verschijnsel pas sinds begin jaren 80 optreden?

Tijdens de kinderpsychiatrie van daarvoor zag ik het niet en toen dook het plotseling op begin jaren 80. Ik geloof dat de voornaamste reden verband houdt met het feit dat voorafgaand aan de jaren 70, moeders nog niet zo vaak rechtszaken aanspanden met betrekking tot het gezag en de zorg. Bovendien werd in het begin van de 20e eeuw het gezag over een kind meestal niet aan de moeder toegewezen.

In de jaren 60 en 70 vanwege de toen opkomende vrouwenbeweging, kregen vrouwen meer mogelijkheden voor opleiding, gelijke betaling, baanmogelijkheden, al deze dingen die belangrijk zijn en een prachtige ontwikkeling zijn. Mannen begonnen echter te zeggen dat het feit dat vrouwen bij voorrang het gezag en de zorg over kinderen werd toegewezen, discriminatoir was, dat het vooringenomenheid was ten opzichte van mannen, en pleitten voor gelijke kansen voor het verkrijgen van het gezag over en de zorg voor de kinderen. De wetgevers, de rechtbanken, stemden daarmee in en er kwam gelijkberechtiging op dit punt. Wat er gebeurde was, dat het aantal gezags- en zorgzaken toenam omdat nu vaders een kans hadden om gezag en zorgtoewijzing te krijgen. Als resultaat nam het aantal zaken toe en de ouders begonnen de kinderen te programmeren om hun positie in de rechtszaak te versterken.

Tot een aantal jaren geleden, was het mijn ervaring dat primair de moeder de programmerende ouder was, en de vaders werden geprogrammeerd, dus de meeste programmerende ouders waren moeders. En in mijn eerste boek over PAS, dat was in 1987, waren de moeders de programmerende ouders. Ook in mijn tweede boek in 1992 gaf ik aan dat de moeders de programmerende ouders waren. Bij mijn derde boek, dat uitkwam in 1998, begon ik een verschuiving waar te nemen. In de laatste twee jaren is de verschuiving dramatisch. We zien in de VS nu ook veel meer vaders die programmerende ouder zijn, en we zitten nu op ongeveer een 50-50 verhouding en ik denk dat wat er is gebeurd, ten eerste dat vaders mijn boeken hebben gelezen en de technieken hebben geleerd, en zo hetzelfde kunnen als de moeders. Iets anders is dat de kinderen ook steeds meer tijd met de vaders doorbrengen met als gevolg een uitbreiding van de mogelijkheden, tijd en gelegenheid van vaders om de kinderen ook te programmeren. Mijn eigen ervaringen worden bevestigd door vrienden, collega”s, familie in verschillende delen van het land die mij dit terugmelden. En wanneer ik in verschillende delen van de VS ben vraag ik steeds met handopsteking aan mijn gehoor wat nu de ervaringen zijn. Doorgaans is de ervaring dan gelijkelijk over man-vrouw verdeeld.

Van de mensen in deze zaal, die bekend zijn met dit syndroom, was in de meeste gevallen de moeder de programmerende ouder en de vader het slachtoffer. Steek alstublieft uw handen op. Ongeveer een derde steekt nu zijn hand op. Hoeveel hebben gezien dat de vader programmerende ouder was en de moeder het slachtoffer. Ik zie nu maar een paar handen. Dit is wat je ook zag in de VS tot een paar jaar geleden. Nu verandert het en als ik het goed heb, zullen over een paar jaar meer vaders de programmerende ouder zijn, ervan uitgaande dat Europa gewoontes uit Amerika een paar jaar later overneemt.

Helaas bevat uw materiaal geen stuk over de behandeling van PAS. Er is een vergissing gemaakt bij toezending ervan. U heeft citaten van rechterlijke uitspraken waarin de aanwezigheid van PAS werd erkend, maar alle publicaties over PAS zitten er niet bij. Ik ga ervan uit dat dhr. Van Dijk daar alsnog voor zal zorgen.

Laat me iets vertellen over de behandeling en een aantal belangrijke aspecten eruit lichten.

Het PAS is gepolitiseerd. Het is discutabel geworden, omdat bij alles wat naar de rechtbank gaat, een advocaat de ene ouder steunt, en de andere advocaat de andere ouder ondersteunt. Het nodigt advocaten uit om met leugens te komen, met vuilspuiterij, met misvertegenwoordiging om de eigen positie van die advocaat in de procedure op tegenspraak te versterken.

Een andere reden waarom het gepolitiseerd is, is omdat vrouwen altijd de programmerende ouders waren tot een paar jaar geleden. Ik werd bekritiseerd vanwege vooringenomenheid, discriminatie jegens vrouwen, omdat ik zei dat doorgaans vrouwen de programmerende ouders waren. Mijn antwoord was dan dat dat de realiteit was. Ze scholden me uit voor het beschrijven van die realiteit en verloren uit het oog wat de oorzaak van PAS was. De oorzaak was dat de moeders primair zich met de opvoeding van de kinderen bezighielden en dat de kinderen meer binding wilden met de moeder omdat de moeders meer beschikbaar waren, meer toegankelijk en de kinderen wilden bij hun moeder blijven. Met de tijd krijgen vaders evenzeer een band met kinderen en de verhouding wordt rechtgetrokken.

Het probleem dat ik had gevonden, was dat de rechtbanken niet ontvankelijk waren voor afwijzing van het programmerende gedrag. Dit is een centraal probleem. PAS bij een kind introduceren is een vorm van misbruik. Op een bepaalde manier is het zelfs erger dan fysiek en seksueel misbruik. Immers bij fysiek misbruik, komt er een moment dat het kind een punt bereikt waarop het misbruik kan stoppen, bij 12, 13 of 14 jaar. Je kunt dan in verzet komen, je kunt vechten, weglopen. Je bent oud genoeg om de politie te bellen. Op een of andere manier kun je jezelf beschermen. Er komt dus een moment waarop het stopt. Niet dat er daarna geen psychologische effecten zijn, maar het kan stoppen.

Seksueel misbruik kan zeker een kind beschadigen, psychologisch gezien van weinig tot heel veel, afhankelijk van de begeleider die zich ermee bezighoudt maar uiteindelijk is het kind oud genoeg om het te doen stoppen, om het aan te geven en aan het misbruik een eind te maken.

Met PAS echter slijt de band tussen kind en ouder en wordt kapot gemaakt. En na 18 jaar zijn ouder en kind vreemden voor elkaar. De hersenen zijn gevuld met haat, alle gevoelens van liefde, alle goede ervaringen zijn vervangen door de campagne van denigratie. Ook al is er nog wel contact, het is nooit meer hetzelfde. Het is een vorm van misbruik die niet zo gemakkelijk te zien is als fysiek misbruik, waar je wonden en breuken kunt zien. Je hebt medische rapporten. Je kunt bewijzen vinden door medisch onderzoek. Hier is het psychologisch.

De rechtbanken hebben de macht om PAS te genezen. Als een rechter een PAS-ouder zou moeten behandelen, dan zou dat op dezelfde manier moeten als bijvoorbeeld bij een vader die af en toe niet betaalt. In de VS, maar dat zal ook hier zo zijn, als een vader nalaat te betalen, kunnen ze salaris inhouden, of aanzeggen dat hij huisarrest heeft voor het weekend, zodat hij van vrijdagavond tot maandagmorgen thuis moet zijn en als hij niet thuis is, is hij “in contempt of court” dan kan hij gearresteerd worden, kan hij om zijn enkels worden geboeid met elektronisch toezicht, regelmatige telefooncontroles, 24 uur per dag. Ze doen dat vaker met vaders die hun financiële verplichtingen niet nakomen.

Als een rechter tegen een moeder zou zeggen, als de kinderen op vrijdag om 17.00 niet bij het huis van de vader zijn, dan is hier het bevel voor de politie om jou te arresteren, omdat je de kinderen niet op tijd hebt afgeleverd en je zult een weekend in detentie doorbrengen. Ik heb nog niet één rechter zover gekregen om dit te doen, ik heb nog niet één rechter zo ver gekregen om te zeggen tegen zo’n moeder, ik zal je rondleiding in een gevangenis laten geven om je een idee te geven hoe dat daar is. Ik had een kind begin jaren 80, een 7-jarig jongetje, dat een PAS-slachtoffer was, de kinderen zijn zelf ook slachtoffer. Hij zei:

“Is het waar dat als ik niet naar mijn vader ga, dat de rechters mijn moeder dan in de gevangenis stoppen? Is het niet zo dat de rechters mijn moeder in de gevangenis stoppen? Het kind smeekte me, zijn hele lichaam smeekte me om te zeggen, ja de rechter zal je moeder dan in de gevangenis stoppen. Ik zei, nou ja het is mogelijk dat de rechter dat doet, oké, oké, ik ga wel naar mijn vader, ik zeg wel tegen mijn moeder dat zij naar de gevangenis moet als ik niet naar mijn vader, dus ik ga wel”.

Hij smeekte me om dit excuus, ik smeekte de rechters, dit kind heeft dit excuus nodig. De rechters deden het niet, omdat het in de VS in 1999 niet politiek correct is om een vrouw in de gevangenis te stoppen. Het is geen probleem om een man in de gevangenis te stoppen die zijn verplichtingen niet nakomt, een vrouw in de gevangenis is echter politiek incorrect en staat meteen in de kranten.

Nu mannen PAS beginnen toe te passen, is het gemakkelijker. Er zijn zoveel gevallen van PAS in de VS, honderdduizenden, er is een epidemie gaande, zonder enige twijfel. Het moet gebeuren. Het zal ook gebeuren. Nu is het voor de rechter noch makkelijker om een man in de gevangenis te stoppen, als die zijn kinderen niet op tijd aflevert.

Wat ik bedoel is dit. De rechters hebben de mogelijkheid om, wanneer iemand de rechter negeert, om deze te laten opsluiten.

“Contempt of court” heeft doorgaans opsluiting tot gevolg. Ik ken twee staten in de VS die opsluiting tot maximaal 6 maanden toestaan, als een ouder in “contempt of court” is door de bezoekregeling te schenden. Als het een keer gebeurt zal dat grote gevolgen hebben voor PAS.

Ik begon deze presentatie met de mededeling dat ik iets over de behandeling van PAS zou zeggen, namelijk dat wetgevers aan de rechters de bevoegdheid moeten geven om straffen of maatregelen op te leggen als er sprake is van PAS, ongeacht het geslacht van de ouder. Dit is de enig mogelijke behandeling. Psychotherapie zal niet helpen, niets anders zal helpen en ik heb er zeker goed over nagedacht de afgelopen 15 jaar. Er is niets in mijn ervaring dat duidt op een andere aanpak om van PAS te genezen. Ik hoop dan ook dat hetgeen ik vandaag hier heb gezegd enige verandering teweeg zal brengen.

Dank u wel.

Peter Tromp geeft een workshop tijdens de conferentie op 24 juni 1999 in de Grote Kerk van Breda

juni 24, 1999 at 10:16 pm 1 reactie



Contact met het Vader Kennis Centrum (VKC):
Jacob Cabeliaustraat 17
3554 VH Utrecht
T. 030 - 238 3636
secretariaat@vaderkenniscentrum.nl

‘Jullie papa is helemaal niet lief’ :: Peter van Straaten

Peter van Straaten - Jullie papa is helemaal niet lief - Over ouderverstoting of oudervervreemding door moeders bijscheiding en omgang

Over oudervervreemding of -verstoting bij scheiding en omgang

Geef hier uw email adres op om email attenderingen van nieuwe artikelen te ontvangen.

Doe mee met 634 andere volgers

Info pagina’s

Alle artikelen

  • 10 mei 2012 - Uitspraak Rechtbank Den Bosch: Uit huis plaatsing vanwege ouderverstotingssyndroom
  • 17 november 2011 - Uitspraak Rechtbank Roermond - Voorbeeld inzet "klemcriterium" en "loyaliteitsconflict" om kinderen tegen hun wil bij zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen
  • 13 november 2010 - Belgisch wetsvoorstel tegen oudervervreemding en tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht in het strafrecht
  • 26 augustus 2010 - Nieuwe Braziliaanse Wet 12 318 definieert en bestraft oudervervreemding na scheiding als kindermishandeling
  • 2 augustus 2010 - Negen jaar cel voor oudervervreemding
  • 5 maart 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Brugge, België
  • 26 februari 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Antwerpen, België
  • 10 october 2009 - 'Thuis heerste het grote zwijgen' (Cornald Maas interviewt in de Volkskrant kinderen van gescheiden ouders)
  • 13 augustus 2009 - Uitspraak Gerechtshof Den Bosch - Raad voor Kinderbescherming stelt in rapport mogelijke diagnose ouderverstotingssyndroom of Parental Alienation Syndrome (PAS)
  • 3 december 2008 - Ouderverstotingssyndroom - Parental Alienation Syndrome (The Gregory Mantell Show - Video - delen 1 en 2)
  • 22 october 2008 - Le Syndrome d’Aliénation Parentale (Thése Médecinal à l’Université Claude Bernard-Lyon, Bénédicte Goudard, 2008)
  • 31 juli 2008 - Esma Kaplan - Ouderverstoting in Nederland (Masterthesis, Universiteit van Utrecht, 2008)
  • 13 juni 2007 - Uitspraak Rechtbank Maastricht - Rechter stelt in uitspraak ouderverstoting vast
  • 1 juni 2005 - Syndrome d’aliénation parentale - Diagnostic et prise en charge médico-juridique (Jean-Marc Delfieu, 2005)
  • 8 october 2002 - Verhaltensmuster und Persönlichkeitsstruktur Entfremdender Eltern (Walter Andritzky, 2002)
  • 15 december 1995 - Wolfgang Klenner - Rituale der Umgangsvereitelung bei getrenntlebenden oder geschiedenen Eltern - Eine psychologische Studie zur elterlichen Verantwortung (Duitsland, 1995)
  • 26 december 1994 - John Dunne & Marsha Hedrick – The Parental Alienation Syndrome – Analysis of Sixteen Selected Cases (1994)
  • Sigmund – Echtscheiding is voor kinderen psychologisch erger dan het overlijden van één van hun ouders!

    KA-PAW! Als moeder wil je toch het beste voor je kinderen.

    VKC twittert nu ook

    Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

    Categorieën

    november 2018
    M D W D V Z Z
    « Aug    
     1234
    567891011
    12131415161718
    19202122232425
    2627282930  

    Blog Stats

    • 81.662 hits