Posts filed under ‘Wetgeving’

Rechtbank Roermond – Voorbeeld inzet “klemcriterium” en “loyaliteitsconflict” om kinderen tegen hun wil bij zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen

Hieronder een voorbeeld van hoe in een recente familierechtuitspraak van de Rechtbank Roermond (enkelvoudige kamer) het zgn. klemcriterium (BW1, Artikel 1:251:lid 1a: Kinderen raken klem en verloren tussen de beide ouders) door kinderbescherming en kinderrechter wordt toegepast om de kinderen tegen hun eigen wil bij een (overigens aan beperkte omgang van de kinderen met moeder meewerkende) zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen. De beide kinderen willen dat zelf nadrukkelijk niet, maar daar wordt overheen gegaan “in het belang van het kind”. Vader wordt daarbij vervolgens verder buitenspel gezet naar de kinderen middels begeleide omgang.

Als grondmotief voor deze zwaarwegende beslissing wordt door de rechter gesteld: “De kinderrechter overweegt met de raad voor de kinderbescherming dat de kinderen onvoldoende ruimte krijgen om zich bij beide ouders op hun gemak te voelen en dat ze vanuit deze positie kennelijk voor de vader hebben gekozen. Dit is zeer zorgelijk te noemen, nu de kinderen recht hebben op een goed contact met beide ouders. Een dergelijk contact met beide ouders is ook noodzakelijk voor een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van de kinderen.” Dit hoofdargument (b)lijkt in de praktijk van deze uitspraak echter bij nader inzien toch eigenlijk vooral een gelegenheidsargument, waar vader vervolgens middels een zgn. begeleide omgangsregeling door rechter en kinderbescherming in zijn contact met de kinderen vrijwel onmiddelijk verder buitenspel wordt gezet. Kennelijk telt het goede contact van de kinderen met hun vader voor deze rechter en de kinderbescherming dan toch minder mee dan het contact met hun moeder. (Wel zou je hierbij kunnen opmerken dat het gebruikte gelegenheidsargument mogelijk reden is geweest dat vader nog enige begeleide omgang heeft gekregen, anders was zijn betrokkenheid bij de kinderen mogelijk van de ene dag op de andere zelfs geheel door rechter en kinderbescherming stopgezet.)

Interessant hierbij is verder dat het in de hoofdargumentatie gebruikte “klemcriterium” (BW1, Artikel 1:251:lid 1a) hier oneigenlijk gebruikt wordt door de kinderrechter. De kinderrechter gebruikt het klemcriterium hier namelijk om de hoofdverblijfplaats van de kinderen te wijzigen, terwijl de wet het gebruik van het klemcriterium door de rechter bepaalt of beperkt tot gezagsbeslissingen of – wijzigingen tot eenoudergezag en aan dit (gezamenlijk) gezag verandert de rechter in deze uitspraak niets:

Artikel 1:251a:Lid 1a: Het klemcriterium
1.De rechter kan na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:
a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
b. (……….)

Dit onjuiste gebruik van het klemcriterium door Nederlandse rechters, dat door de wetgever bij de invoering van de wet in 2009 juist bedoeld was alleen te worden toegepast bij hoge uitzondering, krijgt hiermee een steeds breder, steeds willekeuriger en zelfs buitenwettig karakter. Het gebruik van het klemcriterium dreigt daarmee – net als het willekeurige en ongedefinieerde gebruik van ‘het belang van het kind’ – in de huidige rechtspraktijk te verworden tot rechterlijke willekeur en panacee.

Interessant is tot slot dat het in deze uitspraak eigenlijk vooral ook lijkt te gaan om een verkapte inzet door kinderbescherming en kinderrechter van het door psychiater Richard Gardner goed omschreven en gedefinieerde “ouderverstotingssyndroom” (PAS), zonder dat deze terminologie in deze uitspraak overigens gebruikt wordt. In plaats daarvan glippen kinderbescherming en kinderrechter hier weg met het gebruik van oncontroleerbare en onnavolgbare (want nergens goed gedefinieerde of omschreven) terminologie zoals “loyaliteitsconflict” en/of “in de knel of klem raken tussen de ouders”  en wordt hier gesproken over een “ernstig loyaliteitsconflict van de kinderen t.o.v. hun ouders” etc. (‘Whatever that may be?’).

Het kan goed zijn dat deze vader mogelijk de beide kinderen zodanig ernstig heeft vervreemd van moeder, dat een dergelijke zwaarwegende beschikking als gegeven in deze uitspraak te rechtvaardigen valt, maar stel deze hier veronderstelde negatieve invloed van vader op de kinderen dan wel eerst ook deugdelijk vast met helder omschreven, goed gedefinieerde, gevalideerde en objectiveerbare termen, criteria en terminologie die ook in de wet zijn vast gelegd, in plaats van het huidige gerommel met ongedefinieerde, willekeurige en onnavolgbare termen zoals we hier in de Nederlandse familierechtspraak en kinderbescherming steeds weer opnieuw zien.

In deze uitspraak is die rechtvaardiging echter geenszins gegeven en draagt de familierechtuitspraak verder bij aan het verlies van vertrouwen van Nederlandse burgers in de Nederlandse rechtspraak op het voor burgers meest essentiële punt, dat van de liefde en zorg als ouder voor de eigen kinderen en het contact met de eigen kinderen.

Maar graag jullie reactie en mening.

Groet,
Peter Tromp
Vader Kennis Centrum

———————————————

ECLI:NL:RBROE:2011:BU4821, Rechtbank Roermond, 109342 / FA RK 11-889

Datum uitspraak:16-11-2011
Datum publicatie:17-11-2011
Rechtsgebied:Personen-en familierecht
Soort procedure:Eerste aanleg – enkelvoudig
Vindplaats: Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie:
Ernstig loyaliteitsconflict kinderen (van 11 en 8 jaar oud) ten aanzien van ouders. Kinderen wonen bij vader. Door zijn houding belemmert vader contact tussen de kinderen en de moeder. Hoewel kinderen zelf aangeven bij vader en niet bij de moeder te willen wonen wordt de hoofdverblijfplaats bij moeder bepaald en voorlopig een regeling vastgesteld waarbij omgang tussen vader en de kinderen onder begeleiding plaats zal vinden. Kinderrechter ziet deze voor de kinderen zeer ingrijpende stap als enige mogelijkheid om impasse te doorbreken.

Uitspraak
RECHTBANK ROERMOND
Sector civielrecht

Zaaknummer: 109342 / FA RK 11-889

Beschikking van 16 november 2011 betreffende ouderlijke verantwoordelijkheden

in de zaak van:

[de moeder],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen de moeder,
advocaat: mr.drs. I. Ligtelijn- Huisman;

tegen:

[de vader],
wonende te [woonplaats], [adres],
hierna te noemen de vader,
advocaat mr. J.J. Geuze.

Als belanghebbende merkt de rechtbank tevens aan de minderjarigen:
[minderjarige dochter], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
[minderjarige zoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1. Dit blijkt uit het volgende:
– de tussen partijen gegeven beschikking d.d. 27 juli 2011 de beslissing over de verzoeken is aangehouden en de raad voor de kinderbescherming is verzocht rapport en advies uit te brengen;
– het op 14 oktober 2011 ingekomen rapport en advies van de raad voor de kinderbescherming te Roermond;
– de brief, met bijlage, van 18 oktober 2011 van de raad voor de kinderbescherming;
– de brieven, met bijlagen, van 19 oktober 2011 en 4 november 2011 van de advocaat van
de vader;
– de nadere mondelinge behandeling, welke heeft plaatsgevonden op 7 november 2011 en waarbij zijn verschenen:
– de ouders, bijgestaan door hun advocaten;
– [gezinsvoogdes], gezinsvoogdes van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,
– [vertegenwoordiger van de Raad], vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming.

2. Het oordeel van de rechtbank

2.1. De raad voor de kinderbescherming adviseert de hoofdverblijfplaats van de kinderen te bepalen bij de moeder en een reguliere omgangsregeling tussen de kinderen en de vader te bepalen, waar naartoe wordt gewerkt via een begeleide omgangsregeling bij de Mutsaersstichting.
De raad stelt zich daarbij op het standpunt dat de kinderen ernstig knel zitten in de strijd tussen hun ouders. De zorgen over de kinderen zijn – ondanks hulpverlening vanuit een ondertoezichtstelling – nog onverminderd groot.
De zorgen die door de vader geuit worden over de mishandeling van de kinderen door de moeder en haar partner lijken gebaseerd te zijn op incidenten. De raad voor de kinderbescherming heeft sterke aanwijzingen dat de kinderen in een positie zijn geraakt, waarin twee incidenten sterk benadrukt worden. De kinderen komen hierdoor steeds verder af te staan van de werkelijkheid. De kinderen moeten serieus genomen worden in hun beleving, maar het is ook noodzakelijk dat de kinderen een reëel beeld krijgen van de gebeurtenissen. Dat de kinderen zich niet veilig voelen bij de moeder en haar partner, ziet de raad als een reactie op het loyaliteitsconflict, waarin de kinderen zitten. Vanuit de praktijk komen geen signalen naar voren waaruit blijkt dat de kinderen daadwerkelijk angstig zijn. De kinderen ogen ontspannen in het bijzijn van de moeder en haar partner en het is zorgelijk te noemen dat de kinderen terug in hun schulp lijken te kruipen als de moeder ter sprake komt in het bijzijn van de vader. De kinderen krijgen van de vader onvoldoende ruimte om op een positieve wijze contact te hebben met de moeder. Hoewel de vader zegt het belang van de kinderen in het oog te houden en moeite te zullen doen de omgang tussen de moeder en de kinderen mogelijk te maken, blijkt dit niet uit zijn handelen.
De moeder legt geen druk op de kinderen en probeert vanuit haar positie de contacten zo positief mogelijk in te vullen, waardoor deze contacten ook positief verlopen.
Rust en continuïteit voor de kinderen kunnen alleen gecreëerd worden vanuit de thuissituatie van de moeder. De raad verwacht dat de moeder de kinderen de ruimte en vrijheid zal bieden om de vader een rol in hun leven te laten hebben.
De raad vindt een begeleide omgangsregeling met de vader noodzakelijk om voor de kinderen veiligheid en vertrouwen te creëren en te wennen aan de nieuwe situatie. Daarnaast zijn er vermoedens van negatieve beïnvloeding van de kinderen door de vader en wil de raad voorkomen dat de kinderen verder in een loyaliteitsconflict gebracht worden.

2.2. De moeder is het eens met het advies van de raad voor de kinderbescherming.

2.3. De vader is het niet eens met het advies van de raad voor de kinderbescherming.
Het advies is gebaseerd op de interpretatie van containerbegrippen door de raad. De raad gaat voorbij aan het punt dat gebleken is dat de kinderen zich veilig voelen bij de vader en niet bij de moeder.
Volgens de vader werkt hij wel mee aan herstelcontacten met de moeder, hetgeen ook blijkt uit de vele contacten tussen de moeder en de kinderen in de afgelopen maanden. De vader vindt het tempo hiervan te hoog voor de kinderen. Dat is wat hij heeft aangegeven.
Vanaf half september gaat het niet goed met de kinderen, hetgeen de vader wijt aan het advies van de raad voor de kinderbescherming en de onrust die daardoor is ontstaan.
De teamleider van de school heeft recent geconcludeerd dat [minderjarige zoon] verdriet heeft, omdat hij zich zorgen maakt dat hij bij de moeder moet gaan wonen en dat hij naar een andere school moet. [minderjarige dochter] wil graag leuk gevonden worden en doet daarvoor erg haar best, maar gedraagt zich heel vrij om zichzelf te zijn bij de vader thuis. [minderjarige dochter] kruipt niet in haar schulp in aanwezigheid van de vader. [minderjarige dochter] heeft moeder verteld dat ze niet bij haar wil wonen.
De situatie voor de kinderen is al langere tijd onveilig. Een echtscheiding is voor kinderen een onveilige situatie en het grensoverschrijdende opvoedgedrag van de moeder maakt de situatie extra onveilig. In de rapportage spreekt de moeder enkel negatief over de vader, maar de vader niet over de moeder.

2.4. De gezinsvoogd heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat er weliswaar een verandering in de houding van de vader heeft plaatsgevonden, maar dat is onvoldoende.
De school spreekt van een schrijnende situatie. De kinderen kunnen zich niet meer concentreren. Dat het nu niet goed gaat op school, komt door het loyaliteitsconflict waarin de kinderen zitten.
De vader werkt niet van harte mee aan de herstelcontacten tussen de moeder en de kinderen. De vader heeft zelfs tegen een medewerker van de stichting gezegd dat kinderen het contact met de moeder niet nodig hebben, nu kinderen van wie de moeder is overleden ook geen contact hebben met hun moeder.
Tussen de moeder en de kinderen zijn afgelopen zomer drie begeleide omgangsmomenten geweest en dat ging goed. Daarom vond de stichting dat de omgang kon worden uitgebreid tot zes uur en niet meer onder begeleiding hoefde plaats te vinden. Met moeite heeft de vader kunnen instemmen met twee uur onbegeleide omgang per 14 dagen.
De gezinsvoogd heeft recent met de kinderen, de moeder en haar partner gesproken over wat de kinderen nodig hebben van de moeder. Dit is een goed gesprek geweest en de afspraak is daarbij gemaakt om een nacht te logeren. Dit heeft de gezinsvoogd samen met [minderjarige dochter] aan de vader verteld, maar de reactie van de vader maakte dat [minderjarige dochter] terug in haar schulp kroop. Ook non-verbaal zet de vader de kinderen onder druk. De kinderen voelen daarom niet de toestemming van de vader om een positief contact te hebben met de moeder. De gezinsvoogd heeft hierover een emotioneel gesprek gehad met [minderjarige dochter]. De kinderen voelen zich genoodzaakt om te kiezen.

2.5. Ingevolge artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De rechter kan op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan, voor zover hier van belang, omvatten:
a. een toedeling aan ieder der ouders van de zorg en opvoedingstaken, alsmede en uitsluitend indien het belang van het kind dit vereist, een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben;
b. de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft;
(…)
De rechter beproeft alvorens te beslissen op voormeld verzoek een vergelijk tussen de ouders.

2.6. Uit de processtukken blijkt dat er is geïnvesteerd in de onderlinge communicatie tussen de ouders. Dit heeft tot op heden niet tot een constructieve manier van communiceren geleid.
De kinderrechter overweegt met de raad voor de kinderbescherming dat de kinderen onvoldoende ruimte krijgen om zich bij beide ouders op hun gemak te voelen en dat ze vanuit deze positie kennelijk voor de vader hebben gekozen. Dit is zeer zorgelijk te noemen, nu de kinderen recht hebben op een goed contact met beide ouders. Een dergelijk contact met beide ouders is ook noodzakelijk voor een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van de kinderen.
Blijkens het rapport van de raad, alsmede de stelling van de gezinsvoogd ter zitting zijn pogingen om deze situatie te veranderen mislukt, waarbij voorts is gebleken dat de vader de omgang tussen de moeder en de kinderen belemmert. Er is weliswaar onder druk van de gezinsvoogd omgang tussen de moeder en de kinderen tot stand gekomen, echter door de opstelling van de vader krijgen de kinderen onvoldoende ruimte en goedkeuring van hem om het contact met de moeder op een positieve manier te laten plaatsvinden.
Met de raad voor de kinderbescherming is de kinderrechter derhalve van oordeel dat de overtuiging van de vader over wat goed is voor de kinderen, hierdoor niet langer overeen komt met wat de kinderen werkelijk nodig hebben. Vader toont zich in zijn overtuiging onverzettelijk.
Dat de kinderen zich op dit moment veilig voelen bij de vader en niet bij de moeder, is naar het oordeel van de rechtbank het gevolg van voormelde houding en overtuiging van de vader.
Dat er zich incidenten bij de moeder hebben voorgedaan neemt de kinderrechter aan. Naar het oordeel van de kinderrechter is echter niet gebleken dat er in de opvoedingssituatie bij de moeder sprake is van structurele lichamelijke of psychische mishandeling van de kinderen. Zowel de vader als de kinderen zelf benoemen twee gedateerde voorbeelden.
Gebleken is voorts dat de moeder thans geen druk legt op de kinderen, zodat er naar het oordeel van de kinderrechter bij haar meer kansen liggen voor de kinderen om uit het loyaliteitsconflict te geraken. De kinderrechter laat in zijn oordeel meewegen de begeleiding die de gezinsvoogd geeft en het constructieve gesprek dat zij met de moeder, haar partner en de kinderen heeft gehad omtrent de vraag wat de kinderen van de moeder op dit moment kunnen verwachten. De kinderrechter realiseert zich dat de verhuizing naar de moeder een ingrijpende stap is voor de kinderen, maar ziet geen andere weg om de ontstane impasse te doorbreken.

2.7. Gelet op het vorenstaande oordeelt de kinderrechter dat de in het ouderschapsplan d.d. 6 april 2010 opgenomen regelingen dienen te worden gewijzigd, in die zin dat de belangen van de kinderen vereisen dat de hoofdverblijfplaats voortaan bij de moeder zal zijn en dat het contact tussen de vader en de kinderen voorlopig via de begeleide omgangsregeling (BOR) van de Mutsaersstichting zal plaatsvinden.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. wijzigt de uitspraak van deze rechtbank van 9 juni 2010 en de daarin opgenomen onderlinge regelingen, zoals opgenomen in het ouderschapsplan d.d. 6 april 2010, in de zin als hierna vermeld;

3.2. bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen:
1. [minderjarige dochter], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
2. [minderjarige zoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
voortaan bij de vrouw zal zijn;

3.3. bepaalt dat het contact tussen de vader en de kinderen voorlopig, totdat daarover nader wordt beslist, onder begeleiding van de Mutsaersstichting (BOR) zal plaatsvinden;

3.4. verzoekt de raad voor de kinderbescherming te Roermond uiterlijk op 16 mei 2012 (pro forma) de rapportage van de Mutsaersstichting bij de rechtbank in te dienen, waarna de rechtbank partijen zal informeren over de verdere voortgang van de procedure;

3.5. houdt iedere verdere beslissing aan;

3.6. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. Wassenberg, kinderrechter en ter openbare terechtzitting van 16 november 2011 uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

DT

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.

Referentie:
ECLI:NL:RBROE:2011:BU4821, Rechtbank Roermond, 109342 / FA RK 11-889

Advertenties

november 17, 2011 at 7:07 am 7 reacties

Belgisch wetsvoorstel tegen oudervervreemding en tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht in het strafrecht

Belgisch Wetsvoorstel tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht (indien de vrederechter of jeugdrechter vaststelt dat, na scheiding, de ouderband met een van de ouders verloren dreigt te gaan : wijziging Burgerlijk Wetboek en Gerechtelijk Wetboek – Wijziging Strafwetboek : ouderverstoting) (5-520)
– Voorstel van mevrouw Christine Defraigne

5-520/1 p. 1-12

Wetsvoorstel tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht
(Ingediend door mevrouw Christine Defraigne) –Wetgevingsstuk 5-520/1 – 2010/2011 – 23 november 2010
http://www.senate.be/www/webdriver?MItabObj=pdf&MIcolObj=pdf&MInamObj=pdfid&MItypeObj=application/pdf&MIvalObj=83886634
http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPub&COLL=S&LEG=5&NR=520&PUID=83886624&LANG=nl

BELGISCHE SENAAT, ZITTING 2010-2011, 23 NOVEMBER 2010

TOELICHTING

Tegenwoordig gaan steeds meer koppels uit elkaar. Hun aantal stijgt voortdurend. Volgens de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie, KMO, Middenstand en Energie vonden er in 2008 in België 35 366 scheidingen plaats. Dat zijn er 5 285 meer dan in 2007 en 6 177 meer dan in 2006. In januari van dit jaar (2010) alleen al scheidden 3 411 koppels. Deze cijfers tonen een duidelijke toename van het aantal scheidingen in ons land aan.

Een relatiebreuk kan een zeer moeilijke periode zijn voor de gezinsleden. Volgens psychiater Jean-Marc Delfieu (1) past een kind dat met deze situatie wordt geconfronteerd zich over het algemeen tamelijk goed aan en ontwikkelt zich pas ongeveer twee jaar na de scheiding van zijn ouders psychisch verder op een normale manier. (2) Indien een van beide ouders ontbreekt, kan het kind later als volwassene communicatiepro- blemen ondervinden in de omgang met mensen van het andere of hetzelfde geslacht.

Helaas gebeurt het dat bij een relatiebreuk een van beide ouders wraak wil nemen op de andere wegens het leed dat die hem of haar heeft aangedaan. Een van de ouders wil de ex-partner dan moreel vernietigen. In een dergelijk geval kan die ouder het kind gijzelen.

Het komt ook voor dat een ouder het kind exclusief voor zich wil houden omdat hij of zij reeds zijn of haar partner heeft verloren. In een dergelijke situatie kunnen die ouder en het kind zich tegen de andere ouder keren, die dan de boeman wordt die verantwoordelijk is voor alle ellende.

Het is zo dat het « ouderverstotingssyndroom » kan ontstaan. Dit syndroom wordt in 1986 omschreven door Richard A. Gardner, Amerikaans professor kinderpsychiatrie en psychiatrie. Volgens hem is het « ouderverstotingssyndroom » een afwijking bij kinderen, die zich bijna uitsluitend voordoet in de context van conflicten rond ouderlijk gezag. Primair kenmerk is de campagne van denigreren van een ouder (voortdurende kritiek en negatieve voorstelling), een campagne waar geen rechtvaardiging voor is. Het is het resultaat van de combinatie van de indoctrinatie van een programmerende (hersenspoelende) ouder en de eigen bijdragen van het kind aan de verkettering van de ouder die het doelwit is. » (3). Het kind verstoot en verkettert de ouder van wie het zoveel hield en is onverbrekelijk één met de verstotende ouder, wat die laatste ook wil.

In extreme gevallen van ouderverstoting gaat de verstotende ouder zelfs zover dat hij het kind ontvoert naar het buitenland, uit wraak of uit overtuiging dat dit voor het kind het beste is. De verstotende ouder verbreekt definitief de ouderband tussen het kind en de andere ouder. Zo heeft de verstoten ouder niet alleen geen affectieve band meer met zijn of haar kind, maar worden hem of haar daarenboven zijn of haar ouderlijke rechten ontzegd, namelijk zeggenschap hebben in de beslissingen die betrekking hebben op het leven van het kind, weten waar het kind zich bevindt en op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen met het kind onderhouden. Het hogere belang van het kind wordt geschonden. Dit feit heeft zware gevolgen voor het kind, vooral als het nog jong is.

Volgens Gardner zijn er vier kenmerken om het gedrag van de verstotende ouder te herkennen : « 1) de belemmering van de relatie en het contact met het kind; 2) valse aantijgingen van allerlei misbruiken; 3) de angstreactie van de kinderen; en 4) de verslechtering van de relatie sinds de scheiding. » (4)

Hij beschrijft vervolgens acht belangrijke uitingen bij het kind :

— ongegronde afwijzings- en lastercampagne : de afgewezen ouder wordt onderuitgehaald zonder het minste schuldgevoel bij het kind. De afgewezen ouder wordt als gemeen en gevaarlijk beschreven;

— absurde rationalisering : het kind voert irrationele of absurde excuses aan die geen reëel verband houden met de daadwerkelijke ervaringen;

— het ontbreken van ambivalente gevoelens : de afgewezen ouder is louter « slecht » en de verstotende ouder is louter « goed ». Er is niks daartussenin;

— reflexmatige steun aan de verstotende ouder : wanneer beide ouders zich in elkaars aanwezigheid bevinden, kiest het kind partij voor de ouder bij wie het leeft, soms zelfs vooraleer de afgewezen ouder zich heeft uitgesproken;

— uitbreiding van de vijandigheid tot de hele familie in ruime zin (grootouders, tantes, neven, enz.) en tot de omgeving van de afgewezen ouder (buren, vrienden, enz.);

— nageprate « eigen mening » van het kind : het kind wordt geconditioneerd om de mening van de verstotende ouder voor te stellen als zijn eigen mening. Psychoanalist Jean-Marc Delfieu verklaart dit doordat geen enkel kind de ouder die zich over hem ontfermt en van wie het afhangt, wil ontgoochelen (5);

— afwezigheid van schuldgevoelens over de onverbiddelijkheid jegens de verstoten ouder : het kind gaat ervan uit dat de afgewezen ouder koel en ongevoelig is en bijgevolg niet lijdt onder de afwijzing, maar verdient wat er hem of haar overkomt;

— letterlijk citeren van onbegrepen woorden : het kind neemt de verhalen van de verstotende, manipulerende ouder over.

Volgens Jean-Marc Delfieu indoctrineert in geval van ouderverstotingssyndroom de ouder die de vervreemding realiseert, het kind bewust of onbewust. Hiertoe maakt de ouder misbruik van zijn of haar praktisch onbeperkte macht om invloed uit te oefenen op en te beschikken over het kind. Een dergelijke invloed heeft veel weg van misbruik en brengt ernstige psychische gevolgen voor het kind en de verstoten ouder met zich mee (6).

Het begrip « ouderverstoting », de criteria die tot een diagnose leiden en de opvatting van het syndroom verschillen naar gelang van de specialisten. Zo bestaan er definities die al dan niet sterk verschillen van die van Gardner. Bijvoorbeeld :

Warshak (7) legt de nadruk op drie randvoorwaarden : de lastercampagne gebeurt via voortdurend gestook; de afwijzing van de betrokken ouder is niet gerechtvaardigd; de afwijzing vloeit gedeeltelijk voort uit de invloed van de verstotende ouder. Net zoals bij Gardner bevat zijn definitie dus een onontbeerlijk causaal verband.

Kelly negeert elk oorzakelijk verband en richt zich uitsluitend op het gedrag van het kind. Volgens hem is er sprake van ouderverstoting wanneer een kind tegenover een ouder vrijuit en voortdurend onredelijke gevoelens (woede, haat, afwijzing, vrees) en meningen koestert die overdreven zijn in verhouding tot de reële ervaring van het kind met die ouder (8).

Volgens Darnall daarentegen heeft het kind geen actief aandeel, maar speelt het uitsluitend de rol die de ouder die uit is op de verstoting van de ex-partner, suggereert. Hij omschrijft het verschijnsel van ouderverstoting als een gedrag bij de kribbige ouder dat kan leiden tot een verstoring in de relatie tussen het kind en de andere ouder.

In België tracht psycholoog en bemiddelaar Benoît Van Dieren, die een stevige ervaring heeft met deze problematiek, specifieke middelen te vinden om deze situaties, waarbij de ouderband dreigt verloren te gaan of effectief verloren is gegaan, en die in de ergste gevallen kunnen leiden tot ouderverstoting, te diagnosticeren en te verhelpen. Het klopt dat het Belgische gerecht onvoldoende is uitgerust om enerzijds een diagnose te maken van gevaarlijke situaties die kunnen ontaarden in het verlies van de ouderband en anderzijds de strijd aan te gaan tegen het onvermogen of de onwil van de ouders om samen te werken om het ouderlijk gezag gezamenlijk uit te oefenen.

De heer Van Dieren zegt zelfs dat de manipulerende ouder, die zijn of haar greep op het kind wil behouden en daarbij de andere ouder zwartmaakt, er min of meer zeker van is dat zijn of haar streven om de « foute » of storende ouder te vernietigen, uiteindelijk zal slagen. De verstotende ouder speculeert enerzijds op de tijd die voorbijgaat en op de procedures, wetende dat het op het einde van de rit de « wil » van het kind is die het zal halen van justitie. Hij benadrukt tevens dat uiteindelijk het « spontane » verhaal van het kind, dat, als het kind eenmaal goed geconditioneerd is, een eigen leven gaat leiden en zeer overtuigend wordt tegenover iedereen, magistraten en psychologen inbegrepen (9) ».

Een van de vernieuwende middelen die deze psycholoog voorstelt, is ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht, een begeleidingsvorm die moet worden opgelegd zodra de rechter vaststelt dat de ouderband met een van de ouders dreigt verloren te gaan of reeds effectief verloren is gegaan.

De indiener van het wetsvoorstel stelt voor om de mogelijkheid voor de rechter in te voeren om een beroep te doen op deze begeleiding wanneer er in een zaak met betrekking tot het ouderlijk gezag of de huisvesting van een kind (artikelen 223, 373, 374, 387bis, 387ter van het Burgerlijk Wetboek en 1280 van het Gerechtelijk Wetboek) sprake is van een (dreigend) verlies van de ouderband.

De snelheid waarmee deze begeleiding wordt opgelegd is een troef om een situatie te verhelpen die zeer snel dreigt vast te lopen, te verslechteren en jammer genoeg definitief kan worden. Zodra het proces van ouderverstoting is begonnen en alle contact met de afgewezen ouder verbannen wordt, blijkt het moeilijk om de situatie te verhelpen omdat de afgewezen ouder niet meer aan het kind kan tonen wie hij of zij echt is.

Om dezelfde redenen is het uiterst belangrijk dat de begeleiding plaatsvindt binnen een strakke timing die evenwel ruimte laat voor een diepgaande evolutie van de relaties en standpunten van eenieder (10). De indiener van het voorstel voorziet dan ook in bemiddelingszittingen binnen termijnen van maximaal twee maanden.

Ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht impliceert in een eerste fase voor de rechter die vaststelt dat de ouderband verloren dreigt te gaan of reeds verloren is gegaan, dat deze vaststelling aan de partijen wordt meegedeeld. De rechter geeft aan dat deze situatie niet toelaatbaar is en dat ze moet worden verholpen voor het welzijn van het kind. Met het oog op dit welzijn is het de facto nodig om zo snel mogelijk de banden tussen de kinderen en elk van hun ouders naar best vermogen te herstellen.

De rechter speelt een pedagogische rol die erin bestaat de ouders bewust te maken van hun ouderlijke verantwoordelijkheid ten aanzien van het kind. Hier- toe is het vaak noodzakelijk dat de « verstotende » ouder zijn of haar rol van ex-partner los ziet van die als ouder, aangezien het proces van oudervervreemding in de meeste gevallen ontstaat bij de scheiding van het koppel. Dat is geen evidente zaak.

De rechter deelt de ouders in dit verband mee dat er een deskundige in ouderbegeleiding zal worden aangesteld die hen zal helpen een oplossing voor dit probleem te vinden via onderhandelingen. Hij benadrukt dat om tot een oplossing te komen beide partijen zullen moeten samenwerken. Dit psychologisch-juridisch hulpmiddel impliceert tevens de actieve medewerking van de advocaten die zich ertoe verbinden de confrontatielogica te laten vallen om deze ouderlijke samenwerking met respect voor elk familielid alle slaagkansen te bieden.

Men maakt de partijen duidelijk dat de deskundige de partijen — en hun advocaten — en de rechter telkens als hij dat nodig acht een verslag zal sturen over de evolutie van de relaties en standpunten van elke partij. Er is dus sprake van een permanent toezicht van de rechter.

Zoals de heer Van Dieren aangeeft (11) kan de tussenkomende partij in geval van matige of ernstige ouderverstoting de rechter zo spoedig mogelijk op de hoogte brengen van reacties als sabotage van het proces, niet-naleving van verbintenissen, laster, manipulatie, of kwade trouw die ze zelf heeft kunnen vaststellen tijdens het begeleidingsproces zelf en die niet bij het begin naar voren werden geschoven (hetgeen altijd met klem wordt ontkend door de betrokkene).

Anderzijds is deze ouderlijke samenwerking een fundamenteel element waarmee de rechter rekening houdt om een oordeel te vormen met betrekking tot de beslechting van het geschil. Zo kan een gebrek aan samenwerking in het kader van deze begeleiding zware gevolgen hebben zoals bijvoorbeeld een voorlopige omkering van de hoofdverblijfplaats van de kinderen, een beslissing die definitief kan worden in een definitief vonnis, of een dwangsom, een veroordeling tot de betaling van alle onkosten en honoraria van de deskundige of een veroordeling tot de procedurekosten en de advocatenkosten van de tegenpartij.

De mogelijkheid om op elk moment van de begeleiding dergelijke sancties opgelegd te krijgen, is bijgevolg een doorslaggevende vorm van dwang voor het welslagen van het proces.

Binnen de procedure van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht wordt er op verzoek van de rechter of wanneer de deskundige het opportuun acht een voorlopig verslag ingediend volgens de procedure van het Gerechtelijk Wetboek. De partijen of hun raadsman delen hun commentaar mee binnen een termijn die wordt vastgesteld door de deskundige, rekening houdend met de aard van het geschil. De deskundige stelt dan het definitieve verslag op dat hij bezorgt aan de rechter en aan de partijen en hun raadsman.

Teneinde de ouderbegeleiding aan een bepaalde timing te koppelen, wordt bepaald dat de rechter binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van het definitieve verslag de rechtsdag bepaalt.

Het is duidelijk dat dit middel geen wondermiddel is dat alle conflicten kan oplossen. Het is een van de vele actiemiddelen waarover de beroepsmensen beschikken, zoals bijvoorbeeld de klassieke expertise, de bemiddeling in gezinszaken, maar ook — sinds de wet op de gelijkmatig verdeelde huisvesting — de voortdurende aanhangigmaking voor de jeugdrechter, de mogelijkheid om een dwangsom te eisen en de gedwongen uitvoering in uitzonderlijke gevallen.

Gezien de schade ten aanzien van het kind dat geen affectieve band met een van zijn ouders heeft en ten aanzien van de « verstoten » ouder moet de Belgische justitie worden uitgerust met bijkomende middelen. Het beschikbare arsenaal is duidelijk niet voldoende. De ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht komt tegemoet aan een lacune op grond van de bijzondere elementen ervan, namelijk :

— reële interdisciplinaire samenwerking : rechter, advocaten, deskundige;

— permanente en effectieve controle — men wacht niet gedurende zes maanden op de expertise, want tijdens deze periode kan de situatie voorgoed vastlopen — van de rechter op het verloop van de begeleiding via verslagen van de deskundige;

— focus tijdens de begeleiding op de wil en het vermogen om samen te werken en niet op de geschiktheid om een goede ouder te zijn;

— dreiging van sancties in geval van niet-samenwerking vanwege een ouder;

— responsabilisering van de ouders;

— snelheid van de invoering en van het verloop van de begeleiding.

De indiener van het genoemde voorstel meent dat een strafrechtelijk aspect eveneens noodzakelijk is. Net zoals familieverlating of niet-afgeven van kinderen moet worden bestraft, moet ook de ouder die aan ouderverstoting doet strafrechtelijk kunnen worden gestraft, ofwel met een geldboete, ofwel met een gevangenisstraf, ofwel met beide. De strafrechtelijke sanctie zal in laatste instantie worden ingezet. Zonder dit zwaard van Damocles zouden sommige ouders de begeleiding onder gerechtelijk toezicht niet volgen en de zaken laten ontaarden.

De uitspraak van een probatie-uitstel door de rechter is altijd mogelijk en zou een bijkomende stimulans kunnen zijn om de begeleiding onder gerechtelijk toezicht na te leven en een einde te maken aan dit verstotingssydroom. Dat wordt uiteraard aan de rechter overgelaten.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikelen 2, 3 en 4

Deze bepalingen stellen de vrederechter of de jeugdrechter in staat om ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht op te leggen wanneer hij of zij vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of dreigt te gaan.

Artikel 5

Dit artikel voegt in boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek een hoofdstuk XIIter in. Het beschrijft de procedure van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht.

Artikel 6

Dit artikel voegt een afdeling Vbis in hoofdstuk III van deel VIII van het Strafwetboek in, met als opschrift : Ouderverstoting.

Deze bepaling strekt ertoe een misdrijf wegens belemmering van de uitoefening van het ouderlijk gezag te creëren, dat wordt bestraft met een gevangenisstraf en/of een geldboete, aangezien elk kind het recht heeft op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen met beide ouders te onderhouden, zoals bepaald in artikel 9, punt 3, van het International Verdrag inzake de rechten van het kind van 20 november 1989. In dit artikel wordt dus gezegd wat dient te worden verstaan onder « ouderverstoting » en wat de mogelijke straffen zijn.

Christine DEFRAIGNE.

***

WETSVOORSTEL

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Wijziging van het Burgerlijk Wetboek

Art. 2

In artikel 223 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen door de wet van 14 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 28 januari 2003, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :

« Indien de vrederechter of de jeugdrechter vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan hij de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht als bedoeld in hoofdstuk XIIter van boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek opleggen. »

Art. 3

In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 387quater ingevoegd, luidende :

« 387quater. — Indien de rechter, tijdens de procedures bedoeld in de artikelen 373, 374, 387bis en 387ter, vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan hij de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht als bedoeld in hoofdstuk XIIter van boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek opleggen. »

Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek

Art. 4

In artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 19 maart 2010, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende :

« Indien de rechter vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan hij de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht als bedoeld in hoofdstuk XIIter van boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek opleggen. »

Art. 5

In boek IV van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek wordt een hoofdstuk XIIter ingevoegd, bestaande uit de artikelen 1322 quinquiesdecies tot 1322 vicies semel, luidende :

« Hoofdstuk XIIter. Ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht

Art. 1322quinquiesdecies. — De rechter bij wie een geschil aanhangig wordt gemaakt op grond van de artikelen 223, 373, 374, 387bis, 387ter van het Burgerlijke Wetboek en 1280, in eerste aanleg of in hoger beroep, en die vaststelt dat de ouderband met een van de ouders verloren is gegaan of verloren dreigt te gaan, kan de ouders ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht, hierna « begeleiding » genoemd, opleggen.

Art. 1322sexiesdecies. — Ter zitting deelt de rechter de partijen mee dat hij vastgesteld heeft dat de ouderband is verloren gegaan of dreigt verloren te gaan en dat die situatie moet worden verholpen.

Hij vraagt de partijen om via onderhandelingen een oplossing te vinden voor hun geschil rond de persoon van de kinderen, teneinde de bedreigde ouderband te versterken, wat de samenwerking van elkeen impliceert.

Hiertoe stelt hij een deskundige aan die de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht zal uitoefenen. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de deskundige moet voldoen om in het kader van deze begeleiding te worden aangesteld.

De rechter legt de partijen de procedure met betrekking tot de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht uit, met name de interactie tussen enerzijds de rechter, die de begeleiding permanent controleert, en anderzijds de deskundige, alsook de maatregelen die de rechter op elk moment kan nemen indien een van de partijen onvoldoende samenwerkt.

Hij deelt de partijen de datum van de volgende zitting mee, die binnen een termijn van drie maanden moet plaatsvinden.

Art. 1322septiesdecies. — Bij tussenvonnis stelt de rechter een deskundige aan die de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht zal uitvoeren.

Het vonnis maakt melding van de opdracht van de deskundige, die tot doel heeft de bedreigde ouderband te versterken. Teneinde de rechter te informeren over de evolutie van de situatie, is de deskundige verplicht tijdens het hele verloop van zijn opdracht verslag uit te brengen over elk relevant element. Hij moet de rechter tevens inlichten over het vermogen en de wil van de partijen om samen te werken in het belang van de kinderen.

Het vonnis vermeldt de datum waarop de volgende zitting plaatsvindt.

De artikelen van dit hoofdstuk worden bij het vonnis gevoegd.

Art. 1322octiesdecies. — § 1. Op de eerste vergadering legt de deskundige de partijen de procedure van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht uit. Hij herinnert de partijen eraan dat de samenwerking van ieder van hen vereist is, dat er geregeld verslagen naar de rechter worden gestuurd zodat die gaandeweg de evolutie van de situatie en met name hun vermogen en wil tot samenwerking kan volgen.

Men maakt de partijen de juridische gevolgen van een gebrek aan samenwerking duidelijk.

De instemming van de partijen en hun raadsman met deze procedure wordt door de deskundige verkregen alvorens hij de ouderbegeleiding aanvat.

§ 2. De deskundige informeert de rechter, de partijen en hun advocaat over de evolutie van zijn opdracht telkens als hij dat wenselijk acht.

Art. 1322noviesdecies. — § 1. Op de in het tussenvonnis vastgestelde zitting hoort de rechter de partijen of hun raadsman over de resultaten van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht.

Indien hij dat wenselijk acht, neemt hij de nodige voorlopige maatregelen voor de gerechtelijke begeleiding van de evolutie van de ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht.

Hij kan tevens vragen dat de deskundige zijn voorlopig verslag indient.

§ 2. Het voorlopig verslag kan op verzoek van de rechter of op initiatief van de deskundige worden opgesteld. Dit verslag vat het gehele begeleidingsproces samen en vermeldt de waarnemingen van de deskundige, meer bepaald wat de samenwerking van de partijen en de resultaten met betrekking tot de versterking van de ouderband betreft.

De partijen of hun raadsman delen hun commentaar mee binnen een termijn die wordt vastgesteld door de deskundige, rekening houdend met de aard van het geschil. De deskundige moet geen rekening houden met commentaar die te laat werd meegedeeld. De rechter kan die commentaar van ambtswege weglaten uit de behandeling.

De deskundige stelt het definitieve verslag op dat hij overlegt aan de rechter en aan de partijen en hun raadsman.

De rechter bepaalt de rechtsdag binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van het definitieve verslag.

Art. 1322vicies. — De rechter doet uitspraak.

Hij kan in het bijzonder :

1o de huisvesting wijzigen teneinde een evenwichtige relatie met beide ouders te bevorderen;

2o een dwangsom uitspreken;

3o de partij die niet met de begeleiding meewerkt alle kosten en honoraria van de deskundige aanrekenen;

4o de partij die ondanks de begeleiding verantwoordelijk is voor het verlies van de ouderband, de procedurekosten en advocatenkosten van de tegenpartij aanrekenen.

De beslissing is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad.

Art. 1322viciessemel. — Voor het overige zijn de artikelen 962 en volgende betreffende het deskundigenonderzoek van toepassing. »

Wijziging van het Strafwetboek

Art. 6

In hoofdstuk III van deel VIII van het Strafwetboek wordt een afdeling Vbis ingevoegd, die een artikel 432bis bevat, luidende :

« Afdeling Vbis. Ouderverstoting.

Art. 432bis. — Onverminderd de toepassing van de artikelen 1385bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de dwangsom wordt elke ouder die bewust de uitoefening van het ouderlijk gezag belemmert door herhaalde handelingen of allerlei vormen van manipulatie, met de bedoeling de affectieve band met de andere ouder te verzwakken of zelfs te vernietigen, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro of met een van die straffen alleen. »

30 september 2010.

Christine DEFRAIGNE.

104259 – I.P.M.

(1) Jean-Marc Delfieu is psychiater en deskundige bij het hof van beroep van Nîmes.
(2) Delfieu, J.-M., « Syndrome d’aliénation parentale, diagnostic et prise en charge médico-juridique », in Experts, nr. 67, juni 2005, bladzijde 25.
(3) Gardner, R.A. (1998), « The Parental Alienation Syndrome » (2. Ed.), Creative Therapeutics, Cresskill, NJ, page XX, Introduction.
(4) http://www.lepost.fr/article/2009/07/09/1613503_syndrome-d-alienation-parentale-sap.html.
(5) Delfieu, J.-M., op.cit., blz. 27.
(6) Delfieu, J.-M., op.cit., blz. 26.
(7) Van Gijseghem, « L’aliénation parentale : les principales controverses », in JDJ, nr. 237, september 2004, bladzijde 19.
(8) Van Gijseghem, H., op.cit., bladzijde 19.
(9) Van Dieren, B., « La justice face au processus d’aliénation parentale », lezing in het kader van de opleiding voor Franstalige en Nederlandstalige magistraten die door de Hoge Raad voor de Justitie wordt georganiseerd.
(10) Van Dieren, B., op.cit.
(11) Benoît Van Dieren, op.cit.

Christine Defraigne – MR
Wetgevingsstuk nr. 5-520/1
http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPub&COLL=S&LEG=5&NR=520&PUID=83886624&LANG=nl
Wetgevingsstuk nr. 5-520/1 Dossierfiche

Gemeenschapssenator (Parlement van de Franse Gemeenschap )

Fractievoorzitter Senaat tel.: 02 501 77 14
e-mail: defraigne@senators.senate.be
Correspondentie Vinave d’Ile 9
4000 Liège
tel.: 04 223 01 11
fax: 04 222 36 13
e-mail: contact@christinedefraigne.be
Privé avenue Blonden 20
4000 Liège
tel.: 04 254 16 10
e-mail: contact@christinedefraigne.be

Geboren te Luik op 29 april 1962Licentiaat in de rechten (ULg)

Advocate

1985-1987 : kabinetsattaché (vice-eerste minister en minister van de Institutionele Hervormingen)
1989-1994 en sinds 2001 : gemeenteraadslid (Luik)
Sinds 1999 : lid van het Waals Parlement (vóór 25 februari 2005 genoemd : Waalse Gewestraad )
Sinds 1999 : lid van het Parlement van de Franse Gemeenschap (vóór 25 februari 2005 genoemd : Raad van de Franse Gemeenschap )
2003-2008 : voorzitster van TEC Luik-Verviers
Sinds 12 juni 2003 : senator aangewezen door het Parlement van de Franse Gemeenschap
2003-2009 : voorzitster van de MR-fractie (Senaat)
2004-2007 : plaatsvervangend lid van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa en de Assemblee van de West-Europese Unie
Sinds 7 december 2011 : voorzitster van de MR-fractie (Senaat)

Ridder in de Leopoldsorde (5 juni 2007)

Lidmaatschap van commissies Lid

Plaatsvervanger

Parlementair werk Auteursregister
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Wetgevend werk
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Schriftelijke vragen
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Mondelinge vragen
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007 Vragen om uitleg
Legislatuur 2010       Legislatuur 2007-2010       Legislatuur 2003-2007

christine defraigne mr – Google zoeken
http://www.google.nl/#hl=nl&gs_nf=1&cp=20&gs_id=7&xhr=t&q=Christine+Defraigne+mr&pf=p&sclient=psy-ab&site=&source=hp&pbx=1&oq=Christine+Defraigne+&aq=0&aqi=g1&aql=&gs_sm=&gs_upl=&bav=on.2,or.r_gc.r_pw.r_cp.,cf.osb&fp=a2ffff73d6b2e4c9&biw=1600&bih=668

christine defraigne aliénation parentale – Google zoeken
http://www.google.nl/#hl=nl&gs_nf=1&cp=40&gs_id=n&xhr=t&q=Christine+Defraigne+ali%C3%A9nation+parentale&pf=p&sclient=psy-ab&source=hp&pbx=1&oq=Christine+Defraigne+ali%C3%A9nation+parentale&aq=f&aqi=&aql=&gs_sm=&gs_upl=&bav=on.2,or.r_gc.r_pw.r_cp.,cf.osb&fp=a2ffff73d6b2e4c9&biw=1600&bih=668

christine defraigne ouderverstoting – Google zoeken
http://www.google.nl/#pq=christine+defraigne+ali%C3%A9nation+parentale&hl=nl&gs_nf=1&cp=35&gs_id=39&xhr=t&q=Christine+Defraigne+ouderverstoting&pf=p&sclient=psy-ab&source=hp&pbx=1&oq=Christine+Defraigne+ouderverstoting&aq=f&aqi=&aql=&gs_sm=&gs_upl=&bav=on.2,or.r_gc.r_pw.r_cp.,cf.osb&fp=a2ffff73d6b2e4c9&biw=1600&bih=668

Christine Defraigne – Ma politique
http://www.christinedefraigne.be/

november 23, 2010 at 7:19 am Plaats een reactie

Nieuwe Braziliaanse Wet 12 318 definieert en bestraft oudervervreemding na scheiding als kindermishandeling

Brazilië heeft nieuwe wetgeving (Wet 12 318) aangenomen waarin oudervervreemding na scheiding als een vorm van kindermishandeling wordt gedefinieerd, aangepakt en bestraft

Op 26 augustus 2010 heeft het Braziliaanse Parlement met onmiddelijke ingang wetgeving aangenomen tegen oudervervreemding bij scheiding. De aangenomen wetgeving definieert oudervervreemding als een vorm van kindermishandeling. In de nieuwe Braziliaanse wet worden zeven concrete maatregelen gegeven en omschreven waarmee Braziliaanse rechters en rechtbanken oudervervreemding kunnen aanpakken. De maatregelen betreffen het opleggen van boetes of dwangsommen, contraire zorg- of gezagsbeschikkingen en ondertoezichtstellingen (OTS).

Hieronder vindt u de tekst van de nieuwe Braziliaanse wetgeving in zowel een ongeautoriseerde Engelse vertaling als daaronder ook de originele Braziliaanse tekst in het Portugees.

Peter Tromp
Vader Kennis Centrum (VKC)

Brazilian Law 12 318 – Ratified law that defines and punishes parental alienation

Check below in full 12.318/10 law that provides for parental alienation.
_____________
LAW No. 12 318, DE 26 AUGUST 2010 Provides for parental alienation and amending Art. 236 of Law No. 8069 of 13

Ratified law that defines and punishes parental alienation in Brazil
26 August 2010
http://www.migalhas.com.br/Quentes/17,MI116210,101048-Lula+sanciona+lei+que+determina+alienacao+parental+como+crime

THE PRESIDENT OF THE REPUBLIC

Given the decrees of Congress promulgated the following law:

Article 1 This Law regulates the parental alienation.

Article 2 The parental alienation is considered an act of interference with the psychological training of the child or adolescent, promoted or induced by their parents or grandparents if the child or adolescent is under their authority, custody or supervision, and to result in less contemptuous behavior that impadiscano creating or maintaining links with the other parent. Examples of forms of parental alienation, as substantiated to the court or discovered by an expert, or charged directly with the testimony of third acts are aimed at:

I – open a campaign to ban the behavior of the parent exercising parenting;

II – impede the exercise of parental authority;

III – prevent contact of the child or adolescent with a parent;

IV – opposing the right to family life regulated;

V – deliberately omit relevant personal information to parents on the child or adolescent, including educational, medical and related changes of address;

VI – make false allegations against parents, against his family or against the grandparents in order to prevent or hinder their care to the child or adolescent;

VII – Change the address of residence without justification in order to prevent the attendance of the child or adolescent with the other parent, with his family or grandparents.

Article 3 The provision of an act of parental alienation hurts the fundamental right of the child or adolescent to enjoy a healthy family life, impedes the relationship of affection in relationships with parents and his family group, and is a form of abuse against moral the child or adolescent does not comply with the duties related to parental authority or guardianship or custody.

Article 4 In the face of evidence or documents indicated that parental alienation, the application of this Act at any time of the procedure, or incidentally in independent action, the court will determine, with urgency, after hearing the prosecutor, the transitional measures for the maintenance of ‘psychological integrity of the child or adolescent, including to ensure their familiarity with the parent or make a genuine rapprochement between the two, if any. The court will provide the child or adolescent and the parent a minimum guarantee of visits, except in cases where there is imminent risk of physical or psychological harm to the child or adolescent, certified by a professional designated by the judge in charge of monitoring visits .

Article 5 If there is evidence that they have been charged with acts of parental alienation incidental damages, the court, if necessary, to determine the bio-psychological consequences of child:

1 The expert report is based on extensive psychological assessment biopsychosocial or, where appropriate, including a personal interview with the parties, examination of documents in the case, the story of the couple’s relationship, the chronology of events The assessment of the personalities involved and the investigation as a child or teen may have developed symptoms of alienation against their parents.

2 examinations will be performed by professionals or experts in the multidisciplinary team, necessary in any case, as evidenced by appropriate academic or professional history to diagnose the acts of parental alienation.

3 The expert or a multidisciplinary team appointed to assess the presence of parental alienation will submit a report within 90 days, renewable only with judicial authorization based on a detailed explanation.

Article 6 In response to acts typical of parental alienation or against any behavior that hinders the coexistence of the child or adolescent with a parent’s parent, the court may, together or separately, to raise the subject of their civil or criminal liability arising, and have adequate tools to inhibit or mitigate the effects of alienation. He will, according to the severity of the case:

I – indicate the presence of parental alienation and to notify the parent;

II – expanding the system of family life for the alienated parent;

III – impose a fine on the alienating parent;

IV – require advice biopsychosocial;

V – lead to a change of custody from joint custody or its reversal;

VI – to elect a temporary residence of a child or adolescent;

VII – to declare the suspension of parental authority.

In the case of arbitrary change of address, or impracticability or obstruction to the family, the court may also reverse the requirement to remove the child from parents’ residence, during the alternating periods of family life.

Article 7 In case of assignment or change of custody will be given preference to the parent that allows efficient co-existence of the child or adolescent with the other parent, if the case can not be alternating.

Article 8 The change of domicile of the child or adolescent is irrelevant to the determination of responsibilities relating to claims based on right to family life, unless this is not the result of consensus between the parents or a court decision.

Article 9 (vetoed – amended – cash)

Article 10 (vetoed – amended – cash)

Article 11 This Law shall enter into force upon its publication.

Brasília, August 26, 2010,

189 ° and 122 ° of the independence of the Republic.

Luiz Inacio Lula da Silva

Luiz Paulo Teles Ferreira Barreto

Paulo de Tarso Vannuchi

Read more – News
* 20/11/2009 – CCJ’s Board approves action against a parent who incite hatred child – click here
* 18.08.2009 – Parental Alienation can lead to loss of custody of the child – click here

Read More – Articles
* 13/8/10 – The “syndrome” that will turn law – Nebo Flávia Azevedo Antunes – click here
* 23/7/10 – SAP – Parental Alienation Syndrome – Luiz Fernando Valley Guilherme de Almeida / André Fernando Reusing Namorato – click here
* 21/7/10 – Soon, parental alienation is a crime – Denise Perissini Maria da Silva – click here

————————————————

Lei 12.318 Sacionada lei que define e pune a alienação parental

Confira abaixo na íntegra a lei 12.318/10 que dispõe sobre a alienação parental.
_____________ LEI Nº 12.318, DE 26 DE AGOSTO DE 2010
Dispõe sobre a alienação parental e altera o art. 236 da Lei nº 8.069, de 13
http://www.migalhas.com.br/Quentes/17,MI116210,101048-Lula+sanciona+lei+que+determina+alienacao+parental+como+crime

Lei 12.318

Sacionada lei que define e pune a alienação parental

Confira abaixo na íntegra a lei 12.318/10 que dispõe sobre a alienação parental.

_____________

LEI Nº 12.318, DE 26 DE AGOSTO DE 2010

Dispõe sobre a alienação parental e altera o art. 236 da Lei nº 8.069, de 13 de julho de 1990.

O PRESIDENTE DA REPÚBLICA

Faço saber que o Congresso Nacional decreta e eu sanciono a seguinte Lei:

Art. 1 Esta Lei dispõe sobre a alienação parental.

Art. 2 Considera-se ato de alienação parental a interferência na formação psicológica da criança ou do adolescente promovida ou induzida por um dos genitores, pelos avós ou pelos que tenham a criança ou adolescente sob a sua autoridade, guarda ou vigilância para que repudie genitor ou que cause prejuízo ao estabelecimento ou à manutenção de vínculos com este.

Parágrafo único. São formas exemplificativas de alienação parental, além dos atos assim declarados pelo juiz ou constatados por perícia, praticados diretamente ou com auxílio de terceiros:

I – realizar campanha de desqualificação da conduta do genitor no exercício da paternidade ou maternidade;

II – dificultar o exercício da autoridade parental;

III – dificultar contato de criança ou adolescente com genitor;

IV – dificultar o exercício do direito regulamentado de convivência familiar;

V – omitir deliberadamente a genitor informações pessoais relevantes sobre a criança ou adolescente, inclusive escolares, médicas e alterações de endereço;

VI – apresentar falsa denúncia contra genitor, contra familiares deste ou contra avós, para obstar ou dificultar a convivência deles com a criança ou adolescente;

VII – mudar o domicílio para local distante, sem justificativa, visando a dificultar a convivência da criança ou adolescente com o outro genitor, com familiares deste ou com avós.

Art. 3 A prática de ato de alienação parental fere direito fundamental da criança ou do adolescente de convivência familiar saudável, prejudica a realização de afeto nas relações com genitor e com o grupo familiar, constitui abuso moral contra a criança ou o adolescente e descumprimento dos deveres inerentes à autoridade parental ou decorrentes de tutela ou guarda.

Art. 4 Declarado indício de ato de alienação parental, a requerimento ou de ofício, em qualquer momento processual, em ação autônoma ou incidentalmente, o processo terá tramitação prioritária, e o juiz determinará, com urgência, ouvido o Ministério Público, as medidas provisórias necessárias para preservação da integridade psicológica da criança ou do adolescente, inclusive para assegurar sua convivência com genitor ou viabilizar a efetiva reaproximação entre ambos, se for o caso.

Parágrafo único. Assegurar-se-á à criança ou adolescente e ao genitor garantia mínima de visitação assistida, ressalvados os casos em que há iminente risco de prejuízo à integridade física ou psicológica da criança ou do adolescente, atestado por profissional eventualmente designado pelo juiz para acompanhamento das visitas.

Art. 5 Havendo indício da prática de ato de alienação parental, em ação autônoma ou incidental, o juiz, se necessário, determinará perícia psicológica ou biopsicossocial.

§ 1 O laudo pericial terá base em ampla avaliação psicológica ou biopsicossocial, conforme o caso, compreendendo, inclusive, entrevista pessoal com as partes, exame de documentos dos autos, histórico do relacionamento do casal e da separação, cronologia de incidentes, avaliação da personalidade dos envolvidos e exame da forma como a criança ou adolescente se manifesta acerca de eventual acusação contra genitor.

§ 2 A perícia será realizada por profissional ou equipe multidisciplinar habilitados, exigido, em qualquer caso, aptidão comprovada por histórico profissional ou acadêmico para diagnosticar atos de alienação parental.

§ 3 O perito ou equipe multidisciplinar designada para verificar a ocorrência de alienação parental terá prazo de 90 (noventa) dias para apresentação do laudo, prorrogável exclusivamente por autorização judicial baseada em justificativa circunstanciada.

Art. 6 Caracterizados atos típicos de alienação parental ou qualquer conduta que dificulte a convivência de criança ou adolescente com genitor, em ação autônoma ou incidental, o juiz poderá, cumulativamente ou não, sem prejuízo da decorrente responsabilidade civil ou criminal e da ampla utilização de instrumentos processuais aptos a inibir ou atenuar seus efeitos, segundo a gravidade do caso:

I – declarar a ocorrência de alienação parental e advertir o alienador;

II – ampliar o regime de convivência familiar em favor do genitor alienado;

III – estipular multa ao alienador;

IV – determinar acompanhamento psicológico e/ou biopsicossocial;

V – determinar a alteração da guarda para guarda compartilhada ou sua inversão;

VI – determinar a fixação cautelar do domicílio da criança ou adolescente;

VII – declarar a suspensão da autoridade parental.

Parágrafo único. Caracterizado mudança abusiva de endereço, inviabilização ou obstrução à convivência familiar, o juiz também poderá inverter a obrigação de levar para ou retirar a criança ou adolescente da residência do genitor, por ocasião das alternâncias dos períodos de convivência familiar.

Art. 7 A atribuição ou alteração da guarda dar-se-á por preferência ao genitor que viabiliza a efetiva convivência da criança ou adolescente com o outro genitor nas hipóteses em que seja inviável a guarda compartilhada.

Art. 8 A alteração de domicílio da criança ou adolescente é irrelevante para a determinação da competência relacionada às ações fundadas em direito de convivência familiar, salvo se decorrente de consenso entre os genitores ou de decisão judicial.

Art. 9 ( VETADO)

Art. 10. (VETADO)

Art. 11. Esta Lei entra em vigor na data de sua publicação.

Brasília, 26 de agosto de 2010; 189º da Independência e 122º da República.

LUIZ INÁCIO LULA DA SILVA

Luiz Paulo Teles Ferreira Barreto

Paulo de Tarso Vannuchi

________________
____________

Leia mais – Notícias
* 20/11/09 – CCJ da Câmara aprova medidas contra pai ou mãe que incitar filho ao ódio – clique aqui
* 18/8/09 – Alienação Parental pode levar à perda da guarda da criança – clique aqui

Leia mais – Artigos
* 13/8/10 – A “síndrome” que virará lei – Flávia Nebó de Azevedo Antunes – clique aqui
* 23/7/10 – SAP – Síndrome da Alienação Parental – Luiz Fernando do Vale de Almeida Guilherme/André Fernando Reusing Namorato – clique aqui
* 21/7/10 – Em breve, alienação parental será crime – Denise Maria Perissini da Silva – clique aqui

augustus 26, 2010 at 2:50 am Plaats een reactie



Contact met het Vader Kennis Centrum (VKC):
Jacob Cabeliaustraat 17
3554 VH Utrecht
T. 030 - 238 3636
secretariaat@vaderkenniscentrum.nl

‘Jullie papa is helemaal niet lief’ :: Peter van Straaten

Peter van Straaten - Jullie papa is helemaal niet lief - Over ouderverstoting of oudervervreemding door moeders bijscheiding en omgang

Over oudervervreemding of -verstoting bij scheiding en omgang

Geef hier uw email adres op om email attenderingen van nieuwe artikelen te ontvangen.

Doe mee met 634 andere volgers

Info pagina’s

Alle artikelen

  • 10 mei 2012 - Uitspraak Rechtbank Den Bosch: Uit huis plaatsing vanwege ouderverstotingssyndroom
  • 17 november 2011 - Uitspraak Rechtbank Roermond - Voorbeeld inzet "klemcriterium" en "loyaliteitsconflict" om kinderen tegen hun wil bij zorgvader weg te halen en bij moeder te plaatsen
  • 13 november 2010 - Belgisch wetsvoorstel tegen oudervervreemding en tot invoering van ouderbegeleiding onder gerechtelijk toezicht in het strafrecht
  • 26 augustus 2010 - Nieuwe Braziliaanse Wet 12 318 definieert en bestraft oudervervreemding na scheiding als kindermishandeling
  • 2 augustus 2010 - Negen jaar cel voor oudervervreemding
  • 5 maart 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Brugge, België
  • 26 februari 2010 - Symposium “Van loyaliteitsconflict tot ouderverstoting” - Bezoekruimte Het Huis, Antwerpen, België
  • 10 october 2009 - 'Thuis heerste het grote zwijgen' (Cornald Maas interviewt in de Volkskrant kinderen van gescheiden ouders)
  • 13 augustus 2009 - Uitspraak Gerechtshof Den Bosch - Raad voor Kinderbescherming stelt in rapport mogelijke diagnose ouderverstotingssyndroom of Parental Alienation Syndrome (PAS)
  • 3 december 2008 - Ouderverstotingssyndroom - Parental Alienation Syndrome (The Gregory Mantell Show - Video - delen 1 en 2)
  • 22 october 2008 - Le Syndrome d’Aliénation Parentale (Thése Médecinal à l’Université Claude Bernard-Lyon, Bénédicte Goudard, 2008)
  • 31 juli 2008 - Esma Kaplan - Ouderverstoting in Nederland (Masterthesis, Universiteit van Utrecht, 2008)
  • 13 juni 2007 - Uitspraak Rechtbank Maastricht - Rechter stelt in uitspraak ouderverstoting vast
  • 1 juni 2005 - Syndrome d’aliénation parentale - Diagnostic et prise en charge médico-juridique (Jean-Marc Delfieu, 2005)
  • 8 october 2002 - Verhaltensmuster und Persönlichkeitsstruktur Entfremdender Eltern (Walter Andritzky, 2002)
  • 15 december 1995 - Wolfgang Klenner - Rituale der Umgangsvereitelung bei getrenntlebenden oder geschiedenen Eltern - Eine psychologische Studie zur elterlichen Verantwortung (Duitsland, 1995)
  • 26 december 1994 - John Dunne & Marsha Hedrick – The Parental Alienation Syndrome – Analysis of Sixteen Selected Cases (1994)
  • Sigmund – Echtscheiding is voor kinderen psychologisch erger dan het overlijden van één van hun ouders!

    KA-PAW! Als moeder wil je toch het beste voor je kinderen.

    VKC twittert nu ook

    Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

    Categorieën

    november 2018
    M D W D V Z Z
    « Aug    
     1234
    567891011
    12131415161718
    19202122232425
    2627282930  

    Blog Stats

    • 81.662 hits